Karate is een vechtkunst die is ontstaan op de Riukiu-eilanden, waaronder het eiland Okinawa, Japan. Deze is ontstaan uit de samenvoeging van het Chinese chuan-fa (ook wel Kenpo) en de inheemse vechtkunsten van Okinawa, die te (手, letterlijk “hand”) werden genoemd.History of Okinawan Karate

Bij karate ligt de nadruk vooral op het gebruik van stoot-, trap- en afweertechnieken (te-waza, geri-waza en uke-waza). In het curriculum van sommige karatestijlen komen ook worpen, klemmen, verwurgingen en worsteltechnieken voor. Chapter 9 covers Motobu-ryu and Bugeikan, two 'ti' styles with grappling and vital point striking techniques. Page 165, Seitoku Higa: "Use pressure on vital points, wrist locks, grappling, strikes and kicks in a gentle manner to neutralize an attack." Een beoefenaar van het karate wordt een karateka genoemd.

Geschiedenis Ontstaan van vechtkunsten in Okinawa Karate is ontstaan op Okinawa en de omliggende Riukiu-eilanden in de Oost-Chinese Zee die thans wordt omringd door Volksrepubliek China, Japan, Zuid-Korea en Taiwan. Deze eilandengroep behoort tegenwoordig tot Japan, maar was vroeger onafhankelijk. Van de 14e tot de 19e eeuw behoorden deze eilanden tot het Koninkrijk Riukiu. Okinawa heeft historisch aldoor meer banden en contacten gehad met China en door de eeuwen heen daarmee een nauwere band onderhouden dan de overige, verder van het Aziatische vasteland af gelegen Japanse eilanden. Deze banden ontstonden als gevolg van een handelsrelatie met China opgezet tijdens de Ming-dynastie in 1372. Op bevel van de Chinese Ming-keizer emigreerden toen 36 Chinese families van Fujian naar het dorp Kumemura in Okinawa. Zij dienden daar als regeringsfunctionarissen en diplomaten met betrekking tot de handel van Okinawa met China.

thumb|Een traditionele dojo (trainingshal) in Naha op het eiland Okinawa Sommige van deze Chinezen beoefenden Chinese Shaolin-vechtkunsten, genaamd chuan-fa, die na verloop van tijd ook aan leden van de Okinawaanse bevolking werden geleerd. Volgens het gangbare verhaal werd er toen op Okinawa en de andere Riukiu-eilanden al een inheemse vechtkunst beoefend, genaamd di of ti, wat in de Okinawaanse taal hand betekent (in het Japans: de of te). Uit de vermenging van het Chinese chuan-fa met de inheemse verdedigingskunst ontstond een nieuwe vechtkunst. Deze nieuwe vechtkunst kreeg de naam toudi of touti (in het Japans: tode of tote). Hierbij staat tou voor de Tang-dynastie van China en di of ti voor hand. Deze naam kan ook vertaald worden als Chinese hand. Toudi was de oude naam van de Okinawaanse vechtkunst, waarna de naam karate populair werd.

In 1429 werd door Okinawaanse koning Shō Hashi een verbod op wapens uitgeroepen, omdat hij aanslag vreesde om hem van zijn troon te stoten. Door dit verbod steeg de populariteit van de ongewapende vechttechnieken. Leden van de hogere klasse van de Okinawanese samenleving werden regelmatig naar China gestuurd om diverse politieke en praktische disciplines te leren. Zij studeerden daar ook Chinese vechtkunsten. De oudste karate kata tonen nog sterke overeenkomsten met die van de Chinese vechtkunsten uit de Fujian regio. For example Chōjun Miyagi adapted Rokkushu of White Crane into Tenshō Daarnaast hadden diverse andere vechtkunsten uit Zuidoost-Azië invloed op nieuwe stijlvormen. Mogelijk vindt het gebruik van landbouwwerktuigen als gevechtswapen (zoals de sai, tonfa en nunchaku) hun oorsprong in deze gebieden en werden zij later op Okinawa als wapens gebruikt. Deze gewapende vechtkunst staat bekend als het Ryukyu kobujutsu.

