thumb|thumbtime=2:30|Oort en de Sterrewacht Leiden in het Polygoonjournaal 1961. thumb|Oort met collega's te paard op zoek naar een geschikte plaats voor de European Southern Observatory, El Morado, Andes, Chili, juni 1963. thumb|Dwingeloo Radiotelescoop, 2007. thumb|Westerbork Synthese Radio Telescoop, 2007. Jan Hendrik Oort (Franeker, 28 april 1900 – Wassenaar, 5 november 1992informatie Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen + Leidsch Dagblad d.d. 7 november 1992. Gearchiveerd op 8 maart 2022.) was een Nederlands astronoom. Hij was een belangrijke pionier en stimulator van de radioastronomie. De Oortwolk is naar hem vernoemd.
1900-1940 Oort werd in Franeker geboren. Zijn ouders waren de arts en psychiater Abraham Hermanus Oort en Ruth Hannah Faber. De grootvader van Oort, Henricus Oort was hoogleraar theologie en van 1892-1893 rector magnificus van de Universiteit Leiden. Het gezin verhuisde al vroeg naar Oegstgeest. Hij doorliep de Leidse HBS. In 1917 ging hij aan de Rijksuniversiteit Groningen studeren bij Jacobus Cornelius Kapteyn; hij behaalde hier in 1921 zijn doctoraalexamen in de astronomie. Na zijn afstuderen bleef hij voor een jaar nog bij deze universiteit in de functie als onderzoeksassistent, maar ging daarna voor twee jaar werken bij het observatorium van de Yale-universiteit (Connecticut, VS). In 1924 werd hij door Willem de Sitter naar de Rijksuniversiteit Leiden gehaald. Hier ging hij werken bij de Leidse Sterrewacht, om vervolgens de rest van zijn leven er te verblijven (uitgezonderd korte periodes van sabbatsjaren en gedurende de Tweede Wereldoorlog). In 1926 promoveerde hij cum laude aan de Rijksuniversiteit Groningen bij Pieter van Rhijn op het proefschrift getiteld "The stars of high velocity".
Jan Oort trouwde in 1927 met Mieke Graadt van Roggen (1906-1993) met wie hij drie kinderen kreeg: 2 zonen (Coen en Abraham) en 1 dochter (Marijke).
Oort vond in 1927 het bewijs voor de theorie van Bertil Lindblad dat de Melkweg roteert (zie differentiële rotatie). Hij deed dat door de beweging van verre sterren te analyseren. Aan de Rijksuniversiteit Leiden werd hij in 1930 lector en nadat de Deen Ejnar Hertzsprung na het plotselinge overlijden van De Sitter in 1934 hoogleraar/directeur van de Leidse Sterrewacht was geworden, kreeg Oort een benoeming als hoogleraar. Zijn oratie in 1935 had de eenvoudige titel "De bouw der sterrenstelsels". In de jaren dertig en veertig werd zijn belangstelling gewekt voor radiostraling in het heelal.
In 1935 werd Oort gekozen tot algemeen secretaris van de Internationale Astronomische Unie (IAU), en in 1937 werd hij verkozen tot lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW).
In 1928 werd zijn zoon Coen Oort geboren, die later een belangrijk Nederlands econoom zou worden. Later deelde hij met zijn kleinzoon Marc verscheidene jaren een kantoor aan de Leidse Sterrewacht.
Oorlogstijd Tijdens de Tweede Wereldoorlog trok Oort zich terug van de sterrenwacht om niet gegijzeld te worden door de Duitsers. In 1942 vertaalde Jan Duyvendak Chinese documenten voor hem over de supernova van het jaar 1054, die de oorsprong bleek van de Krabnevel (SN 1054).
Oorts promovendus Hendrik C. van de Hulst deed in 1944 tijdens een geheime lezing in de Sterrewacht Leiden de voorspelling dat in de radiostraling uit het heelal de 21-cm waterstoflijn gevonden zou worden, die na de oorlog inderdaad werd gevonden en de opkomst van de radioastronomie stimuleerde.
Na de oorlog werd Oort hoogleraar-directeur van de sterrenwacht Leiden. Onder zijn leiding begon de radioastronomie in Nederland. Oort richtte de Stichting Radiostraling van Zon en Melkweg op, een samenwerking van de Leidse en Utrechtse sterrenwachten, de PTT en het natuurkundig laboratorium van Philips. Met een Würzburg-Riese-schotel, een oude radarantenne van de Duitse bezetters, werd bij Radio Kootwijk onderzoek gedaan naar radiostraling vanuit de ruimte.
