thumb|Nooit gebruikte spoorwegbrug te Varsenare, gebouwd voor de nooit aangelegde westelijke tak naast Brugge van de A17. Afgebroken in oktober 2011. Grote nutteloze werken is de Belgisch-Nederlandse benaming voor ongebruikte of onafgewerkte grootschalige openbare projecten. De Engelse term hiervoor is white elephant (witte olifant).Witte olifant. Gearchiveerd op 15 december 2021. De term "grote nutteloze werken" is een vertaling van de Franse term grands travaux inutiles, soms afgekort tot GTI.

De term grands travaux inutiles raakte bekend door Belgische journalist Jean-Claude Defossé, die in de zomer van 1986 in de Vlaamse krant De Morgen gelezen had over de smeerpijp Limburg-Antwerpen. Over deze mislukte investering maakte hij een reportage voor het televisiejournaal van de Belgische Franstalige openbare omroep RTBF. Op 15 oktober 1986 bracht Defossé in het RTBF-informatiemagazine C’est à voir een televisiereportage over grote nutteloze werken uit: Les bâtisseurs d’ans pires ('de bouwers uit de ergste jaren', maar tevens een woordspeling op "les bâtisseurs d’empires", "de bouwers van imperia"). In 1990 publiceerde Defossé een boek, Le Petit Guide des Grands Travaux Inutiles, en in 1991 verzorgde hij gedurende 9 maanden op televisie het Journal des Travaux Inutiles (afgekort JTI). Met de reportages en het boek verwierf ook de term snel bekendheid in heel het land. Overzichten van grote blunders bij openbare investeringen duiken in de Belgische media sindsdien regelmatig op.

In België heeft de problematiek van grote nutteloze werken haar wortels enerzijds in de wafelijzerpolitiek, een informele bestuurspraktijk waarbij de gelijke behandeling van regio's voorrang kreeg boven het nut van de investering. Anderzijds zijn vele werken ook toe te schrijven aan het nobele streven van ingenieurs om in lopende projecten alvast rekening te houden met toekomstige projecten, zodat die gemakkelijker konden worden gerealiseerd.

De onafgewerkte GTI's zijn vaak terug te voeren op deze laatste oorzaak. De GTI's met beperkt nut zijn terug te voeren op de wafelijzerpolitiek. Aan deze praktijk is sinds de regionalisering van Openbare Werken naar de gewesten een einde gekomen, al vormde de hiermee gepaard gaande budgetherschikking een nieuwe oorzaak voor het stopzetten van lopende projecten. Een voorbeeld hiervan is de noordelijke tak van de Antwerpse premetro.

thumb|De Scheepslift van Strépy-Thieu werd voltooid na de sluiting van de steenkoolmijnen en had daarmee haar voornaamste taak verloren alvorens ze opgeleverd kon worden. Desondanks vertienvoudigde de hoeveelheid vervoerde goederen over het kanaal na de ingebruikname van de scheepslift

De term wordt in overdrachtelijke zin ook wel gebruikt voor bouwwerken die wel in gebruik zijn genomen, maar waarvan het nut niet of nauwelijks bewezen is. Het nutteloze karakter van een aantal Grands Travaux Inutiles wordt betwist, niet enkel door de overheden die ze gebouwd hebben, maar voor wat België betreft ook door de taalgemeenschappen. Voorbeelden hiervan zijn het Hellend vlak van Ronquières op het Kanaal Charleroi-Brussel, en de Scheepslift van Strépy-Thieu op het Centrumkanaal. Aanvankelijk stonden de investeringen niet in verhouding tot het verkeer op deze kanalen, maar de laatste jaren is een duidelijke toename van het aantal schepen en de tonnage merkbaar, zodat thans enig nut moeilijk ontkend kan worden.

Belgische GTI's thumb|Het nooit gebruikte Doeldok in de haven van Antwerpen thumb|Tuibrug bij Godsheide – geplande vierstrooksweg erover nooit aangelegd thumb|Brug voor een nooit voltooide weg met vier rijstroken in Strépy-Bracquegnies thumb|Brug te Herzele voorzien op het nieuwe maar niet-aangelegde N42-tracé

