thumb|Het beroemde schilderij van de Toren van Babel van Pieter Bruegel de Oude De toren van Babel is een mythisch bouwwerk uit de Hebreeuwse Bijbel.Robert Graves, Raphael Patai (1986): Hebrew Myths: The Book of Genesis, pag. 315, Het verhaal in Genesis 11:1-9 over de toren van Babel is heel oud. Reeds de vroege joods-hellenistische historicus Eupolemos (begin 2e eeuw v.Chr.) schreef al over "de bekende toren".Zie Eusebius: Praeparatio evangelica, IX.17.2f

Het verhaal In het verhaal in Genesis 11:1-9 werd er op aarde nog één taal gesproken en trokken na de zondvloed alle mensen "in oostelijke richting" en vestigden zich op de vlakte van Sinear. Daar bakten ze stenen en zeiden:

God veroorzaakte een spraakverwarring, zodat de mensen, die eerst één taal hadden, elkaar niet meer konden verstaan. De bouw van de stad en de toren werden gestaakt. God verspreidde vervolgens de mensen over de aarde. De stad kreeg de naam Babel.

In Jubileeën 10:26 staat dat de toren door een sterke wind omver werd geblazen. Volgens het Boek der Rechtvaardigen zou een derde deel van de toren zijn blijven staan.

Etymologie De vertaling van מגדל in Genesis 11:4 met "toren" is onzeker. Het woord wordt in de Hebreeuwse Bijbel gebruikt als citadel (vergelijk Rechters 9:46-49).

De opvallende woordverbinding עיר ומגדל, "stad en citadel" (vergelijk Genesis 11:5) kan duiden op een ommuurde stad, waarin een verhoogde, van ver zichtbare citadel of akropolis staat. Dat komt overeen met beelden uit het oude Zuidwest-Azië en uit het Oude Egypte. Van een dergelijke citadel zou een stadspaleis, hoofdtempel of andere gebouwen deel kunnen uitmaken.

In de Hebreeuwse tekst is er een woordspel met de naam "Babel" en het woord voor 'verwarring brengen'.Voetnoot bij Genesis 11:9 (NBV 21) op bijbel.nbv21.nl

Babylonische spraakverwarring Uit deze ontstaansgeschiedenis van de talen is de uitdrukking "Babylonische spraakverwarring" (een situatie waarin allen door elkaar praten en niemand er meer wijs uit wordt) voortgekomen.

Mogelijke locatie De beschrijving van een "vlakte in Sinear" (Genesis 11:2) roept het beeld op van een landschap in Mesopotamië. De bouwtechnische uitdrukkingen in Genesis 11:3 passen bij het handwerk dat in Mesopotamië werd toegepast, zoals het gebruik van kleiblokken als stenen en aardpek (bitumen) als specie. De relatief open locatie-aanduidingen zoals "daar" (Genesis 11:2) en "van daar" (Genesis 11:8,9b) worden pas aan het eind van het verhaal expliciet gemaakt: "Zo komt het dat die stad Babel heet" (Genesis 11:9a). De naam "Babel" (bābæl) wordt hier door de "verwante" klank verklaard: bālal. Het gaat voorbij aan de betekenis die de Babyloniërs er zelf aan gaven: zij wilden Bābili(um) als bāb ili / ilī, "poort van God of de goden" interpreteren (van de lange vorm bāb ilāni werd het Griekse Βαβυλών, "Babylón" afgeleid). Aan de ene kant geeft de etiologie in Genesis 11:9a de naam (vergelijk Genesis 11:4) van de beroemde stad een kleinerende connotatie. Aan de andere kant kan niet met absolute zekerheid worden uitgesloten dat de tekst moet worden gelezen als de Babylonische interpretatie van de naam: Babylon was de toegangspoort voor JHWH om mensen "over de hele aarde" te brengen.U. Berges, U (1994): Gen 11,1-9: Babel oder das Ende der Kommunikation, BN 74, pag. 37-56U. Sals (2004): Die Biographie der „Hure Babylon“. Studien zur Intertextualität der Babylon-Texte in der Bibel (FAT 26), Tübingen

Op een steleTOWER OF BABEL STELE, schoyencollection.com zijn vermeldingen gevonden van een ziggoerat, een trapvormige tempeltoren, die Etemenenanki werd genoemd, begonnen door de Babylonische koning Nabopolassar en voltooid door diens zoon Nebukadnezar II. Dit staat voor: Het Huis der grondvesting van hemel (An) en aarde (Ki). Nabopolassar vestigde een nieuwe Babylonische dynastie (Nieuw-Babylonische Rijk), nadat het Midden-Babylonische Rijk in 689 v.Chr. door de Assyriërs onder Sanherib was verwoest. Nabopolassar herstelde de verwoeste stad Babylon en dankte de god Mardoek (Bel of Baäl) voor dit herstel.Robert M. Schoch, p. 26