In 1609 werd Okinawa door Japan veroverd door een invasie van de krijgslustige Satuma-samoerai. Hoewel het Koninkrijk Riukiu toen officieel nog wel bleef bestaan, stond het vanaf dat moment steeds onder invloed van Japan. De Okinawaanse koning regeerde zijn rijk slechts als vazal van Japan. Om een eventuele rebellie van de Okinawaanse bevolking te verhinderen, vaardigden de Satuma-samoerai een tweede verbod op wapens uit en verboden ook de ongewapende vechtkunsten op Okinawa. De bevolking van Okinawa besloot toen hun vechtkunsten in het geheim te beoefenen. Om deze reden vonden trainingen vaak midden in de nacht plaats in de achtertuin van het huis van de karateleraar.

Historische stijlen van karate Hoewel er reeds enkele scholen van karate waren op Okinawa, hielden de meeste beoefenaren er hun eigen methoden en gebruiken op na. Elk gebied en zijn karateka's had specifieke kata, technieken en principes die hen onderscheidden van andere karatestijlen. Enkele van deze vroege stijlen kunnen worden gecategoriseerd als Shuri-te, Naha-te, en Tomari-te, genaamd naar de drie steden waar zij van stammen. Deze namen werden destijds niet gebruikt. Het zijn later verzonnen namen om de verschillende stijlen te kunnen categoriseren.

Shuri-te Kanga Sakugawa (1782–1838) studeerde chuan-fa en bo in China. In 1806 keerde hij terug naar Okinawa en begon hij in de stad Shuri met lesgeven in zijn vechtkunst, genaamd "Toudi Sakugawa", wat "China Hand Sakugawa" betekende. Rond 1820 begon Sakugawa's meest prominente student, Sokon Matsumura (1809-1899) het lesgeven in een synthese van de stijlen van steden Shuri en Tomari, en Chinese Shaolin chuan-fa. De stijl van Matsumura werd later bekend als Shōrin-ryū.

Matsumura bracht al zijn kennis over naar Itosu Ankō (1831–1915) en enkele anderen. Tot einde van de 19de eeuw was karate officieel een verboden vechtkunst en daarom werd karate in het geheim beoefend. Meester Itosu probeerde de Japanse overheid over te halen om dit verbod op te heffen. Dit lukte en vanaf 1901 werd karate door Itosu geïntroduceerd op de openbare scholen van Okinawa. Itosu ontwikkelde een systematische manier om karate aan grote groepen te leren. Hij ontwikkelde vereenvoudigde kata's, zodat ze beter leerbaar zouden zijn voor basisschoolleerlingen. Zo ontwikkelde hij de ping'an kata ("heian" of "pinan" in het Japans). De ping'an kata zijn tegenwoordig nog steeds te vinden aan de basis van bijna elke karatestijl. Itosu gaf les aan veel studenten. Zijn studenten werden later de grote meesters van het huidige karate, waaronder Gichin Funakoshi, Kenwa Mabuni, Choki Motobu, Kanken Toyama, Kentsu Yabu, Chomo Hanashiro, Choshin Chibana en Shinpan Gusukuma. Om deze redenen wordt Itosu gezien als de "Grootvader van het moderne karate".Patrick McCarthy, footnote #4

Naha-te In de stad Naha van Okinawa ontstonden karatestijlen bekend onder de naam Naha-te.MARK BISHOP, Okinawan Karate, 1989, , pagina's 19 t/m 44 Bekende leraren hier waren onder meer Seisho Aragaki, Kanryo Higaonna, Chojun Miyagi, Norisato Nakaima en Kanbun Uechi. Hiervan werd Chojun Miyagi de grondlegger van het Goju-ryu karate. Deze vechtstijl werd later door de Japanner Gogen Yamaguchi naar Japan gebracht. Norisato Nakaima werd de grondlegger van het Ryuei-ryu karate en Kanbun Uechi werd grondlegger van het Uechi-ryu karate.

Tomari-te In de stad Tomari van Okinawa ontstonden karatestijlen bekend onder de naam Tomari-te.MARK BISHOP, Okinawan Karate, 1989, , pagina's 71 t/m 76 Bekende leraren hier waren onder meer Kosaku Matsumora en Kokan Oyadomari. Hun leerling Chotoku Kyan zette hun stijl voort, maar hij beoefende daarnaast ook de Shuri-te stijl. Ook de latere karateleraar Choki Motobu kan tot de Tomari-te groep gerekend worden, hoewel hij zelf van meerdere leraren les heeft gehad. De stijl en kata's de van Tomari-te groep werd later opgenomen in de Shorin-ryu stijlen, waarna de Tomari-te groep zelf ophield met bestaan.

