Libanon (Arabisch: , ; Aramees: ; Frans: ), officieel de Republiek Libanon (Arabisch: , , Frans: ), is een klein en dichtbevolkt land gelegen aan de uiterste oostkust van de Middellandse Zee in Azië. In het zuiden grenst het aan Israël en in het oosten en noorden aan Syrië.

Het land behoort tot de Arabische Liga.

Naam De naam Libanon komt uit de Semitische stam lbn, wat "wit" betekent in het Aramees, waarschijnlijk een verwijzing naar het besneeuwde Libanongebergte. Julius Caesar noemde Libanon Lub Na'a, wat "Wit Land" betekent.

De naam kwam als eerste voor in teksten uit de Bibliotheek van Ebla uit het derde millennium v.Chr.

Geschiedenis (1920-heden)

miniatuur|links|Libanese soldaten tijdens het mutasarrifaat, eind 19e-begin 20e eeuw Nadat in de Eerste Wereldoorlog het Ottomaanse Rijk verslagen was door de geallieerden, werden in 1920 - na de Conferentie van San Remo - Libanon en Syrië Franse mandaatgebieden. De Fransen bestuurden Libanon met behulp van de katholieke Maronieten, die toen de meerderheid van de bevolking uitmaakten.

In 1943 werd het Franse mandaat over Libanon opgeheven, mede dankzij het grote Libanese verzet, en werd Libanon een onafhankelijke republiek. Toen werd het zogenaamde Nationaal Pact gesloten waarbij werd bepaald dat de president altijd een Maronitisch christen zou zijn, de premier een soenniet en de voorzitter van het Huis van Afgevaardigden een sjiiet. Ook werd bepaald dat tijdens een eventueel Arabisch conflict Libanon neutraal zou blijven. Het land zou zich cultureel zowel op Europa als op de Arabische landen oriënteren.

In de jaren 1940 en 1950 was de situatie stabiel, hoewel er wel degelijk ongenoegen waarneembaar was bij de sjiieten, die ondanks het feit dat hun bevolkingsgroep steeds toenam, een tweederangsrol bekleedden in de regering. De jaren 1950 en 1960 waren tijden van grote economische voorspoed en een ver doorgedreven markteconomie.

In 1958 kwamen moslims in opstand en eisten een nieuwe volkstelling. Zij meenden dat de volkstelling uit 1932 achterhaald was en dat zij inmiddels de meerderheid van de bevolking uitmaakten. Verder werden de islamitische gebieden achterstallig door de overheid onderhouden en genoten zij hierdoor niet de kwaliteit van scholen, ziekenhuizen en infrastructuur, en eisten dan ook een verbetering hiervan. De Libanese regering gaf geen gehoor aan deze eisen van de moslims en met Amerikaanse steun werd de opstand onderdrukt.

miniatuur|Beiroet tijdens de Libanese Burgeroorlog (1978) In 1973 vond er een uitbarsting van geweld plaats tussen regeringsmilities en de in Libanon verblijvende Palestijnen van de PLO. Daarnaast brak er een strijd uit tussen de falangisten van Pierre Gemayel en diverse islamitische partijen. In 1975 brak de Libanese Burgeroorlog uit. De verschillende partijen in de burgeroorlog raakten onderling verdeeld, wat de onoverzichtelijkheid in het conflict deed toenemen. In 1976 trokken Syrische troepen Libanon binnen, later gevolgd door VN-troepen en het Israëlische leger (1977 en 1982).

In 1989 werd uiteindelijk onder druk van Arabische landen het Vredesakkoord van Taif gesloten. De Israëlische troepen vertrokken in mei 2000 uit het zuidelijke deel van Libanon, na herhaalde aanvallen van Hezbollah en de overtuiging dat het geweld zou afnemen als Israël zou vertrekken uit Libanon.

