Magie of toverij is de vermeende kunst van het manipuleren van de werkelijkheid met behulp van speciale objecten, spreuken en rituelen op basis van verborgen krachten. Mensen die in magie geloven, zijn ervan overtuigd dat het een oplossing biedt voor problemen met bijvoorbeeld vruchtbaarheid, gezondheid, veiligheid en het liefdesleven en dat het meer controle geeft over de natuur en het menselijk leven. Magie kan net als religie en wetenschap het wereldbeeld van een bepaald volk op een bepaald tijdstip mede bepalen.Encyclopædia Britannica online: "Magic", Conclusion'.

Magie berust op drie pijlers. De eerste pijler betreft de magiërs, de specialisten met een speciale status. De tweede pijler zijn de magische handelingen, de in de traditie gewortelde rituelen en daarmee verbonden voorschriften en symbolen. Ten slotte zijn er de met de handelingen van de magiër overeenstemmende magische voorstellingen van de werkelijkheid, de ideeën en geloofsovertuigingen dus van de magie.

Bij magie kunnen verschillende functies worden onderscheiden. De instrumentele functie betreft het beoogde resultaat van de uitgeoefende magie, zoals het bevorderen van de jacht, de bescherming tegen natuurgeweld en het benadelen van bepaalde personen. De expressieve functie betreft de sociale waarde van de rituelen: met hun symbolische en sociale betekenissen drukken zij normen en waarden van een bepaalde samenleving uit en versterken zij de samenhang binnen de groep.

Er bestaan tal van typen magie, waarbij bijvoorbeeld hemellichamen (astrale magie) of demonen (zwarte magie) van belang zijn. Ook kan magie verbonden zijn met uiteenlopende denkstelsels (zoals de neoplatonische magie) of religies (zoals de joodse kabbala).

Magie komt wereldwijd voor sinds de prehistorie. In de westerse cultuur bestaan verschillende vormen van magie die gerelateerd zijn aan uiteenlopende tradities, aan vakgebieden als astrologie en alchemie en aan religieus-filosofische stromingen als het hermetisme, neoplatonisme en de joodse mystiek. Zeker sinds de verlichting wordt magie hier net als andere vormen van westerse esoterie meestal niet geaccepteerd als geldige kennisvorm en wel aangeduid als 'verworpen kennis'.Zie daarvoor Hanegraaff 2012; Hanegraaff 2013, p. 13; K. von Stuckrad, in Von Stuckrad (ed.) 2006, p. 607. Principe 2013, hfdst. 4. In bijvoorbeeld de oude Mesopotamische en Egyptische beschavingen was magie algemeen bekend en werd deze serieus beoefend, ook door priesters. In andere oude en hedendaagse niet-westerse culturen kwam of komt magie eveneens voor, vaak verbonden met een religie of een andere levensbeschouwing, zoals het taoïsme, het hindoeïsme, het boeddhisme, het shintoïsme en Afrikaanse vormen van pantheïsme.

Etymologie Magie is in de zeventiende eeuw in het Nederlands overgenomen uit het Frans en gaat via het Latijn terug op het Griekse magikē (zie ook Mantike), de vrouwelijke vorm van magikos (μαγικός). Daarmee werden magische kunsten aangeduid. Beide Griekse woorden zijn afgeleid van het naamwoord magos (μάγος, meervoud mágoi), dat weer is afgeleid van het Oudperzische maguš. Dit waren zoroastrische priesters die astrologische voorspellingen deden en magische kennis hadden.

Toverij en tovenarij gaan terug op het Middelnederlandse toverie, een afleiding van tover met de betekenis magiebeoefening. Dat kwam van het Oudnederlandse *tōvarDe asterisk geeft in de taalkunde aan dat het woord een reconstructie is en was al in de late middeleeuwen een zeldzaam woord geworden. Mogelijk wordt het woord vermeld in de Lex Salica (achtste eeuw). De Proto-Germaanse vorm, die ook de basis voor het Duitse equivalent is, luidt *taubarōn-. De verdere etymologie is onzeker.

