JohannesJohannes is de voornaam, waaronder hij in de hedendaagse literatuur algemeen bekend staat. Hij noemde zich soms 'Johan' of 'Jan'. Niet te verwarren met zijn tijdgenoot, de Haarlemse landschapsschilder Jan Vermeer (1628-1691). Vermeer (gedoopt in Delft, 31 oktober 1632 – aldaar, begraven op 15 december 1675) was een Nederlands kunstschilder in de Gouden Eeuw.

Samen met Rembrandt van Rijn en Frans Hals wordt Vermeer gezien als een van de grootste schilders uit de zeventiende eeuw.Wadum, J. (1996) Vermeer en de ruimtelijke illusie, p. 48

Vermeer had een voorkeur voor tijdloze, ingetogen momenten. Hij blijft raadselachtig vanwege de onnavolgbare kleurstelling en het verbijsterende lichtgehalte. Vermeers schilderijen, meestal genrestukken en een paar historiestukken, allegorieën en stadsgezichten, onderscheiden zich door een subtiel kleurgebruik en een ideale compositie. Hij gebruikte soms dure pigmenten en had een grote voorkeur voor ultramarijn en loodtingeel.Vermeer Delft, vermeerdelft.nl

Het overgeleverde oeuvre van Vermeer is bescheiden. Er worden 34-37 schilderijen aan hem toegeschreven. Tot de bekendste behoren Het melkmeisje, Gezicht op Delft en Meisje met de parel. Gedurende de negentiende eeuw, een tijd van toenemende belangstelling voor zijn werk, werden enkele schilderijen van andere kunstenaars ten onrechte aan hem toegeschreven.

Levensloop Vermeer werd op 31 oktober 1632 in de Nederduits-gereformeerde Nieuwe Kerk in Delft gedoopt als 'Joannis'.Dat hij in een protestantse kerk gedoopt werd, sluit niet uit dat zijn ouders rooms-katholiek kunnen zijn. Een geboortedatum is niet bekend. Zijn moeder heette Digna BaltensIn officiële documenten tijdens haar leven wordt ze ook Dignum Balthasars of als tweede naam Balthasardr. genoemd. (Antwerpen, circa 1596) en zijn vader heette Reynier Jansz. Vos Vanaf 1631 was Reynier Jansz zowel herbergier als kunsthandelaar. In het ouderlijk huis aan de Voldersgracht in Delft dreven Johannes Vermeers ouders de herberg De Vliegende Vos. In 1641 verhuisde Vermeer met zijn ouders en oudere zus Geertruy naar het huis Mechelen aan de Markt in Delft, op de hoek van de Oude Manhuissteeg.Genealogisch overzicht familie van Johannes Vermeer, alweer-een-vermeer.nl (gearchiveerd), waar eveneens een herberg bestierd werd.

Bij wie Vermeer in de leer ging is onbekend. Hij is in zijn vroege werk beïnvloed door het werk van Utrechtse Caravaggisten.Johannes Vermeer, rijksmuseum.nl. Gearchiveerd op 3 februari 2023. Omdat zijn vroegste werken groot opgezette historiestukken zijn – een genre dat in die tijd in veel hoger aanzien stond dan portretten en landschappen – lijkt het waarschijnlijk dat hij werd opgeleid door een schilder van dergelijk werk. Onder de mogelijke leermeesters bevindt zich Abraham Bloemaert, die in Utrecht werkte, en die verre familie was van zijn latere schoonmoeder. Men vermoedt dat Vermeers kleurenpalet invloed ondergaan heeft van Hendrick ter Brugghen. Of Vermeer als onderdeel van zijn opleiding ook een reis naar Italië ondernam, wat destijds niet ongebruikelijk was, is onbekend. Ook Delftse schilders als Carel Fabritius, Leonard Bramer, getuige en onderhandelaar bij zijn huwelijk, en Christiaen van Couwenbergh zijn genoemd als mogelijke leermeesters. Hun stijl is echter anders en Vermeer lijkt zijn eigen weg te zijn gegaan.Liedtke, W. (2008) Dutch paintings in the Metropolitan Museum of Art, p. 866

