thumb|Reliëfkaart van Voeren thumb|De Voer na Ketten en Schoppem in 's-Gravenvoeren thumb|Blik op Sint-Martens-Voeren thumb|Kerk van Sint-Pieters-Voeren thumb|Taalstrijd in 's-Gravenvoeren thumb|Sint-Martens-Voeren thumb|De Voer in ’s-Gravenvoeren

Voeren (Frans: Fourons) is een faciliteitengemeente die bestuurlijk deel uitmaakt van de Belgische provincie Limburg in het gewest Vlaanderen. Het gebied staat ook bekend als de Voerstreek. Het is iets meer dan 5000 hectare groot, wordt aan drie zijden omgeven door de provincie Luik, en in het noorden begrensd door Nederlands-Limburg. De gemeente bestaat uit zes dorpen waarvan drie langs het riviertje de Voer, twee langs het riviertje de Gulp en een langs het riviertje de Berwijn. De Voerstreek maakt deel uit van Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren en sinds 2023 van Landschapspark Grenzeloos Bocageland.

De Voerstreek was in de jaren 60, 70 en 80 van de 20e eeuw dikwijls het onderwerp van politiek verhitte taaldebatten in België. Deze dorpen waren sinds 1963 wettelijk Nederlandstalig met faciliteiten voor Franstaligen.

Toponymie De naam van de gemeente is ontleend aan de Voer, een zijriviertje van de Maas dat door de gemeente stroomt.

Het Land van Dalhem heette oorspronkelijk Voeren, aangezien 's-Gravenvoeren vóór de bouw van de burcht te Dalhem het bestuurscentrum van dit graafschap vormde. 's-Gravenvoeren was dus de kern van het kleine oorspronkelijke graafschap Voeren, voordat het grafelijke domicilie naar de burcht van Dalhem werd verplaatst en men ging spreken van het Land van Dalhem. Dalhem zelf werd naar analogie met 's-Gravenvoeren toen ook weleens 's-Gravendal(hem) genoemd.

Men zou kunnen denken dat de naam van de gemeente Voeren met zijn uitgang -en een collectivum is, omdat deze gemeente in 1977 door gemeentelijke herindeling is ontstaan, uit onder meer 's-Gravenvoeren, Sint-Martens-Voeren en Sint-Pieters-Voeren. Toch is dat niet het geval, al verwijzen al deze toponiemen naar het riviertje de Voer. De uitgang -en is bij Limburgse plaatsnamen die aan een water of riviertje zijn ontleend, niet ongebruikelijk. Dat is bijvoorbeeld het geval bij de Nederlandse plaats Gulpen, ter plekke waar het riviertje de Gulp uitmondt in de Geul. Even ten noorden van Roermond vinden we zo het dorp Swalmen, dat zijn naam dankt aan het riviertje de Swalm, een zijriviertje van de Maas. In de Duitse Selfkant, nabij Sittard, een gebied waar vanouds Limburgs wordt gesproken, ligt het plaatsje Saeffelen, genoemd naar de Saeffelbeek. In al deze gevallen is de naam op analoge wijze gevormd als die van Voeren.

Geografie De gemeente ligt in twee verschillende beekdalen: het Gulpdal in het oosten (met Remersdaal en Teuven) en het Voerdal (met zijdalen) in het westen. De heuvelrug tussen De Plank en Hagelstein die de hoogteverbinding vormt tussen het Plateau van Margraten in het noorden en het Plateau van Herve in het zuiden vormt de waterscheiding tussen de beide beekdalen. De gemeente heeft verschillende bossen, waaronder het Hoogbos, Schoppemerheide, Broekbos, Alsbos, Vrouwenbos, Veursbos en het Beusdalbos.

Vier Voerdorpen wateren af op de Voer, net als de Nederlandse dorpen Mheer en Noorbeek. Teuven en Remersdaal wateren af op de Gulp. De Berwijn is een riviertje dat oostelijk van Voeren ontspringt, zuidelijk van de gemeente stroomt naar het Voerense dorp Moelingen en daarna vlakbij in de Maas uitmondt. De streek is dunbevolkt (82,11 inw./km², oftewel 1:12.000 m²) en telt 4.157 inwoners (januari 2012), van wie ongeveer een kwart Nederlanders. Delen van de Voerstreek zijn Europees beschermd als Natura 2000-gebied 'Voerstreek'.https://www.natura2000.vlaanderen.be/gebied/voerstreek

Situering De gemeente grenst in het noorden aan de Nederlandse provincie Limburg en in het zuiden aan de Waalse provincie Luik, maar nergens aan de rest van Vlaanderen, en is daarmee een exclave van de provincie Limburg. Voeren is de hoofdplaats van het gelijknamige kieskanton. Samen met de stad Tongeren vormt ze het gerechtelijk kanton Tongeren-Voeren. De gemeente Voeren grenst aan de Waalse gemeenten Wezet, Dalhem, Aubel en Plombières in de provincie Luik, en in het noorden aan de Nederlandse gemeenten Eijsden-Margraten en Gulpen-Wittem. De gemeente grenst aan geen enkele andere Belgisch-Limburgse gemeente.