Definiëring Een beknopte definitie van magie is ‘een techniek die de mens in staat stelt [...] gebeurtenissen te beïnvloeden in de subjectieve en/of objectieve werkelijkheid’,Flower 1986, p. 20. door middel van wilskracht en bovenzintuiglijke krachten in zowel het individu als de kosmos.Luck 2006, p. 33. Verdere verfijning van wat magie precies inhoudt hangt van de tijd en de plaats af. Men rekent er bepaalde praktijken en denkbeelden toe.

Beoefenaars van de magie hebben het op verschillende wijzen gedefinieerd. Zo stelde Éliphas Lévi: "de magie is de op overleveringen gegronde wetenschap der natuurgeheimen."Lévi 1926, p. 76. Aleister Crowley daarentegen omschrijft magie als: "de kunst en wetenschap van het bewerkstelligen van verandering in overeenstemming met de wil."

Sinds de negentiende eeuw hebben antropologen, godsdienstwetenschappers, psychologen en sociologen magie onderzocht en geprobeerd te definiëren, en was het ook onderzoeksthema binnen de semiotiek, geschiedenis en letterkunde.Marco Pasi, in Kocku von Stuckrad (ed.) 2006, p. 1134. Magie is echter niet eenvoudig af te bakenen. Dat heeft meerdere redenen. In de eerste plaats neemt magie velerlei vormen aan. Ze is daarmee ‘de grootmeester van vermommingen’.Luck 2006, p. 2 In de tweede plaats is magie op verschillende manieren verbonden met allerlei andere en uiteenlopende tradities. Al in de oudheid was magie gerelateerd aan religie, met haar diverse cultussen en rituelen,.Luck 2006, p. 2. Ook waren er relaties met bepaalde vakgebieden, zoals alchemie, astrologie, geneeskunde en filosofie. In de derde plaats kan in het taalgebruik magie verband houden met uiteenlopende - en verschillend gewaardeerde - termen zoals hekserij, toverij, goochelkunst, waarzeggerij (divinatio) en bijgeloof (superstitio).Zie voor een middeleeuws voorbeeld Kieckhefer 1990, p. 9. Magie en waarzeggerij delen eenzelfde wereldbeeld, maar worden soms van elkaar onderscheiden: 'wat waarzeggerij onthult, lost magie op'.A.K. Guinan (2002), geciteerd door Ulla S. Koch, in Annus (ed.) 2010, p. 45. De scheidslijn tussen magie, religie en wetenschap is en was niet altijd even duidelijk.

Verhouding magie–religie–wetenschap thumb|175px|James George Frazer (1854-1941). Voor de Tweede Wereldoorlog werd magie door een aantal wetenschappers minder genuanceerd beoordeeld dan na die tijd. Lynn Thorndike (1882-1965), die met zijn lijvige reeks boeken History of Magic and Experimental Science in sterke mate bijdroeg aan de bestudering van occulte wetenschappen,Vickers 2003, p. 2. hanteerde nog een strakke tweedeling met aan de ene kant magie en aan de andere kant experimentele wetenschap. Voor hem is magie alles wat geen experimentele wetenschap is.Thorndike 1923, pp. 1-2. Vragen daarbij zijn echter of esoterici niet ook wetenschappers konden zijn, magiërs en alchemisten niet ook experimenteerden enzovoort. De binnen het vakgebied bekendeVolgens W.J. Hanegraaff, in Hanegraaff (ed.) 2006, p. 716. Britse antropologen Edward Burnett TylorPrimitive Culture, 1871. (1832-1917) en James George Frazer (1854-1941) maakten eveneens een rigide onderscheid. In The Golden Bough (hfdst. IV) zette Frazer uiteen dat magie tot het vroegste stadium van de geestelijke ontwikkeling behoort, religie tot het tweede en positivistische wetenschap tot het laatste. Het zijn volgens hem drie afzonderlijke categorieën, die elkaar niet beïnvloeden en geheel verschillend zijn.

Na de Tweede Wereldoorlog kwam kritiek op deze indelingen en werden deze vaker als achterhaald, etnocentrisch en eurocentrisch gezien.Marco Pasi, in Kocku von Stuckrad (ed.) 2006, pp. 1134-1135. Kritiek op de ‘evolutionaire’ opvatting bestond echter al in 1900 met onder andere R.R. Marett: Encyclopaedia Britannica 11e editie, p. 305: Magic. In de ogen van de Franse antropoloog Claude Lévi-Strauss mocht magie niet gereïficeerd (het verstoffelijken van een begrip) worden als aparte categorie naast religie en wetenschap: La Pensée sauvage, 1962.