Op 20 april 1653 trouwde Vermeer in Schipluiden met Catharina Bolnes. Vermeer was waarschijnlijk calvinistisch opgevoed, hoewel de familie geen lidmaat van de gereformeerde, publieke kerk van de Republiek was. Om met Catharina te kunnen trouwen ging Vermeer over tot het rooms-katholieke geloof. Zijn vrome en overtuigd katholieke schoonmoeder, Maria Thins, afkomstig uit een rijke Goudse familie van handelaren in bakstenen, ging met het huwelijk akkoord na bemiddeling door de schilder Leonard Bramer.Thins was al in 1641 gescheiden van tafel en bed van haar gewelddadige echtgenoot en had bescherming gezocht bij haar broer in Delft.

thumb|Het melkmeisje, ± 1658-1659Rijksmuseum Amsterdam In december 1653 werd Vermeer lid van het Sint Lucasgilde, waarvan hij viermaal hoofdman zou worden (1662/1663 en 1670/1671). Net als zijn vader en veel collega's handelde Vermeer in schilderijen, maar hij beschouwde zichzelf vooral als schilder. Vermeer trok rond 1660 in bij zijn schoonmoeder aan de Oude Langendijk, die een pand bewoonde met elf kamers naast een katholieke schuilkerk. Daar werkte Vermeer in zijn atelier op de eerste verdieping. Toen de Franse kunstverzamelaar en diplomaat Balthasar de Monconys op 3 augustus 1663 het atelier van Vermeer bezocht, had de schilder geen enkel voltooid schilderij in huis. De Fransman werd naar een Delftse bakker gestuurd die een Vermeer in zijn bezit had. De prijs die de bakker ervoor betaald had – "600 livres" – vond De Monconys absurd hoog. Deze bakker is waarschijnlijk dezelfde als de meester-bakker Hendrick van Buyten (1632-1701), die na Vermeers dood als onderpand voor een nog openstaande schuld van ruim 600 gulden aan geleverd brood twee schilderijen van Vermeers weduwe accepteerde, te weten twee personagien waeraff d'eene een brief sitt en schrijft, mogelijk Schrijvende vrouw met dienstbode en een personagie spelende op een cyter, wat zou kunnen duiden op De gitaarspeelster.Broos, Ben, 'Un celebre Peijntre nommé Verme[e]r', p. 47-48. In: A.K. Wheelock Jr. (red.), Johannes Vermeer, 1995, Mauritshuis / National Gallery of Art; zie ook p. 28-29 (noten 8 en 37)

In tijden van crisis steunde Maria Thins haar dochter en schoonzoon, maar in 1657 leenden Johannes Vermeer en zijn vrouw ook 200 gulden bij het welgestelde Delftse echtpaar Pieter Claesz van Ruijven en Maria de Knuijt. Uit archiefstukken blijkt dat vooral Maria de Knuijt een sleutelrol speelde als mecenas en verzamelaar van Vermeers werk; zij onderhield een bijzondere band met Vermeer en liet hem in 1665 zelfs 500 gulden na. Bij de overlijdensboedel van haar dochter en schoonzoon in 1696 bleken maar liefst 21 schilderijen van Vermeer uit hun verzameling afkomstig te zijn.Noorman, Judith (2025) Was Vermeer's main client a woman?. Universiteit van Amsterdam. Geraadpleegd op 19 augustus 2026 In 1664 werd Vermeer lid van de schutterij, maar onduidelijk is welke functie hij daar kreeg. Hij zal geen officiersfunctie hebben bekleed, omdat deze voor katholieken verboden was.

