De politie in Nederland is een politiedienst, belast met het handhaven van de wetten van Nederland, het bewaren van de openbare orde en het verlenen van hulp. Ook vormt zij de opsporingsdienst voor het Openbaar Ministerie.
De organisatie is in 2012 volledig geherstructureerd en opnieuw ingericht als één Nationale Politie. Sinds 1 maart 2024 is Janny Knol korpschef in de rang van eerste hoofdcommissaris.
Belangrijkste wetgeving is de Politiewet en belangrijke lagere regelgeving onder meer de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren, het Besluit algemene rechtspositie politie en het Besluit beheer politie. Verder zijn regels gegeven in onder meer het Wetboek van Strafvordering, van Militair Strafrecht, de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten en de Vreemdelingenwet.
Geschiedenis miniatuur|Politieposthuisje in Leiden, 1880 1945-1993: Rijkspolitie en gemeentepolitie Van eind 1945 tot 1993 bestond de Nederlandse politie uit de gemeentepolitie en de rijkspolitie. Gemeentelijke politiekorpsen bestonden in de gemeenten met 25.000 of meer inwoners. De burgemeester was daar zowel verantwoordelijk voor de openbare orde als voor het beheer van de politie (onder toezicht van de gemeenteraad). In de kleinere gemeenten werd het politiewerk gedaan door de rijkspolitie, die daarnaast een aantal landelijke diensten omvatte. In 1953 werden de eerste drie vrouwelijke agenten aangenomen, die ook op straat in uniform mochten werken. Trees Keultjes was van hen de enige die bleef werken (ze is nooit getrouwd en dus nooit met ontslag gegaan) en na 44 jaar met pensioen ging.
1993-2013: Regiokorpsen Van 1993 tot 2013 was de politie in Nederland opgedeeld in 25 regiokorpsen en een Korps landelijke politiediensten (KLPD).
Met de Politiewet 1993, die officieel inging op 1 april 1994, werd de oude scheiding in grote en kleine gemeenten opgeheven. De gemeentepolitiekorpsen en de regionale districten van de rijkspolitie werden samengevoegd tot 25 regiokorpsen.
In elk regiokorps had een korpschef in de rang van hoofdcommissaris de dagelijkse leiding. Hierboven stond als 'korpsbeheerder' de burgemeester van de grootste gemeente in die regio. Korpsbeheerder en korpschef overlegden regelmatig met de (hoofd)officier van justitie in de betreffende regio in de zogeheten 'driehoek' (met de korpsbeheerder als voorzitter). Hierboven stond als algemeen bestuur een regionaal college bestaande uit alle burgemeesters uit die politieregio en de hoofdofficier van justitie. Daarnaast had in principe ieder gemeente recht op een eigen driehoeksoverleg met daarin de eigen burgemeester. De gemeenteraden hadden in dit nieuwe bestel nog maar zeer indirecte invloed op het beheer van politie, iets wat in deze periode wel een 'democratisch gat' werd genoemd.
Een regio bestaat uit een aantal districten, met elk een districtschef. Elk district bestaat uit een aantal lokale eenheden (basiseenheden of teams). Ook beschikte elk regiokorps over een criminele-inlichtingeneenheid (CIE) en een Regionale Inlichtingendienst (RID).
Bepalend voor het aantal politieagenten en andere politiemedewerkers (de "politiesterkte") binnen een regio was het aantal inwoners in die regio, en de hoeveelheid criminaliteit in de regio. Hoewel de randvoorwaarden landelijk werden bepaald, konden de regiokorpsen tot op grote hoogte een eigen beleid voeren. Zo maakte elk korps eigen keuzen op het gebied van ICT, wat in de loop van de jaren een notoir probleem werd.
Korps landelijke politiediensten Naast de regiokorpsen was er het Korps landelijke politiediensten (KLPD), bestaande uit de volgende diensten: Dienst Verkeerspolitie Dienst Waterpolitie Dienst Spoorwegpolitie Dienst Operationele Samenwerking Dienst Nationale Recherche Dienst IPOL Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging Dienst Speciale Interventies Dienst Specialistische Recherche Toepassingen Het KLPD hield zich onder andere bezig met handhaving van de verkeersveiligheid op de autosnelwegen, op het spoor, te water en in de lucht, met de bestrijding van zware en georganiseerde criminaliteit, en handhaven van de veiligheid van het Koninklijk Huis, diplomaten en politici.
