Johan Grimonprez (Roeselare, België, 1962) is een Belgische videokunstenaar, regisseur en curator. Hij is vooral bekend door zijn films Dial H-I-S-T-O-R-Y, Double Take en Soundtrack to a Coup d'Etat. Hij wordt onder andere geïnspireerd door Walter Benjamin, Jorge Luis Borges en Don DeLillo.

Grimonprez levert kritiek op de manipulatie door de media"an attempt to make sense of the wreckage wrought by history" ("een poging om betekenis te genereren uit de ravage volbracht door geschiedenis" en hun invloed op de loop van de geschiedenis. Hij buigt zich ook over de relatie tussen de individuele en de doorsnee-afbeelding, zapgedragzappen als “an extreme form of poetry” (een extreme vorm van poëzie) en de bevraging van onze eensluidende realiteit.Grimonprez definieert deze als: “a reality that is entangled with the stories we tell ourselves in the worldview we agree on sharing” ("een werkelijkheid die verstrengeld is met de verhalen die we onszelf vertellen over een wereldbeeld waarvan we ermee ingestemd hebben om deze met elkaar te delen") Grimonprez stelt dat "Hollywood de realiteit lijkt voor te zijn"“Hollywood seems to be running ahead of reality”: de wereld is dusdanig overspoeld door mediabeelden waardoor men zich tot de aanslagen van 11 september verhoudt aan de hand van de geprojecteerde beelden. Op deze manier kwam fictie terug om ons als realiteit te achtervolgen.“A perpetual distraction, this illusion of abundance staged by techno-magic hid the ugly face of an info-dystopia. Images of Abu Ghraib, 9/11, swine flu, the BP Gulf oil spill and the economic crisis composed our new contemporary sublime” ("de illusie van overvloed, opgezet door ‘techno-magic’, is een eeuwigdurende afleiding en verbergt het lelijke aangezicht van een ‘info-dystopia’. Beelden van Abu Ghraib, 11 september, Mexicaanse griep, de uitstroming van BP Golf olie en de economische crisis stelde ons nieuwe hedendaagse sublieme (wereldbeeld) samen").

Biografie Na zijn studie culturele antropologie vervolgde Grimonprez met Fotografie en Mixed Media aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Gent. Daarna behaalde hij een MFA in Video & Mixed Media aan de School of Visual Arts in New York. In 1993 werd Grimonprez toegelaten tot het Whitney Museum Independent Study Program, waarna hij zich verder bekwaamde aan de Jan van Eyck Academie in Maastricht. In 1993 werkte Grimonprez aan de serie Besmette Stad voor het Belgische televisieprogramma Ziggurat.

In 1997 maakte hij zijn intrede in de internationale kunstscene met Dial H-I-S-T-O-R-Y op documenta X in Kassel na de première in het Musée National d’Art Moderne in Parijs. Hij wordt vertegenwoordigd door Sean Kelly Gallery in New York die onder meer instond voor Deitch Projects in 2000 en We never tell everything, we always keep something for the next anthropologist in de Yvon Lambert Gallery in 2004. In Europa wordt Grimonprez vertegenwoordigd door de Galerie Kamel Mennour in Parijs die onder andere Are You Ready for TV? in het Museu d'Art Contemporani de Barcelona organiseerde in 2010.

In 2007 kreeg hij zijn eerste retrospectieve in de Pinakothek der Moderne in München: Johan Grimonprez – Retrospective 1992-2007. In 2010 volgde met Johan Grimonprez een tweede retrospectieve in de Fruitmarket Gallery in Edinburg.

