Het Nederlandse publieke omroepbestel is het geheel van organisaties die tezamen zorg dragen voor het aanbod van en op de publiek gefinancierde Nederlandse radiozenders en televisiekanalen en de daarbij behorende websites. Het Nederlandse landelijke publieke omroepbestel bestaat uit de stichting Nederlandse Publieke Omroep (NPO) en publieke omroeporganisaties, waarvan de eerste dateren van rond de jaren 1920. De Mediawet regelt hoe de zendtijd wordt verdeeld, waarbij de leiding in handen ligt van de raad van bestuur van de NPO.Welke rol speelt de NPO als organisatie binnen het Nederlandse omroepbestel?, PubliekeOmroep.nl (bezocht op: 5 april 2013) (gearchiveerd) Naast de landelijke omroepen zijn er regionale omroepen en lokale omroepen.

Geschiedenis tot 2006

De eerste voor het publiek bestemde radio-uitzendingen in Nederland waren die van radio-pionier Idzerda met zijn zender PCGG. Dit betrof echter een particulier initiatief. In de jaren 1920 werden de eerste omroepverenigingen opgericht. Het publieke omroepbestel in Nederland begon feitelijk met het Zendtijdbesluit van 1930. Hierin werd geregeld welke organisaties gemachtigd waren openbare radio-uitzendingen te maken. Die organisaties moesten kunnen aantonen dat zij een bepaalde maatschappelijke stroming vertegenwoordigden. De Nederlandse publieke omroep werd zo een voorbeeld van de verzuilde Nederlandse maatschappij, waarbij de vier grote omroepen een duidelijke signatuur hadden: de AVRO was algemeen (liberaal), de NCRV protestants, de KRO rooms-katholiek en de VARA socialistisch.

Pogingen om tot een echte nationale omroep te komen, naar het model van bijvoorbeeld de Britse BBC, zijn nooit geslaagd. Wel voerde de Duitse bezetter in 1941 gedwongen een nationale omroep in, maar vrij snel na de oorlog keerde men terug naar het vooroorlogse bestel. miniatuur|Het zendschip van Radio Veronica (1974). Commerciële avonturen van zeezenders buiten de Nederlandse territoriale wateren zorgden wel voor enige verandering in het bestel in de jaren 60. De zeezenders werden door de overheid verboden, maar er kwam wel ruimte in het bestel voor nieuwe zendgemachtigden: het werd van een gesloten bestel in een open bestel getransformeerd. Wie voldoende leden had, kon in principe een status als zendgemachtigde verkrijgen. Ook werd voor het eerst reclame op de publieke omroep toegestaan, geëxploiteerd door de STER. De bekendste twee zeezenders, TV Noordzee en Radio Veronica, kwamen uiteindelijk als omroepvereniging in het publieke bestel terecht, respectievelijk als TROS (1966) en VOO (Veronica, 1976). Het open bestel maakte ook de weg vrij voor de Evangelische Omroep, die vanaf 1970 uitzond.

Vanaf de jaren 1990 kreeg de publieke omroep concurrentie van commerciële omroepen. Veronica trad in 1995 uit het bestel, om als commerciële omroep verder te gaan. Enkele jaren later trad BNN, voortgekomen uit datzelfde Veronica, juist toe tot het publieke bestel.

Nog tot na 2000 hadden televisieomroepen een eigen 'thuisnet'. Zo vond men begin jaren 1990 op Nederland 1 de KRO, de NCRV en de AVRO; Nederland 2 was het thuisnet voor TROS, Veronica en EO, en op Nederland 3 zonden VARA, VPRO en NOS uit. De radiozenders waren al meer thematisch ingedeeld, met Radio 1 voor nieuws, actualiteiten en sport, Radio 2 voor lichte muziek, Radio 3 voor popmuziek, Radio 4 voor klassieke muziek en Radio 5 voor het gesproken woord.

