thumb|right|Don Rosa in Orlando, februari 2012 Keno Don Hugo Rosa (Louisville (Kentucky), 29 juni 1951) is een Amerikaans stripauteur die vooral bekend is van zijn verhalen over Dagobert Duck, Donald Duck en andere Disneyfiguren.

Hij maakte al vroeg kennis met de Donald Duck-verhalen van 'The Duckman' Carl Barks, en droomde ervan om ooit zelf die verhalen te maken. In 1987 mocht hij voor uitgeverij Gladstone zijn eerste Duck-strip maken. Zijn eerste verhaal was The Son of the Sun, een verhaal over Dagobert Duck. In dit verhaal en de verhalen die daarop volgden, bleek dat hij een schrijfstijl had die erg veel leek op die van Barks zelf.

Hij verstopt in zijn meeste verhalen ook in de eerste of laatste tekening de letters D.U.C.K. (in zijn vroegste verhalen is dit weggehaald). Dit staat voor 'Dedicated to Uncle Carl from Keno'. Maar behalve D.U.C.K. verstopt hij ook vaak een tekening van Mickey Mouse. Mickey verkeert dan doorgaans in een weinig benijdenswaardige situatie.

Rosa is vooral bekend geworden doordat hij de aanwijzingen die Barks gaf over de jeugd van oom Dagobert heeft uitgewerkt tot een serie verhalen: De jonge jaren van Oom Dagobert. Oorspronkelijk zouden dit twaalf verhalen worden, maar uiteindelijk zijn het er steeds meer geworden.

Biografie Familie en jeugdjaren Rosa's vader, Hugo Rosa, werd geboren in Maniago, een klein dorpje bij Venetië in Noord-Italië. Hugo was nog maar een kleine jongen toen zijn familie in 1915 naar de Verenigde Staten verhuisde, vlak voor de Eerste Wereldoorlog. In 1905 was Rosa's grootvader, Gioachino "Keno" Rosa, een tegelbedrijf begonnen. Dit bedrijf, met de naam Keno Rosa Company, werd later door Hugo Rosa geërfd. Volgens Don leven er nog veel Rosa's in Noord-Italië, maar is hij de laatste Rosa in de Verenigde Staten.

Rosa's moeder, Chilistina Titiano, en haar familie woonden al geruime tijd in Amerika. Haar vader was Duits en haar moeder had Schotse en Ierse verwanten.

Rosa werd op 29 juni 1951 geboren, en groeide op in St. Matthews, Kentucky en later ook elders in de VS. Hij volgde het traditionele Amerikaanse onderwijs en leerde daardoor nooit Italiaans spreken.

Rosa begon al op jonge leeftijd met tekenen en zijn ouders moesten de tekstballonnen dus nog invullen. Het verhalen verzinnen vond Rosa leuker dan het tekenen. Hij zag ze als filmpjes, omdat hij ook een groot filmliefhebber was. Zijn personages waren tot de achtste of negende klas van de middelbare school nog erg gewoontjes. De verhalen werden steeds beter, maar de tekeningen bleven lange tijd op een bepaald niveau steken. Vooral omdat hij ze niet erg belangrijk vond, ze brachten vooral het verhaal op gang.

Rosa's zus, de elf jaar oudere Diana, had veel stripboeken, sommige van uitgeverij Dell, die Disney-verhalen publiceerde. Rosa las deze strips en zo leerde hij alle verhalen van Barks vanaf 1949 kennen. Door de boeken van zijn zus werd hij een groot Barks-liefhebber, en in navolging van Diana sloeg ook hij aan het verzamelen. Later, toen hij net tien was, gooide hij alle strips van hem en zijn zus weg, behalve zijn twee favorieten: Four Color #386, het eerste Oom Dagobert-stripboek (maar hij wist dat niet) met het verhaal Only a Poor Old Man (Een meer vol misère), en het tweede boek dat het Golden Helmet-verhaal bevatte. Later ging Rosa weer op zoek naar de verhalen die hij had weggegooid, maar het was niet hetzelfde als wat hij eerst had.

Met uitzondering van het kunstgeschiedeniscollege bezocht Rosa alleen maar jongensscholen. Hij begon op de kostschool Saint Thomas Accquines Prepaparaty en bleef daar tot de achtste klas. Daarna ging hij naar de katholieke jongensschool Saint Xavier High School Louisville, en uiteindelijk naar The Engineering School for Boys. Zelfs onder de les was Rosa aan het tekenen: hij maakte satirische verhalen over datgene waarin onderwezen werd. Hij nam echter op geen enkele school tekenlessen.