Functioneert niet (of niet afgebouwd) Spoorwerken 1,4 kilometer dubbele premetrotunnels in ruwbouw in Antwerpen onder de Kerkstraat en Pothoekstraat, gebouwd tussen 1977 en 1986. Ook 7 premetrostations verspreid over het netwerk zijn nog niet in gebruik genomen. Er zijn vergevorderde plannen om dit laatste stuk tunnels samen met 4 van de stations alsnog in gebruik te nemen. De overige 3 stations hebben voorlopig nog geen uitzicht op ingebruikname. Daarnaast hebben grote stukken van het premetronet jarenlang ook bekend gestaan als GTI, maar zijn ze uiteindelijk wel in gebruik genomen. In het boek van Defossé wordt beweerd dat er plannen hebben bestaan om een champignonkwekerij in te richten in de ongebruikte tunnels maar die stelling is gecontesteerd. Eén lijn van de Métro Léger de Charleroi werd deels in afgewerkte staat en deels in ruwbouw afgewerkt, maar nooit in gebruik genomen buiten voor de opleiding van bestuurders. Ondertussen zijn de werken bezig om de hele lijn alsnog in gebruik te nemen. Ook de rest van het netwerk heeft lange tijd onafgewerkt gebleven, maar is intussen in gebruik. Het nut ervan is echter nog steeds beperkt, doordat de enorme bevolkingsgroei waarvoor het netwerk gebouwd werd nooit voltrokken is, en grote delen van het netwerk nooit gebouwd zijn. In Brussel ligt op Metrolijn 2 het spookstation Sainctelette. Dit is nooit in gebruik genomen door de geringe afstand tot de aangrenzende stations. Het is zichtbaar vanuit de metrotreinen. Op de treinaankondigers in de andere stations is de locatie van het station ook aangeduid, zonder naam. Verschillende andere Brusselse metrostations zoals Anneessens, Louiza en Kruidtuin, hebben ongebruikte niveaus in ruwbouw. In Luik ligt 750 meter metrotunnel onder de Quai Saint-Léonard voor een nooit gebouwde metrolijn.Liège: incendie dans un tunnel désaffecté, RTC Télé Liège, 31 oktober 2019. Gearchiveerd op 23 februari 2020.

