thumb|Presentatie CSA-producten Gemeenschapslandbouw of community-supported agriculture (CSA), in Nederland ook pergola-landbouw genoemd, is een vorm van samenwerking tussen burgers en lokale landbouwers. Burgers betalen jaarlijks een bijdrage om de productiekosten van het landbouwbedrijf te kunnen dekken. In ruil krijgen ze een deel van de opbrengst.

Geschiedenis Halverwege de jaren 1960 gingen Japanse vrouwen kritisch kijken naar de afkomst en kwaliteit van hun voedsel. Ze gingen rechtstreeks onderhandelen met boeren en sloten samenwerkingsverbanden af.Geschiedenis van CSA Dit was de start van teikei, een systeem van directe distributie van goederen.Teikei Ook in Chili zouden begin jaren 1970 soortgelijke initiatieven ontstaan zijn.Mythe en realiteit van het ontstaan van gemeenschapslandbouw Beide ontwikkelingen worden regelmatig vermeld als voorlopers van de gemeenschapslandbouw, maar noch teikei, noch de Chileense initiatieven inspireerden de latere Europese en Amerikaanse initiatieven rechtstreeks.

In Europa werd het eerste experiment met gemeenschapslandbouw opgestart in 1978 in Les jardins de Cocagne, een nog steeds bestaande Zwitserse boerderij.Geschiedenis van Les jardins de Cocagne Dit initiatief, samen met enkele biologisch-dynamische landbouwbedrijven, gebaseerd op ideeën van Rudolf Steiner, inspireerde wel rechtstreeks de verdere ontwikkeling van de gemeenschapslandbouw. Halverwege de jaren 1980 werden de Europese voorbeelden overgebracht naar en verder uitgewerkt in Amerika. In 1985 startten Robyn Van En en Jan Vander Tuin, beiden Amerikanen, het eerste Amerikaanse gemeenschapslandbouwbedrijf: Indian Line Farm.Website van de Indian Line Farm met korte geschiedenis Vander Tuin ging begin jaren 1980 naar Europa en werkte daar onder meer in de biodynamische Topinambur-hoeve in Zwitserland. Van daaruit bezocht hij onder meer Les jardins de Cocagne. Enkele jaren later keerde hij terug naar Amerika, waar zijn vriendin Robyn Van En een tuinbouwbedrijf had. Samen gingen ze aan de slag met de principes van gemeenschapslandbouw, beginnende met een appelgaard. Van daaruit groeide een groter initiatief.Biografie van Robyn Van En Begin 1997 stierf Van En onverwacht aan een astma-aanval. Zij was 49 jaar. Een Amerikaans nationaal centrum voor gemeenschapslandbouw aan het Wilson College draagt haar naam: Robyn Van En Center.Robyn Van En Center Van En stierf in vrij armoedige omstandigheden. Haar zoon was verplicht het bedrijf te verkopen, maar met steun van de Schumacher society, gebaseerd op de ideeën van Ernst Friedrich Schumacher, kon het bedrijf voortgezet worden en blijft het een modelvoorbeeld van gemeenschapslandbouw.Schumacher society Een tweede bedrijf begon rond dezelfde tijd (1985) met gemeenschapslandbouw: Temple-Wilton Community Farm.Website van de Temple-Wilton Community Farm met korte geschiedenis De initiatiefnemers waren Trauger Groh, Lincoln Geiger en Anthony Graham. De Temple-Wilton Community Farm is ononderbroken volgens dezelfde principes blijven werken. Deze beide bedrijven kregen veel navolging in Amerika, maar inspireerden later ook Europese initiatieven. Een telling door het United States Department of Agriculture in 2007 wees uit dat er op dat moment in de Verenigde Staten reeds meer dan 12.500 bedrijven volgens de principes van gemeenschapslandbouw werkten.

