Paul Delvaux (Antheit, 23 september 1897 – Veurne, 20 juli 1994) was een Belgische kunstschilder. Hij werd vaak gerekend tot de Belgische surrealisten, maar was het zelf oneens met deze kwalificatie. Hij vond deze interpretatie van zijn werk te eng, te formalistisch en vooral te oppervlakkig. Hij wilde gewoon "een poëtisch realisme" creëren en daarin bereikte hij een ongekende hoogte en internationale bekendheid.
Levensloop Zijn vader was advocaat in Brussel en de jonge Paul was voorbestemd voor de architectuur. Hij volgde daartoe de Brusselse Academie, maar kreeg tezelfdertijd een opleiding in het schildersatelier van Constant Montald, net als zijn tijdgenoot René Magritte.
Zijn werk werd voor het eerst opgenomen in een groepsexpositie bij Le Sillon, in 1924. Hij werkte enige jaren in de omgeving van Bosvoorde, op een permekiaans-expressionistische wijze. Op de Foire du Midi in Brussel in 1932 kreeg hij de schok die zijn kunst verder zou bepalen, bij zijn bezoek aan het rariteitenkabinet in het Musée Spitzner. In 1934, bij zijn kennismaking met het werk uit 1926 van Giorgio de Chirico, op de Minotaurus-expositie, onderging zijn stijl een beslissende ommekeer: de poëet Delvaux stak van wal.
Op 1 januari 1933 stierf zijn moeder, die zijn eerste liefde (zijn "Tam") nooit had aanvaard. Datzelfde jaar vernietigde hij meer dan 100 van zijn vroegste werken. Hoewel niet bepaald opgetogen over de surrealistische schilderijen van Magritte, stelden beide meesters in 1936 toch gelijktijdig tentoon in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten. Hier bleek al duidelijk dat Delvaux zijn eigen weg ging, naar het poëtische toe, wel met surrealistische ondertonen.
Zijn vader stierf in 1937. In dat jaar trouwde hij met Suzanne Purnal. Het huwelijk werd echter een emotioneel fiasco. Ontgoocheling en eenzaamheid werden een zodanige bron van inspiratie, dat hij in deze periode zijn allerbeste werk creëerde. 1938 werd een uitzonderlijk vruchtbaar jaar:
Hij exposeerde op de Exposition Internationale du Surréalisme, georganiseerd door Marcel Duchamp, in Parijs in januari. In juni was hij op eenzelfde tentoonstelling in Amsterdam, ditmaal georganiseerd door André Breton en Paul Éluard. In Londen was hij te zien in de London Gallery van E.L.T. Mesens. ook reist hij in dat jaar voor het eerst naar Italië.
Tweede Wereldoorlog Tijdens de Tweede Wereldoorlog weigerde hij te exposeren. In de winter van 1944-45 kreeg hij, in het Paleis voor Schone Kunsten, zijn eerste grote retrospectieve. De Belgische cineast Henri Storck maakte de film Le monde de Paul Delvaux.
Na de Tweede Wereldoorlog In 1947 ontmoette hij te Sint-Idesbald opnieuw en totaal onverwacht zijn eerste geliefde Anne-Marie De Martelaere, zijn "Tam". Hierop verliet hij zijn vrouw. Hij huwde Tam ten slotte op 25 oktober 1952.
Hij werd professor aan de École nationale supérieure des arts visuels la Cambre in Brussel in 1950.
In 1954 nam hij deel aan de XXVIIste Biënnale van Venetië.
In 1956 reisde hij naar Griekenland, het land van zijn zo vaak geschilderde tempelgalerijen.
Vanaf 1966 woonde hij al de helft van het jaar in het Park van Veurne.
Henri Storck realiseerde in 1971 een nieuwe film: Paul Delvaux ou les femmes défendues, ditmaal naar een draaiboek van René Micha.
De Amerikaanse pop-kunstenaar Andy Warhol ontmoette Delvaux in Brussel, in 1981, en maakte een reeks portretten van de schilder.
thumb|Paul Delvaux Museum te Sint-Idesbald
In de tien jaar voor zijn dood volgden nog exposities in Parijs, Ferrara, München, Tokio, Osaka, Yokohama en Himeji.
