Friesland; Fries en officieel: Fryslân [ˈfrislɔ̃ːn] (); is een provincie in Noord-Nederland.
In 2020 telde Friesland 649.957 inwoners. Dit aantal steeg tot 665.276 eind 2025. De hoofdstad is Leeuwarden. Naast het Nederlands heeft in de provincie het Fries de status van officiële bestuurstaal.
Geografie Ligging Friesland heeft een lange kustlijn, die zich uitstrekt langs het IJsselmeer en de Waddenzee. De provincie ligt voornamelijk op het vasteland en omvat ook de Waddeneilanden Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog.
Qua totale oppervlakte (inclusief water) is Friesland de grootste provincie van Nederland. Qua landoppervlak staat het op de derde plaats. De provincie ligt laag ten opzichte van zeeniveau. Het hoogste punt op het vasteland is de Bosberg bij Appelscha (26,6 meter). Met de Waddeneilanden meegerekend, ligt het hoogste punt op het Vuurboetsduin (45 m).
Het gedeelte op het vasteland grenst aan de provincies Flevoland, Overijssel, Drenthe en Groningen. Via de Afsluitdijk bestaat er ook een grens met Noord-Holland.
Landschap thumb|Landschap bij Wanswerd
Friesland heeft een open landschap en is waterrijk. Het Friese landschap bestaat uit negen verschillende landschapstypen.De wereld van het Friese landschap (Meindert Schroor) Er liggen ook vier nationale parken. Er liggen ook diverse beschermde Natura2000 gebieden in Friesland.
De vereniging It Fryske Gea (= het Friese Landschap) is de provinciale instantie voor natuurbeheer.
Naam Betekenis In de middeleeuwse historiografie werd algemeen aangenomen dat Friesland zijn naam dankt aan een legendarische stichter genaamd Friso. Anderzijds verhaalt het Oude Goudse Kroniekje (± 1450) hoe keizer Valentinianus den Rijn neder quam ... inder wilder Neder Sassen lant ... ende om dattet soo couden lant is, soo dedent die Romeynen Vrieslant hieten.Bunna Ebels, "Oorsprongslegenden, het verschijnsel", Groniek 189 (2010), 353-368, hier: 361. Recenter is de veronderstelling dat de benaming 'Fries' oorspronkelijk 'krulharig volk' betekende.
Fryslân Op 1 januari 1997 werd de officiële naam van de provincie door de Friese Provinciale Staten veranderd van ‘Friesland’ in ‘Fryslân’.Provinciaal Blad van Friesland, 1996 nr. 7, uitgegeven 28 maart 1996. Gearchiveerd op 6 juli 2023. In november 2004 besloot het Ministerie van Binnenlandse Zaken erop toe te zien dat de officiële naam in overheidsstukken ook consequent wordt gebruikt.Ook voor rijk heet Friesland Fryslân, Leeuwarder Courant, 10 november 2004.Uitvoeringsconvenant Friese taal en cultuur 2005, Staatscourant, jaargang 2005, nr. 58, 23 maart 2005: "4.5. De Minister van BZK bevordert dat in relevante wet- en regelgeving van de rijksoverheid de officieel vastgestelde provincienaam Fryslân zal worden gebezigd."
Heitelân It Heitelân (Nederlands: het vaderland) is voor sommige Friezen om utens, dit wil zeggen Friezen die buiten Friesland verhuisd zijn, een term om Friesland aan te duiden.
Geschiedenis en archeologie thumb|Hogebeintum: Friesland in de terpentijd thumb|Koninkrijk van de Friezen omstreeks 700 thumb|Monument ter herdenking aan de Slag bij Warns
Archeologie In 1939 is bij het toenmalige Wijnjeterp een vuurstenen vuistbijl gevonden. Mogelijk trokken aan het einde van de laatste ijstijd, ruim 14.000 jaar geleden, jagers-verzamelaars over de hoge zandruggen langs de beken in het zuiden en oosten van Friesland. Deze eerste rondtrekkende moderne mensen in het huidige Friesland waren van de Hamburgcultuur. Bivakplaatsen van deze rendierjagers zijn aangetroffen bij Makkinga (Lochtenrek), Oldeholtwolde en Ureterp.