Deze ziggoerat met een gigantische uitstekende trap, was 91 meter hoog en mat op een basis 91 bij 91 meter. De toren hoorde bij de tempel van Mardoek, de voornaamste god van Babylonië. De Babyloniërs noemden hun toren Babibli. Volgens sommige historici, zoals Stephen L. Harris, vormde deze toren de basis van de mythe van de toren van Babel.Stephen L. Harris (2002): Understanding the Bible, pag. 50-51 Later bouwde Nebukadnezar nog een ziggoerat, in Borsippa (Birs Nimrud), die ook met de Toren van Babel wordt geïdentificeerd, omdat deze nog gedeeltelijk overeind staat.

Ten tijde van Alexander de Grote was de toren van Babylon bouwvallig geworden. De Macedonische veroveraar besloot haar te herbouwen, tweemaal zo groot. Maar toen ze was afgebroken, overleed Alexander, en ook zijn opvolgers kwamen niet meer toe aan het project.https://mainzerbeobachter.com/2019/04/18/baruqa/

Talmoed Hoewel Nimrod niet wordt genoemd in het verhaal over de toren van Babel, bracht de joodse traditie hem hier al vroeg mee in verband.

In de apocriefen is de toren het werk van Nimrod, vurig jager, meedogenloze koning, en achterkleinzoon van Noach. Ter verheerlijking van zijn macht bouwde hij een piramide op een ronde rots, daarbij troon zettend op troon, eerst van koper, dan van zilver, van goud en ten slotte een groot juweel. Daar zat hij om eer te ontvangen van alle volkeren waarover hij heerste. Hij wilde de hemel aanvallen uit wraak voor het verdrinken van zijn voorouders in de zondvloed. Nimrod wilde JHWH uit de hemel werken en hem vervangen door idolen van steen of hout. De toren rees al gauw 70 mijl de lucht in en Nimrods boogschutters schoten pijlen af in de lucht. Engelen wierpen de pijlen terug, druipend van het bloed. Zo lieten ze Nimrod in de waan dat hij de hemelbewoners had gedood. JHWH legde een valstrik. JHWH daalde met zijn engelen ongezien neer op de toren en veranderde de taal van de werklui in 70 verschillend talen. Het bouwproject moest worden gestaakt, omdat de werklui elkaar niet meer konden verstaan. Nimrod moest zijn toren verlaten en die brokkelde vervolgens af.Robert M. Schoch, p. 80

Volgens onder meer de Talmoed is de toren blijven staan en terug te vinden in Borsippa, te weten de ziggoerat Birs Nimrud, hoewel hedendaagse archeologen die toeschrijven aan Soemero-Akkadische bouwers ter ere van hun god Nabu.

Ontstaan Verhaallagen Gunkel ging uit van twee bronnen die aan de vertelling ten grondslag liggen: een "stadsverhaal" met het thema spraakverwarring (Genesis 11:1,3a,4a,5a,6a,7,8b,9a) en een "torenbouwverslag" met het thema verstrooiing (Genesis 11:2,4a,b,3b,5a,b,6a,8a,9b).H. Gunkel (1901): Genesis (HK I/1), Göttingen Deze these werd vaak overgenomen en bijgesteld.J. Skinner (1910): Critical and Exegetical Commentary on Genesis (ICC), EdinburghJ. Chaine (1945): La Tour de Babel (XI 1-9), in: Mélanges E. Podechard, Lyon, pag. 63-69G. Wallis (1966): Die Stadt in den Überlieferungen der Genesis, ZAW 78, pag. 133-148J. Schreiner (1975): Heillos verwirrt und verstreut (Gen 11,1-9), in: A. Rosenberg (uitg.): Der babylonische Turm. Aufbruch ins Maßlose, München, pag. 16-34Vergelijk C. Rose (2004): Nochmals: Der Turmbau zu Babel, VT 54, pag. 223-238

