Het Deens voetbalelftal is een team van voetballers dat Denemarken vertegenwoordigt in internationale wedstrijden en competities. Denemarken had vroeger internationaal veel succes. Het land werd eenmaal Europees kampioen en won eenmaal de FIFA Confederations Cup.

Geschiedenis 1908–1948: Succes op de Olympische Spelen thumbtime=2:20|thumb|Bioscoopjournaal uit april 1922. Voetbalwedstrijd tussen Nederland en Denemarken. Denemarken speelde zijn allereerste officiële interland op de Olympische Zomerspelen 1908 in Londen. In de eerste ronde speelden de Denen tegen het Frankrijk-B en wonnen met 9-0. In de tweede ronde (de halve finale) was Frankrijk-A de tegenstander die met 17-1 werden weggespeeld. Tien van de zeventien Deense doelpunten kwamen op naam van aanvaller Sophus Nielsen. Tot op heden is dit de grootste Deense overwinning én de grootste Franse nederlaag ooit. De Denen verloren de finale met 0-2 van het thuisland Groot-Brittannië en wonnen de zilveren medaille.

In 1912 haalde Denemarken opnieuw de finale van het voetbaltoernooi. Het haalde de finale ten koste van Noorwegen (7-0) en Nederland (4-1). In de finale was Groot-Brittannië opnieuw de tegenstander, nu werd er met 4-2 verloren. Na de Eerste Wereldoorlog zakte het Deense voetbal weg, alleen in 1920 deed het nog mee aan het olympisch toernooi, Spanje was met 1-0 te sterk. Voor de eerste drie WK's (1930, 1934, 1938) schreef de ploeg zich niet in.

Na de Tweede Wereldoorlog deed Denemarken mee aan het olympisch toernooi in Londen van 1948. Denemarken haalde de halve finale na zeges op Egypte en Italië, een derde olympische finale ging verloren door een 4-2-nederlaag op Zweden. Een 5-3-overwinning op het gastland zorgde uiteindelijk voor de bronzen medaille. John Hansen werd topscorer van het toernooi met zeven doelpunten.

1948–1980: Eenmalige resultaten op EK en Olympische Spelen thumb|Harald Nielsen In 1958 schreef het land zich voor de eerste keer in voor het WK-toernooi. Een succes werd het niet, want alle vier wedstrijden tegen Engeland en Ierland gingen verloren. In 1960 nam Denemarken deel aan het eerste EK, in de eerste ronde werd verloren van Tsjecho-Slowakije. Denemarken nam niet deel aan het kwalificatietoernooi voor het WK in Chili in het jaar 1962.

Omdat op de Olympische Spelen van 1960 in Rome louter amateurs mochten deelnemen, was Denemarken een geducht land, aangezien het land nog steeds bestond uit amateurspelers. Ze bleken een geduchte tegenstander voor de staatsamateurs uit het Oostblok, in de eerste ronde werden Argentinië en Polen verslagen en in de halve finale werd het sterke Hongarije met 2-0 verslagen door doelpunten van Harald Nielsen en Henning Enoksen. In de finale was Joegoslavië uiteindelijk met 3-1 te sterk. Harald Nielsen scoorde de meeste doelpunten voor de Denen (vijf goals) en werd later getransfereerd naar Bologna, waardoor hij niet meer kon deelnemen aan de Deense nationale ploeg vanwege de strikte amateurstatus van de Deense bond. Denemarken bleek het enige niet-communistische land tussen 1952 en 1980, dat de finale haalde.

In 1964 plaatste Denemarken zich voor het EK naast de gerenommeerde landen Spanje, de Sovjet-Unie en Hongarije. Denemarken plaatste zich via drie play-off rondes, achtereenvolgens werden weinig aansprekende landen als Malta, Albanië en Luxemburg verslagen. Men had een beslissingswedstrijd nodig om Luxemburg te verslaan, na een 2-2 in Kopenhagen en een 3-3 in Luxemburg werd in de beslissingswedstrijd in Amsterdam met 1-0 gewonnen. Opvallend was dat alle zes doelpunten tegen de Luxemburgers gescoord werden door één speler: Ole Madsen, hij zou later voor Sparta Rotterdam voetballen. In de halve finale was Denemarken kansloos tegen de Sovjet-Unie (3-0). In de troostfinale tegen Hongarije dwong de ploeg een verlenging af tegen Hongarije, waar uiteindelijk twee doelpunten van Dezső Novák de ploeg noodlottig werden (3-1).