Monumentale werken Paul Delvaux heeft doorheen zijn loopbaan vier monumentale schilderwerken gemaakt:
In 1952 nodigde architect Léon Stynen van het Casino-Kursaal van Oostende hem uit om op een wand van 26 m lang op 5 m hoog een monumentaal fresco te maken. Bij wijze van proef experimenteerde Delvaux op de buitenmuur van het atelier van zijn vriend Georges Grard in Sint-Idesbald.bij wij hij sinds 1945 elke zomer verbleef Daarnaast deed hij een beroep op zijn vriend-schilder Emile Salkin en een aantal van zijn studenten van La Cambre. Startend met het bovenste deel van de compositie bracht Delvaux de voortekeningen aan op de wand, waarna hij de figuren en de drapages uittekende. De medewerkers vulden de compositie verder in met door Delvaux gekozen kleuren. Zijn eerste monumentale wandschildering, getiteld 'De Zeemeermin' (La Sirène) is net op tijd klaar voor de opening van het Casino-Kursaal in juni 1952. Naar verluidt gebruikte Delvaux ongeveer 2000 eieren voor dit werk, die dienden als bindmiddel waarin de kleurpigmenten opgelost werden.In 2021 werd de wandschildering grondig gerestaureerd.Informatie in de Delvaux-zaal van het Casino-Kursaal in Oostende In 1959 schilderde hij een fresco van 42 m lang in het toen nieuwe Congrespaleis op de Kunstberg.Op de plaats van dit Congrespaleis werd in september 2009 het nieuwe Square Meeting Centre geopend.Op de plaats van dit Congrespaleis werd in september 2009 het nieuwe Square Meeting Centre geopend. Het werk draagt de titel 'Le Paradis terrestre (Het Aards Paradijs) waarop een twintigtal vrouwen staan opgesteld (in de voor hem karakteristieke poses) en één man vanop de rug gezien.
Op vraag van de toenmalige Luikse universiteitsrector Marcel Dubuisson realiseerde Delvaux in 1960 opnieuw een monumentaal fresco661 m x 1196 cm met als titel De Schepping' (La Genèse), in het Zoölogisch Instituut van de ULg (momenteel in de inkomhal van het Aquarium-Museum). Het schilderij werd gereinigd in 1970 en opnieuw 1993. In het Brusselse metrostation Beurs maakte hij in 1978 een 13 m brede wandschildering, getiteld 'Nos vieux trams bruxellois (Onze oude Brusselse trams). Het werk toont nostalgische tramstellen, een thema dat perfect aansluit bij Delvaux' fascinatie voor vervoermiddelen, stations en het Brussel van zijn jeugd.
Iconografie (beeldtaal) De iconografie van het werk van Delvaux, waaraan hij zijn bekendheid ontleent, valt moeilijk te doorgronden. Niet alleen omdat de schilder zich in dat opzicht zelden expliciet heeft uitgelaten over de door hem gebruikte motieven, maar ook omdat deze dan nog voor velerlei uitleg vatbaar blijven. Vrouwelijke naakten met grote droomogen, menselijke skeletten, ouderwetse treinen en wagons, stations en klassiek aandoende gebouwen zijn wel de voornaamste elementen van zijn gebruikte beeldtaal. Na verloop van tijd werden ongebruikelijke combinaties als bijvoorbeeld elektriciteitspalen tussen Griekse tempels niettemin gemeengoed als deel van een droomwereld, die ondanks haar uitgesproken naturalistische karakter uitermate vervreemdend aandeed.
