De Vey Mestdagh is een Nederlandse familie waarvan de stamvader Mestdagh van Franse, de stammoeder De Veij van Nederlandse oorsprong is; de dubbele geslachtsnaam De Vey Mestdagh werd in 1834 officieel erkend.

Fragmentgenealogie Johan de Veij (1760-1838), suikerbakker en koopmansbode te Vlissingen Anna Pieternella de Veij (1782-1835); had een relatie met de Franse marineofficier Nicolas Jean Baptiste Daniel Mestdagh (1778-1869), later: chef generale staf van de Noordzeevloot en scheepscommandant, uit welke relatie een zoon werd geboren; zij trouwde in 1804 met Johannes Van Malm, marineofficier Nicolaas Johan Baptist de Veij (Mestdagh) (1802-1871), boekverkoper en uitgever; verzocht en verkreeg in 1834 bij KB vergunning de naam Mestdagh aan die van De Veij te voegen

Herkomst van de naam thumb|Vlissingen anno 1750 (Ten behoeve van dit lemma is de Nieuwendijk geel gemarkeerd) De oorsprong van de naam 'De Vey Mestdagh' moet gezocht worden in het Frans-Vlaamse Duinkerke, waar – zoals elders in West-Vlaanderen – velen met de naam Mestdagh geboren, gedoopt, getrouwd en begraven zijn, en in het Zeeuws-Vlaamse Sluis, waar het geslacht De Veij zijn wortels heeft. Zowel de voorouders Mestdagh, als De Veij zijn te traceren tot vroeg in de zeventiende eeuw. De combinatie De Vey Mestdagh ontstond rond 1800, in Vlissingen, havenplaats aan de ingang van de Westerschelde. Na meer dan twee eeuwen thuishaven van de West-Indische Compagnie te zijn geweest, werd de stad in die jaren vooral gefrequenteerd door Franse eskaders en flottieljes. Napoleon had zijn stempel op Europa gedrukt. In de Nederlanden was de Bataafse Republiek uitgeroepen. Vlissingen was een Franse uitvalsbasis en de Schelde, zoals het in die tijd heette, 'het pistool gericht op de borst van Engeland'.

Napoleon heeft Vlissingen altijd strategisch hoog ingeschat. In 1803 bracht hij een bezoek aan de stad. De Westerschelde speelde in Napoleons plannen een voorname rol, in het bijzonder Antwerpen en Vlissingen. In Antwerpen zouden weliswaar de meeste nieuwe marineschepen gebouwd en gestationeerd worden, maar ook de scheepswerf in Vlissingen kreeg bouwopdrachten. Zo verordonneerde Napoleon op 29 mei 1803 het ontwerp van een nieuw type platbodemschip voor het overzetten van honderd man over het Kanaal. ‘Bouw zoveel mogelijk schepen en maak de haven in orde’, schreef hij aan de minister van marine. De Vlissingse vloot ging deel uitmaken van de ‘secrete macht’ die de oversteek naar Engeland moest maken. Zo ver kwam het niet, de op de schepen verzamelde troepen werden uiteindelijk ingezet bij de strijd tegen Oostenrijk.,Zie Arco Willeboordse, in Napoleon in Zeeland en Noord-Brabant, Stichting Thema Tijdschriften, Jaargang 2011, No 4

De herkomst van de naam 'De Vey Mestdagh' is terug te voeren op de geboorte van een jongen, in 1802, die werd grootgebracht in de veronderstelling dat hij Mestdagh heette, maar op een gegeven moment ontdekte dat zijn achternaam De Vey was. Hij ondervond daarvan grote problemen en ging een gevecht aan met de autoriteiten. Uiteindelijk richtte hij zich in 1834 in een brief tot de toenmalige koning Willem I.

14 mei 1834, Aan den Koning Sire Geeft onderdaniglijk te kennen Nicolaas Johan Baptist de Veij, genaamd Mestdagh, boekdrukker en boekverkoper wonende te Vlissingen, dat hij Suppliant van zijne vroegste jeugd af aan is bekend geweest onder den naam N.J.B. Mestdagh en onder geenen anderen, en hij ook zelve altijd ter goeder trouw vermeend heeft dien te voeren gelijk hij ook onder dien naam voor de dienst der nationale militie geloot en naderhand bij de Schutterij gediend heeft, en ook tot dusverre onder dien naam zijnen handel drijft en bij de boekhandelaren zoo binnen als buiten dit rijk bekend is.