De Voerstreek maakt in feite deel uit van het Land van Herve, net als het zuidoosten van de Nederlandse provincie Limburg. Bijna 20% van de Voerstreek is natuurgebied. In Voeren ligt het hoogste punt van Vlaanderen : het zuidoostelijke dorp Remersdaal op 287 m hoogte. De hoogste punten zijn het Strouvenbos en de Reesberg bij Remersdaal (287,5 m).

Deelgemeenten Naam Opp.(km²) Inwoners(2025) Inwonersper km² NIS-code 1 's-Gravenvoeren 13,40 1.637 122 73109A 2 Sint-Martens-Voeren 12,85 865 67 73109B 3 Teuven 7,29 464 64 73109C 4 Remersdaal 8,65 301 35 73109D 5 Sint-Pieters-Voeren 5,11 237 46 73109E 6 Moelingen 3,30 907 275 73109F

Overige kernen Gehuchten met meerdere woningen: Berg Hagelstein Ketten Knap Krindaal Kwinten Mabrouck Meulenberg Nurop Peerds De Plank Rullen Schoppem Sinnich Swaan Ulvend Veurs Veurserveld Vitschen Buurtschappen van een paar woningen of slechts een afgelegen hoeve: Kasteel Altenbroek Brabant Hoeve Crutzberg Hoeve Driesen Drink Hoeve Op de Eiken Gieveld Kattenroth Hoeve Kies Hoeve Lobos Kasteel Magis Mariahof Middelhof Obsinnich Kasteel Ottegraeven Reesberg Roodbos Schilberg Schoppemerheide Snauwenberg Stroevenbos Veld Vrouwenhof Waterval

Hydrografie Door de gemeente Voeren stromen verschillende waterlopen: de Berwijn in Moelingen, die net op de grens van de gemeente in de Maas uitmondt; de Voer door 's-Gravenvoeren, Sint-Martens-Voeren, Sint-Pieters-Voeren waar deze ook ontspringt; de Veurs, die tussen Teuven en Sint-Martens-Voeren ontspringt en in het centrum van deze laatste in de Voer uitmondt; de Noor, die in 's Gravenvoeren in de Voer uitmondt; de Gulp, die in de Geul uitmondt in Nederland en langs het dorp Teuven stroomt.

Dialectgeografie

Sociaal-cultureel maakt de Voerstreek deel uit van het Maas-Rijnlandse dialectcontinuüm, aansluitend op het huidige Nederlandse Zuid-Limburg en de Platdietse streek tussen Luik en Aken. De onderverdeling van het Nederlandse Limburgs is in micro-formaat terug te vinden in de Belgische Voerstreek. Ook daar zijn de dialecten te verdelen in drie varianten: het westelijk Voerens (Moelingen) het centraal Voerens ('s-Gravenvoeren) het oostelijk Voerens (Sint-Martens-Voeren, Sint-Pieters-Voeren, Teuven en Remersdaal). Het laatste behoort tot het Oostlimburgs-Ripuarisch of Geullands (zoals het Vijlens, Heerlens of Welkenraedts), het tweede tot het Oost-Limburgs (zoals het Valkenburgs) en het eerste tot het Centraal Limburgs (zoals het Maastrichts).

Demografie Demografische ontwikkeling Alle historische gegevens hebben betrekking op de huidige gemeente, inclusief deelgemeenten, zoals ontstaan na de fusie van 1 januari 1977.Bronnen:NIS, Opm:1806 tot en met 1981=volkstellingen; 1990 en later= inwonertal op 1 januari

Inwoners van jaar tot jaar op 1 januari1992 tot heden jaar Aantalhttps://view.officeapps.live.com/op/view.aspx?src=https%3A%2F%2Fstatbel.fgov.be%2Fsites%2Fdefault%2Ffiles%2Ffiles%2Fdocuments%2Fbevolking%2F5.1%2520Structuur%2520van%2520de%2520bevolking%2FBevolking_per_gemeente.xlsx&wdOrigin=BROWSELINK Evolutie: 1992=index 1001992 100,01993 100,41994 102,01995 101,61996 102,21997 101,91998 102,21999 101,72000 102,12001 102,42002 102,42003 101,72004 102,02005 100,32006 100,92007 100,82008 99,52009 99,92010 99,22011 98,92012 98,42013 97,52014 97,52015 96,52016 97,02017 97,72018 98,42019 98,12020 98,82021 99,22022 101,42023 103,82024 104,32025 104,42026 104,0