Dwingeloo, ESO en Westerbork In de jaren vijftig verzamelde hij fondsen voor de bouw van een nieuwe radiotelescoop in Dwingeloo. In 1956 werd deze 25 meter radiotelescoop in gebruik genomen en werd onderzoek verricht naar het centrum van de Melkweg, dat veel actiever bleek dan gedacht. Hij was van 1958 tot 1961 president van de Internationale Astronomische Unie.
Oort richtte in 1962, met onder anderen zijn collega Pieter Oosterhoff Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) op, het samenwerkingsverband van eerst zes en ten slotte zestien landen (in 2019) voor de bouw van een observatorium in Chili. De deelnemers waren in 1967 België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Nederland en Zweden.www.eso.org Member States. Geraadpleegd op 28 maart 2020. Gearchiveerd op 29 maart 2020. In 1970 wijdde Koningin Juliana, eveneens dankzij de inspanningen van Oort, de Westerbork Synthese Radio Telescoop in Westerbork in. Deze telescoop bestond uit twaalf afzonderlijke radiotelescopen, tien vaste en twee verrijdbare. In 1970 ging Oort met emeritaat, maar bleef de rest van zijn leven onderzoek doen naar sterrenstelsels.
In 1946 kreeg hij de Gouden medaille van de Royal Astronomical Society en in 1984 de Balzan Prijs voor astrofysica. In 1987 werd Oort onderscheiden met de Kyoto-prijs voor astronomie; hij was hiermee de eerste (en tot nu toe enige) Nederlander die deze prijs ten deel viel.
Overlijden Jan Hendrik Oort stierf in 1992 te Leiden op 92-jarige leeftijd. Op dit overlijden reageerde de natuurkundige Chandrasekhar als volgt: "The great oak of Astronomy has been felled; and we are lost without its shadow" (De grote eik van de astronomie is geveld, en wij zijn verloren zonder zijn schaduw). De wetenschappelijke en persoonlijke papieren van Jan Oort zijn ondergebracht in de Universiteitsbibliotheek Leiden.
Enkele belangrijke ontdekkingen thumb|Baan van de planetoïde 90377 Sedna ten opzichte van de Oortwolk van kometen (links onder), 2004. 1924: Oort ontdekte dat er om de Melkweg in de buurt nog meer sterren zijn: de halo van de Melkweg. 1927: Oort berekende dat het middelpunt van de Melkweg op een afstand van 30.000 lichtjaar van de aarde lag in het sterrenbeeld Sagittarius en dat een omwenteling om dit middelpunt 200 miljoen jaar duurde. De massa van de Melkweg werd door Oort berekend en hij kwam uit op 100 miljard keer de massa van de zon. De Oortconstanten die de lokale differentiële rotatie van de Melkweg beschrijven, zijn naar hem genoemd. 1932: Oort was na J.C. KapteynKapteyn, J.C. in 'First attempt at a theory of the arrangement and motion of the siderreal system' mei 1922 een der eersten die het bestaan van donkere materie beschreef in 1932. Oort was bezig met het bestuderen van de Melkweg, en bedacht als eerste dat de massa van het stelsel groter moest zijn dan louter de zichtbare massa. De berekeningen van Oort bleken foutief te zijn, maar Fritz Zwicky bewees het idee van Oort in 1933. 1942: Een andere belangrijke bijdrage was dat hij aantoonde dat de Krabnevel een overblijfsel van een supernova-explosie was, en dat het licht gepolariseerde synchrotronstraling is, zoals door Iosif Samuilovich Shklovskii voorspeld. 1950: Oort opperde de hypothese dat kometen een gemeenschappelijke oorsprong hadden. Tegenwoordig heet die oorsprong de Oortwolk. 1954, 1958: Oort publiceerde met onder meer Lex Muller een radiokaart van de spiraalarmen van de Melkweg. 1955: Met Lyman Spitzer Jr. bedacht Oort dat hete O-type sterren gaswolken konden versnellen door ionisatie met UV-straling: het Spitzer-Oortmechanisme 1958?: Met de Australische astronoom Frank John Kerr ontdekte Oort dat in het Melkwegcentrum veel zogenaamde turbulente waterstof bestaat en veronderstelde dat deze turbulentie was veroorzaakt door een massale explosie zo'n tien miljoen jaar geleden. Ook bewees hij dat de Melkweg een snel draaiende schijf is met twee spiraalarmen aan weerszijden van de kern.
