Tyrannosaurus is een geslacht van uitgestorven vleesetende theropode dinosauriërs. Tyrannosaurus behoort tot de groep van de Tyrannosauridae en leefde ongeveer zeventig tot zesenzestig miljoen jaar geleden, tijdens het Laat-Krijt, in het westelijk deel van het huidige Noord-Amerika.
Het eerste fossiel van Tyrannosaurus werd ontdekt in 1874. In 1905 werd de typesoort van het geslacht benoemd: Tyrannosaurus rex, een samenvoeging van het Latijnse rex (koning) en de Griekse woorden τύραννος (alleenheerser) en σαῦρος (hagedis). Er zijn later nog andere soorten binnen het geslacht benoemd, maar meestal wordt T. rex als de enige echte soort gezien. Inmiddels zijn er tientallen skeletten van T. rex gevonden, zodat wetenschappers een vrij goed beeld hebben gekregen van hoe het dier eruitzag.
Tyrannosaurus was een reusachtige vleeseter, die tot veertien meter lang en acht ton zwaar kon worden. Hij liep op sterke, hoge achterpoten waarbij de horizontale, brede romp in evenwicht gehouden werd door een korte, zware staart. De voorpoten waren heel klein. De prooi werd aangevallen met de grote, zwaargebouwde kop. Uitgerust met lange tanden en zware spieren konden de kaken een enorme bijtkracht uitoefenen. Tyrannosaurus joeg op grote plantenetende dinosauriërs, waarvan sommige, zoals Triceratops en Ankylosaurus, zich goed wisten te verdedigen zodat ze snel met enkele krachtige beten uitgeschakeld moesten worden.
T. rex was warmbloedig en ademde met behulp van luchtzakken die voortdurend verse lucht in één richting door de longen persten. Hoewel de volwassen dieren schubben hadden, bezaten de jongen waarschijnlijk een primitief verenkleed om warm te blijven. Tyrannosaurus kon vrij snel stappen, maar de geleerden zijn het er niet over eens of hij gezien zijn hoge gewicht ook kon rennen. De meesten denken dat hij wel een echt roofdier was en geen aaseter, zoals soms wordt gesteld. Tyrannosaurus werd uitgeroeid tijdens het massale uitsterven op het eind van het Krijt. Hij was daarmee een van de laatste dinosauriërs van het Mesozoïcum.
Tyrannosaurus is vermoedelijk de bekendste van alle dinosauriërs geworden doordat hij lange tijd is gehouden voor het grootste landroofdier uit de wereldgeschiedenis. De in 1915 ontdekte Spinosaurus uit Egypte bleek echter groter. Ook de in 1993 in Argentinië opgegraven Giganotosaurus was vermoedelijk iets langer.
Ontdekkingsgeschiedenis en naamgeving Eerste vondsten thumb|Cope vond de eerste botten van Tyrannosaurus De eerste resten van Tyrannosaurus werden vermoedelijk in 1874 gevonden door Arthur Lakes bij Golden in Colorado.Breithaupt, Brent H.; Elizabeth H. Southwell and Neffra A. Matthews (2005). "In Celebration of 100 years of Tyrannosaurus Rex: Manospondylus Gigas, Ornithomimus Grandis, and Dynamosaurus Imperiosus, the Earliest Discoveries of Tyrannosaurus Rex in the West", Abstracts with Programs. 37. 2005 Salt Lake City Annual Meeting. Geological Society of America. pp. 406. https://web.archive.org/web/20110806161154/http://gsa.confex.com/gsa/2005AM/finalprogram/abstract_96150.htmBreithaup, B.H.; Southwell E.H., Matthews N.A., 2006, "Dynamosaurus Imperiosus and the earliest discoveries of Tyrannosaurus Rex in Wyoming and the West", New Mexico Museum of Natural History and Science Bulletin 35: 257–258 Het betrof hier echter slechts een tand, specimen YPM 4192, die foutief toegeschreven werd aan Deinodon en nooit is beschreven.Breithaupt, B.H. Southwell E.H. and Matthews, N.A., 2008, "Wyoming's Dynamosaurus imperiosus and Other Early Discoveries of Tyrannosaurus rex in the Rocky Mountain West", In: Larson and Carpenter (eds.). Tyrannosaurus rex: The Tyrant King. Indiana Univ Press Edward Drinker Cope vond in 1892 de eerste zekere skeletdelen, specimen AMNH 3982 bestaande uit twee wervels, in South Dakota en benoemde ze als Manospondylus gigas waarvan hij overigens dacht dat het een plantenetende ceratopide betrof.Cope, E.D., 1892. "Fourth note on the Dinosauria of the Laramie", American Naturalist 26: 756-758 Dit zou de geldige naam moeten zijn, maar omdat de vondst voor 1899 gedaan werd en de naam nooit meer gebruikt is voor andere restanten, wordt ze gezien als een niet geldige nomen oblitum, een 'vergeten naam'. In 1890 werden nog meer resten van een grote theropode, specimen USNM 2110 bestaande uit een aantal voetbeenderen, opgegraven door John Bell Hatcher bij de Cow Creek in Wyoming, maar deze werden dat jaar door Othniel Charles Marsh foutief toegeschreven aan Ornithomimus, als een O. grandis. In 1896 wees hij er nog een achterpoot, USNM 8064, en een bekken, USNM 6183, aan toe. Deze fossielen zijn later kwijtgeraakt; hoewel ze er vaak mee in verband zijn gebracht, is het onzeker of ze aan Tyrannosaurus toebehoorden, want ze stamden uit het Campanien.