Omroepmodel na 2006 In april 2004 werd een kritisch rapport gepresenteerd over het functioneren van de publieke omroep. "De publieke omroep maakt onvoldoende werk van een gemeenschappelijke visie en strategie voor de publieke omroep als geheel." Doordat omroepen elk hun eigen vaste 'thuisnet' hadden, ontstonden soms leegtes in de programmering. De omroepen konden of wilden een bepaald programma niet leveren. Naar aanleiding van dit rapport werd geadviseerd om netstatuten op te heffen en de netcoördinatoren meer macht te geven.Visitatie Landelijke Publieke Omroep Visitatie Landelijke Publieke Omroep

Sinds het seizoen 2006-2007 werkt de Nederlandse publieke omroep op landelijk niveau met een programmeringsmodel waarbij de regie bij de NPO ligt. Omroepen hebben hierbij geen 'thuisnet' en de NPO bepaalt per programma op welke zender het uitgezonden zal worden. Organisaties die mogen uitzenden op de landelijke radio- en tv-zenders zijn de aangewezen taakomroepen, enkele (kerk)genootschappen en de zendgemachtigde omroepverenigingen. miniatuur|273x273px|Sander Dekker in 2016. Per 2016 werd het aantal omroepen teruggebracht van 21 naar acht. Met de erkenningsperiode vanaf 2016 zal het aantal omroepverenigingen teruggebracht worden naar zes. Daarnaast blijven twee taakomroepen bestaan. Genootschappen werden geacht zich aan te sluiten bij een omroepvereniging.NPO legt voorstel herziening bestel voor aan omroepen. Publiekeomroep.nl, 3 november 2011 In oktober 2014 kondigde staatssecretaris Sander Dekker hervormingen aan die uiterlijk 1 januari 2016 ingevoerd zouden worden. De afzonderlijke omroepen zouden meer verantwoordelijkheden moeten overdragen aan de NPO. Zo zouden de programmarechten bij de NPO komen te liggen. Tevens zouden programmamakers meer mogelijkheden krijgen om hun programma's aan te bieden en zouden regionale omroepen meer zendtijd krijgen op de publieke zenders.De nieuwe publieke omroep: onderscheidender en creatiever Rijksoverheid, nieuwsbericht 13 oktober 2014

Op 14 juni 2019 kondigde minister Arie Slob middels een Kamerbrief grote wijzigingen in het bestel aan. De belangrijkste punten waren: Op NPO 3 zullen ook programma's van de regionale omroep worden uitgezonden. Voor 20.00 uur mag geen Ster-reclame meer worden uitgezonden. Online verdwijnen alle commercials. Het aantal themakanalen op radio en tv moet teruggebracht worden. NTR en NOS moeten bestuurlijk gaan samenwerken en/of samengaan. De ledeneis voor aspirant-omroepen (op dat moment WNL, PowNed en HUMAN) wordt verlaagd van 150.000 naar 50.000. Voor bestaande omroeporganisaties daalt de eis naar 100.000 leden.

Shula Rijxman, destijds voorzitter van de Stichting NPO, reageerde geschokt op de plannen. "Als deze bezuiniging doorgaat, dan gaat het op vele fronten vele titels raken.", NPO: omroepplan Slob zal gehele programmering onmiddellijk raken

Ontwikkelingen sinds 2022 miniatuur|230x230px|Logo Ongehoord Nederland. In 2022 traden de nieuwe omroepen omroep ZWART en Ongehoord Nederland het publieke bestel binnen. In februari 2022 begon Ongehoord Nederland met het uitzenden van het programma Ongehoord Nieuws. In dat programma kreeg vooral extreemrechts een podium en werden er veel onwaarheden en nepnieuws uitgezonden op de publieke televisie. Door deze acties kwam het debat over het publieke bestel weer onder de aandacht.

Vanwege de problematiek rondom Ongehoord Nederland werd in september 2022 de commissie Advies Publieke Omroep opgericht, met Pieter van Geel als voorzitter. In september 2023 publiceerde de commissie haar rapport Eenheid in veelzijdigheid, waarin de commissie concludeerde dat het omroepsysteem ‘niet meer aansluit bij de huidige maatschappij omdat het bestel stamde uit de tijd van de verzuiling, waar nu echter geen sprake meer van is’.

