|thumb|Vauban plein op zondagochtend (marktdag) |- |thumb|upright|Belfort (UNESCO-werelderfgoed)

Charleroi (Waals: Tchålerwè of Châlerwè) is een industriestad in de Belgische provincie Henegouwen. Charleroi telt ongeveer 200.000 inwoners op een oppervlakte van 102 km², en is daarmee naar inwonertal de op twee na grootste gemeente in België (na Antwerpen en Gent) en de grootste gemeente in Wallonië. In het hele stedelijke gebied van Charleroi, inclusief omliggende gemeenten, wonen bijna 500.000 mensen. Charleroi ligt aan de rivier de Samber. Taalkundig ligt de stad in tegenstelling tot het Picardische westen van Henegouwen in het Waals taalgebied in het oosten van deze provincie.

Naam Charleroi heette oorspronkelijk Charnoy. De Spanjaarden maakten van dit dorpje een belangrijke vesting en hernoemden die in 1666 tot Charleroi, naar koning Karel II. Hiermee werd de plaatsnaam een eponiem. Dit komt tot uitdrukking in de Latijnse term Caroloregium en het Franse bijvoeglijk naamwoord dat bij de stad hoort, carolorégien. Dit is ook de naam die aan de inwoners van de stad wordt gegeven, soms afgekort tot Carolos. Vlamingen gebruiken voor de Carolorégiens soms de benaming Karolingers, zonder dat dit iets met de gelijknamige dynastie te maken heeft.

Doordat Charleroi lang een onaanzienlijke plaats was en niet onmiddellijk aan de taalgrens ligt, heeft het geen Nederlands exoniem. De Nederlandse benaming Karelskoning is een neologisme.

Geschiedenis thumb|left|upright=1.1|Model van Charleroi in 1696. Foto genomen vanuit het zuiden. In de Romeinse tijd was het gebied van de gemeente reeds bewoond getuige de Tumulus van Marcinelle. Charleroi bestaat slechts vanaf 1666. Tevoren bestond er een klein dorpje Charnoy. Het gebied van Charleroi was gedurende de hele Middeleeuwen en Nieuwe Tijd (en na de stichting van Charleroi) deel van het graafschap NamenVandaag spreken we van Charleroi als een Henegouwse stad. Dit is historisch niet juist. Het gebied rond het dorpje Charnoy en de stad (vanaf 1666) waren Naams.. De streek van Charnoy/Charleroi was voor het graafschap Namen hun hoogst gelegen gebied op de rivier de Samber. Verder stroomopwaarts op de Samber (Thuin) en aan de rechteroever van de Samber heerste de prins-bisschop van Luik.

Charleroi was in de late 17e eeuw en eerste helft van de 18e eeuw een van de vestingsteden die deel uitmaakten van de Nederlandse vestingsbarrière in de Zuidelijke Nederlanden. Na de Vrede van de Pyreneeën (1659) schoof de grens tussen het koninkrijk Frankrijk en de Spaanse Nederlanden immers gevoelig naar het noorden op. Een aantal vestingsteden zoals Kamerijk en Avesnes behoorden voortaan tot Frankrijk. De Spaanse gouverneur van de Zuidelijke Nederlanden, Francisco de Castel Rodrigo, vond het raadzaam een nieuwe vestingstad te bouwen om Brussel te verdedigen. Zijn keuze viel op het dorpje Charnoy, goed gelegen aan de linkeroever van de SamberOp de rechteroever van de Samber heerste de prins-bisschop van Luik. Daar had de Spaanse gouverneur eigenlijk niets te zeggen.. De nieuwe stad kreeg de naam van de Spaanse koning Karel II. Het centrale plein van Charleroi voor het stadhuis met het belfort alsook de Sint-Christoffelkerk is genoemd naar Karel II. Nederlandse troepen verbleven er vervolgens in het kader van Barrièreverdragen.

Tijdens het Frans bestuur in de Nederlanden werd Charleroi een deel van het nieuwe Franse departement Jemappes, wat later de provincie Henegouwen werd. Dit was het werk van burgemeester Jean-Thomas-Louis Quevreux.

Ten tijde van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden werd Charleroi een bouwwerf (1816-1821). De oude vesting, nog gebouwd door Spanjaarden en nadien door Fransen, werd aanzienlijk vergroot. Charleroi werd een belangrijke vestingstad om een Franse invasie tegen te houden. Oortmijn tekende de plannen van deze omvangrijke fortificaties. Generaal Krayenhoff was verantwoordelijk voor de bouwwerken en legde de eerste steen. In 1818 raakte Krayenhoff in opspraak in verband met problemen bij de bouw van de vestingwerken.