Vorming van nationale politie In april 2011 maakte het kort ervoor opgerichte Ministerie van Veiligheid en Justitie (met Ivo Opstelten als bewindsman) plannen bekend om het politiebestel geheel om te gooien. Uiteindelijk trad op 1 januari 2013 de Politiewet 2012 in werking. Deze bepaalde dat alle 26 politiekorpsen (25 regiokorpsen en de KLPD) opgingen in één nationaal politiekorps, met een hoofdkantoor in Den Haag en verdeeld in tien regionale eenheden, een landelijke eenheid en een Politiedienstencentrum, onder een eenhoofdige leiding. Dit zou bureaucratie en 'bestuurlijke drukte' moeten verminderen en moeten leiden tot effectievere opsporing.
In de praktijk kostte de vorming van het nationale korps nog verscheidene jaren. Een groot aantal politieambtenaren moest naar een nieuwe functie solliciteren omdat de oude functie werd opgeheven. De verwachte einddatum voor de reorganisatie moest in 2015 worden verschoven naar 2018. Ook kostte de operatie twee keer zoveel geld als verwacht. Vakbonden uitten kritiek vanwege de overmatige onzekerheid waarmee de agenten kampten in deze periode, wat zich ook uitte in een hoger ziekteverzuim. De eerste korpschef van Politie was Gerard Bouman, op 1 oktober 2015 werd hij opgevolgd door Erik Akerboom en later Henk van Essen.Korpschef Bouman stapt 'zonder voldoening' op, de Volkskrant 1 oktober 2015 De huidige korpschef is Janny Knol, in de rang van eerste hoofdcommissaris.
Organisatie thumb|Politie-stopbord uit een LFL Liberty-lichtbalk Het landelijk politiekorps bestaat uit tien regionale eenheden, twee landelijke eenheden en een Politiedienstencentrum. Het hoofdkantoor van de Nationale Politie is gevestigd in Den Haag.
In geval van een crisis wordt met de brandweer en ambulancediensten samengewerkt in de betreffende veiligheidsregio, en met overige overheidsdiensten.
De politie valt onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Het bevoegd gezag ter plaatse wordt gevormd door de burgemeester van de betreffende gemeente (waar het gaat om de openbare orde en veiligheid) en de (hoofd)officier van justitie (waar het gaat om onderzoek en opsporing).
In totaal waren er in 2014 in Nederland 60.888 politieambtenaren in dienst, waarvan 51.442 'op straat' werkten.
Regionale eenheden thumb|De 11 eenheden (10 regionaal + 1 landelijk) op de kaart, situatie per 2023 De 10 regionale eenheden voeren alle operationele politietaken uit, behalve taken die een bijzondere expertise vereisen en taken die landelijk doeltreffender of goedkoper kunnen worden uitgevoerd. Die taken vallen onder de twee landelijke eenheden. Alle regionale eenheden zijn zo eenduidig mogelijk ingericht. Een politiechef leidt een regionale eenheid (RE).
De volgende 10 eenheden zijn in de plaats van de voormalige 25 regiokorpsen gekomen:
Regionale eenheid Voorheen Werkgebied HoofdlocatieHoofdlocaties nationale politie bekend Meldkamer Noord-Nederland korpsen Groningen, Fryslân en Drenthe Provincies Groningen, Friesland en Drenthe Assen Drachten Oost-Nederland korpsen IJsselland, Twente en de drie Gelderse korpsen Provincies Gelderland en Overijssel Apeldoorn Apeldoorn Midden-Nederland korpsen Utrecht, Gooi en Vechtstreek en Flevoland Provincies Utrecht, Flevoland en Noord-Holland (ged.) Utrecht Hilversum Noord-Holland korpsen Noord-Holland-Noord, Zaanstreek-Waterland en Kennemerland Provincie Noord-Holland (ged.) Haarlem Haarlem Amsterdam korps Amsterdam-Amstelland Amsterdam en omstreken Amsterdam Amsterdam Den Haag korpsen Haaglanden en Hollands Midden Den Haag en omstreken 's-Gravenhage 's-Gravenhage Rotterdam korpsen Rotterdam-Rijnmond en Zuid-Holland Zuid Rotterdam en omstreken Rotterdam Rotterdam Zeeland - West-Brabant korpsen Midden- en West-Brabant en Zeeland Provincies Noord-Brabant (ged.) en Zeeland Tilburg Bergen op Zoom Oost-Brabant korpsen Brabant-Noord en Brabant Zuid-Oost Provincie Noord-Brabant (ged.) 's-Hertogenbosch 's-Hertogenbosch Limburg korpsen Limburg-Noord en Limburg-Zuid Provincie Limburg Maastricht Maastricht
De werkgebieden van deze regio's omvatten steeds het volledige werkgebied van een aantal veiligheidsregio's (met dezelfde werkgebieden als de in de tabel genoemde voormalige politiekorpsen), en komen overeen met de werkgebieden van de rechterlijke indeling van Nederland in arrondissementen (zie aldaar voor de precieze beschrijving in termen van grondgebieden van provincies en gemeenten), behalve dat de Regionale Eenheid Oost-Nederland de werkgebieden van de arrondissementen Overijssel en Gelderland combineert.