In 2011-2012 organiseerde het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst in Gent de eerste grootschalige retrospectieve in zijn geboorteland: It’s a Poor Sort of Memory that Only Works Backwards. ArtForum beschreef deze tentoonstelling als "een onbekend archief [...] van de perceptie van fragmenten tot de bewustwording van een gemeenschappelijke mentaliteit, van een woordenstroom tot aan het aftekenen van een heus discours".“an unfamiliar archive [...] from the perception of fragments to the awareness of a common mentality, from the multiplicity of words to the emergence of a discourse” Kunstenaars, waaronder Roy Villevoye, Jan Dietvorst en Adam Curtis, waren uitgenodigd om bij te dragen aan de overzichtsexpositie. Een prominent aspect in Grimonprez’ werk is de lucht: "een canvas waarop men altijd zijn mystieke aspiraties, zijn politieke en economische worsteling en zijn poëtische verbeelding heeft geprojecteerd. Ze zonderen ruimtes af waarin de échte geschiedenissen van hedendaagse maatschappijen zijn verweven."“A canvas on which man has always projected his mystical aspirations, his political and economic struggles, and his poetic imaginings. They abstract spaces into which the very real histories of contemporary societies are woven.”

Volgens ArtForum volgt de kritische dimensie in Grimonprez’ werk direct na het "esthetische van ramp en terreur en de deugden van kanaalsurfen om de kijker in een staat van authentieke fascinatie onder te dompelen."“aesthetic of distaster and terror and the virtues of channel surfing in order to plunge the viewer into a state of genuine fascination.” Door gebruik te maken van herhaling en vertraging werkt Grimonprez naar een tweede glimp toe; een ‘double take’ – net als in zijn langspeelfilm Double Take (2009) en "de staat van verwarring waarin we worden vastgehouden door de mediamachine."“the state of confusion in which we are kept by the media machine.” ArtForum stelt dat Grimonprez "ons niet hekelt met beschuldigingen maar eerder suggereert dat we kortsluiting van deze machine, waar we korte fragmenten van opvangen, heroverwegen.“"[Grimonprez] does not harangue us with denunciations but rather suggests that we reconsider the short circuits of this machine, of which we briefly catch glimpses.” It’s a Poor Sort of Memory that Only Works Backwards werd in 2011 ook tentoongesteld in het Blaffer Art Museum in Houston.

Films Kobarweng Or Where is Your Helicopter? (1992) Deze korte documentaire over een geïsoleerd dorpje in het hoogland van Nieuw-Guinea combineert archiefmateriaal en gesproken geschiedenis. Grimonprez verbeeldt de eerste ontmoeting tussen de mensen van Irian Yaya en het wetenschappelijke team met antropologen van de Nederlandse Sterrengebergte Expeditie. De confrontatie met het team en hun helikopter bracht een schok teweeg die het wereldbeeld van de dorpsbewoners op de kop zette. De gebeurtenis trad hun taal binnen: weng betekent 'waar' en kobar 'vliegtuig'.

De titel verwijst naar de eerste vraag die Grimonprez werd gesteld door een lokale bewoner toen hij aankwam in het dorpje Pepera. De filmbeelden zijn gecombineerd met geluidsopnames van observaties en opmerkingen uit interviews met antropologen, verslagen van ooggetuigen en de herinneringen van de Hooglanders aan de momenten van ‘het eerste contact’ tussen de witte indringers (missionarissen, goudzoekers, antropologen, avonturiers) en de lokale bewoners: "We vertellen nooit alles, we bewaren altijd iets voor de volgende antropoloog"“We never tell everything, we always keep something for the next anthropologist” – ze zijn zo vrij dit aan Margaret Mead te bekennen, terwijl een andere getuige opmerkt: "We noemden de witten ‘mensen van zeep’, maar hun uitwerpselen stonken net zoals de onzen."“We calles the whites ‘people from soap’, but their shit smelled the same as ours” De film wisselt de rollen tussen observant en geobserveerde om: het verlangen van de observerende antropoloog wordt 'exotisch', een object van bezienswaardigheid, gedestabiliseerd door de vragen van de dorpsbewoners. Grimonprez: "'Kobarweng' kijkt op kritische wijze naar de mythe van objectiviteit, de pretentie van een theoretische en wetenschappelijke onthechting van de antropoloog, maar evenzeer in het discours van westerse wetenschap, waar de kijker gevangen zit een vervreemdende houding die zijn of haar onderwerp overstijgt."“'Kobarweng' critically considers the myth of objectivity, the pretence of an epistemic and scientific detachment maintained not just by the anthropologist, but throughout the discourse of western science, where the observer finds himself caught in an alienated position of transcendence over his/her subject.”