In februari 2024 publiceerde de commissie-Van Rijn het rapport Niets gezien, niets gehoord en niets gedaan, over het grensoverschrijdend gedrag binnen de publieke omroep. Ook deze commissie was van mening dat er gekeken moest worden naar het eventuele hervormen van het bestel, omdat door de concurrentiestrijd tussen de omroepen de onveilige werksfeer alleen versterkt wordt. miniatuur|274x274px|Eppo Bruins in 2018. Tijdens de kabinetsformatie van 2024 lag de publieke omroep onder vuur. De formerende partijen PVV, VVD, NSC en BBB wilde namelijk de publieke omroep grondig hervormen. De partijen verschilden wel van mening. Zo stelde NSC voor NPO 3 te verwijderen en was de BBB juist een voorstander van een BBC-model. Toen het kabinet-Schoof haar regeerprogramma presenteerde, reageerde de NPO opgelucht. In het regeerprogramma werd beschreven dat de publieke omroep zich moet richten op een breed, betrouwbaar aanbod dat alle lagen van de samenleving bereikt. Daarnaast bevestigde de regering de noodzaak van hervormingen binnen de NPO.

Op 4 april 2025 maakte minister Eppo Bruins zijn plannen bekend voor het hervormen van de publieke omroep. Zo moeten omroepen met een gemeenschappelijk profiel samen gaan werken in 'omroephuizen', om zo het aantal omroepen te laten dalen. Daarnaast blijft de NOS bestaan, maar wordt de NTR opgeheven. Ook zal het omroepbestel gesloten worden voor nieuwkomers. De reacties op Bruins' plannen waren gemengd. Over het algemeen zijn de omroepen voor het plan van de 'omroephuizen', maar er was wel verontwaardiging over het plan om de NTR te saneren. NTR-directeur Lucas Goes zei in een reactie boos te zijn over het plan van de minister. Een kamermeerderheid is voorstander voor een fusie tussen de NOS en de NTR waardoor de NTR-programma's behouden worden. Op 8 april werd bekend dat AVROTROS en PowNed het eerste omroephuis zullen vormen. Deze twee omroepen werken al gezamenlijk op ICT-, juridisch, financieel en HR-gebied.

Landelijke omroeporganisaties De omroeporganisaties maken programma's waarvan de raad van bestuur van de NPO de plaatsing bepaalt. Hieronder vallen de taakomroepen en de zendgemachtigde omroepverenigingen en (kerk)genootschappen.Omroepen, PubliekeOmroep.nl (bezocht op: 5 april 2013)

Taakomroepen De taakomroepen zijn omroeporganisaties die een in de Mediawet genoemde taakstelling hebben. Hieronder vallen de NOS, die tot taak heeft het brengen van brede, onafhankelijke nieuwsvoorziening, en de NTR, die kunst en cultuur, minderheden, jeugd, educatie en achtergrondjournalistiek brengt.

Omroepverenigingen De zendgemachtigde omroepverenigingen (ook wel ledenomroepen) zijn verenigingen die aanspraak maken op zendtijd bij voldoende leden. Daarnaast moeten ze volgens voorwaarden gesteld in de Mediawet een maatschappelijke, culturele, godsdienstige of geestelijke stroming vertegenwoordigen en een toegevoegde waarde leveren aan het (bestaande) Nederlandse omroepbestel. De hoeveelheid zendtijd wordt toegewezen naar omroepstatus, bepaald naar het aantal leden.

Erkenning

Voor de erkenningsperiode van 1 september 2010 tot 1 september 2015 bleken alle bestaande omroepen op de peildatum voor de ledentelling, 1 april 2009, voldoende leden te hebben om hun zendmachtiging te behouden. Ook behaalden de twee nieuwe omroepen PowNed en Wakker Nederland het vereiste aantal van 50.000 leden om te mogen toetreden tot het bestel als aspirant-omroep.Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2008), Brief aan de Tweede Kamer over Jaarverslag 2008, Bijlage b. De aspirant-omroepen MAX en LLiNK behaalden de benodigde ondergrens van 150.000 leden. Desondanks werd de uitzendlicentie van LLiNK niet verlengd. Verder werden de licenties voor Nederlandse Islamitische Omroep en Nederlandse Moslim Omroep en later het nieuwe Omroep Universele Moslim Associatie ingetrokken voor de nieuwe erkenningsperiode.