Niet-Disney-verhalen Toen Rosa op college zat, wilde zijn krant, Kentucky Kernal, politieke satirische strips publiceren, en vroegen aan hem (toen een karikaturist) dit te doen. Rosa deed het en tekende een trimester lang elke dag een stripverhaal, genaamd Pertwillaby Papers met als held Lancelot Pertwillaarby, die de universiteit volgde zonder te betalen. Lancelot was net als Rosa en dus hield hij nogal van dat personage. Na het tekenen van die strip vroeg de redacteur of hij het leuk vond om avonturenverhalen te publiceren. Rosa zet zijn grappige personages in een schattenjacht - een verhaal dat hij later gebruikte in zijn eerste Duck-verhaal, The Son of the Sun (De Zoon van de Zon). Het verhaal wordt Lost in (an alternative section of) the Andes genoemd.

Nadat hij in 1973 het diploma van de universiteit behaalde kreeg hij de titel Bachelor of Arts (BA). Rosa ging werken bij het familiebedrijf als tegelzetter. De bedoeling was dat hij later de werkgever van het bedrijf zou zijn. In zijn extra tijd zette Rosa zijn Pertwillaby Papers-comics voort, maar dit keer maakte hij het voor The Rocket's Blast Comiccollector-fanzine. Alles bij elkaar maakte hij drie verhalen voor het blad met als laatste Knighttime, dat nooit volledig af is geweest. Het werd gepubliceerd in 1979.

Reeds in hetzelfde jaar begon Rosa met het maken van een wekelijks stripverhaal voor een lokale krant, de Louisville Times. Het heette Captain Kentucky en het was een parodie op de superheldenstrips, waar Rosa nooit erg van hield. Captain Kentucky is een superheld alter ego als Lancelot Pertwillaby. Nadat hij 150 stripverhalen over drie jaar had gemaakt, stopte Rosa ermee. Hij had er namelijk te weinig geld meer voor en dacht dat het het ook niet meer waard was. Rosa zette de tekentafel aan de kant en tekende geen lijntje meer tot 1986.

Nadat hij was gestopt met Captain Kentucky, tekende Rosa nog één episode van Knighttime, wat begint met Lance die wakker wordt na een nachtmerrie en zich realiseert dat hij nooit een superheld is geweest. RBCC heeft het nooit gepubliceerd. In 2001 publiceerde de Noorse Gazette Bok twee hardcoverboeken onder de naam: The Don Rosa Archives: The Pertwillaby Papers en The Adventures of Captain Kentucky. De boeken waren in het Engels. In Nederland zijn deze verhalen niet verkrijgbaar.

The Son of the Sun (De zoon van de zon) Op een dag in 1986 zag Rosa in een etalage van een kleine stripwinkel een Gladstone-stripalbum. Het eerste Amerikaanse stripboek met Disney-figuren sinds de jaren zeventig. In eerste instantie dacht hij dat de voorplaat, die was getekend door Daan Jippes, een onbekende voorplaat van Carl Barks was. Dit omdat Jippes' tekenstijl bijna hetzelfde was als die van Barks. Rosa liet zich door dit stripboek inspireren en zocht contact met Byron Erickson, de redacteur van Gladstone. Hij vroeg aan Erickson of hij een Oom Dagobert-verhaal mocht maken. Erickson ging akkoord en de volgende dag begon Rosa aan zijn eerste Duck-verhaal: The Son of the Sun.

Het verhaal ging over de oude Inca's en de tempel van Manco Capac. Rosa had het verhaal al geschreven in 1971, en later in 1973 gebruikt in zijn Pertwillaby Papers-strip, in het verhaal Lost in (an alternative section of) the Andes. Toen hij het verhaal af had, vond hij het niet nodig om meer verhalen te maken voor Gladstone. Maar toen het verhaal in Uncle Scrooge uitgave 219 werd gepubliceerd was het een enorm succes. Het werd zelfs genomineerd voor de Harvey Award. Gladstone wilde meer van Rosa. Rosa ging akkoord en verkocht zijn tegelbedrijf om een fulltime striptekenaar te worden.

Disney, Oberon en Egmont In 1989 stopte Rosa bij Gladstone, omdat Disney de originele verhalen niet meer wilde teruggeven aan de tekenaars. Als freelancer kon Rosa hier niet van leven, omdat hij altijd ook de originelen moest verkopen om geld te verdienen. Hij zat nu dus zonder werk, maar niet voor lang. De uitgever van een Disney-blad genaamd DuckTales vroeg Rosa als scriptschrijver. Omdat hij geld moest verdienen, accepteerde hij de baan en schreef het script voor Back in Time for a Dime! Hij stopte met werken voor het blad omdat hij problemen had met zijn betaling en omdat hij zijn grappen niet goed tot recht kwamen in het tijdschrift.