Promoties Alle 16 onderstaande promoties met Oort als promotor waren aan de Rijksuniversiteit Leiden.Mathematics Genealogy Project Jan Hendrik Oort. Geraadpleegd op 26 maart 2020. Oort had twee vrouwelijke promovendae.
PromovendusProefschriftJaar#afstammelingenBerkhuijsen, Elisabeth Mabel A Study of the Galactic Radiation and the Degree of Polarization at 820 MHz with Special Reference to the Loops and Spurs 1971Binnendijk, Leendert A Study of Stars in the Pleiades Region, Based on Photographic Magnitudes, Colour-Equivalents, Spectral Types and Proper Motions 1947Burton, William Butler The Sagittarius Spiral Arm and the General Distribution of Hydrogen between 0° and 90° Longitude. Streaming and Geometrical Effects on the Derivation of Density 1970 3Hulsbosch, Adrianus Nicolaas Maria Studies on High-Velocity Clouds 1973Icke, Vincentpromotoren: Hendrik Christoffel van de Hulst met Oort Formation of Galaxies inside Clusters 1972 3Merkelijn, Jeannette Kate A Determination of the Luminosity Function of Radiogalaxies at 400 and 2700 MHz 1970Raimond, Ernst Hydrogen Connected with Two Stellar Associations in Monoceros 1964Rougoor, Gerrit Willem The Neutral Hydrogen in the Central Region of the Galactic System 1964Schmidt, Maarten A Model of the Distribution of Mass in the Galactic System 1956 3Shane, William Whitney Observations of Neutral Hydrogen in an Interior Region of the Galaxy and the Structure and Kinematics of the Scutum Spiral Arm 1971 6Spoelstra, Titus Adrianus Thomascopromotor Harry van der Laan Linear Polarization in the Galactic Spurs at 1415 MHz 1972Van der Kruit, Pieter Corijnus Evidence for Past Activity in the Galactic Nucleus 1971 34Van Herk, Gijsbert Eenige uitkomsten van de waarnemingen in de jaren 1931-1933 te Equator gedaan voor de verbetering van het declinatiesysteem van Boss 1936Van Houten, Cornelis Johannes Surface Photometry of Extragalactic Nebulae 1961Van Woerkom, Adrianus Jan Jasper On the Origin of Comets 1948Woltjer, Lodewijk The Crab Nebula 1957 35
Eerbewijzen Bruce Medal van de Astronomical Society of the Pacific in 1942 Gouden medaille van de Royal Astronomical Society in 1946 Janssen Medal van de Académie des sciences in 1946 Prix Jules-Janssen van de Société astronomique de France in 1947 Henry Norris Russell Lectureship van de American Astronomical Society in 1951 Gouden Ganzenveer in 1960 Vetlesen Prize in 1966 Jansky Prize van de National Radio Astronomy Observatory in 1967 Karl Schwarzschild Medal van de Astronomische Gesellschaft in 1972 ADION medal van de Association pour le Développement International de l’Observatoire de Nice in 1978 Balzan Prize in 1984 Kyoto Prize van de Inamori Foundation in 1987 Planetoïde 1691 Oort is naar hem vernoemd en werd op 9 september 1956 ontdekt door K. Reinmuth, zie de lijst van planetoïden 1001-2000 Oortlezing, een lezing die sinds 1990 jaarlijks gegeven wordt in Leiden door een vooraanstaand astronoomhttps://www.universiteitleiden.nl/dossiers/lezingen-bij-science/oortlezing.
Publicaties Een onvolledige lijst:Zie ook ui.adsabs.harvard.edu Ads Abs Astrophysics Data System. Voor 228 resultaten Zoek op: author:"Oort, J.H.". Geraadpleegd op 28 maart 2020. Gearchiveerd op 30 maart 2020. 1922: Some Peculiarities in the Motion of Stars of High Velocity, Bull. Astron. Inst. Neth. 1, 133–37 (1922). Bulletin of the astronomical institutes of the Netherlands. 1926 The Stars of High Velocity, (Thesis, Groningen University) Publ. Kapteyn Astr. Lab, Groningen, 40, 1–75 (1926). Asymmetry in the Distribution of Stellar Velocities, Observatory 49, 302–04 (1926). Non-Light-Emitting Matter in the Stellar System, openbare lezing of 1926, herdrukt in The Legacy of J. C. Kapteyn, ed. by P. C. van der Kruit and K. van Berkel (Kluwer, Dordrecht, 2000) [abstract]. 1927: Observational Evidence Confirming Lindblad’s Hypothesis of a Rotation of the Galactic System, Bull. Astron. Inst. Neth. 3, 275–82 (1927).