De stamvader van de dubbele geslachtsnaam, de auteur van de brief ‘Aan den Koning’, had Mestdagh willen heten, naar zijn vader – de enige jaren in Vlissingen gelegerde adjudant van de Franse marinecommandant aldaar, Nicolas Jean Baptiste Daniel Mestdagh – maar kreeg er min of meer noodgedwongen zijn moeders naam, De Veij, bij. Als buitenechtelijk kind, wat hij was, kon hij dan wel de naam van zijn vader claimen, de magistraten toonden zich onwillig. De Veij was naar hun mening de naam waar hij recht op had (mater semper certa est). En ofschoon zijn moeder een document bezat waarin de Fransman hem op voorhand als zijn kind erkende, mocht dat niet baten.

Nicolas Jean Baptiste Daniel Mestdagh (1778-1869) thumb|Nicolas Jean Baptiste Daniel Mestdagh, 1778-1869 Uit de Franse marinearchieven is bekend dat de vader van de Vlissingse Nicolaas Johan Baptist, Nicolas Jean Baptiste Daniel Mestdagh, geboren op 23 juni 1778 in Duinkerken, opklom van zestienjarige adelborst (1794) tot commandant, Capitaine de Frégate (1814). In 1800 kwam hij als adjudant van de Franse marinecommandant naar Vlissingen. Nadat hij in januari 1802 (23 jaar oud) Nicolaas had verwekt bij Anna de Veij, dochter van een plaatselijke suikerbakker, keerde hij met zijn flottielje terug naar Frankrijk. Uit Duinkerken schreef hij Anna een brief die als volgt luidde:

Je Réconnois Melle Nanette De Vey pour ma femme & j’adopte l’enfant pour le mien. DUNKERQUE le 1er Septembre 1802. w.g. MESTDAGH fils ainé

Waar hij vervolgens verbleef, hebben Anna en haar zoon niet geweten. De Franse marineannalen geven wel duidelijkheid. Mestdagh hield zich tussen 1809 en 1811 toch weer in de Zeeuwse wateren op en was in zeegevechten verwikkeld met de Engelsen bij Zuid-Beveland en op de Schelde. In 1812 werd hij benoemd tot chef generale staf (chef d'état-major de la marine) van de Noordzeevloot. Als commandant leverde hij vervolgens, tijdens de belegering van Hamburg (1813-1814), slag op de Elbe en op de Oostzee. Tijdens zijn verblijf in Noord-Duitsland ontmoette hij Dorothée Rahmlow (1786-1841) met wie hij in 1813 in Schwerin (Mecklenburg-Voor-Pommeren) trouwde. Voor zijn verdiensten voor Frankrijk (‘pour de grandes services rendus à l’armée, notamment sur des places aux avants postes’) werd hij in 1814 benoemd tot Chevalier de la Légion d’Honneur, en in 1857 als ex-combattant (‘pour la gloire et l'indépendance de la France’) onderscheiden met de Médaille de Sainte-Hélène. Nicolas ging na 1815 met zijn Duitse vrouw in Parijs wonen, waar hij overleed op 1 januari 1869. Zijn laatste rustplaats is nog altijd te bezoeken op het Parijse begraafplaats Montmartre.Cimetière de Montmartre, situation de sépulture: 13e division, 2e ligne, No. 20 Avenue St. Charles

Anna Pieternella de Veij (1782-1835) Anna Pieternella werd geboren in 1782 als dochter van Johan de Vey, suikerbakker (banketbakker) aan de Nieuwendijk, in Vlissingen, en Agatha Christoffelina Vink. Anna, de oudste uit een gezin van negen, raakte op negentienjarige leeftijd ongetrouwd zwanger. De vader van het nog ongeboren kind was de genoemde Franse marineman Nicolas Mestdagh. Er zijn geen aanwijzingen dat de ouders van Anna haar de affaire met de Fransman kwalijk hebben genomen. Vader Johan de Vey was patriot en zal er om die reden in ieder geval niet zwaar aan hebben getild dat de verwekker een Napoleontische zeeofficier was. Ook het feit dat Mestdagh zijn kind had erkend, verzachtte wellicht het leed van het ongehuwde moederschap. Bovendien had hij bij zijn vertrek gezorgd voor financiële ondersteuning.

Anna de Veij trouwde, twee jaar na de geboorte van haar zoon Nicolaas, in 1804 met Johannes Van Malm, net als Nicolas Mestdagh een marineofficier (Secretaris aan boord van Zijner Maj. Schepen van oorlog). Van hem kreeg ze nog eens vier kinderen (twee meisjes en twee jongens). Deze kinderen, uit het latere huwelijk, moeten het goed hebben kunnen vinden met hun oudste halfbroer, want bij het overlijden van hun moeder op 8 januari 1835 tekende Nicolaas, als N.J. Mestdagh, ‘mede uit naam van Broeders en Zusters’ de overlijdensannonce in de Middelburgsche Courant.Middelburgsche Courant, No 5, zaterdag 10 januari 1835 Bij het overlijden van een van zijn halfbroers, Fredericus van Malm, in 1839, tekende hij wederom als N.J. Mestdagh ‘uit aller naam’ de annonce in de Vlissingsche Courant.Vlissingsche Courant, No 97, dinsdag 13 augustus 1839 Zoals we hierna zullen zien was de achternaam van Nicolaas toen al sinds vijf jaar officieel De Vey Mestdagh.