Na de onafhankelijkheid van België kende de streek van Charleroi een geweldige industriële ontwikkeling, vooral door de exploitatie van steenkoolmijnen. De aanwezigheid van steenkool zorgde voor het ontstaan van een grote staalindustrie en van glasfabrieken. Op het einde van de 19de eeuw kwamen er ook een elektrotechnische bedrijven als ACEC, dat een wereldproducent van elektrische trams werd. Na de Eerste Wereldoorlog volgde een vliegtuigindustrie (SABCA en Fairey, het huidige SONACA).

Deze expansie zorgde voor een massale toename van de bevolking, vooral in de gemeenten rond Charleroi, waar de arbeiders zich vestigden. In de stad zelf werden in de jaren 1867-1871 de vestingmuren geslooptZie hiervoor: Porte de Waterloo, waardoor meer bouwgrond vrijkwam. Het centrum van Charleroi kreeg een erg burgerlijk karakter.

Veel arbeiders die zich in Charleroi vestigden kwamen uit Vlaanderen. Begin 20ste eeuw woonden er tienduizenden Vlamingen in de streek. Nog steeds heeft een groot deel van de bevolking Vlaamse familienamen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog vond op 23 september 1942 vond de Jodenrazzia in Charleroi plaats. De razzia in Charleroi mislukte grotendeels doordat leden van het Joodse verzet een door de Duitse Sipo-SD verlangde adressenlijst vervalsten en vervolgens inwoners waarschuwden om hun woningen te verlaten.

Na de Tweede Wereldoorlog volgde een immigratie van Italianen, vooral om in de steenkoolmijnen te werken. In de deelgemeente Marcinelle vond in 1956 de grootste mijnramp uit de Belgische geschiedenis plaats in de mijn Bois du Cazier. 262 mijnwerkers kwamen om, voornamelijk Italianen (na W.O.II massaal als gastarbeiders ingehuurd) en Vlamingen.

In de jaren 1960 werden de meeste mijnen gesloten en in de decennia daarop volgde ook een drastische inkrimping van de staal- en glasindustrie, wat tot zware sociale problemen leidde.

In 2008 werd Charleroi door lezers van het Nederlandse De Volkskrant tot lelijkste plek ter wereld verkozen. "Dat deed pijn bij de inwoners [...] echt pijn". Inmiddels is er meer waardering voor de stad. In 2023 bezochten de Nederlandse Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima een staatsbezoek aan België en bezochten daarbij Charleroi.

Kernen De huidige gemeente ontstond tijdens de gemeentelijke herindeling van 1977 uit de fusie van Charleroi met 14 omliggende gemeenten. Hoewel meerdere deelgemeenten zoals Jumet een stuk meer inwoners telden in 1977, werd Charleroi bij de fusie toch de nieuwe hoofdgemeente.

Deelgemeenten # Naam Opp.(km²) Inwoners(2025) Inwonersper km² NIS-code 1 Charleroi 3,85 21.295 5.526 52011A 2 Dampremy 2,75 6.870 2.496 52011B 3 Lodelinsart 2,95 8.450 2.866 52011C 4 Gilly 7,39 20,037 2.710 52011D 5 Montignies-sur-Sambre 6,04 18.900 3.131 52011E 6 Couillet 5,00 11.589 2.320 52011F 7 Marcinelle 13,22 24.066 1.821 52011G 8 Mont-sur-Marchienne 9,27 12.782 1.379 52011H 9 Marchienne-au-Pont 6,74 15.020 2.229 52011J 10 Monceau-sur-Sambre 7,09 9.911 1.398 52011K 11 Goutroux 2,70 2.873 1.063 52011L 12 Roux 5,51 8.951 1.625 52011M 13 Jumet 12,65 24.938 1.972 52011N 14 Gosselies 12,11 11.159 922 52011P 15 Ransart 5,69 8.808 1.549 52011R

Kaart thumb|left|250px

Aangrenzende gemeenten Les Bons Villers (a) Fleurus (b) Châtelet (c) Gerpinnes (d) Ham-sur-Heure-Nalinnes (e) Montigny-le-Tilleul (f) Fontaine-l'Évêque (g) Courcelles (h) Pont-à-Celles (i)

