miniatuur|Links wissel in Zutphen, onderdeel van een kruiswissel miniatuur|Animatie van een rechts wissel miniatuur|Een M6-stuurstandrijtuig rijdt over wissels tijdens werkzaamheden in Brussel-Zuid. Een wissel is een installatie in een spoorweg om een trein, metro of tram naar een ander spoor te leiden.

Het woordgeslacht van wissel is mannelijk/onzijdig.wissel op woordenlijst.org In het Vlaams spoorjargon zegt men de wissel, maar in het Nederlands spoorjargon zegt men het wissel.

Opbouw van wissels en termen miniatuur|Links het puntstuk, rechts de strijkregel miniatuur|Op hoofdsporen worden de wissels meestal centraal bediend, maar op industriesporen moeten de wissels handmatig worden omgelegd, vroeger door de stoker, nu meestal door de machinist. Het witte gewicht zorgt ervoor dat het wissel stevig in de ingestelde stand blijft liggen. Soms is het gewicht half wit en half zwart; in dat geval moet het wissel na het passeren worden achtergelaten met de witte zijde van het gewicht boven. De bewegende onderdelen die een railvoertuig van het ene naar het andere spoor leiden, worden 'wisseltongen' genoemd. De wisseltongen worden met een wisselsteller in de juiste stand gelegd. Wisselstellers worden meestal elektrisch aangedreven. In de tijd van de klassieke beveiliging werden wisselstellers mechanisch, met trekdraden aangedreven. De beweging van de wisselsteller wordt gewoonlijk door wisselstangen op de wisseltongen overgebracht. Via aparte controlestangen wordt gemeten of de wisseltongen in de goede positie liggen. Ook andere vormen van overbrenging en controle zijn mogelijk, zoals hydraulische overbrenging.

Waar het linkerbeen van het rechterspoor en het rechterbeen van het linkerspoor elkaar kruisen, bevindt zich het puntstuk. Het puntstuk bestaat vrijwel altijd uit één stuk. Bij wissels voor hoge snelheden zijn puntstukken soms beweegbaar.

De rail tegenover het puntstuk is op die plek voorzien van een strijkregel om te garanderen dat elk wielstel bij het puntstuk de ingestelde richting volgt, wat dus ontsporingen voorkomt.

Het berijden van het wissel Rijdt een railvoertuig eerst over de tongen en dan over het puntstuk dan rijdt de trein 'tegen de punt in' en bepaalt de stand van het wissel waar het railvoertuig heen gaat. Rijdt een railvoertuig eerst over het puntstuk en daarna over de tongen dan heet dat 'met de punt mee'.

Openrijden Als het wissel niet in de juiste stand ligt en een railvoertuig het met de punt mee passeert, dan spreekt men van het openrijden van het wissel. Tenzij een wissel openrijdbaar is ontstaat hierbij schade aan de wisselsteller en aan de verbinding tussen wisselsteller en wisseltongen, soms ook aan de tongen zelf. Soms ontspoort een trein bij het openrijden van een wissel.

Openrijdbare wissels hebben wisseltongen die door veren op hun plaats worden gehouden. Een wielflens kan de aangesloten tong dan opzij drukken. Direct na het passeren van een wiel komt de wisseltong weer terug in de oorspronkelijke positie. Openrijdbare wissels kunnen worden toegepast als het treinverkeer niet intensief is en als treinen met lage snelheid passeren. ProRail heeft geen openrijdbare wissels in gebruik. Zulke wissels worden vaak gebruikt bij tramstelplaatsen: op de lijn passerende trams drukken de tong tijdelijk opzij; als een tram over het wissel achteruit rijdt komt hij in de stelplaats terecht. Een openrijdbaar wissel kan ook worden gebruikt in het eindpunt van een tramlijn en als in een dubbelsporige tramlijn een enkelsporige brug voorkomt.

Wisselstanden In de spoorwegbouw en in de spoorwegbeveiliging worden wisselstanden aangegeven als doorgaand of afbuigend. Bij de verkeersleiding wordt de wisselstand aangeduid als linksleidend of rechtsleidend. Als een links wissel linksleidend ligt dan zal een trein die tegen de punt in rijdt naar links afbuigen, ligt een links wissel rechtsleidend dan zal de trein rechtdoor gaan. Een symmetrisch wissel is altijd afbuigend, en links- of rechtsleidend.