Tyrannosaurus rex wordt benoemd left|thumb|De eerste illustratie van het skelet, uit 1905, door William Diller Matthew De soort Tyrannosaurus rex werd in 1905 benoemd en beschreven door Henry Fairfield Osborn, directeur van het American Museum of Natural History, op basis van holotype CMN 9380 (eerst AMNH 973), een gedeeltelijk skelet in juli 1902 in Montana gevonden door Barnum Brown op de Sheba Mountain bij Fort Peck in Garfield County. Brown was eigenlijk, samen met Richard Swann Lull, door Osborn uitgestuurd om in de Hell Creek-formatie een volledig skelet van Triceratops te zoeken.Lowell Dingus and Mark Norell, 2010, Barnum Brown — The Man Who Discovered Tyrannosaurus Rex University of California Press pp 368 De beenderen bevonden zich in zeer harde zandsteen die eerst met dynamiet werd gebroken. De botten werden daarna met schellak en gips beschermd om op een door vier paarden getrokken houten slede naar de dichtstbijzijnde weg te worden gesleept. In dezelfde publicatie werd een tweede fossiel van Tyrannosaurus beschreven, specimen AMNH 5866, een iets completer skelet met zwaar beschadigde schedel door Brown begin oktober 1900 bij de Seven Mile Creek, een zijwater van de rivier de Cheyenne, in Weston County, Wyoming, gevonden dat als de soort Dynamosaurus imperiosus benoemd werd. Vaak is gesteld dat alleen doordat de naam Tyrannosaurus op een eerdere pagina van het artikel voorkomt, het de geldige naam is. In werkelijkheid maakte Osborn in 1906, toen hij besefte dat beide vormen identiek waren, zelf de keuze voor Tyrannosaurus; als eerste die de naamgeving herzag, had hij daartoe het recht. Osborn had eerst gedacht dat Dynamosaurus met pantserplaten op de rug was uitgerust, maar later bleek dat Brown 77 losse beenschubben van vermoedelijk Ankylosaurus, AMNH 5866/BM R8001, bij vergissing met het theropodenskelet in verband gebracht had, hoewel Osborn tot 1917 zou volhouden dat ze toch bij Tyrannosaurus hoorden. Een andere oorspronkelijke misvatting was dat Osborn een deel van de lange voorpoot van een plantenetende ornithopode aan Tyrannosaurus toewees. Brown had de echte arm al gevonden, maar Osborn kon eerst niet geloven dat die zo kort was. Zelfs toen die fout hersteld was, werd een tijd lang abusievelijk aangenomen dat de hand drie vingers droeg in plaats van twee.