Verdere literair-historische verklaringen volgden: men nam een vervlechting van de verschillende thema's in verschillende lagen in de geschiedenis van de traditie zelf aan, als een voorgeschiedenis van het verhaal als zodanig.W. Zimmerli (1943): 1. Mose 1-11. Urgeschichte (ZBK.AT 1.1), ZürichG. von Rad (1948): Das erste Buch Mose. Genesis (ATD 2-4), GöttingenC. Westermann (1974, 1999): Genesis. 1. Teilband: Genesis 1-11 (BK I/1), Neukirchen-VluynH. Bost (1985): Babel. Du texte au symbole (Le Monde de la Bible), GeneveH. Seebass (1996): Genesis I. Urgeschichte (1,1-11,26), Neukirchen-Vluyn Anderen herkenden in de schriftelijke lagen één tot drie redactionele ingrepen,P. Weimar (1977): Untersuchungen zur Redaktionsgeschichte des Pentateuch (BZAW 146), BerlinL. Neveu (1984): Avant Abraham. Genèse I-XI, AngersC. Uehlinger (1990): Weltreich und „eine Rede“. Eine Deutung der sogenannten Turmbauerzählung (OBO 101), Freiburg (Schweiz) / GöttingenL. Ruppert (1992): Genesis. Ein kritischer Kommentar und theologischer Kommentar, deel 1: Genesis 1:1-11,26, Würzburg waarbij de verschillende modellen tot onderscheiden conclusies leiden. Zo meende Seybold dat een "etiologische verklaring van de stichting van Babel" met het thema spraakverwarring eerst werd omlijst, daarna uitgebreid tot een vertelling over de oertijd gevormd (door de Jahwist: Genesis 11:1,6,9a) en vervolgens vermengd werd met het thema verstrooiing (Genesis 11:4b,8a,9b).K. Seybold (1976): Der Turmbau zu Babel. Zur Entstehung von Genesis XI,1-9, VT 26, pag. 453-479 Witte meende daarentegen dat een heel korte etiologie van Babel door een redacteur omvangrijk werd uitgebreid.M. Witte (1998): Die biblische Urgeschichte. Redaktions- und theologiegeschichtliche Beobachtungen zu Genesis 1,1-11,26 (BZAW 290), Berlin

Budde, Jacob en Cassuto gingen uit van een eenheid van de vertelling.K. Budde (1925): Einheitlichkeit und Erhaltung von Gen. 11,1-9, in zijn Vom Alten Testament (FS K. Marti; BZAW 41), Berlijn, pag. 45-51B. Jacob (1934, 2000): Das erste Buch der Tora Genesis übersetzt und erklärt, BerlinU. Cassuto (1964): Commentary on the Book of Genesis II. From Noah to Abraham, Genesis VI 9-XI 32, Jerusalem De tekst werd deels bewust als een eenheid gelezenP.J. Harland (1998): Vertical or horizontal. The sin of Babel, VT 48, pag. 515-533 of de vraag over een ontstaansgeschiedenis van het verhaal werd eenvoudig onbesproken gelaten.P. Auffret (1982): Essai sur la structure littéraire de Gn 11,1-9, in zijn La sagesse a bâti sa maison. Études de structures littéraires dans l'Ancien Testament et spécialement dans les psaumes (OBO 49), Freiburg (Schweiz) / Göttingen, pag. 69-90J.S. Croatto (1998): A reading of the story of the tower of Babel from the perspective of non-identity. Genesis 11:1-9 in the context of its production, in: Segovia, F. F., Tolbert, M. A. (uitg.): Teaching the Bible. The discourses and politics of Biblical pedagogy, Maryknoll, NY, pag. 203-223E. van Wolde (2000): The Earth Story as Presented by the Tower of Babel Narrative, in: N. C. Habel / S. Wurst (uitg.): The Earth story in Genesis, Sheffield, pag. 147-157

Dat er geen eenduidige interpretatie kan worden gevonden, heeft zeker te maken met de beoordeling of spanningen (bijvoorbeeld of er twee motieven zijn voor het bouwen van de toren: een naam maken en niet verstrooid worden - Genesis 11:4), dubbelingen (zo daalt JHWH tweemaal af - Genesis 11:5,7) en dergelijke alleen door een ontstaansgeschiedenis kunnen worden verklaardA. Diße (2001): Turmbau oder Sprachverwirrung? Von der Exegese zur Religionspädagogik, in A. Michel / H.-J. Stipp (uitg.): Gott, Mensch, Sprache (FS Walter Groß; ATS 68), St. Ottilien, pag. 23-44 of dat zulke fenomenen ook anders kunnen worden verklaard. Weer anderen vermoeden dat de gekunstelde structuur literair-historische vragen irrelevant maakt.J.P. Fokkelmann (1991): Narrative Art in Genesis. Specimens of stylistic and structural analysis, Sheffield

Historische plaatsing Bij de plaatsing in de tijd van het verhaal werden bij het onderzoek lang eerdere verklaringsmodellen als uitgangspunt genomen, die verklaarden hoe de Pentateuch zou zijn ontstaan, zoals de documentaire hypothese. Het verhaal van de toren van Babel werd daarbij vrijwel altijd aan de zogenoemde Jahwist toegeschreven. Tegen het einde van de 20e eeuw werden pogingen gedaan een nauwkeuriger datering te bereiken.