thumb|Station Brussel-Luxemburg. thumb|Brussel, Paleis van Prins Filips, thans het Rekenhof. Gustave Jean-Jacques Saintenoy (Brussel, 6 februari 1832 — Schaarbeek, 17 januari 1892) was een Belgische architect. Alhoewel hij bouwde in de meest uiteenlopende stijlen (eclectisme), al naar gelang de smaak van zijn opdrachtgevers, bleef zijn voorkeur toch gaan naar de stijl van zijn leermeester Tieleman Franciscus Suys: een sobere neo-classicistische stijl.
Leven Gustave Saintenoy studeerde aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Brussel, en behaalde daar in 1852 de eerste prijs voor architecturale compositie. In die periode werkte hij tegelijkertijd in de werkplaats van architect Felix Janlet, alwaar hij kennis maakte met Janlet's medewerker Hendrik Beyaert. Later werkte hij in het atelier van de bekende architect Jean-Pierre Cluysenaar. Daar kreeg hij, eind jaren vijftig, onder meer de opdracht om de bouw van de zogenaamde 'Église de fer' in Ohain op te volgen als conducteur.
In 1854 ontwierp Saintenoy het station Brussel-Luxemburg, op het Luxemburgplein in de Leopoldswijk. Van dit gebouw is alleen de voorgevel in zijn oorspronkelijke staat bewaard gebleven. De overige delen werden verbouwd bij de constructie van een nieuw ondergronds station aan het einde van de 20-ste eeuw.
Alhoewel hij van bescheiden afkomst was, kreeg hij het vertrouwen van J.-P. Cluysenaar en kon hij in 1861 huwen met Adèle Clothilde (31 augustus 1834 — 15 augustus 1901), zijn dochter. In 1862 ontsproot uit dit huwelijk een eerste zoon, Paul Saintenoy, die voor hetzelfde beroep als zijn vader koos en eveneens een befaamde bouwmeester werd.
De eerste grote opdracht won Gustave Saintenoy na een beperkte prijskamp: de Stadsschouwburg Brugge (1866 - 1869). Bijna tegelijkertijd werd hem een grootse opdracht in de schoot geworpen toen hij aangeduid werd om het bestaande Hôtel de Templeuve op het Koningsplein uit te breiden tot het Paleis van de graaf van Vlaanderen, Prins Filips van België, broer van koning Leopold II. Deze opdracht zou hem nooit verlaten, want het paleis werd voortdurend vergroot wat hem de titel 'architect van Z.K.H. Mgr. Graaf van Vlaanderen' opleverde, die hij tot op het einde van zijn leven zou voeren.
Naast deze opdracht bouwde Gustave talrijke stadswoningen en -paleizen in de binnenstad van Brussel, waarvan de meeste helaas verdwenen zijn. Ook zijn eigen woning gelegen op de Paleizenstraat te Schaarbeek, gebouwd in een sobere neo-classicistische stijl, werd in 1957 afgebroken om plaats te maken voor de meubelwinkel Meurop ontworpen door architect Walter Bresseleers, thans heel passend omgebouwd tot de 'Faculteit Architectuur' geïntegreerd binnen de KU Leuven.
Gustave overleed tamelijk jong, nog net geen 60 jaar oud, en werd ter aarde besteld op de begraafplaats van Schaarbeek.
Belangrijkste werken 1855: Station Brussel-Luxemburg, Luxemburgplein, Brussel (ten dele bewaard); 1861: Hotel Antoon Dansaert, Wetstraat, Brussel (thans gesloopt); 1861–1864: IJzeren kerk of Église Notre-Dame d'Argenteuil (Ohain, Waals-Brabant) (in samenwerking met architect J.P. Cluysenaar) (thans gesloopt); 1866–1868: uitbreiding van het Paleis van de Graaf van Vlaanderen, Brussel (in samenwerking met architect Clément Parent); 1867–1869: Stadsschouwburg, Brugge; 1868–1870: Cassel-bank, Broekstraat, Brussel (thans gesloopt); 1870: Cité du Travail, Onze-Lieve-Vrouw van Vaakstraat, Brussel; 1872: Magasin du Dôme des Halles, Brussel (thans gesloopt); 1873: Herenhuis met kariatiden, Regentschapstraat, Brussel; 1873–1874: School voor onderwijzeressen, Strostraat, Brussel; 1874–1877: Kasteel Les Amerois, Bouillon; 1891: Provincieraadsgebouw, Hasselt (Ontwerp van Gustave Saintenoy, praktische uitvoering door zijn zoon: Paul).
Categorie:Belgisch architect