In het Rampjaar (1672) stortte ook de kunstmarkt in; scholen en winkels waren gesloten vanwege de Hollandse oorlog. Maria Thins, die huizen en landerijen bezat bij Schoonhoven, had eveneens minder inkomsten, omdat dit gebied als onderdeel van de Hollandse Waterlinie onder water was gezet. Vermeer, die voor zijn inkomsten afhankelijk was van de verkoop van schilderijen, verkocht in deze periode weinig. Hij verviel in somberheid en in december 1675 stortte Vermeer in.John Michael Montias, Vermeer and His Milieu: A Web of Social History, Princeton University Press, 1991 Het is niet duidelijk wat er precies aan de hand was, maar hij overleed anderhalve dag later. Hij werd op 15 december begraven in de Oude Kerk. Zijn kist werd gedragen door veertien dragers en begeleid door "één poos klokgelui", een uitvaart die duidt op weelde, maar die mogelijk betaald werd door zijn schoonmoeder, Maria Thins.Johannes Vermeer kreeg een uitvaart met 14 dragers én klokgelui, blijkt uit een archiefvondst, NRC, 18 januari 2023. Gearchiveerd op 21 mei 2023. Vermeer liet elf kinderen na, van wie er nog tien minderjarig waren. Zijn oudste zoon, Johannes jr., zou priester worden. Het echtpaar kreeg in totaal vijftien kinderen, van wie er vier jong stierven. Niet alleen de jongste, Ignatius, droeg een uitgesproken katholieke naam, ook de dochters Elizabeth en Maria. De lijst van bezittingen die na zijn dood werd opgesteld, maakt melding van schilderijen, stoelen, wiegen en bedden, verspreid over het hele huis.Schama, S. (1997) Kunstzaken. Over Rembrandt, Rubens, Vermeer en vele andere schilders, p. 37-8. Twee jaar na zijn begrafenis in de Oude Kerk verklaarde de weduwe dat zijn dood haars inziens te maken had met de malaise in de verkoop.Wheelock, A.K. jr. (1996) Leven en werk van Johannes Vermeer (1632-1675), p. 16. In: Johannes Vermeer. Mauritshuis, National Gallery of Art "… Dientengevolge en ook vanwege de belasting van zijn kinderen, terwijl hij van zichzelf geheel niet over middelen beschikte, raakte hij zozeer in razernij en verval, dat hij in één of anderhalve dag van een gezonde toestand overging in de dood."Blankert, A. & J.M. Montias, G. Ailliaud (1992) Vermeer, p. ? Meulenhof. Veel details uit het leven van Vermeer zijn voor het voetlicht gebracht door de Amerikaanse econoom John Michael Montias, die justitieboeken en notariële akten ontcijferde.Montias, J.M. (1989) Vermeer and his milieu

Schilderstijl en werk thumb|Dame en dienstbode, ± 1666-1667 thumb|Schrijvende vrouw met dienstbode, ± 1670-1671 thumb|Meisje met de parel, ± 1665-1667Vermeer schilderde heel nauwgezet en kon daardoor maar twee of drie schilderijen per jaar produceren. Er worden 34 tot 37 schilderijen aan hem toegeschreven; over drie is geen consensus. Verder wordt verondersteld dat een deel van zijn werk verloren is gegaan. Geschat wordt dat hij tussen de veertig en vijftig schilderijen gemaakt heeft.Maarseveen, Michel van (2016, 8e druk) Vermeer of Delft. His life and times, p. 19+24 Montias vermoedde dat hij voornamelijk in opdracht werkte, mogelijk voor de eerder genoemde Delftse verzamelaar Pieter van Ruijven, wiens schoonzoon Jacob Dissius bij zijn dood in 1695 maar liefst 21 Vermeers naliet.

Vermeer maakte vrijwel geen tekeningen of ontwerpen, had een snelle penseelvoering, werkte met effen kleuren in grote, dik opgebrachte vlakken. Hij was zorgvuldig bij het aanbrengen van lagen pigment en vernis, die zijn schilderijen de kenmerkende glans en frisheid geven. Hij kan niet tot de fijnschilders worden gerekend, sinds de beschrijving van de restauratie van twee schilderijen in het Mauritshuis in 1996.Wadum J. et al. (1994) Vermeer in het licht. Conservering, restauratie, onderzoek, Mauritshuis, Den Haag, p. 15.

Alle werken zijn vervaardigd in olieverf op doek, met uitzondering van Meisje met de rode hoed, dat op hout is geschilderd. Sinds de 20e eeuw worden er ongeveer 34 werken aan Vermeer toegeschreven. Hiervan zijn er 21 gesigneerd, maar mogelijk zijn niet alle handtekeningen authentiek. Van de vier dateringen is waarschijnlijk alleen die op De koppelaarster van eigen hand. Ook hedendaagse deskundigen, zoals A.K. Wheelock en A. Blankert, hanteren uiteenlopende chronologieën. Sint Praxedis is een omstreden werk en mogelijk een kopie van een schilderij van Felice Ficherelli.Sint Praxedis, essentialvermeer.com. Gearchiveerd op 31 december 2022.

Het werk van Vermeer is verspreid over zeven landen: Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk, Ierland en de Verenigde Staten.

Vermeers werk wordt vanaf de twintigste eeuw zeer gewaardeerd. Zijn werk geeft een beeld van wat de stedelijke elite bezighield na het midden van de 17e eeuw. De tentoonstelling over zijn werk in het Metropolitan Museum of Art (2000) trok een recordaantal bezoekers.

Onderwerpen