De geslachtsnaam Tyrannosaurus betekent: 'tiranhagedis' of 'tiransauriër', een combinatie van het Klassiek Griekse τύραννος (tyrannos), 'alleenheerser', en σαῦρος (sauros), 'hagedis'; de soortaanduiding rex is Latijn voor 'koning'. 'Saurus' is een algemene aanduiding voor alle sauriërs en wijst niet op een, in feite niet aanwezige, speciale verwantschap met de hagedissen. De soortnaam was bedoeld om als één geheel gelezen te worden, dus als 'Koning van de Tiransauriërs'. Net als Dynamosaurus imperiosus, 'heersende krachtsauriër', was het een opzettelijk grandioze beschrijving. Osborn was namelijk een aanhanger van de indertijd populaire leer van de orthogenetica, die meende dat in de erfelijke eigenschappen van diergroepen 'evolutionaire trends' ingebouwd waren die richting gaven aan hun evolutie. Tyrannosaurus zou volgens hem het eindpunt en hoogtepunt geweest zijn van een trend tot toenemende lichaamsgrootte bij de theropoden. thumb|Het eerste ontwerp, door Erwin S. Christman, voor een opstelling bij het AMNH Osborn had zich gehaast de soort te benoemen, zelfs nog voordat zijn medewerkers Paul Miller en Peter Kaisen het holotype geprepareerd hadden, omdat hij wist dat in 1902 een team van het Carnegie Museum onder leiding van Olaf Peterson bij de Schneider Creek in Niobrara County, Wyoming, een derde gedeeltelijk skelet gevonden had, CMNH 1400, en hij vreesde dat men hem voor zou zijn. In 1908Sommige bronnen geven foutief 1906 of 1907 als jaar van de vondst vond Brown bij Near Dry Creek een vierde skelet in McCone County, Montana, AMNH 5027, dat voor bijna de helft compleet was. Voor het eerst had men nu een goed beeld van het dier en vooral van de schedel.Osborn, H.F., 1912, "Crania of Tyrannosaurus and Allosaurus", Memoirs of the American Museum of Natural History, 1: 1–30 Bijna alle beschrijvingen en afbeeldingen van Tyrannosaurus in de twintigste eeuw zijn op dit skelet gebaseerd. Vanwege deze vondst plande Osborn in 1913 een spectaculaire opstelling in zijn museum van een vechtend paar tyrannosauriërs, het holotype in een ineengedoken houding en AMNH 5027 daarbovenuit torenend,Osborn, H.F., 1913, "Tyrannosaurus: restoration and model of the skeleton", Bulletin of the AMNH 32(4): 91-92 maar geldgebrek dwong hem de opstelling in 1912 van een enkel skelet, AMNH 5027, te handhaven. Dat was echter al indrukwekkend genoeg en Tyrannosaurus werd onmiddellijk populair bij het grote publiek als 'grootste roofsauriër'. De opstelling toonde Tyrannosaurus in een sterk opgerichte positie. Dat was niet omdat men niet wist dat de normale positie meer horizontaal was, maar om de belasting te beperken van de stalen beugels die het skelet overeind hielden. Veel illustraties namen de onjuiste houding echter over die ook overeenkwam met de toen gangbare wijze van afbeelden van tweevoetige dinosauriërs.
Latere vondsten
thumb|Het meest complete exemplaar van Brown: AMNH 5027, in zijn in 1996 verbeterde horizontale opstelling. De schedel is een afgietsel In de tijd van Brown werden er, naast wat losse beenderen, in totaal vier min of meer complete skeletten ontdekt, maar daarna vertraagde de vondstfrequentie sterk. Instellingen waren er niet zo happig op om een plaats te zoeken voor dergelijke onhandelbare geraamten en misten ook het geld om nieuwe expedities op touw te zetten. Het AMNH verkocht het holotype zelfs in december 1941 voor $ 7000 aan het Carnegie Museum in Pittsburgh – overigens niet zoals Brown later beweerde uit vrees voor bombardementen op New York – en AMNH 5866 na de oorlog aan het British Museum of Natural History te Londen, waar het nu het inventarisnummer BMNH R7994 heeft. In 1942 werd in Montana een klein specimen ontdekt, CMN 7541, maar dit werd voorlopig gezien als een exemplaar van Gorgosaurus. Een vrij gaaf exemplaar in 1946 door Charles Mortram Sternberg in Canada ontdekt, RTMP 81.2.1, de Huxley T. rex, werd niet eens door hem opgegraven.
Aan het gebrek aan interesse voor Tyrannosaurus kwam een eind door de 'dinosauriërrenaissance': de sterk toegenomen belangstelling voor dinosauriërs in het algemeen, vanaf het begin van de jaren zeventig. Musea en andere instituten wilden nu juist heel graag een echt exemplaar hebben als publiekstrekker. Een fossiel van Tyrannosaurus is tegenwoordig een zeer aanzienlijk bedrag waard en commerciële bedrijven zijn actief op zoek naar nieuwe skeletten. Deze situatie is geleidelijk zo gegroeid. In 1966 ontdekte loodgieter Harley Garbani een zeer grote schedel, LACM 23844, en in 1967 archeoloog William McMannis schedel MOR 008, maar dat bleven geruime tijd de enige belangrijke als zodanig onderkende vondsten. LACM 23844 zou later gedetailleerde informatie verschaffen over de afzonderlijke schedelbotten omdat die los bewaard waren gebleven. left|thumb|MOR 555, Wankel rex