Ealdred (ca. 1000 - 11 september 1069) was abt van Tavistock, bisschop van Worcester en aartsbisschop van York in het Angelsaksische Engeland.
Hij was verwant aan een aantal andere geestelijken uit deze periode. Nadat hij eerst monnik in het klooster van Winchester was geweest, werd hij rond 1027 tot abt van de abdij van Tavistock verkozen. In 1046 volgde een benoeming tot bisschop van Worcester. Naast zijn bisschoppelijke taken, diende Ealdred de koning van Engeland, Eduard de Belijder, als diplomaat, maar ook als militair leider. Hij zette zich in om een van de familieleden van de koning, Eduard de banneling, uit Hongarije terug naar Engeland te laten komen om zo een erfgenaam voor de kinderloze koning veilig te stellen.
In 1058 ondernam hij een pelgrimstocht naar Jeruzalem. Hij was de eerste Engelse bisschop die deze verre reis ondernam. , Edward the Confessor, blz. 208-9 Als administrateur van het bisdom Hereford was hij betrokken bij de strijd tegen de Welsh. Na twee nederlagen tegen raiders wist hij tot een overeenkomst met Gruffydd ap Llywelyn, een machthebber uit Wales, te komen.
In 1060 werd Ealdred tot aartsbisschop van York verkozen. Hij had echter moeite om pauselijke goedkeuring voor deze benoeming te verkrijgen. Hij kreeg deze toepassing pas nadat hij had beloofd de bisdommen van York en Worcester niet tegelijkertijd aan te houden. Hij wist de verkiezing van Wulfstan tot zijn opvolger in Worcester te bewerkstelligen. Tijdens zijn aartsepiscopaat bouwde en verfraaide hij kerken in zijn bisdom. Ook werkte hij er aan de geestelijkheid te reguleren door het houden van een synode, waarin regels ten aanzien van het priesterschap werden gepubliceerd.
Sommige bronnen melden dat het na de dood van Eduard de belijder in 1066 Ealdred was, die Harold Godwinson tot koning van Engeland kroonde., A Brief History of the Anglo-Saxons, blz. 335 Ealdred ondersteunde Harold als koning, maar toen Harold in de slag bij Hastings werd verslagen, steunde Ealdred Edgar de banneling. Toen dit op niets uitliep sprak hij zijn steun uit voor Willem de Veroveraar, de hertog van Normandië en een verre verwant van Eduard de belijder. Ealdred kroonde Willem op eerste kerstdag van het jaar 1066 tot koning van Engeland. Eigenlijk zou Stigand, de aartsbisschop van Canterbury, dit moeten doen, maar deze bisschop was vanwege een conflict met de paus geëxcommuniceerd en kon daardoor geen kroningen leiden.
Willem vertrouwde Ealdred en de andere Engelse leiders echter nooit helemaal of misschien wel helemaal niet. Ealdred werd gedwongen om Willem in 1067 te vergezellen op een reis naar Normandië. Tegen de tijd van dood in 1069 was hij echter terug in York. Ealdred ondersteunde de bouw van kerken en kloosters in zijn bisdommen door gelden beschikbaar te stellen en bouwprojecten te initiëren.
Afkomst en jeugd Ealdred werd waarschijnlijk in het westen van Engeland geboren en was mogelijk een familielid van Lyfing, zijn voorganger als bisschop van Worcester., "Ealdred (gestorven 1069)", Oxford Dictionary of National Biography zijn familie was uit Devonshire afkomstig en zat goed bij kas. , "Ealdred", Anglo-Norman Studies XVIII, blz. 124. Een ander familielid was Wilstan of Wulfstan, die onder invloed van Ealdred abt van Gloucester werd. Voordat hij rond 1027 abt van de abdij van Tavistock werd, was Ealdred als monnik verbonden aan het domkapittel van de kathedraal van Winchester. Hij zou zestien jaar abt van de abdij van Tavistock blijven., Monastic Order in England, blz. 72 Zelfs toen hij de abdij in 1043 verliet, hield hij er tot zijn dood twee bezittingen aan. Tijdens zijn ambtstermijn als abt, steunde hij de abdij met geschenken. De middeleeuwse kroniekschrijver Willem van Malmesbury meldt dat deze prachtig en veelvuldig waren., "Ealdred" Anglo-Norman Studies XVIII, blz. 125 Er zijn geen contemporaine documenten betreffende Ealdreds tijd als abt van Tavistock bewaard gebleven.