Op 14 februari 2005 werd oud-premier Rafik Hariri bij een bomaanslag gedood. Hierna ontstonden enorme massademonstraties, waarin de terugtrekking van Syrische troepen geëist werd. Deze demonstraties en de bijbehorende protesten worden de Cederrevolutie genoemd. Hierop verlieten de Syrische troepen Libanon.

In 2006 brak opnieuw een oorlog uit met Israël. In juli van dat jaar vuurde de Hezbollah-militie Katjoesjaraketten af op Israëlisch grondgebied en wist het bij een aanval op een grenspost meerdere Israëlische militairen te doden en anderen tot krijgsgevangene te maken. Israël bracht in reactie hierop met luchtaanvallen ernstige schade toe aan de civiele infrastructuur in Libanon (inclusief de luchthaven van Beiroet). Vervolgens trokken grondtroepen de door Hezbollah militair gecontroleerde delen van Libanon binnen. Hierop volgde een conflict dat een maand lang duurde en waarin 3.970 door Hezbollah afgevuurde raketten in het noorden van Israël, veelal stedelijke gebieden, landden en 1.200 burgers (voornamelijk Libanezen) en 160 soldaten (voornamelijk Israëli's) om het leven kwamen.The Second Lebanon War (2006), Israel Ministry of Foreign AffairsHezbollah's Rockets and Civilian Casualties, Human rights Watch Het conflict kwam officieel op 14 augustus 2006 tot een einde, toen de VN-Veiligheidsraad in Resolutie 1701 opriep tot een staakt-het-vuren tussen Hezbollah en Israël. Tegen het einde van de oorlog toen Israël verzekerd was van een staakt het vuren vuurde het in de laatste dagen een grote hoeveelheid cluster bommen op het gebied af. Dit laatste offensief deed veel schade en garandeerde een scheidingslijn tussen de twee landen.

In het voorjaar van 2008 zijn er gevechten geweest, waarbij Hezbollah belangrijke delen van Beiroet innam als gevolg van de regeringsbeslissingen die Hezbollah beperkingen oplegden in Libanon. Hezbollah beschouwde dit als verraad van deze regering, omdat dit alleen voordelig zou zijn voor Israël. Bij dit geweld kwamen 80 mensen om het leven.NRC, 15 mei 2008, Libanon trekt maatregelen tegen Hezbollah in

Op 4 augustus 2020 vond er een explosie plaats in het havengebied van Beiroet, dicht bij het centrum. Ongeveer 2750 ton ammoniumnitraat, dat al enkele jaren in een loods was opgeslagen, explodeerde en vernietigde grote delen van de hoofdstad. Er waren meer dan 190 doden en duizenden gewonden.Ravage na explosie in Beiroet, Nos Nieuws d.d. 10 augustus 2020. Gearchiveerd op 31 mei 2023. Nog geen week later, op 10 augustus, trad de Libanese regering af na grote protesten volgend op de ramp.NRC Regering Libanon treedt af na dagen van protesten, 10 augustus 2020, geraadpleegd op 11 augustus 2020. Gearchiveerd op 22 september 2020.

Geografie miniatuur|links|Satellietfoto van Libanon miniatuur|De Libanonceder

Libanon grenst in het westen aan de Middellandse Zee met een kustlijn van 225 km. Ten noorden en oosten van het land ligt Syrië (grenslijn 375 km) en ten zuiden grenst het aan Israël (grenslijn 79 km).

Parallel met de vlakke kuststrook loopt het Libanongebergte. De oostgrens met Syrië wordt gemarkeerd door het gebergte van de Anti-Libanon. De hoogste berg van Libanon is de Qurnat as Sawda', 3088 m hoog. Het woord Libanon (ook "Loubnan" of "Lebnan") komt van het Aramese woord laban wat 'wit' betekent, een verwijzing naar de besneeuwde pieken van de Libanonberg. Tussen de twee gebergtes loopt de Bekavallei.

Het land heeft door zijn hoge bergen geen gebrek aan water. De belangrijkste rivieren zijn de Litani en de Orontes (of Asi).

