Het Oostenrijks voetbalelftal is een team van voetballers dat Oostenrijk vertegenwoordigt in internationale wedstrijden en competities.

Geschiedenis Selectie van Cisleithanië Zoals bij de meeste landen brachten ook de Engelsen het voetbal naar Oostenrijk. Dat weerspiegelt zich in de namen van de oudste clubs die in 1894 opgericht werden, First Vienna FC en Vienna Cricketer. Op 18 december 1898 werd in het Prater al een wedstrijd gespeeld tussen Weense Engelsmannen en inwoners van Wenen. Op 8 april 1901 speelden de Oostenrijkers een eerste interland tegen een selectie uit Zwitserland, echter wordt deze wedstrijd door geen van beide bonden als officieel erkend. De spelers die deze interland speelden kwamen van de grote Weense clubs First Vienna, Vienna Cricketer en WAC.

Op 12 oktober 1902 speelde het land de eerste officiële interland. In deze tijd bestond het keizerrijk Oostenrijk-Hongarije nog. Het land kreeg wel twee voetbalelftallen. Voor Oostenrijk konden spelers opgeroepen worden uit Cisleithanië, voor Hongarije uit Transleithanië. Destijds werd de eerste officiële interland echter bestempeld als een wedstrijd tussen Wenen en Boedapest. Oostenrijk won met 5-0 en Jan Studnicka scoorde zelfs een hattrick. De wedstrijd werd nog vaak gespeeld en is de meest gespeelde interlandwedstrijd in Europa. In de wereld moeten ze enkel Argentinië-Uruguay voor laten gaan. In het begin werd de interland twee keer per jaar gespeeld, één keer in Wenen en één keer in Boedapest. Er was een grote rivaliteit tussen beide teams en de wedstrijden waren de hoogtepunten van het voetbalseizoen. In 1912 nam het land voor het eerst aan een internationaal toernooi deel, aan de Olympische Spelen in Stockholm. Het Duitse keizerrijk werd met 5-1 in de pan gehakt, maar dan verloren ze van Nederland. Voor de verliezers was er nog een troosttoernooi. Hier wonnen ze van Noorwegen en Italië en plaatsten zich voor de finale, die ze met 3-0 verloren van Hongarije. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd er enkel tegen Hongarije en het neutrale Zwitserland gespeeld.

Wunderteam Na de oorlog viel het Oostenrijks-Hongaarse rijk uit elkaar en kon het land geen beroep meer doen op Sloveense en Tsjechische spelers. Verscheidene landen, Engeland op kop, probeerden Oostenrijk uit de FIFA te zetten, maar dat lukte niet. Het nieuwe Tsjecho-Slowakije weigerde om vriendschappelijke wedstrijden te spelen tegen het land waar zij honderden jaren deel van uitgemaakt hadden. Maar Oostenrijk keek vooruit en in 1921 werd met het Stadion Hohe Warte een stadion voor 80.000 toeschouwers geopend en in 1924 waren zij het eerste land op het Europese vasteland dat profvoetbal invoerde. Vanaf 1927 nam het land deel aan de Centraal-Europese Internationale Beker (Europabeker), een voorloper van het huidige EK. Het was een competitie die over meerdere jaren gespeeld werd. In 1930, toen de eerste editie afgelopen was, eindigde het land tweede achter Italië.

Het team dat in de jaren dertig voor Oostenrijk uitkwam staat bekend als het Wunderteam. De Oostenrijkers, die al sinds jaar en dag geleid werden door bondscoach Hugo Meisl konden in 1931 als eerste team van het vasteland winnen tegen Schotland, en dat met 5-0. Het team rond kapitein Matthias Sindelar pakte met opmerkelijke zeges uit en versloeg het Duitse Rijk in Berlijn met 0-6 en thuis met 5-0. Zweden werd met 8-1 verslagen, Hongarije met 8-2, België met 6-1 en Frankrijk met 4-0. In 1932 waren ze ook laureaat in de Europabeker. Toch verloren ze ook een keer, in en tegen Engeland, maar dat was geen schande. De Engelsen waren tot dan toe ongeslagen thuis en zouden dat nog twintig jaar lang blijven. Ze verloren met 4-3 en tot dan toe hadden de Engelsen thuis ook nooit meer dan één tegengoal geïncasseerd. Nadat doelman Rudolf Hiden voor RC Paris ging spelen en zo niet meer voor het nationale elftal in aanmerking kwam, in die tijd moesten spelers ook in het thuisland actief zijn om opgenomen te worden in de selectie, werd het team wat zwakker maar was toch nog een grote titelfavoriet op het WK in Italië. In de halve finale werd het Wunderteam uiteindelijk door het gastland verslagen en ook de troostfinale werd verloren van Duitsland.

