Universalisme of alverzoening is de overtuiging dat alle mensen (vaak met de hele schepping) na hun dood uiteindelijk gelukzalig zullen voortleven. Deze doctrine, die het meest is uitgewerkt in de christelijke theologie, verwacht dat alle mensen uiteindelijk verzoend worden met God en vaak ook dat met hen de hele schepping wordt hersteld. In de oosters-orthodoxe traditie heet dit vaak apokatastasis (Grieks voor letterlijk: herstel van alle dingen).
De meeste versies van het universalisme stellen een louteringsfase voor de daders voor: een soort tijdelijke hel waar zij hun straf moet uitboeten en zich moeten verzoenen met hun slachtoffers, voordat zij in eeuwige gelukzaligheid kunnen verderleven. Het debat tussen infernalisme (de leer van de eeuwige hel) en universalisme gaat dus zelden over of er een hel bestaat, omdat ook vrijwel alle universalisten die veronderstellen, maar hoelang deze hel duurt en van welke aard deze is: een eeuwige kwelling tegenover een tijdelijke weg tot herstel.
Universalisten gaan meestal uit van een 'pedagogische' functie van een hel: deze is dan bedoeld om de onrechtvaardigen tot berouw en bekering te leiden, een proces van loutering en herstel.
Argumenten rondom universalisme Universalisten gebruiken sinds de oude kerk diverse argumenten die regelmatig terugkeren:
Het past niet bij een rechtvaardige God om een tijdelijke zonde eeuwig te bestraffen; een straf moet proportioneel zijn aan de misdaad en dat kan een eeuwige straf per definitie nooit zijn. Het past niet bij een goede God om mensen nooit te vergeven. Het past niet bij een almachtige God om mensen in alle eeuwigheid niet te kunnen overtuigen in hem te geloven en het toe te staan dat zij voor altijd hem vervloeken. Het is onwaarschijnlijk dat mensen na hun dood niet meer van mening kunnen veranderen, en dan is het onwaarschijnlijk dat ze in alle eeuwigheid niet voor de hemel zullen kiezen, als ze tenminste werkelijk weten hoe mooi het daar is. Het is onmogelijk om vreugde te beleven in de hemel, als je geliefden voor eeuwig gekweld worden in de hel. Er zullen talloze grensgevallen zijn die nét wel of niet in de hel komen, die net iets meer of minder gezondigd hebben, en het is fundamenteel onrechtvaardig als zo'n minimaal verschil resulteert in een eeuwig verschillende straf. Het Griekse woord aionios (αἰών (aiṓn, "tijdperk, wereld”) + -ιος (-ios, uitgang)) dat vaak in bijbelvertalingen met 'eeuwig' wordt vertaald, betekent volgens contemporaine Griekssprekenden en hedendaagse taalkundigen niet eeuwig, maar zoiets als 'behorend bij de (komende) eeuw' (in de Joodse eschatologie de Olam Haba). Christus is voor alle mensen gestorven en alle mensen zijn gered, zoals Paulus diverse keren expliciet stelt. Binnen het Jodendom wordt de Gehenna gebruikelijk gezien als een éénjarige straf, wat de christelijke Bijbel lijkt te veronderstellen.
Bijbelteksten Universalisten halen tientallen passages uit de Bijbel aan om hun standpunt te ondersteunen, vooral van Paulus. Belangrijke teksten zijn bijvoorbeeld:
Johannes 4:42 ('hij is werkelijk de redder van de wereld'); Johannes 12:31 ('ik zal iedereen naar mij toehalen'); 1 Johannes 2:2 ('hij is die verzoening brengt voor onze zonde, en niet alleen voor die van ons, maar voor de zonden van de hele wereld'); 1 Johannes 4:14 ('redder van de wereld'); Romeinen 5:18 ('zo zal de rechtvaardigheid van één enkel mens allen vrijspreken en laten leven'); 1 Korintiërs 15:28 ('God zal alles in allen zijn'); Efeziërs 1:10 ('alles in de hemel en op aarde onder één hoofd bijeen'); 1 Timoteüs 4:10 ('God, die de redder is van alle mensen, in het bijzonder de gelovigen'); Openbaring 5:13 ('alles en iedereen hoorde ik zeggen: “Aan hem die op de troon zit en aan het lam komen de dank, de eer, de lof en de macht toe, tot in eeuwigheid.”’).