Wouter J. Hanegraaff, in Wouter J. Hanegraaff (ed.) 2006, p. 718. Marco Pasi spreekt op dit punt ook van postmodernistische invloed. Marco Pasi, in Kocku von Stuckrad (ed.) 2006, pp. 1134. In het onderzoek kwam meer aandacht voor de overeenkomsten en wisselwerking tussen magie, religie en wetenschap. Magie en wetenschap zouden gemeen hebben dat beide gericht waren op het bepalen van wetmatigheden in de wereld en beide zouden meer invloed op die wereld proberen te krijgen.Luck 2006, p. 1. Bovendien is er overlap. In de op genezing gerichte magie en de westerse geneeskunde gaat men uit van wetmatigheden, maar spelen ook (vanuit westers oogpunt) minder rationele benaderingen een rol, respectievelijk bezweringen, gebed en intuïtie.Zie bijvoorbeeld Kieckhefer 1990, p. 1

Volgens antropoloog Claude Lévi-Strauss (1908-2009), die veel onderzoek verrichtte naar culturen van 'primitieve samenlevingen', zou ook het denken in termen van causale verbanden en determinisme niet voorbehouden zijn aan westerse wetenschap, maar ook voorkomen bij magie. Lévi-Strauss geeft een voorbeeld: als een graanzolder instort en op iemands hoofd belandt, dan wordt dit in bepaalde culturen beschouwd als hekserij. Men erkent wel dat instorting hoe dan ook had kunnen gebeuren door bijvoorbeeld termieten, maar dat het juist moest gebeuren toen het slachtoffer in kwestie eronder stond heeft ermee te maken dat iets of iemand juist dat slachtoffer wilde treffen. Dezelfde situatie zou vanuit modern, westers, wetenschappelijk oogpunt als toeval beschouwd worden, en niet in verband worden gebracht met het slachtoffer en magie.Lévi-Strauss 1990, pp. 22-23.

Het onderscheid tussen magie en religie is onscherp en hangt af wat men tot religie en magie rekent. Lévi-Strauss suggereert dat ze elkaar aanvullen. Religie maakt de natuur bijvoorbeeld volgens hem 'menselijker', door het geloof in natuurwezens, antropomorfe goden waarmee gecommuniceerd kan worden en het toeschrijven van gebeurtenissen aan de wil van bepaalde wezens. Magie laat de mens deel uitmaken van de natuur en geeft de mens de gelegenheid daar direct op in te spelen.Lévi-Strauss 1990, pp. 254-255. Luck noemt in zijn Arcana Mundi. Magic and the Occult in Greek and Roman Worlds vier verschillen. Magie zou meer gezien moeten worden als een middel en religie als een doel. Ook zou magie meer dan religie verbonden zijn met manipulatie. Magie zou volgens hem meer directe, individuele behoeften dienen, terwijl religie beoefend wordt voor groepen en binnen instituties. Daarnaast zouden magische praktijken heimelijker zijn en zich meer bedienen van nauwelijks verstaanbare spreuken, terwijl religieuze teksten vaak duidelijk uitgesproken of gezongen worden.Zie Luck 2006, p. 3.

Magie, religie en wetenschap hebben sinds de oudheid naast elkaar bestaan, vaak met eigen vormen van rationaliteit.Zie ook Marco Pasi, in Kocku von Stuckrad (ed.) 2006, pp. 1134. Ze beïnvloedden elkaar echter ook, zie Westerse esoterie.

Kenmerken thumb|Pentagram uit Heinrich Cornelius Agrippa's De occulta philosophia libri tres. De symbolen in de cirkel staan voor Mars, Jupiter, Saturnus, Mercurius en Venus. In de buik staat het teken voor Zon, en onder het kruis staat het teken voor Maan. Samen waren dit de zeven klassieke planeten. Naast het pentagram is ook een kruis getekend: de vier elementen.

Omdat magie van alle tijden is en overal ter wereld voorkomt, kent ze een grote verscheidenheid aan vormen. Desondanks kunnen enkele algemene kenmerken onderscheiden worden. De basiselementen van magie zijn de magiër, de magische handeling en de magische voorstelling.