Na de Anschluss van Oostenrijk op 12 maart 1938 werd het lot van de Oostenrijkers door Adolf Hitler bezegeld. De nationale competitie werd gedegradeerd tot de Gauliga Ostmark, een van de vele regionale competities van het Duitse Rijk en de nationale ploeg, die zich nochtans geplaatst had voor het WK in Frankrijk, ging op in een nieuwe Groot-Duitse ploeg. Er werden acht Oostenrijkers opgenomen in de Duitse selectie voor het WK, maar Matthias Sindelar en Walter Nausch weigerden om voor de Mannschaft te spelen

Naoorlogse successen Al kort na de oorlog werd weer gestart met interlands en in augustus 1945 werd er twee keer in Boedapest gespeeld tegen Hongarije. Nadat het Praterstadion opnieuw in gebruik genomen kon worden kon het land op 6 december 1945 na acht jaar opnieuw een thuiswedstrijd spelen. Frankrijk werd uitgenodigd om er te komen spelen voor 60.000 toeschouwers, waaronder FIFA-voorzitter Jules Rimet. Het werd 4-1 en Karl Decker scoorde een hattrick. Oostenrijk knoopte terug met de oude successen aan en versloeg in 1951 als eerste team van het vasteland Schotland in eigen huis. Met spelers als Gerhard Hanappi, Walter Zeman en Ernst Ocwirk had het land kwaliteit in huis dat deelnam aan het WK 1954 in buurland Zwitserland. In de kwalificatie werd Portugal met 9-1 aan de kant gezet. Op het WK werden Schotland en Tsjecho-Slowakije opzij gezet en ze plaatsten zich voor de tweede ronde waarin gastland Zwitserland met 7-5 verslagen werd. In de halve finale kregen de Oostenrijkers zelf een pak slaag van West-Duitsland (6-1). In de wedstrijd voor de derde plaats werd Uruguay verslagen. Erich Probst werd met zes doelpunten topschutter voor Oostenrijk en moest enkel de Hongaar Sándor Kocsis voor laten gaan, die elf keer doel trof.

Vier jaar later hield Oostenrijk Nederland van het WK in Zweden. Daar kwamen ze echter in een loodzware groep met de latere wereldkampioen Brazilië, de Sovjet-Unie, dat twee jaar later Europees kampioen werd en Engeland. Oostenrijk werd laatste en kon enkel tegen Engeland een punt pakken. Het land bleef echter aanzien hebben en kon in het Praterstadion voor 90.000 toeschouwers vriendschappelijke wedstrijden winnen van de Sovjet-Unie en Spanje.

In 1960 werd voor het eerst een EK georganiseerd. In deze tijd was dit nog niet zo uitgebreid als het huidige WK en tot 1976 namen slechts vier landen deel aan de eindronde. Zelfs niet alle landen, waaronder België en Nederland, hadden zich aangemeld om de kwalificatie te spelen. Oostenrijk versloeg eerst Noorwegen en verloor dan in de kwartfinale van Frankrijk en miste zo het eerste EK. Wegens geldgebruik trok het land zich ook terug voor de kwalificatie voor het WK in Chili. Met een 0-6 vriendschappelijke nederlaag tegen Tsjecho-Slowakije werd ook het einde ingeluid van de succesvolle naoorlogse Oostenrijkers.