De wisselstand kan worden aangegeven door een matrix of wisselsein, maar dit wordt niet altijd nodig geacht.

Verwarming

Als de temperatuur onder een bepaalde waarde daalt, worden de wissels verwarmd om te voorkomen dat de wisseltongen vastvriezen aan de aanslagspoorstaven. Er bestaan drie soorten wisselverwarming: verwarming op aardgas, elektrische verwarming en verwarming met een buis met warm stromend water (vergelijkbaar met de centrale verwarming).

Wisselhoek en snelheid De wisselhoek is de hoek die het puntstuk maakt. De wisselhoek wordt niet aangegeven in graden maar als hoekverhouding. De hoekverhouding is de tangens van de hoek tussen de hartlijnen van het doorgaande en het afbuigende spoor. Hoe scherper de wisselhoek, hoe slanker en langer het wissel, en hoe hoger de snelheid waarmee het wissel bereden mag worden als het in afbuigende stand ligt. In de doorgaande stand is de snelheid over het algemeen begrensd tot de plaatselijk toegestane snelheid. Om de onderhoudbaarheid van het spoor te vergroten beperkt ProRail het aantal typen wissels dat gebruikt mag worden.

+ Wissels in het Nederlandse spoorwegnet Type Hoekverhouding Radius Maximumsnelheidin afbuigende ligging Opmerkingengewoon1:7197 mwordt niet meer toegepast, komt nog voor op enkele oude emplacementen 1:9 195 m wordt alleen toegepast als wissel met 260m radius niet past 260 mstandaardwissel voor ProRail 1:12 465 m standaardwissel voor ProRail 1:15 725 m 80 km/h standaardwissel voor ProRail 1:18 UIC 60 spoorstaven, voor bij zwaarbelaste lijnen 1:18,5 760 m is alleen toegepast op de Betuweroute 1:29 140 km/h standaardwissel voor ProRail, door verlengde tongen geschikt voor 1:34,7 2300 m heeft beweegbaar puntstuk, wordt uitgefaseerd 1:39,173 160 km/h heeft beweegbaar puntstuk; alleen gebruikt in de Utrechtboog Engels 1:9 204 m 40 km/h wordt bij voorkeur niet toegepast in de hoofdbaan1:12400 m60 km/hheeft beweegbaar kruisstuk, komt maar beperkt voor in Nederland symmetrisch 1:9 390 m 50 km/h wordt uitgefaseerd 1:15 1200 m 100 km/h wordt uitgefaseerd 1:20 2000 m 125 km/h wordt uitgefaseerd

Er bestaan ook hogesnelheidswissels met op het afbuigende spoor een maximumsnelheid tot

Speciale wissels Naast het gewone wissel dat hierboven is besproken bestaat er een aantal speciale wissels en combinaties van wissels.

Engels wissel

Legt men twee linkse wissels of twee rechtse wissels met de tongen tegen elkaar, dan zijn er vier verbindingsmogelijkheden, waarvan er een recht is en met een hoge snelheid bereden mag worden. Door deze twee wissels te combineren ontstaat een Engels wissel. Een Engels wissel kost minder ruimte dan twee gewone wissels. Een Engels wissel biedt twee rechte verbindingen.

De constructie is ingewikkelder. Er zijn acht wisseltongen, waarvan er steeds vier tegelijk worden bediend. Doordat een Engels wissel meer bewegende delen heeft dan een gewoon wissel vergt het meer onderhoud.

Een Engels wissel treft men, vanwege de ruimtebesparing, veel op emplacementen aan. Op de vrije baan legt men liever twee gewone wissels met de tongen tegen elkaar, met een recht stuk ertussen.

Kruising miniatuur|Een kruising van twee dubbelsporen bij Newark-on-Trent in Engeland. Het is het enige bestaande voorbeeld van een kruising tussen Britse spoorweglijnen. Een kruising is een railconstructie waarbij twee sporen elkaar gelijkvloers kruisen zonder dat een trein naar een ander spoor geleid kan worden. Het is daarom geen wissel.