Christelijk universalisme Oude kerk De kerkelijke schrijver Clemens van Alexandrië (rond 200 n.Chr.) en zijn leerling Origenes (rond 220 n.Chr) waren de eersten die het christelijke universalisme systematisch uitwerkten.[https://www.ellopos.net/elpenor/greek-texts/fathers/origen/principia.asp De Principiis (2013): The Christian Doctrine of Apokatastasis, Brill, zie: Brief summary of Ramelli's bookUniversalism, The Prevailing Doctrine of the Church During Its First 500 Years, 1899
In hoeverre hun leer wel of niet de invloed heeft ondergaan van het stoïcisme of middenplatonisme is niet geheel duidelijk:Before Christianity, no religion or philosophy had ever maintained [universalism], not even Plato or mystery religions. Outside Christianity, in the Patristic age, only some Neoplatonists, such as Macrobius and Proclus, seem to have maintained it, but only when “pagan” Neoplatonism was a sort of parallel to Christianity, and in any case in a different way from the Patristic doctrine of apokatastasis (e.g. excluding the resurrection, as I mentioned).Richard Bauckham vermoed een sterke invloed van het platonisme, zie: Universalism a historical survey, 1978?Dat het universalisme een algemeen gangbare theologische opvatting was ten tijde van het vroege christendom, ook vóór Clemens en Origenes, staat niet ter discussie. De vraag is wel hoe populair deze leer was onder kerkelijke schrijvers, kerkvaders of het gewone kerkvolk.Er zijn overigens geen geschriften van gewone christenen. Om een indruk te krijgen wat gewone christenen zonder theologische scholing geloofden, is men aangewezen op inscripties, grafschriften, tekeningen in catacomben etc. De christenen in de oudheid waren grotendeels afkomstig uit de eenvoudige standen, enkele uitzonderingen daargelaten, en stonden sterk onder de invloed van pagane denkbeelden, dus het is mogelijk dat de hellenistische gedachten over de hel (zoals de eeuwige kwelling van Tantalus en Sysiphos) kritiekloos over zijn genomen.Overigens heeft het joodse geloof waarschijnlijk ook onder invloed van het hellenisme over de hel als plek van pijniging overgenomen.Pieter W. van der Horst: Het vroege jodendom. Een kleine encyclopedie over de eerste duizend jaar, Meinema, Zoetermeer 2006, p. 77
Er zijn in de catacomben geen afbeeldingen van hellestraffen of folteringen in het hiernamaals overgeleverd, wat suggereert dat deze leer hoe dan ook geen voorname plek in het geloofsleven had.Hieruit valt natuurlijk niet te bewijzen dat men niet aan een (eeuwigdurende) hel geloofde, maar het tegendeel, dat men er wel aan geloofde, valt evenmin te bewijzen. Het lijkt erop, afgaande op de afbeeldingen in de catacomben, dat het vroege christendom voor de eenvoudige gelovige een vreugdevolle religie was. De classica Ilaria Ramelli ontkent enige hellenistische beïnvloeding,, p. 817: The apokatastasis doctrine is historically very far from having been produced by an isolated character, excessively influenced or even “contaminated” by Greek theories, such as Origen has been long considered to be. terwijl Bauckham juist wel uitgaat van sterke beïnvloeding.Eenzelfde discussie bestaat over de vermeende hellenistische beïnvloeding van de leer van de Drie-eenheid en het platoonse element in het arianisme. Men denke ook aan hoeverre Anselmus van Canterbury de invloed heeft ondergaan van allerlei niet-christelijke denkbeelden in diens leer over het plaatsvervangend lijden van Christus J.W. Hanson, die in 1899 de eerste grote studie hierover publiceerde, is van mening dat niet de leer van de alverzoening en het universalisme een platoons of stoïsch denkbeeld is, maar dat juist de leer van het eeuwige lijden in de hel afkomstig is uit allerlei voor-christelijke voorstellingen.Het onderschrift van zijn in een eerdere noot genoemd boek luidt: and showing the influence of Greek Mythology and pagan philisophy on Christian Doctrine Een specifieke versie van Origenes' universalisme (van leerlingen van hem in Palestina, waarin zijn leer over het vóórbestaan van de ziel centraal stond) werd op het Vijfde Concilie (553 n.Chr.) verboden.