Een regionale eenheid bestaat uit:Politie.nl: Organisatie regionaal en lokaal Districten Dienst Regionaal Operationeel Centrum Dienst Regionale Recherche Dienst Regionale Informatieorganisatie (incl. TCI en RID) Dienst Regionale en Operationele Samenwerking Dienst Bedrijfsvoering Staf
Een district op zijn beurt bestaat uit: Basisteams Districtsrecherche Flexteam
De taken van de basisteams zijn: eerste aanspreekpunt; afhandelen van noodhulp en niet-spoedeisende meldingen, onder centrale aansturing van de meldkamer; opsporing gericht op veelvoorkomende criminaliteit; handhaving: jeugd, huiselijk geweld, evenementen, horeca, geestelijke gezondheidszorg, verkeer, vreemdelingentoezicht, milieu- en executietaken.
Basisteams hebben opsporingscapaciteit voor de aanpak van veelvoorkomende criminaliteit. De districtsrecherche is echter verantwoordelijk voor de aanpak van delicten met een grote impact. Zij levert ondersteuning aan de basisteams. Voor antihomoseksueel geweld is er binnen elke regionale eenheid een netwerk van Roze in Blauw.
Korps Politie BES Het Korps Politie Bonaire, Sint Eustatius en Saba vormt de politiemacht in Caribisch Nederland. Het korps werd ingesteld op 10 oktober 2010. De minister van Veiligheid en Justitie is de korpsbeheerder.
In tegenstelling tot de andere Nederlandse politiekorpsen die onder de Politiewet 2012 vallen, valt dit korps onder de "Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba".
Landelijke eenheden Naast de tien regionale eenheden zijn er twee landelijke eenheden: Eenheid Landelijke Expertise en Operaties (LX) en Eenheid Landelijke Opsporing en Interventies (LO).
De Eenheid Landelijke Expertise en Operaties bestaat uit de domeinen Crisiscoördinatie, Operatie en Bijstand (CCOB), Nationale Intelligence (NI), Nationale Infra (INFRA), Bewaken, Beveiligen en Beschermen (BB&B) en Research en Development, Innovatie en Expertise (RIX).
De Eenheid Landelijke Opsporing en Interventies bestaat uit de volgende domeinen: Domein Serious Organized and Financial Crime (DSF), Domein High Tech and Environmental Crime (DHTEC), Domein Intelligence en Nationale Dreiging (DIND) en het Domein Interventies en Specialistische Opsporing (DISO).
De Intelligence LO omvat onder meer het Team Speciale Getuigen (TSG), het Team Nationale Inlichtingen (TNI) en de Landelijke Informatie Dienst WIV. De Dienst Speciale Interventies (DSI) valt onder DISO.
Politiedienstencentrum Naast deze operationele eenheden heeft de Nationale Politie een landelijke concerndienst, het Politiedienstencentrum (PDC). In dit centrum wordt een belangrijk deel van de ondersteuning ondergebracht. Tot de bedrijfsvoering van de Nationale Politie behoren de aspecten personeelszaken, facilitair management, financiën, informatievoorziening, procurement en communicatie.
Het PDC is op drie locaties in Nederland gevestigd, namelijk Rotterdam, Zwolle en Eindhoven.
Politieacademie