Ontspoortong

Een bijzonder wissel is de ontspoortong. Dit is een incompleet wissel met slechts één wisseltong. Als de wisseltong niet aangesloten ligt ontspoort een trein die er overheen rijdt. Ontspoortongen worden gebruikt in situaties waarbij het passeren van een stoptonend sein tot zeer gevaarlijke situaties kan leiden, zoals bij wissel waarbij een zijspoor of een spooraansluiting aansluit op een hoofdspoor. Vóór het wissel in het hoofdspoor kan dan een ontspoortong aangelegd worden. De ontspoortong is altijd gekoppeld met het wissel in het hoofdspoor.

Symmetrisch wissel miniatuur|Een symmetrisch wissel bij Ravenstein, toegang verlenend tot de enkelsporige Edithbrug. Dit wissel mag bereden worden met Een symmetrisch wissel heeft twee afbuigende sporen en geen doorgaand spoor. De hoek van de afbuiging is de helft van de hoek van het puntstuk, waardoor het wissel in beide standen met relatief hoge snelheid bereden kan worden. Het wordt onder andere toegepast bij enkelsporige bruggen in een verder dubbelsporig baanvak.

Driewegwissel Een driewegwissel is een wissel waarbij een spoor zich in drie richtingen splitst. Zo'n wissel is niet helemaal symmetrisch, eigenlijk zijn een links en een rechtsleidend wissel zo dicht op elkaar gebouwd dat ze in elkaar vervlochten zijn. Hierdoor is een extra en afwijkend puntstuk nodig, wat deze wissels duur maakt. Bij de spoorwegen in Nederland en België worden deze wissels zelden toegepast. Bij het tramverkeer worden ze vaker toegepast, zoals bij kruisingen waar trams zowel rechtdoor, links- als rechtsaf moeten kunnen rijden.

Meegebogen wissel Meegebogen wissels liggen in een boog, wat betekent dat ook het doorgaande spoor gebogen is. Ook dit is een kostbaar wissel doordat het een afwijkend puntstuk heeft. Ze worden in Nederland en België zelden of nooit toegepast. Bij modelbouwers zijn ze populair door de ruimtebesparing.

Benamingen van combinaties van wissels Wisselstraat miniatuur|Wisselstraat in Brussel Zuid Bij grote stationsemplacementen liggen vaak meerdere wissels na elkaar. Men spreekt dan van een wisselstraat. Wisselstraten ontstaan bijvoorbeeld als meerdere sporen gekruist moeten kunnen worden.

Overloopwissel

Een overloopwissel is een combinatie van twee gewone wissels die het mogelijk maken om op een spoorbaan met twee sporen van het ene op het andere spoor 'over te lopen'. Deze wissels zijn gekoppeld, dat wil zeggen dat de wissels altijd op dezelfde wijze gesteld liggen: of beide afbuigend, of beide doorgaand.

Kruiswissel

Een kruiswissel is een combinatie van twee overloopwissels, ofwel van vier gewone of Engelse wissels, met in het midden een kruising. Een kruiswissel moet niet verward worden met een Engels wissel. Een kruiswissel treft men vaak aan op emplacementen. Op de vrije baan geeft men de voorkeur aan twee overloopwissels.

Vrijbalk Tussen de uiteengaande sporen van een wissel ligt in Nederland haast altijd een witte balk, de vrijbalk, die aangeeft tot waar een spoorvoertuig veilig geplaatst kan worden zonder verkeer op het andere spoor in gevaar te brengen.

Sanering Bij de sanering van wissels worden wissels die niet per se nodig zijn verwijderd. Volgens ProRail zijn emplacementen ontworpen voor fijnmazig goederenvervoer en beperkt reizigersvervoer, terwijl de behoefte nu fundamenteel anders is. Daarom heeft ProRail emplacementen herbouwd volgens nieuwe ontwerpen met veel minder wissels. Minder wissels geven ook minder kans op storingen. Daartegenover staat dat een emplacement met weinig wissels minder mogelijkheden biedt om een defect spoor of een defecte trein te omzeilen.

Tram miniatuur|Licht dat de wisselstand aangeeft (Praag) miniatuur|Het eigenlijke tramwissel is buiten de overweg geplaatst.