Ealdred werd in 1046 bisschop van Worcester, een functie die hij tot zijn ontslagname in 1062 zou bekleden. , et alia, Handbook of British Chronology, blz. 224 Hij kan al als suffragaanbisschop, of ondergeschikt bisschop, hebben gewerkt, toen zijn voorganger Lyfing nog leefde. Edward the Confessor, blz. 86 Vanaf ongeveer 1043 ondertekende Ealdred oorkonden al als een episcopus (bisschop). Ook getuigt een oorkonde uit 1045 of begin 1046 van Sihtric als abt van Tavistock. Lyfing overleed op 26 maart 1046. Kort daarna werd Ealdred benoemd tot de nieuwe bisschop van Worcester. Ealdred werd echter geen bisschop gemaakt van Crediton en Cornwall, de andere twee bisdommen die door Lyfing werden bezet; koning Eduard de Belijder (regeerde 1043-1066) vergaf deze aan Leofric, die deze twee bisschopszetels in 1050 in Crediton combineerde.
Bisschop en koninklijk adviseur Ealdred was een adviseur van Koning Eduard de Belijder. Hij werd door deze koning vaak betrokken bij regeringstaken. Behalve als geestelijke, diende hij ook als militair leider. In 1046 leidde hij een mislukte expeditie tegen de Welsh., Ruling Engeland, blz. 49 Dit was bedoeld als vergelding voor een eerdere inval onder leiding van de Welsh heersers Gruffydd ap Rhydderch, Rhys ap Rhydderch, en Gruffydd ap Llywelyn. Ealdreds expeditie werd echter door een aantal Welsh soldaten, die onder de Engelsen dienden verraden en eindigde mede daardoor in een nederlaag van Ealdred en zijn leger., Welsh Kings, blz. 89-90
In 1050 reisde Ealdred naar Rome om daar een "klusjes voor de koning" op te knappen., Ruling Engeland, blz. 50 Het lijkt er op dat hij pauselijke goedkeuring moest zien te verkrijgen om de zetel van het bisdom Crediton naar Exeter te verplaatsen. Mogelijk had hij ook de opdracht om vrijstelling voor de koning te verkrijgen van een eerdere koninklijke gelofte om op bedevaart te gaan. Dit wordt althans door bronnen van na de Normandische verovering van Engeland beweert. Terwijl hij in Rome was woonde hij samen met zijn Engelse collega-bisschop Herman een pauselijke raad bij. et al., "Court and Piety" Catholic Historical Review, blz. 574
Na de dood van Eduard de Belijder Jan van Worcester, een middeleeuwse kroniekschrijver, verklaarde dat Ealdred in 1066 koning Harold II heeft gekroond, hoewel de Normandische kroniekschrijvers Stigand als de dienstdoende prelaat vermelden. Gezien Ealdreds bekende steun aan de Godwin-familie, is Jan van Worcester zijn bewering waarschijnlijk correct. Stigands positie als aartsbisschop was vanuit canoniek oogpunt verdacht, en aangezien graaf Harold Stigand niet had toegestaan een van de kerken in zijn graafschap in te wijden, is het onwaarschijnlijk dat hij dan wel zou hebben toegestaan dat Stigand de veel belangrijkere koninklijke kroning zou hebben uitgevoerd., Harold, blz. 199-200 Argumenten voor de stelling dat Stigand de kroning zou hebben uitgevoerd, beroepen zich op het feit dat geen enkele andere Engelse bron de kerkelijk leider noemt die de ceremonie heeft geleid, terwijl alle Normandische bronnen Stigand als de voorganger noemen., English Church 1000–1066, blz. 60, voetnoot 4 Hoe dan ook het is duidelijk dat Ealdred en Harold bondgenoten waren en dat Ealdred Harolds poging ondersteunde om koning te worden., Harold, blz. 117 Mogelijk vergezelde Ealdred de nieuwe koning toen Harolds kort na zijn kroning naar York reisde om zich daar van de steun van de noordelijke magnaten te verzekeren., William the Conqueror, blz. 183