Na 1964 waren er alleen incidentele successen: voor kwalificatie-toernooien van het WK 1966, EK 1968 en WK 1970 waren er overwinningen tegen respectievelijk Wales, Nederland en Hongarije. In 1971 mochten profvoetballers ook geselecteerd worden voor het nationale team, maar de resultaten in de jaren zeventig werden nog matiger: alleen voor het EK in 1972 werd Schotland verslagen, voor de rest waren er geen aansprekende resultaten meer. In die periode debuteerde Morten Olsen, hij zou later aanvoerder worden van zowel de Belgische topclub RSC Anderlecht en het Deense team van de jaren tachtig. Op de Olympische Spelen van 1972 haalde Denemarken de tweede ronde, waar het derde werd achter Polen en de Sovjet-Unie. Lichtpunt was het spel van Alan Simonsen van Borussia Mönchengladbach, hij werd in 1975 speler van het jaar in Europa.

Voor het EK van 1980 eindigde het team op de laatste plaats in zijn groep, maar toch was er een kentering gaande. Engeland werd verdienstelijk partij gegeven met een 3-4-nederlaag in Kopenhagen en een 1-0-nederlaag in Londen, tegen Ierland werd er met 3-3 gelijk gespeeld en Noord-Ierland was met 4-0 kansloos. Drie sleutelspelers van het Deense team van de jaren tachtig debuteerden: Søren Lerby, Frank Arnesen en Preben Elkjær Larsen en de Duitser Sepp Piontek werd aangesteld als coach.

1980–1990: Danish Dynamite WK 1982 Kwalificatie voor het WK van 1982 kwam nog te vroeg voor het team van Piontek, Denemarken begon met drie nederlagen in de kwalificatie (Joegoslavië en Griekenland thuis, Italië uit). Daarna herstelde de ploeg zich en eindigde uiteindelijk op de derde plaats, ruim achter Joegoslavië en Italië. De potentiële klasse werd met name geopenbaard door een 3-1-overwinning op Italië, het zou de enige nederlaag zijn van Italië, dat later wereldkampioen zou worden.

EK 1984 Kwalificatie van het EK begon meteen met een thuiswedstrijd tegen de favoriet, Engeland. Denemarken kwam twee keer op een achterstand door doelpunten van Trevor Francis, maar door een sterke individuele actie van de bij Ajax spelende Jesper Olsen kwam Denemarken een minuut voor tijd op gelijke hoogte. Denemarken bleef wedstrijden winnen en was nu de enige concurrent voor de Engelsen, want voor de uitwedstrijd tegen Engeland had Denemarken één verliespunt minder. Denemarken speelde opnieuw een sterke wedstrijd en won met 0-1 door een benutte strafschop van Alan Simonsen. Denemarken had nu twee punten nodig in de uitwedstrijden tegen Hongarije en Griekenland om zich te plaatsen. Denemarken verloor in Boedapest met 1-0, in Athene schreef Denemarken definitief geschiedenis door met 0-2 te winnen door doelpunten van Alan Simonsen en de bij FC Lokeren spelende spits Preben Elkjær Larsen. Op het EK in 1984 begon Denemarken met een 1-0-nederlaag tegen het gastland Frankrijk door een late treffer van Michel Platini. Dieptepunt was een zware overtreding op Alan Simonsen, hij moest het toernooi geblesseerd verlaten. Daarna versloeg het Joegoslavië met 5-0 en had genoeg aan een gelijkspel tegen België om de halve finale te halen. De Rode Duivels kwamen op een 2-0-voorsprong, Frank Arnesen zorgde voor de rust voor de aansluittreffer. In de tweede helft zette Denemarken het duel definitief naar zijn hand, invaller Kenneth Brylle scoorde de gelijkmaker, waarna Elkjær Larsen het winnende doelpunt maakte. Opvallend was dat alle doelpuntenmakers speelden in de Belgische competitie. De halve finale was een gelijkopgaande wedstrijd tegen Spanje, die beslist werd door strafschoppen, Elkjær Larsen was de enige die miste. Denemarken kon naar huis, maar maakte indruk met hun aanvallende, dynamische stijl, de bijnaam "Danish Dynamite" was geboren.