Introductie van karate in Japan miniatuur|Gichin FunakoshiGrondlegger van Shotokan karate Aan het begin van de 20e eeuw werd karate van Okinawa naar het vasteland van Japan gebracht. De Riukiu-eilanden, waarvan Okinawa het hoofdeiland is, waren inmiddels geannexeerd door Japan, waardoor de culturele uitwisseling tussen de twee gebieden werd versterkt. In 1922 nodigde het Japanse ministerie van onderwijs karatemeester Gichin Funakoshi uit om in Tokyo een karatedemonstratie te geven. In 1924 werd op de Keio-universiteit de eerste karateschool van Japan opgericht en binnen een periode van acht jaar sloten ook de overige universiteiten zich aan. Gichin Funakoshi wordt gezien als de verantwoordelijke voor het introduceren en populair maken van karate op de hoofdeilanden van Japan.

Deze periode kenmerkte zich door een militarisering van de Japanse maatschappij. In die periode was Japan in constante staat van vijandschap met China (Eerste Chinees-Japanse Oorlog en Tweede Chinees-Japanse Oorlog). Funakoshi wist dat de "Chinese hand" technieken niet geaccepteerd zouden worden door de Japanse bevolking, wat aanleiding gaf om de naam van karate te veranderen. De karakters 唐手 ("Chinese hand" of "Tang hand") werden gewijzigd naar 空手 ("lege hand"), en hebben dezelfde uitspraak. De naamsverandering van karate had de bedoeling de Chinese kenmerken te vervangen door Japanse. De naamsverandering van karate werd door Funakoshi gedaan in 1929, waarna andere karateleraren dit voorbeeld navolgden. Later op 25 oktober 1936 tijdens een symposium over karate gehouden in Okinawa besloten alle karatemeesters van Okinawa deze naamsverandering van karate ook nog eens officieel te erkennen.

In Japan werd karate beïnvloed door de Japanse vechtkunsten, genaamd budo. Vanuit het Japanse judo werd in karate het trainingspak en het bandensysteem ter graduatie overgenomen. Tot dan kende karate geen formele trainingskleding of graduatiesysteem. Ook de filosofie van de Japanse vechtkunsten had invloed op karate. Karate werd toen hernoemd naar karate-do. De toevoeging "do" betekent "weg" of "methode" en impliceert dat karate-do een pad is naar zelfkennis en meer behelst dan louter technische aspecten van vechten. Ook in andere Japanse vechtkunsten werd er aan het begin van de 20e eeuw een nadruk geplaatst op het do aspect en minder op het jutsu aspect (techniek); aikijutsu werd aikido, jujutsu werd judo, kobujutsu werd kobudo en kenjutsu werd kendo.

Meester Funakoshi werd de pionier van het moderne karate en hij zou de rest van zijn leven wijden aan het populariseren ervan. Hij promootte karate als middel tot het ontwikkelen van strakke discipline, goede etiquette en gezondheid. Ondanks het feit dat iedereen zijn stijl 'Shotokan' begon te noemen drukte Funakoshi iedereen op het hart dat die naam door zijn leerlingen aan het Karate was gegeven en niet door hemzelf. Funakoshi was in principe tegen stijlnamen zoals we in zijn boek Karate Nyumon kunnen lezen. Voor Funakoshi was alle karate gewoon karate, niets meer en niets minder.

thumb|Karatetraining voor het Shuri kasteel in Naha op het eiland Okinawa, 1938 Vanaf eind jaren 20 kwamen er in de voetsporen van Funakoshi nog andere karatemeesters van Okinawa naar Japan, zoals Kenwa Mabuni, Chojun Miyagi, Choki Motobu, Kanken Toyama en Kanbun Uechi. Al deze leraren zorgden voor een snelle verspreiding van karate in Japan en er werden al snel veel karatescholen opgericht. Karatemeester Kenwa Mabuni vestigde zich in de stad Osaka en begon daar les te geven in wat nu bekend staat als Shito-ryu karate. Chojun Miyagi, grondlegger van het Goju-ryu karate, bleef niet in Japan en keerde weer terug naar Okinawa. De Japanner Gogen Yamaguchi werd de belangrijkste vertolker van de Goju-ryu stijl in Japan. Choki Motobu was er al vroeg bij in Japan. Hij beïnvloedde met zijn stijl meerdere andere karatestijlen. Na zijn dood dreigde zijn stijl bijna verloren te gaan, totdat zijn zoon het weer oppakte en erin les begon te geven.