Volgens de middeleeuwse kroniekschrijver Geoffrey Gaimar vertrouwde Harold na de Slag bij Stamford Bridge de buit van zijn gewonnen slag tegen Harold Hardrada aan Ealdred toe., Battle of Hastings blz. 42, voetnoot 93 Gaimar beweert dat koning Harold dit deed omdat hij van hertog Williams landing in Engeland had gehoord, en hij zich naar het zuiden moest haasten om deze tegemoet te treden. Battle of Hastings, blz. 75 Na de slag bij Hastings sloot Ealdred zich aan bij de groep aan die probeerde om Edgar Ætheling, de zoon van Eduard de Banneling tot koning van Engeland te verheffen, maar uiteindelijk onderwierp hij zich in Berkhamsted aan Willem de Veroveraar., Ruling England, blz. 19, English and the Norman Conquest, blz. 32 Jan van Worcester zegt dat de groep die Edgar ondersteunde aarzelde over wat men moest doen, dit terwijl Willem de Veroveraar het platteland verwoestte., Harold II, blz. 130 Blijkbaar slaagde men er niet in om een levensvatbaar antwoord te formuleren, wat voor Ealdred en Edgar geen andere mogelijkheid overliet dan om zich aan Willem de Veroveraar te onderwerpen., William the Conqueror, blz. 206
Ealdred kroonde Willem de Veroveraar op Kerstdag 1066 tot koning van Engeland., House of Lords, blz. 1 Een innovatie in Willems kroningsplechtigheid was dat voor de eigenlijke kroning, Ealdred de verzamelde menigte in het Engels vroeg of het hun wens was dat William tot koning zou worden gekroond. De bisschop van Coutances deed vervolgens hetzelfde, maar nu in het Normandisch Frans. In maart 1067 nam Willem de Veroveraar Ealdred met zich mee toen Willem naar Normandië terugkeerde. Ealdred verkeerde in goed gezelschap; ook de andere Engelse leiders, graaf Edwin van Mercia, graaf Morcar van Northumbrië, Edgar Ætheling en aartsbisschop Stigand reisden in Willems gevolg mee naar Normandië., Harold, blz. 185-187 Met Pinksteren 1068 voerde Ealdred de kroning van Mathilde van Vlaanderen, de vrouw van Willem de Veroveraar, tot koningin van Engeland uit. De Laudes Regiae, een lofzang voor een heerser, dat bij gelegenheid van Mathildes kroning werd uitgevoerd, is mogelijk door Ealdred zelf speciaal voor deze gelegenheid gecomponeerd., Queen Emma & Queen Edith, blz. 183
Toen in 1069 de noordelijke thegns tegen Willem de Veroveraar in opstand kwamen en probeerden om Edgar Ætheling als koning te installeren, bleef Ealdred Willem ondersteunen. Hij was echter de enige noordelijke leider die Willem de Veroveraar ondersteunde., Norman Conquest of the North, blz. 109 In 1069 was Ealdred terug in York. Hij stierf daar op 11 september 1069. Hij werd begraven in zijn bisschoppelijke kathedraal. Hij kan in 1068 en 1069 een actieve rol hebben gespeeld in pogingen om de opstanden in het noorden te kalmeren. De middeleeuwse kroniekschrijver Willem van Malmesbury registreert een verhaal dat toen de nieuwe sheriff van Worcester, Urse d'Abetot, inbreuk maakte op het kerkhof van het kathedraalkapittel van de kathedraal van Worcester, Ealdred een rijmende vloek tegen hem zou hebben uitgesproken, zeggende: "Thou are called Urse. May you have God's curse." (Jij wordt Urse genoemd, maar moge God jij vervloeken. geciteerd in Bates William the Conqueror, blz. 153. De exacte zin in Bates is "Urses weigering om het te verplaatsen verleidde de aartsbisschop tot een dichterlijke poëtische Oud-Engelse vloek, die begon met de woorden: "Thou are called Urse. May you have God's curse."
Nalatenschap Na de dood van Ealdred viel er een matigende invloed op Willem de Veroveraars behandeling van de Engelsen weg. Ealdred was een van de weinige autochtone Engelsen, die door Willem de Veroveraar lijkt te zijn vertrouwd. Zijn dood leidde tot minder pogingen om Engelsen in de administratie te integreren, hoewel dergelijke inspanningen ook niet helemaal stopten., William the Conqueror, blz. 156 In 1070 werd in Westminster een kerkenraad werd gehouden, waarbij een aantal bisschoppen waren afgezet. In 1073 waren er nog slechts twee Engelse bisschoppen. Op het moment van de dood van Willem in 1089, was Wulfstan II van Worcester nog de enige., English Church, 1066-1154, blz. 57