Al sinds de tijden van de Feniciërs is Libanon een belangrijke leverancier van hout. De Libanonceder is nog steeds het symbool van het land en is opgenomen in de vlag van Libanon. De ceders zijn gezien hun geringe aantal beschermd en mogen niet meer gekapt worden.

Politiek en bestuur

Staatsinrichting miniatuur|Het parlement van Libanon in de hoofdstad Beiroet Libanon is een onafhankelijke republiek. In het zogenaamde Nationale Pact van 1943 is vastgelegd dat de belangrijkste functies in de politieke macht verdeeld zijn over de belangrijkste etnisch-religieuze groepen: de president is een Maronitisch christen. de premier is een soennitische moslim de parlementsvoorzitter is een sjiitische moslim de opperbevelhebber van het leger is een Maronitisch christen.

De macht is aldus volgens de confessionele groepen verdeeld. In het parlement is de verhouding tussen moslims en christenen gelijk maar ten gevolge van het feit dat de president en de opperbevelhebber van het leger christenen zijn, ligt het zwaartepunt van de politieke macht nogal eens in het christelijke kamp. Deze verdeling is gebaseerd op een volkstelling uit 1932 en later herzien bij het Vredesakkoord van Taif. Inmiddels vormen de moslims de meerderheid van de Libanese bevolking. Tijdens de verkiezingen van 2005 was de verdeling van de stemgerechtigde christenen-moslims ruwweg 40% versus 60%.

De wetgevende macht berust bij Kamer van Afgevaardigden die 128 zetels heeft en voor vier jaar is verkozen. Alle in Libanon wonende Libanezen van 21 jaar en ouder hebben stemrecht.

Geen der partijen heeft ooit een absolute meerderheid behaald zodat in Libanon altijd coalities moesten worden gevormd om te kunnen regeren.

Verkiezingen Vóór de verkiezingen van juni 2005 sloten de verschillende politieke partijen diverse lijstverbindingen. De overwinning ging naar de coalitie genaamd Lijst Martelaar Rafik Hariri, die geleid werd door Rafik Hariri's zoon Saad Hariri. Zijn coalitie won 72 van de 128 zetels. De overige zetels gingen naar Verzets- en Ontwikkelingsblok (35 zetels) en de Vrije Patriottische Beweging (21). Fouad Siniora vormde hierna een regering. Deze bestond uit 24 personen, twaalf christenen en twaalf moslims. Ook Hezbollah maakte deel uit van de regering.

De uitslag van de verkiezingen op 7 juni 2009 was 71 zetels voor de 14-maart-beweging (of pro-westerse coalitie van soennieten, druzen en een deel van de christenen onder leiding van Saad Hariri) en 57 voor de 8-maart-beweging (o.a. Hezbollah en de Vrije Patriottische Beweging).CIA World Factbook Op 27 juni 2009 verklaarde de nieuwe Libanese premier Saad Hariri een regering van nationale eenheid te zullen vormen. Na moeizame gesprekken werd pas op 9 november 2009 de regering Hariri geïnstalleerd.

Op 12 januari 2011 viel deze regering nadat elf ministers ontslag hadden genomen. Deze elf ministers zijn afkomstig uit de Hezbollah-beweging en partijen die eraan gelieerd zijn. De shi’itische Hezbollah-beweging is woedend over de activiteiten van het door de Verenigde Naties gesteunde Hariri-tribunaal dat vanuit Leidschendam de moord op Rafik Hariri (vader van Saad) onderzoekt. De beweging vreest dat het tribunaal aanklachten jegens prominente leden van Hezbollah zal formuleren en stelt dat Israël achter de aanslag stond. De Libanese president Michel Suleyman benoemde op 25 januari 2011 de soennitische miljardair Najib Mikati tot nieuwe premier. Hij zegt er voor alle Libanezen te willen zijn gedurende zijn ambtstermijn. Reeds in 2005 leidde Mikati gedurende drie maanden een overgangsregering.