Principes De basiskenmerken van gemeenschapslandbouw zijn te herleiden tot drie principes: Economisch: burgers betalen vooraf een jaarbijdrage aan de landbouwer. De bijdragen dekken de productiekosten, maar zorgen tevens voor een degelijk loon voor de landbouwer en loonzekerheid onafhankelijk van zijn productie of van de marktprijzen. De burgers betalen dus in verhouding tot de productie kosten en niet tot wat ze krijgen. Ze weten vooraf niet welke oogsten veel zullen opbrengen of zullen mislukken. Bij slechte oogst krijgen ze weinig terug, bij goede oogst krijgen ze meer. Dit is een vorm van solidariteit: een lokale gemeenschap en een landbouwer sluiten een verbintenissen af en nemen wederzijdse verantwoordelijkheid op. Ecologisch: gemeenschapslandbouw heeft oog voor milieuvriendelijkheid. Zowel de manier van telen als de distributie gebeuren ecologisch verantwoord. De landbouw is steeds kleinschalig en gericht op de lokale gemeenschap of op nabijgelegen steden. Verschillende CSA-bedrijven werken biodynamisch, doch dit is niet essentieel. Sociaal: landbouwer en klanten ontwikkelen een persoonlijke band. De klanten garanderen de landbouwer ook een degelijk inkomen onder aanvaardbare arbeidsvoorwaarden. Omgekeerd biedt de landbouwer openheid over zijn bedrijfsvoering, productie en boekhouding.

Variaties Gemeenschapslandbouw kan zich in de praktijk in verschillende vormen uiten.Sharing the Harvest: A Citizen's Guide to Community Supported Agriculture, by Elisabeth Henderson and Robyn van En, Part 5, Many Models, pag 221 tm 270 De oorsprong van deze verschillende vormen is gelegen in de verschillen in wensen en mogelijkheden van de betrokkenen, de mogelijkheden en randvoorwaarden van de boerderij/tuinderij, zoals klimaat, grondsoort, geografische ligging van de boerderij ten opzichte van de consumenten, en of de gemeenschapslandbouw is geïnitieerd door de tuinder/teler of door de consumenten.

Binnen gemeenschapslandbouw bestaan er verschillen in de mate van betrokkenheid bij de deelnemers, zowel bij de consumenten als bij de tuinder/teler. Betrokkenheid uit zich in de mate van samenwerking en uitvoering tussen de tuinder/teler en de consumenten. Dit betreft het met de teler meedenken (en eventueel meebeslissen) over het teeltplan, de prijsvorming en de logistieke uitvoering.

Praktijk Gemeenschapslandbouw bestaat ondertussen in zeer veel landen. De praktische invulling ervan verschilt in zekere mate, doch de essentiële kenmerken komen overal terug. Internationaal verenigden heel wat bedrijven en organisaties die actief zijn rond gemeenschapslandbouw en aanverwante zaken zich sinds 2004 in Urgenci, een letterwoord dat staat voor "Le réseau Urbain-Rural: Générer des Echanges Nouveaux entre CItoyens", of "An Urban - Rural Network: Generating new forms of Exchange between CItizens". De ontwikkeling van de gemeenschapslandbouw in Nederland en België wordt kort toegelicht. Alle bedrijven leggen zich toe op tuinbouw: vooral groenten en in mindere mate fruit. Er zijn al bedrijven die hebben uitgebreid met (snij-/pluk)bloemen, bijen, brood, kippen, eieren, zuivel, en vlees.Verslag CSA en Pergola Conferentie 2010, met onderzoek naar mogelijkheden naast tuinbouw

Nederland thumb|Aardbeien op een zelfplukboerderij in Texel In Nederland was Jolien Perotti de voortrekster van de gemeenschapslandbouw.Start Nederlandse gemeenschapslandbouw In 1994 had ze een lezing van Andrew Lorand bijgewoond. Daarop trok ze naar de Verenigde Staten om ervaring op te doen in gemeenschapslandbouw en in het begeleiden van landbouwers daarin. In 1996 keerde ze terug.

In 1997 begeleidde ze Tineke Bakker en Irene Kuyters bij het opstarten van gemeenschapslandbouw op hun bedrijf De Oosterwaarde. De Oosterwaarde was in 1994 opgericht als biologisch-dynamisch landbouwbedrijf. Het bedrijf startte met 5 ha grond, en kocht in 1997 er nog eens 9 ha bij, zodat het totaal 14 ha bewerkt.

Jolien Perotti overtuigde nog enkele bedrijven om over te schakelen op gemeenschapslandbouw, waaronder Amelis' Hof in Bunnik (toen 'De Aardvlo'), waarna zij vertrok naar Noorwegen, om een zelfoogstboerderij op basis van gemeenschapslandbouw op te zetten. Hierdoor viel de uitbreiding in Nederland grotendeels stil. Er bleef wel interesse, maar er kwam geen navolging.