Johan de Veij (1760-1838) De patriottische inborst (in ieder geval in zijn jonge jaren) van Johan de Veij kwam hem nog duur te staan toen in 1778, tijdens heftige burgertwisten, prinsgezinden de ruiten van zijn bakkerij ingooiden.Staaten van Zeeland, Verzameling van Stukken betrekkelijk tot de Gebeurtenissen in 1787 enz, voorgevallen; No 1053, Echte lijst der geplunderde Huizen binnen Vlissingen, op den 29, 30 September en 1 October 1787, Archief Vlissingen In 1790 werd De Vey door het stadsbestuur van Vlissingen benoemd tot koopmansbode op Middelburg.Stadsresolutie d.d. 25 september 1790, Gemeente Archief Vlissingen Of hij naast deze functie tevens zijn suikerbakkerij bleef drijven, is niet bekend.

De vader van Anna moet een ruimdenkend man zijn geweest, die begreep waartoe liefde in staat is. De Vlissingse dichter Jacobus Bellamy (1757-1786) kon er van getuigen. Bellamy was smoorverliefd op een zekere Francisca Baane (Fransje), wier moeder ieder contact met de dichter had verboden. Dat weerhield hem er niet van zijn grote liefde op te zoeken en, zo ‘ontwikkelde zich een geheime relatie per brief en in de achterkamer van suikerbakker Johan de Vey aan de Vlissingse Nieuwendijk.’Provinciaals Zeeuwse Courant, 6 september 2002 Een in 1917 door Aleida Nijland geschreven biografie van Bellamy geeft meer details.J. Aleida Nijland, Leven en werken van Jacobus Bellamy (1757-1786), eerste deel, p. 77, E.J. Brill, Leiden 1917

Met welk een stille vreugd in uwen arm gezegen / Heb ik uw lieven mond zo even nog gekuscht! / De liefde deed uw borst met sneller drift bewegen, / En schreef in 't drijvend oog 't gevoel der zoete lust. / Gij voelde – ja mijn lief, gij voelde in 't kloppend harte / Die zelvde drift, dat vuur, dat mij de borst doorgloeit: / En, daar mijn dartle mond uw lieve lipjes tartte, / werd hij aan 't levend rood van uwen mond geboeid. / Daar lag ik door den band der zoete min gekluisterd – /...Mijn kloppend hart staat stil. – mijn zwijmend oog verduisterd.

thumb|Zegel van Mattheus de Vey, schepen en burgemeester van Sluis, 1734-1742 Het is niet ondenkbaar dat de ruimdenkendheid (patriotten waren over het algemeen toch al wat meer verlichte geesten) en literaire contacten van Jan en Agatha de Veij te maken hadden met het meer geletterde milieu waaruit Jan stamde. Zijn voorgeslacht, grotendeels afkomstig uit Sluis, bestond in de 17e en 18e eeuw uit notarissen en chirurgijns. De nodige, rijkelijk gesigneerde stukken zijn bewaard gebleven; zoals de huwelijksakte van Jans voorvader, notaris François de Veij, uit 1699. Zijn zonen Jacobus en Johan vervulden beiden hetzelfde ambt, terwijl zijn zoon Mattheus, meester-chirurgijn en apotheker, in Sluis van 1734 tot 1742 de functie van schepen en burgemeester bekleedde. In die hoedanigheid was Mattheus verplicht stukken te bekrachtigen met zijn zegel: een keper vergezeld van drie hanen, waarbij het schild wordt getopt met een haan.

De keper in het zegel, naar mag worden aangenomen, omdat het lange tijd voorkwam als symbool op wapens in Vlaanderen en Zeeland. Het kan beschouwd worden als een teken van 'hechtheid, steun en kracht'. De Wapenvoerders met een keper waren veelal een beproefde steun voor de lands- en stadsregering. Het symbool van de haan verwijst (zoals gebruikelijk in de tijd van het gildewezen) naar het beroep van heelmeester. De haan is het teken van gezondheid, omdat het dier in de Griekse oudheid werd geofferd aan Aesculaap, de god van de gezondheid (vandaar ook dat Socrates zei, toen hij de giftbeker had gedronken: “Slacht een haan.”).Zie o.a. Elseviers Encyclopedie van de heraldiek, Amsterdam 1961