In de Kwalificatie voor het EK 1964 gingen ze er meteen uit tegen Ierland. Op 20 oktober 1965 slaagden de Oostenrijkers erin om als derde team van het Europese vasteland in Wembley te winnen van de Engelsen. Toni Fritsch kon twee goals scoren in de 2-3 overwinning die, hoewel het een vriendschappelijke wedstrijd was, toch grote populariteit genoot in Oostenrijk. Datzelfde jaar miste het land wel voor het eerst deelname aan het WK, dat in Engeland georganiseerd werd. Ze werden laatste in hun kwalificatiegroep achter Hongarije en Oost-Duitsland.

in 1968 werd de Slovaak Leopold Šťastný, die ook al Wacker Innsbrück trainde, bondscoach en dat voor zeven jaar lang. Ondanks het feit dat de Oostenrijkers zich niet voor het WK 1970 plaatsten bleven de bond en de spelers het vertrouwen houden in hun coach. In de kwalificatie voor het WK 1974 ging het land nek-aan-nek met Hongarije in de groepsfase. Op de laatste speeldag verloren ze van Zweden, dat nog twee keer moest spelen en zich later op gelijke hoogte kwam met Oostenrijk en Hongarije. Oostenrijk en Zweden hadden hetzelfde doelsaldo en speelden een play-off die door de Zweden gewonnen werd in het Duitse Gelsenkirchen.

Leopold Šťastný moest om gezondheidsredenen ontslag nemen in 1975 en werd opgevolgd door de Joegoslaaf Branko Elsner. Echter werd hij ontslagen na een nederlaag tegen Wales in de EK kwalificatie waardoor Oostenrijk uitgeschakeld werd. Onder nieuwe bondscoach Helmut Senekowitsch plaatste de club zich wel voor het WK in Argentinië. Walter Schachner en Hans Krankl zorgden voor een 2-1 overwinning tegen Spanje en Krankl zorgde ook voor een 1-0 overwinning tegen Zweden. In de laatste groepsfase werd de Oostenrijkse doelman gepasseerd door de Braziliaan Roberto Dinamite, maar desalniettemin ging Oostenrijk als groepswinnaar naar de tweede groepsfase. De Oostenrijkers begonnen hun tweede poulefase tegen Nederland, dat uitgerekend door de Oostenrijkse legende Ernst Happel getraind werd. Tegen het team van Rensenbrink en Willy van de Kerkhof hadden de Oostenrijkers geen schijn van kans, het werd 1-5, enkel Erich Obermayer kon in de 80ste minuut de eerredder maken. Tegen Italië verloren ze met 1-0 en de derde groepswedstrijd werd met 3-2 gewonnen tegen titelverdediger West-Duitsland. Nadat de Duitsers op voorsprong kwamen trapte Berti Vogts in eigen doel en Krankl kon daarna nog twee keer scoren. De wedstrijd wordt in Oostenrijk herinnerd als het Wunder von Córdoba, terwijl ze het in Duitsland bestempelen als Schmach von Córdoba (Schande van Córdoba).

Nadat ze in de kwalificatie voor het EK 1980 tweede eindigden achter België. De West-Duitsers waren ook opnieuw de tegenstanders in de voorronde voor het WK in Spanje. Oostenrijk werd tweede, maar doordat het WK van 16 naar 24 landen gegaan was waren zij er toch bij. Het toernooi begon goed met een zege tegen Chili, terwijl de West-Duitsers, waar ze alweer tegen moesten, verloren van Algerije. Walter Schachner en Hans Krankl zetten in de tweede wedstrijd de Algerijnen wel opzij, terwijl West-Duitsland van Chili won. Algerije won de laatste groepswedstrijd tegen Chili waardoor er een probleem ontstond. Bij een zege van Oostenrijk was West-Duitsland onherroepelijk uitgeschakeld, maar bij een ruime zege van de Duitsers zou Oostenrijk uitgeschakeld zijn. Het meest gunstige resultaat voor beide landen zou een kleine overwinning voor West-Duitsland zijn. De landen gooiden het daarop op een akkoordje en West-Duitsland scoorde na tien minuten. Er was nog ietwat actie in de eerste helft, maar de tweede helft werd een schandalig spel rond de middencirkel tot groot ongenoegen van de Spaanse en Algerijnse fans in de tribune. De wedstrijd ging de geschiedenis in als het bedrog van Gijón en zorgde ervoor dat de FIFA besliste dat vanaf het volgende WK alle derde groepswedstrijden op hetzelfde tijdstip gespeeld moesten worden om dergelijke wanpraktijken te voorkomen. In de tweede groepsfase verloor Oostenrijk met 1-0 van Frankrijk en speelde gelijke tegen Noord-Ierland, waardoor ze uitgeschakeld werden.

1984-heden