Geschiedenis Prehistorie en Romeinen In het gebied waarvan de huidige Voerstreek deel uitmaakt, werd in de prehistorie de vuursteen bewerkt die er rijkelijk voorhanden was. De oudste bewoningssporen dateren uit het neolithicum (vindplaatsen onder meer op de Voerenberg en Hoogbos). Later exploiteerden de Romeinen er één of twee grote villa’s. De streek werd ook in de Gallo-Romeinse periode in diverse nederzettingen bewoond.

thumb|Steenboskapel in het gehucht Schophem De Romeinse bezetting wordt aangegeven door een belangrijke villa uit de tweede eeuw, heropgebouwd in de zevende, op de plaats Steenbos, in het gehucht Schophem. Zij is in 1840-1846 onderzocht door H. Del Vaux.H. Del Vaux 1851, La Découverte du Steenbosch et l'origine de sa chapelle à Fouron-le-Comte. Liège, Desoer. Met de opgegraven materialen (spolia) werd hier in 1850 de Steenboskapel gebouwd. De onderbouw van een Gallo-Romeinse villa op de plaats "Op de Saele" is in 1867 onderzocht door H. Schuermans.Dissertatie in Bulletin des Commissions royales d'art et d'archéologie, 1867.

Er werden ook sporen teruggevonden van de Via Mansuerica, een militaire weg (heerweg) uit de zevende eeuw, die de verbinding vormde van de Moezel bij Trier over de Hoge Venen naar de Maas bij Maastricht, en aldus tussen de grote wegen Bavay - Keulen en Reims - Keulen.

Feodale heersers Voor de geschiedenis van de Voerstreek in de Frankische en de Karolingische tijd, de Middeleeuwen en de Nieuwe tijd

In vroeger eeuwen vormde de streek geen eigen eenheid. Deze zes dorpen behoorden wel alle tot het Overmaas / oud-Limburgse gebied, in Brabants bezit gekomen na de Slag bij Woeringen in 1288. Over het prinsbisdom Luik heen werd het gebied bestuurd vanuit Brabant, en ging later met Brabant op in de Bourgondische Nederlanden van keizer Karel V en zijn Habsburgse opvolgers.

Tijdens het ancien régime maakten de dorpen Moelingen, 's-Gravenvoeren en Sint-Martensvoeren als Dalhemse schepenbanken deel uit van de met Brabant verbonden Landen van Overmaas. Het dorp Teuven (Remersdaal inbegrepen) was in oorsprong onderdeel van de schepenbank Montzen in het eveneens aan Brabant verbonden hertogdom Limburg. Het dorp Sint-Pietersvoeren ten slotte was als bezit van de Duitse Orde een rijksheerlijkheid.

Moderne tijd De huidige Voerstreek is samengesteld uit de voorheen Dalhemse dorpen Moelingen en 's-Gravenvoeren in het westen, het eveneens Dalhemse Sint-Martensvoeren alsmede de voorheen rijksvrije heerlijkheid Sint-Pietersvoeren (sinds de kruisridders apart van Sint-Martensvoeren) in het midden, en uit het voorheen oud-Limburgse Teuven (Remersdaal inbegrepen) in het oosten. De oude binnengrenzen worden ook enigermate weerspiegeld in het dialect, dat aan de oostkant al tot de overgangsdialecten tussen het Limburgs en het Ripuarisch behoort.

Het gebied van de gemeente Voeren behoort sinds 1 september 1963 tot de provincie Limburg. Op voorstel van de Waalse socialistische politicus Paul Gruselin werden de toen zes gemeenten in de Voerstreek overgedragen van de provincie Luik naar de provincie Limburg in ruil voor de overdracht van de West-Vlaamse gemeenten Komen-Waasten en Moeskroen aan de provincie Henegouwen. Hierop volgende een decennialange Taalstrijd in de Voerstreek. Talloze malen kwam het tot gevechten en rellen tussen Vlamingen en Walen en de oproerpolitie; de streek werd ondergekalkt met taalleuzen. In de jaren 1980 kreeg deze taalstrijd geregeld een nationale dimensie en leidde in 1987 tot de val van de federale regering Regering-Martens VI. In het begin van de 21ste eeuw verdween het conflict naar de achtergrond van de Belgische politiek met de neergang van de lokale Franstalige partij Action Fouronnaise. thumb|Informatiebord voor toeristen te Sint-Martens-Voeren Op 1 januari 1977 werden de zes voormalige gemeenten 's-Gravenvoeren, Moelingen, Remersdaal, Sint-Martens-Voeren, Sint-Pieters-Voeren en Teuven tot de fusiegemeente Voeren samengevoegd.

Na 1990 is het toerisme sterk in opkomst en kent de streek talloze restaurants en accommodaties.