Eerbetoon 1938 - Hij ontvangt de Prix de l'Académie Picard 1955 - De Italiaanse Reggio Emilia-prijs wordt aan hem toegekend. 1956 - op 5 juli werd hij opgenomen in de Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België 1965 - vijfjaarlijkse Belgische Staatsprijs voor zijn gezamenlijk werk; benoeming tot voorzitter van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten. 1971 - film: Paul Delvaux ou les femmes défendues (Henri Storck) 1972 - De Franse Académie beloonde hem als Officier de l'Ordre des Arts et des Lettres de France. 1973 - Rembrandt-prijs van de Johann Wolfgang Goethe-Stiftung in Bazel 1973 - Het Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam eerde hem met een grote overzichtstentoonstelling. 1974 - herneming van deze expositie in de Nationale Musea van Tokio en van Kioto 1976 - Croix de Chevalier de la Légion d'Honneur 1976 - op 3 maart benoemt de Académie des Beaux-Arts (een van de vijf academies van het Institut de France) hem tot associé étranger'. 1978 - Ereburger van stad Veurne 1979 - Doctor Honoris Causa aan de Université libre de Bruxelles 1982 - op 26 juni 1982 wordt in Sint-Idesbald het Paul Delvaux Museum geopend 1983 - postzegelreeks 1986 - op 3 februari benoemde het Franse ministerie van Cultuur Paul Delvaux tot Commandeur in de l'Ordre des Arts et des Lettres de France. 1997 - postzegelreeks 2005 - Nr. 43 in de Vlaamse versie van De Grootste Belg en nr. 55 in de Waalse versie. - Insigne d'Honneur du Travail (België)
Literatuur Devisscher, Hans (eindred.) (2014). Paul Delvaux onthuld / vert.: Wouter Delputte. Snoeck/Museum van Elsene, Gent/Brussel. 223 p., . Catalogus tentoonstelling, 23 oktober 2014 - 18 januari 2015 Draguet, Michel, Inga Rossi-Schrimpf & Brigitte de Patoul (red.) (2007). Delvaux en de Oudheid / bijdr.: Sophie Basch e.a. Bai, Wommelgem. 238 p., . Catalogus tentoonstelling Museum voor Hedendaagse Kunst van de Stichting Basil & Elise Goulandris, Andros, 28 juni - 27 september 2009; Koninklijke Museum voor Schone Kunsten van België, Brussel, 23 oktober 2009 - januari 2010 Barthelman, Z.,& J. van Deun (2007). Paul Delvaux: odyssee van een droom. Paul Delvaux Stichting, Sint-Idesbald. 238 p., Montagne, Nicole (2005). De neef van Delvaux. Vantilt, Nijmegen. 176 p., Charles, Guy, & Charles Van Deun (2004). Paul Delvaux, zijn leven. Stichting Paul Delvaux, Koksijde, Sint-Idesbald. 272 p., Ollinger-Zinque, Gisèle (red.) (1997). Paul Delvaux, 1897-1994 / teksten: Claude Lévi-Strauss e.a.; vert.: Tiffany Barnard-Davidson e.a. Blondé, Wommelgem. 320 p., . Catalogus tentoonstelling Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel, 21 maart - 27 juli 1997 Vergeer, Koen (1997). Dossier Delvaux. Atlas, Amsterdam. 109 p., Van den Bussche, Willy (red.) (1996). Van Ensor tot Delvaux : Ensor, Spilliaert, Permeke, Magritte, Delvaux / bijdr.: Willy Van den Bussche e.a. PMMK, Oostende. 392 p. Catalogus tentoonstelling Museum voor Moderne Kunst, Oostende, 5 oktober 1996 - 2 februari 1997 Debra, Maurice (1991). Wandelingen & gesprekken met Delvaux / red.: P.Th. Boyens e.a. Lannoo, Tielt. 237 p., Rombaut, Marc (1991). Paul Delvaux /vert.: Jan Wynsen; red.: Inge Kappert. Librero, Hedel. 128 p., , Emerson, Barbara (1985). Delvaux /vert.: T. Fritschy & M. Oleff. Mercatorfonds, Antwerpen. 279 p., Houbart-Wilkin, Suzanne (red.) (1978). Hulde aan Paul Delvaux / inl.: Philippe Roberts-Jones; vert.: Phil Mertens e.a. Koninklijke musea voor schone kunsten van België, Brussel. 68 p. Oorspr. titel: Hommage à Paul Delvaux. 1977. Catalogus tentoonstelling, 8 juli - 25 september 1977 Hammacher-van den Brande, R., & L. Brandt-Corstius (red.) (1973). Paul Delvaux. Museum Boymans-van Beuningen, Rotterdam. 164 p. Catalogus tentoonstelling, 13 april-17 juni 1973 (1973). Van Ingres tot Paul Delvaux. Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel. 31 p. Catalogus tentoonstelling, 17 mei 1973 - 1 juli 1973 (1968). De tekenkunst van Paul Delvaux / inl.: S. Houbart-Wilkin. Museum Boymans-van Beuningen, Rotterdam. 4 p. + bijl. Catalogus tentoonstelling, 17 februari - 31 maart 1968 Spaak, Claude (1948). Paul Delvaux / vert.: M. Zuydwijk. De Sikkel, Antwerpen. 16 p., 24 p.pl., 2 bl.pl. (Monographieën over Belgische kunst, 2e reeks; 6)
Externe links Stichting Paul Delvaux Uitgebreide collectie in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België te Brussel. Korte video over Delvaux-tentoonstelling in Museum Boijmans Van Beuningen in 1973
Categorie:Kunstschilder van het surrealisme Categorie:Belgisch kunstschilder