Assur-nirari III (Aššur-nērārī III), geschreven als maš-šur-ERIM.GABA, “Aššur is mijn hulp,” was koning van Assyrië (1203–1198 v.Chr.). Hij was kleinzoon van Tukulti-Ninurta I en volgde Assur-nadin-apli op die waarschijnlijk zijn vader, maar mogelijk ook zijn oom was. Deze was in opstand gekomen tegen zijn eigen vader Tukulti-Ninurta I en had hem vermoord.
Volgens de Nassouhi koningslijstNassouhi list, iii 32: mAš-šur-nērārī mār Aš-šur-nādin-ap[li2] 6 MUmeš; voor het eerst gepubliceerd door E. Nassouhi AfO 4 (1927) p. 1–11 en pl. 1f; herkomst: Assur. was hij de zoon van Aššur-nadin-apli, die volgens deze kopie en die van Khorsabad zijn voorganger wasKhorsabad list, iii 23: mAš-šur-nērārī mār m˹Aš-šur˺-nāṣir2-apli 6 MUmeš; eerst gepubliceerd door I. J. Gelb JNES 13 (1954) 209–230 en pl. XIVf; herkomst: Khorsabad. hoewel de Khorsabad- en SDAS-versieSDAS list, iii 13: mAš-šur-nērārī mār2 mAš-šur-nāṣir2-apli 6 MUmeš gepubliceerd door Gelb met de Khorsabad-kopie en pl. XVIf; herkomst onbekend.-varianten beide Aššur-naṣir-apli als zijn vader geven, die slechts in de SDAS-kopie zijn voorganger genoemd wordt.
De drie kopieën zijn het wel eens over de lengte van zijn bewind. Resten van zijn naam zijn ook gevonden op een vierde fragmentarische versie van de koninglijstKlein fragment, oorspronkelijk gepubliceerd door O. Schroeder KAV 15; herkomst: Assur.. Volgend op de drie of vier jaar van zijn voorganger regeerde hij slechts zes jaar die buiten lijsten en kronieken slecht geattesteerd zijn, Het lijkt aannemelijk dat hij tamelijk jong was toen hij op de troon kwam. Dit verklaart mogelijk ook de voorname plaats die zijn grootvizier Ilī-padâ aan het hof aannam. Het jaar dat eponiem is voor hemzelf, en waarschijnlijk het eerste volledige regeringsjaar vertegenwoordigt wordt als datering aangetroffen op een tablet dat over koren handeltKAJ 101 (Urad-serua #55). uit het archief van Urad-Šerūa en zijn familie No. 55. en een tabletTabT05A-191. gevonden in Tell Taban, Syrië, gedateerd tot het eponieme jaar van Adad-bān-kala, mogelijk uit diens regering of dat van zijn opvolger.
Een fragment van een uitzonderlijk grievende brief aan hem gericht van de hand van Adad-shuma-usur van KarduniašTablet K. 3045 / ABL 924: LUGAL.MEŠ šá KUR aš+šurKI. is bewaard gebleven in de Kouyunjik Verzamelingen van het Brits Museum. De brief is uitzonderlijk omdat hij niet gericht is aan een maar aan twee koningen, namelijk Aššur-nerari III en Ilī-padâ, die beiden aangesproken worden als “koningen van Assyrië”. Het lijkt er dus op dat de grootvizier de sterke man achter de troon was. De brief is gecopieerd en bewaard in de Assyrische archieven, mogelijk juist omdat er een hoge status aan de vizier Ilī-padâ in gegeven werd. Hij was namelijk de vader van Ninurta-apil-ekur die later een succesvolle greep naar de macht deed en wiens nazaten tot in de 8e eeuw op de troon zouden zitten. Qua genealogie waren Ninurta-apil-ekurs aanspraken op de troon niet al te stevig en de brief diende daarmee om die aanspraken te onderbouwen.
De naar waarschijnlijkheid nog jonge koning Aššur-nerari III werd zelf waarschijnlijk op gewelddadige wijze aan de kant geschoven door Enlil-kudurri-usur, waarschijnlijk zijn oom en nog weer een zoon van Tukulti-Ninurta I. Het leven en de loopbaan van de grootviezier en 'medekoning', Ilī-padâ, schijnt daarmee ook een einde genomen te hebben. Bewijzen uit twee archieven die hierop meer licht zouden kunnen does schijnen zijn helaas nog niet gepubliceerd. Beide archieven bevatten zo'n 400 tabletten, waaronder de Midden-Assyrische teksten van Tell Sabi Abyad (gevonden in 1997-1998).”
Tijdgenoten Adad-šuma-uṣur van Babylonië. Inscripties
Verwijzingen
Categorie:Koning van Assur Categorie:Persoon in de 13e eeuw v.Chr. Categorie:Persoon in de 12e eeuw v.Chr.