WK 1986 Voor kwalificatie voor het WK in 1986 begon Denemarken sterk met zes punten uit vier wedstrijden, alleen van Zwitserland werd verloren. Vooral de wedstrijd tegen de Sovjet-Unie maakte veel indruk, 4-2 met twee doelpunten van Elkjær Larsen en Michael Laudrup. De return ging in Moskou verloren en na een doelpuntloos gelijkspel tegen Zwitserland kwam kwalificatie op de tocht te staan. In de laatste twee wedstrijden tegen Noorwegen en Ierland werd kwalificatie veilig gesteld, in beide uitwedstrijden werden achterstanden omgezet in een duidelijke overwinningen: 1-5 en 1-4. Met grote verwachtingen ging de ploeg naar het WK in Mexico, veel bepalende spelers waren kampioen geworden in hun land. Men was ingedeeld in een sterke groep met de ex-wereldkampioenen West-Duitsland en Uruguay en Schotland. De eerste wedstrijd tegen Schotland werd gewonnen door een doelpunt van Elkjær Larsen in de tweede helft. De tweede wedstrijd tegen Zuid-Amerikaans kampioen Uruguay eindigde na een 2-1 ruststand in een 6-1-overwinning, Elkjær Larsen scoorde drie keer, de fraaiste treffer was een slalom van Laudrup. De inzet van de wedstrijd tegen West-Duitsland was wat merkwaardig, de winnaar zou in de achtste finale spelen tegen het sterke Spanje. De nummer twee zou spelen tegen Marokko. Denemarken had genoeg aan een gelijkspel om eerste te worden. De Duitsers deden het rustig aan, maar de Denen wilden van de grote buurman winnen. De doelpunten werden gescoord door Jesper Olsen en de bij Feyenoord spelende invaller John Eriksen. Denemarken zou Frank Arnesen missen tegen Spanje, hij liet zich provoceren door Lothar Matthäus en ontving de rode kaart. Net als in 1984 werd Denemarken opnieuw uitgeschakeld door Spanje, ze kwamen op een 1-0-voorsprong door een strafschop van Jesper Olsen, maar door een foute terugspeelbal van dezelfde Olsen kon Emilio Butragueño vlak voor rust de gelijkmaker scoren. Na rust liep Spanje over Denemarken heen, 5-1 met nog drie treffers door Emilio Butragueño.

EK 1988 In de kwalificatieronde voor het EK scoorde Denemarken slechts vier doelpunten in zes wedstrijden, drie keer werd met 1-0 gewonnen. De ploeg werd gered door resultaten van de concurrenten, Tsjecho-Slowakije verloor met 3-0 van Finland, Wales verloor de beslissende wedstrijd tegen de Tsjechen. Het toernooi werd geen succes, alle drie de wedstrijden gingen verloren, tegen Spanje (3-2), West-Duitsland (2-0) en Italië (2-0). Na het toernooi namen Morten Olsen en Frank Arnesen afscheid van het Deense team, Søren Lerby en Elkjær Larsen eindigden het toernooi op de bank.

WK 1990 Kwalificatie voor het WK in 1990 begon stroef met gelijke spelen tegen Griekenland en Bulgarije, maar de ploeg herstelde zich in de returns, 0-2 tegen Bulgarije en 7-1 tegen Griekenland. De achterstand op de enige concurrent Roemenië was één punt, alleen de winnaar zou het WK in Italië halen. De eerste wedstrijd in Kopenhagen ging met 3-0 gewonnen, maar in de return in Boekarest konden de Denen een 0-1-voorsprong niet vasthouden: 3-1. Denemarken moest thuisblijven, maar de cyclus was wel de doorbraak van nieuwe talenten: Flemming Povlsen scoorde vijf doelpunten, de jongere broer van Michael Brian Laudrup scoorde vier keer.

1990–2000: Niet geplaatst, toch Europees kampioen, kwartfinale op het WK EK 1992