Pas een tiental jaren later kwam de ontwikkeling van de gemeenschapslandbouw in Nederland weer op gang, mede door de inspanningen van Tineke Bakker. Zo nam zij in 2006 en 2007 wekelijks een dag vrij om het Pergola-idee te promoten.Tineke Bakker promoot Pergola Het aantal Nederlandse bedrijven dat werkt met gemeenschapslandbouw is onduidelijk. In 2018 is het CSA Netwerk Nederland opgericht; een vereniging van CSA-bedrijven en Buurtmarkten/voedselcollectieven. Dit netwerk telt in 2025 ongeveer 50 aangesloten CSA's. In de praktijk zijn er meer CSA's in Nederland, maar slechts een deel ervan is lid van het CSA netwerk, om diverse redenen. CSA's onderschrijven en werken volgens de Nyéléni-verklaring.

De Vereniging van Herenboerderijen is opgericht in 2024 en kwam in plaats van de Stichting Herenboeren Nederland uit 2014, die failliet is gegaan. De vereniging wil de afstand tussen boer en consument zo klein mogelijk maken, zowel qua tussenhandel als qua kilometers. Dit doen de Herenboeren door in een regio een kleinschalige gemengde boerderij op te laten zetten door 200 geïnteresseerde consumenten (leden) die investeren in deze boerderij. De 200 mensen die geïnvesteerd hebben (meestal een inleg van ongeveer 2.000 euro) vormen een voedselcoöperatie en bezitten allemaal 1/200 van het bedrijf. De coöperatie neemt samen 1 of meerdere boeren en/of tuinders in loondienst om de boerderij te runnen. Idee is dat de consumenten hiermee elke week, voor dezelfde prijs als in de supermarkt, hoogwaardige biologische producten kopen, waarmee zij zich voor 60% van hun wekelijkse boodschappen kunnen voorzien. Ook leden van Herenboeren betalen het hele seizoen vooruit, zodat risico's gedeeld worden en niet alleen voor rekening van de producenten zijn. In 2026 telt Nederland 25 herenboerderijen, vooral rond de grote steden, terwijl er initiatieven voor nog eens dertig projecten zijn.

België In België is de situatie complexer: er zijn verschillen tussen Vlaanderen, Wallonië en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Vlaanderen In Vlaanderen nam gemeenschapslandbouw pas in 2007 een aanvang. Tom Troonbeeckx startte het landbouwbedrijf “Het Open Veld” te Heverlee, een deelgemeente van Leuven.Start gemeenschapslandbouw Het Open Veld Leuven Hij startte met 50 deelnemers en een bedrijfsoppervlakte van 1,5 ha. Intussen is het ledenaantal gegroeid tot 320 en is er een wachtlijst van geïnteresseerden. Het grootste deel van de Vlaamse gemeenschapslandbouwbedrijven zijn zogenaamde zelfplukboerderijen: leden gaan hun groenten en fruit zelf oogsten. Ze krijgen dus geen kant en klare pakketjes aangeleverd. De landbouwbedrijven zijn verenigd in het CSA-netwerk. Vlaamse bedrijven die willen erkend worden als CSA-bedrijf, moeten zich houden aan het charter van het netwerk.Charter van de Vlaamse gemeenschapslandbouwbedrijven De Vlaamse gemeenschapslandbouw benadert het meeste het oorspronkelijke concept en breidt zich sterk uit.Uitbreiding in Vlaanderen. Gearchiveerd op 27 maart 2017. Eind 2012 werkten 11 Vlaamse landbouwbedrijven volgens dit systeem en waren nog 14 nieuwe dossiers in voorbereiding.: Even hard werken, minder stress. Boer en consument investeren samen in de oogst bij CSA-landbouw. De Standaard, 29 december 2012, 20-21.

Alle Vlaamse bedrijven zijn erg klein: de landbouwoppervlakte bedraagt minder dan 5 ha. Het maximumaantal leden dat ze aankunnen schommelt tussen 100 en 500.CSA in Vlaanderen Naast groenten, kruiden en fruit produceren sommige ook aardappelen, bloemen en eieren. De prijs voor een oogstaandeel (per persoon, meestal voor iets minder dan een jaar) schommelt tussen 200 en 375 euro. In Vlaanderen is nog meer interesse van een aantal mensen om met gemeenschapslandbouw te starten, maar het grootste probleem is het vinden van grond: er is nog nauwelijks landbouwgrond beschikbaar.

Brussel