Rosa's volgende baan was scriptschrijver voor televisieseries. Disney Television had hem al een jaar eerder de baan aangeboden. Hij ging akkoord met het aanbod, maar de serie waarvoor hij zou gaan schrijven, DuckTales, was al gestopt. Zo begon hij met schrijven van de nieuwe Talespin-series. Hij schreef alleen de eerste drie episodes (die niet als eerste werden uitgezonden). Hij verliet de studio's om twee redenen. De eerste reden was dat hij niet zeker was of hij salaris kreeg. De twee reden was dat hij als scriptschrijver maar over een klein deel van de show gezag kon uitoefenen. Hij wilde verantwoordelijk worden voor het alles, waar voordelen en nadelen aan zitten.

Toen hij nog werkte als scriptschrijver ontdekte hij dat de Deense Egmont (voorheen Gutenberghus) zijn verhalen had gepubliceerd, en dat ze meer van hem wilden. Hij had in de jaren 1986-1989 ook Disneyverhalen gemaakt voor de Nederlandse uitgeverij Oberon, waar hij vooral tekende. Hij maakte ze tussen zijn Gladstoneverhalen door, omdat hij meer geld nodig had. Oberon was ook erg geïnteresseerd in zijn verhalen. Zo moest hij kiezen tussen Oberon of Egmont. Hij koos voor Egmont, omdat die een hoger budget hadden en hij verwachtte bij hen een hoger salaris.

Rond die tijd wilde ook Disney verhalen van Gladstone publiceren en zij waren ook geïnteresseerd in Rosa's verhalen. Maar omdat Disney freelancers veel rechten ontnam, weigerde Rosa en bleef bij Egmont. Hij deed één verhaal voor Disney (The Money Pit – geen Nederlandse titel) om duidelijk te maken dat hij voor hen zou werken als ze het contract zouden veranderen.

Rosa maakte na die tijd bijna al zijn verhalen als freelancer voor Egmont. Drie verhalen tekende hij namelijk voor het Franse Picsou. Die verhalen zijn: The Coin (Door de Ogen van een Knaak), Attaaaaaack! (De Onzichtbare Vijand) en The Sharpie of the Culebra Cut (Topdeal in Panama). Deze verhalen waren voor Frankrijk gemaakt omdat Egmont ze niet accepteerde. Ze hadden namelijk gezegd dat ze niet meer verhalen wilden over de jeugd van Dagobert. Aaaaatack! en The Coin vonden ze bovendien onder de maat. Rosa maakte ook Pin-ups (één pagina tekeningen) voor het Franse maandblad Picsou Magazine (genoemd naar Balthasar Picsou: Dagobert Duck).

Rosa's werk Een verhaal dat getekend (en geschreven) is door Rosa kan gemakkelijk herkend worden: het is nauwkeurig en voorzichtig getekend en zit vol met grappige details. De veelheid van die details kent haar oorsprong in Rosa's jeugd, toen hij veel MAD-tijdschriften las. Die bladen publiceerden verhalen van Harvey Kurtzman en Will Elder, die vol zaten met kleine details. Gedeeltelijk komt het van zijn techniekopleiding en gedeeltelijk doordat hij gewoon precies wilde tekenen. Rosa wilde altijd de achtergrond van zijn verhalen nakijken, om er zeker van te zijn dat alles precies klopt. Bij lange avonturen kan dit soms een paar weken duren. Zijn Ducks lijken niet op die van Barks of andere professionele Disney-artiesten. Ze nemen veelal stijve, statische posities in. Een van de kritieken op Rosa is dat hij, in tegenstelling tot zijn collega's, niet vanuit zichzelf tekent, maar poses van de personages uit het hoofd leert. Bijna al zijn verhalen spelen in de jaren vijftig, de tijd waarin hij zelf Barks-verhalen las, maar ook omdat Dagobert anders ouder dan 130 jaar zou zijn, volgens Rosa's eigen tijdlijn. Volgens Rosa stierf Dagobert ook in 1967, op 100-jarige leeftijd. Dit soort ideeën, die Rosa luid verkondigt op het internet, is hem door veel Duck- en Barks-fans niet in dank afgenomen. Zij vinden het belachelijk dat Rosa een geliefd stripfiguur wil laten sterven.