In 1994 maakte Grimonprez een installatie die verder inging op de thema's van 'Kobarweng'. It Will Be All Right If You Come Again, Only Next Time Don’t Bring Any Gear, Except Tea Kettle ... verbeelde in vijf kanalen onder andere de ontmoeting tussen verschillende groepen in 1939 en de problemen die het neokolonialisme vandaag veroorzaakt. De provincie is bezet door het Indonesische leger en volgens een verslag van een rechtenstudent van de Yale-universiteit "kan er weinig twijfel bestaan over het feit dat de Indonesische regering betrokken is bij een systematisch patroon van handelen dat resulteerde in het kwetsen van een groot deel van de inheemse bevolking van West-Papua."“there can be little doubt that the Indonesian government has engaged in a systematic pattern of acts that had resulted in harm to a substantial part of the indigenous population of West Papua” Amnesty International vond dat er geen efficiënte middelen waren voor het volk om klachten in te dienen tegen de politie, die inbreuk maakte op internationale wetten en standaarden.

Dial H-I-S-T-O-R-Y (1997) Deze essayistische film toont de geschiedenis van vliegtuigkapingen aan de hand van tv-verslagen. De film begint met de eerste gedocumenteerde kaping in 1931, die van begin af aan beschreven werd als onderdeel van de politieke arena. Dial H-I-S-T-O-R-Y laat zien dat kapingen steeds meer media-aandacht krijgen en steeds dodelijker werden. Live-tv maakte het mogelijk om de kapingen van minuut tot minuut te volgen en vervaagde de lijn tussen entertainment en nieuws. De kaping verliest zijn communicatieve kracht omdat terroristen een manier zoeken om hun worsteling in de geschiedenis te beschrijven en omdat ze verstookt raken van het plaatje dat de media van hun schetst. De kaping werd een symbool van een grens die overschreden is in een politiek ideaal. "Deze studie is van vóór de terroristische aanslagen op 11 september 2001"“This study in pre-Sept. 11 terrorism” wordt doorkruist door passages uit Don DeLillo’s romans Mao II en White Noise, "die een literair en filosofisch ankerpunt aan de film geven".“providing a literary and philosophic anchor to the film”

De verhaallijn van de film is gebaseerd op een fictieve dialoog tussen een terrorist en een romanschrijver. De schrijver beargumenteert dat de terrorist zijn rol in de maatschappij heeft gekaapt: "Er is een vreemde overeenkomst die romanschrijvers en terroristen verbindt. Jaren geleden dacht ik dat een schrijver de mogelijkheid had om het innerlijke leven van een cultuur te kunnen veranderen. Momenteel hebben bommenmakers en wapendragers dit terrein overgenomen."“There’s a curious knot that binds novelists and terrorists. Years ago I used to think it was possible for a novelist to alter the inner life of the culture. Now bomb-makers and gunmen have taken that territory” Wanneer het plot zich verder ontwikkelt, wordt duidelijk dat de groeiende media-aandacht voor terroristische kapingen de terrorist de macht om een binnenwaartse maatschappelijke schok te produceren, van de schrijver heeft ontfutseld. Ze spelen een nulsomspel, waarbij dat "wat de terrorist verovert hetgeen is dat de schrijver verliest".“what the terrorists gain, novelists loose!” Tegen de jaren 90 bestaan er klaarblijkelijk geen individuele kapers meer, "op onze tv-schermen vervangen door staatsgesubsidieerde verhalen over kofferbommen."“replaced on our TV screens by stories of statesponsored suitcase bombs”