Wegwerken De A19-brug in Sint-Jan bij Ieper: In Sint-Jan vlak bij Ieper stopt de snelweg abrupt op een ongebruikt viaduct. Het was de bedoeling om de A19 Kortrijk-Ieper door te trekken tot aan de E40 in Veurne, maar in 2005 besliste de Vlaamse regering (Regering-Leterme I) dat die verlenging er niet komt, en in 2012 werd de reservatiestrook die hiervoor voorzien was geschrapt. De regering wilde de A19 niet doortrekken omdat die het historisch slagveld van Pilkem Ridge zou doorkruisen. Duizenden Britten die sneuvelden tijdens de Eerste Wereldoorlog liggen er nog in de klei. In plaats daarvan werd er gekozen om de N8 Ieper-Veurne op te waarderen tot 3 rijstroken met hier en daar een bypass. De brug past niet in de plannen om de A19 op de N38 aan te sluiten en zou dus worden afgebroken. Dit is echter nog niet gebeurd, onder meer doordat er een nieuwe studie opgestart is om een doortrekking toch opnieuw te onderzoeken. In Harelbeke is de Ring rond Kortrijk (R8) nooit afgewerkt wegens geldgebrek. Hierdoor staat er tot vandaag een deels doodlopende brug over de Leie. Het verkeer gebruikt er enkel de buitenzijde van de brug die als op- en afrit voorzien was, terwijl het centrale gedeelte dat voorzien was op 2x2 rijstroken er ongebruikt bijligt en doodloopt waar een verdere doortrekking van het viaduct gepland was. Iets ten noorden hiervan ligt op de R8 eveneens een 1,5 kilometer lang grondlichaam voor een doortrekking van de R8 als ongelijkvloerse snelweg. De wegverbinding erop werd nog niet gerealiseerd, en het verkeer gebruikt de origineel voorziene parallelbanen ernaast op gelijkgronds niveau. Begin jaren 80 werden bij Autelbas aan weerszijden van de A4 twee bruggenhoofden gebouwd die hadden moeten dienen als steunpunten voor een wegbrug voor de 10 kilometer lange A28. Over een afstand van 1,5 kilometer werd ook reeds een grondlichaam voor deze snelweg aangelegd. Van de snelweg tussen Aarlen en Athus zijn uiteindelijk maar de drie zuidelijkste kilometers daadwerkelijk aangelegd waardoor er geen aansluiting is met de A4 en de bruggenhoofden en het grondlichaam er werkloos bijliggen. Een brug voor een weg met vier rijstroken in Strépy-Bracquegnies.. Gearchiveerd op 23 juli 2021. De vierstrooksweg moest als omleidingsweg ten noorden van Thieu het centrum ontlasten, maar de weg is nooit verder aangelegd. Parallel met de N60 en de opgeheven spoorlijn 86 tussen Ronse en Leuze-en-Hainaut ligt ter hoogte van Anvaing over een afstand van 700 meter een niet aangesloten en compleet overwoekerd stuk autoweg met 2x2 rijstroken en een op- en afrit aan één zijde. Een brug van deze weg over de op- en afrit alsook een ondertunneling voor de eveneens in onbruik geraakte spoorlijn die door de weg schuin gekruist zou worden zijn aanwezig. De weg was bedoeld als opwaardering van de huidige N60, die ten noorden van Ronse en nét ten zuiden van dit ongebruikte stuk over 2x2 rijstroken beschikt. Op de N36 te Harelbeke ligt een brug over de Leie die voorzien was op 2×2 rijstroken. Op deze plaats is de weg echter slechts met twee rijstroken aangelegd en ligt de noordelijke brughelft er nagenoeg werkloos bij, op een fietspad na.Locatie De N41 die bedoeld was als verbinding tussen de A11 en de E40 (ter hoogte van Aalst) werd nooit volledig afgewerkt. Het gedeelte tussen de A11 en de R42 (ring Sint-Niklaas) werd nooit gerealiseerd, evenals een groot deel tussen Aalst en Dendermonde. De N41 werd tussen Sint-Niklaas en Lebbeke wel gedeeltelijk afgewerkt. De N41 was echter over de gehele lengte voorzien op 2×2 rijstroken terwijl hij uiteindelijk met slechts twee rijstroken aangelegd werd. In het reeds gerealiseerde gedeelte zijn zes bruggen voorzien op 2×2 rijstroken, waarvan slechts de helft wordt gebruikt. In het kader van een wegverbinding tussen Hasselt en Genk werd een brug gebouwd voor spoorlijn 21C, gelegen in Genk net ten zuiden van de kruising van de spoorlijn met de N75. De wegverbinding werd niet verder aangelegd vanwege de impact op natuurgebied De Maten, waardoor de spoorbrug erover nog steeds geen functie heeft. Ondertussen wordt onder de brug wel een nieuw tracé voor de fietssnelweg F701 tussen Hasselt en Genk gepland. Overigens zou dezelfde wegverbinding verderop over de eveneens lange tijd als GTI geclassificeerde tuibrug in Godsheide lopen, doch heeft deze laatste ondertussen wel een alternatieve invulling gekregen. In 1995 werd een brug gebouwd op de Schipstraat in Sint-Lievens-Esse over een gepland nieuw tracé van de N42. Door protest is deze nieuwe wegverbinding nog niet aangelegd en heeft de brug zijn functie nog steeds niet kunnen vervullen. De aanleg van de weg eronder wordt ondertussen wel concreet gepland.

Waterwerken Het kanaal Ieper-Komen: de bedoeling was om de IJzer via Ieper te verbinden met de Leie. Hiervoor diende men te Hollebeke een kanaaltunnel aan te leggen. De werken werden gestart in 1864. De aanleg van de tunnel bleek echter na diverse pogingen onmogelijk te zijn door de slechte ondergrond. Daarom werd in 1910 afgezien van de bouw van een tunnel en besloot men een diepe sleuf te graven. Ook dit bleek onmogelijk: de ondergrond was van dien aard dat het kanaal niet stabiel was. Toen in 1913 de Sint-Elooisbrug instortte na grondverschuivingen besloot men het gedeelte tussen Komen en de Leie niet af te werken; het kanaal stopt nu te Ieper. Het Ourthekanaal: de bedoeling van dit kanaal was om de Maas te Luik te verbinden met de Moezel te Wasserbillig. De Nederlandse koning Willem I ving aan met de bouw in 1827. Vanwege de Belgische en Luxemburgse onafhankelijkheid in 1830 en 1839 veranderde de politieke situatie. Op dat moment was men juist bezig met de aanleg van een tunnel te Bernistap, de tunnel zou 2500 m lang worden, maar de bouw ervan werd gestaakt. De lengte van de tunnel bedroeg toen (en nu nog steeds) 1130 m. Het kanaal vindt zijn einde nu dus in de tunnel van Bernistap en werd nooit verder afgewerkt.

Functioneert wel, maar het nut is niet of nauwelijks bewezen