De hel zelf en ook de verschrikkelijke straffen die men zal ondergaan in werden in de vroege kerk niet ontkend, alleen dat de hel en de helse straffen eeuwig zouden duren. Dat is een verschil met enkele latere vormen van universalisme, waarin (vooral in de negentiende eeuw) ook het hele bestaan van een hel wordt ontkend.
Reformatie tot heden Opvallend is dat er tijdens de Reformatie, toen alle dogma's tegen het licht werden gehouden, blijkbaar geen enkele reformator twijfelde aan het bestaan van een eeuwigdurende hel.Bekend is dat zowel Calvijn als Luther sterk geloof hechtten aan een eeuwigdurende hel waar de ongelovigen onophoudelijk worden gepijnigd. Volgens de opvatting van calvinistische scholastici bestaat het aantal mensen dat naar de hemel gaat uit een zeer beperkt aantal. Bovendien zijn deze mensen van tevoren door God voorbestemd voor het eeuwige geluk, terwijl de grote massa van de mensheid na het aardse leven de hel wacht. Ook Zwingli leerde nadrukkelijk de hel als folterplaats Pas in de achttiende eeuw begon het universalisme aan een opleving. In de negentiende eeuw in de Verenigde Staten van Amerika publiceerde de Universalist Church of America een niet aflatende stroom aan boeken en traktaten waarin op Schriftuurlijke gronden het bestaan van een eeuwige folterplaats werd ontkend of (vooral in de vroege periode van het Amerikaanse universalisme) de beperkte duur van de hel werd geleerd.Nadrukkelijk werd dan gesteld dat er in zo'n hel wel werd gestraft voor de zonden, maar vooral werd gelouterd Men trok openlijk de bewering van orthodoxe christenen in twijfel dat hun ontkenning van de (eeuwige) hel gebaseerd zou zijn op een soort wensdenken en verdacht de orthodoxe christenen er juist van dat hun liefde tot God niet werkelijke liefde kon zijn, omdat deze gebaseerd is op angst voor een straffende God.
Tegenwoordig handhaven gematigde kerkgenootschappen (protestants, katholiek) weliswaar officieel de leer van de eeuwigdurende hel, maar in de praktijk wordt deze zelden onderwezen of vooral gezien als een gemoedstoestand, in het heden, of na de dood, waarin iemand Gods liefde ontbeert. Universalisme, dat zich tegen het infernalisme afzette, raakte daardoor tijdelijk weer op de achtergrond. Volgens de protestantse fundamentalistische en evangelische stromingen is de Bijbel letterlijk geïnspireerd en moet deze zoveel mogelijk woordelijk worden geloofd, en daar neemt de hel als eeuwige fysieke en geestelijke marteling een prominente rol in. In deze context kan het universalisme weer op hernieuwde interesse rekenen.
Overtuigde en hoopvolle universalisten Binnen het christendom bestaan grofweg twee soorten universalisten: overtuigde en hoopvolle. De eerste categorie bestaat uit christenen die overtuigd zijn dat het universalisme de juiste vorm van christelijk geloof is, de tweede categorie hoopt daarop.Zoals sommige katholieken, lutheranen of calvinisten van mening zijn dat hun christelijke leer de enige juiste is Tot de eerste groep kunnen theologen en filosofen als Thomas Talbott, William Barclay, J.W. Hanson, F.D. Maurice en Jürgen Moltmann gerekend worden.William Barclay: A Spiritual Autobiography, William B Eerdmans Publishing Company, Grand Rapids, 1977, pp. 65-67J.W. Hanson: A Pocket Cyclopedia Brief Explanations of Religious Terms, Universalist Publishing House, Boston 1892 Tot de tweede groep F.W. Farrar, Thomas Allin, Hans Kung en mogelijk Karl Barth en Paus Franciscus.Canon F.W. Farrar: Mercy and Judgment, Macmillan and Co. Limited, Londen 19043, pp. 1-2 (hij ontkent overigens universalist te zijn)Th. Allin: Universalism Asserted, Elliot Stock, Londen 18872, zie de inleiding Het verschil tussen beide groepen is vooral de mate van zekerheid in hun spreken over de toekomst en hoe concreet ze deze invullen.
Universalisme onder de kerkvaders