Bezienswaardigheden Het Place Vauban is het zeshoekige centrale plein van de stad. De stad telt tal van bouwwerken in art nouveau- en in art deco-stijl, welke de bloeiperioden van de stad weerspiegelen. Het Stadhuis van Charleroi is een gebouw van 1935 in art deco-stijl. Het omvat een belfort van 70 meter hoogte. De Sint-Christoffelkerk (Église Saint-Christophe) van 1667, gebouwd in barokstijl, was oorspronkelijk een garnizoenskapel. De Sint-Antonius van Paduakerk (Église Saint-Antoine-de-Padoue) is een neoclassicistisch kerkgebouw van 1828-1830. De Protestantse kerk (Temple protestant) is een kerkgebouw van 1880 in eclectische stijl. Het Museum voor Schone Kunsten Het Bois du Cazier, een mijnmuseum met daarbij het Industriemuseum (Musée de l'Industrie) Het Musée de la photographie, fotografiemuseum BPS22 (Kunstmuseum van de provincie Henegouwen)

Natuur en landschap Charleroi is het centrum van een uitgestrekte agglomeratie met veel industriegebieden waarvan de bedrijven deels weer gesloten zijn (steenkoolmijnbouw, glasfabrieken, metallurgie). De Sambre ligt in het zuiden van de stad. De hoogte aan de kerk bedraagt 138 meter.

Economie miniatuur|Eurostar TMST gemaakt door Alstom in Charleroi. thumb|left|Een stafkaart van 1933, waar de talrijke spoorlijnen en buurtspoorlijnen te zien zijn. Charleroi was eens een belangrijk industrieel centrum (koolmijnen en staalindustrie). Terrils zijn nog zichtbaar waardoor Charleroi en de regio nog steeds bekendstaat als « Le Pays Noir ». Sinds kort zijn een aantal oude mijngebouwen ingericht als museum en herdenkingssite (Bois du Cazier). De staalindustrie is nog steeds heel aanwezig met Industeel, filiaal van Arcelor, een wereldleider in speciale en roestvaste staalsoorten, de staalfabriek van Thy-Marcinelle (Riva groep) die staaldraad produceert. AGC Automotive, filiaal van Asahi Glass, is actief in de sector van autoruiten. ACEC (elektromechaniek), begin jaren 60 qua omzet nog zo groot als Philips, is door grote buitenlandse industriële groepen overgenomen en een aantal van zijn activiteiten worden voortgezet door concerns zoals Suez, Alcatel (energiesector), Alstom (spoorwegsector), ABB (robotica), Solvay (chemie) en AGC Glass Europe (glas).

Sinds de jaren 1990 kent de luchthaven van Charleroi onder zijn nieuwe naam Brussels South Charleroi Airport (in het noorden van Charleroi op het gebied van Ransart en Gosselies) een forse toename van het aantal reizigers. Dit commercieel succes, met een groei van het aantal passagiers van 210.000 in 1998 tot 8,3 miljoen passagiers in 2023, maakt van BSCA de tweede luchthaven in België voor het vervoer van passagiers. De luchthaven is hiermee uitgegroeid tot een substantiële troef voor de economische, commerciële ontwikkeling van de stad Charleroi die veel rechtstreekse en onrechtstreekse banen genereert. Rond de luchthaven, die in 2008 een nieuwe grote terminal in gebruik nam, is ondertussen ook het bedrijfs- en wetenschapspark Aéropole tot stand gekomen, dat zich toespitst op hoogtechnologische bedrijven en onder andere een aantal spin-off bedrijven van de ULB en UCLouvain herbergt, gesteund door de Intercommunale Igretec.

Meer recent hebben zich andere sectoren ontwikkeld, voornamelijk civiele en militaire luchtvaart (SABCA, SONACA), logistiek, drukwerk en biotechnologie. De luchtvaart- en ruimtevaartindustrie ontwikkelt zich snel rond de luchthaven Charleroi-Brussels-South met de oprichting van twee universitaire onderzoekscentra: Centre d'Excellence en Technologies de l'Information (CETIC) dat dient als expertisecentrum voor de ontwikkeling van Waalse bedrijven en opgericht door UCLouvain met de universiteiten van Namen en Bergen, evenals het Cenaero (Aeronautisch Onderzoekscentrum) van de ULiège, UCLouvain en ULB.

In de stad vindt men sinds 1966 de UCLouvain Charleroi, een afdeling van de Université catholique de Louvain, gevestigd op twee campussen: de Maison Georges Lemaître in het centrum en een campus van de Louvain School of Management in Montignies-sur-Sambre. De stad telt echter ook instellingen van de Universiteit van Bergen en de Université libre de Bruxelles, de Centre Universitaire de Charleroi (een instelling voor volwassenenonderwijs), de paramedische afdelingen Institut Pédagogique et Social de Marcinelle (IPSMa) en Institut Provincial de Kinésithérapie de Nursing et d'Ergothérapie (IPKNE) van de hogeschool Haute École Provinciale de Charleroi/Université du Travail (HEPCUT), en de IESCA van de Haute École Catholique Charleroi-Europe.