Prehistorie en oudheid Van ongeveer 400 tot 200 voor Chr. begon een proto-Friese cultuur te ontstaan in het gebied tussen de Vlie en Eems. Gezien het gevaar voor overstromingen, verhoogde men de natuurlijke hoogten tot kunstmatige heuvels, de zogenaamde terpen en wierden. Veel van de archeologische rijksmonumenten in Friesland zijn dergelijke terpen.erfgoedmonitor.nl Archeologische rijksmonumenten.
Romeinen De Romeinen, die vanaf 16 v.Chr. vanuit Italië grote delen van Europa hadden veroverd, kwamen het gebied binnen via het Flevomeer in 12 v.Chr., onder aanvoering van de grote bevelhebber generaal Drusus, die op dat moment gouverneur van Gallië was.Lindsay Powell, Eager for Glory: The Untold Story of Drusus the Elder, Conqueror of Germania', Pen & Sword Military, Barnsley, 2011 De verhoudingen waren toendertijd eerder als samenwerking te duiden dan als vijandelijke overname, de bevolking ondersteunde Drusus bij zijn verdere veldtocht naar Germania. Halverwege de eerste eeuw richtte het Romeinse Rijk een apart Fries bestuursgebied in, het had eigen gezagsdragers en wetten, die op Romeinse leest waren geschoeid. De eerste Friese voormannen die bij naam bekend zijn waren Malorix en Verritus, die in 54 grondgebied langs de Rijn in bezit namen en daarna door de Romeinen verjaagd werden.William Henry TeBrake, Medieval frontier: culture and ecology in Rijnland (1985) 96-97. De Romeinse geschiedschrijver Tacitus vermeldt het volk der Frisii in zijn werk Germania, ze heetten Φρισίοι bij de auteur Cassius Dio.
Koninkrijk Friesland (500–1000) Tijdens volksverhuizingen in de 4e eeuw vestigden zich andere Germaanse stammen in de Friese gebieden die de naam van het land waarin zij terechtkwamen en van het volk dat daar van oudsher woonde overnamen. Vier Friese koningen kennen we bij naam: Audulf, Aldgisl, Radboud (Redbad) en Poppo. Het Friese koninkrijk reikte van het Zwin tot aan de Wezer, blijkens de Friese Wetten, die omstreeks 800 uitgevaardigd werden. Deze zone zullen 19e- en 20e-eeuwse historici later 'Groter-Friesland' noemen. In 734 werd het koninkrijk ingelijfd door de Franken.
Omstreeks 750 kwam de missionaris Bonifatius naar Friesland, om er het christendom te brengen. Voorlopig had dat geen succes en hij moest het met zijn dood bekopen. Na 850 werden her en der de eerste abdijen in Friesland gesticht. Frankische Kloosters als Fulda en Echternach kregen na de pacificatie van Friesland uitgebreide landerijen geschonken als keizerlijke schenkingen, met de bedoeling deze landbouwkundig te ontwikkelen. De komst van de abdijen was voor Frisia Magna (Groot Friesland) van groot belang, gezien de ontwatering die op initiatief van de kloostergemeenschappen ondernomen werden. Als abten werden edellieden benoemd die, als zij Friezen waren, ook de band met de bevolking versterkten.
De Friese vrijheid (1000–1500) Al in de vroege middeleeuwen bestond Groter-Friesland uit drie deelgebieden: West-Frisia (van het Zwin tot de Vlie), Midden-Frisia (van de Vlie tot de Lauwers) en Oost-Frisia (van de Lauwers tot de Wezer). Na 1000 viel West-Frisia uiteen in de heerlijkheden Zeeland, Holland en West-Friesland. In 1288–1297 nam Floris V van Holland West-Friesland in.
Evenals West-Frisia, vielen ook Midden- en Oost-Frisia uiteen. De vrije dorpen en stadjes die zo ontstonden, evolueerden echter niet tot traditionele heerlijkheden. Bovendien bleven zij nauw met elkaar samenwerken, onder andere de Zeven Friese Zeelanden die hun rechtspraak gemeenschappelijk organiseerden onder de Upstalsboom. Het ontbreken van een centraal gezag leidde echter ook tot onderlinge twisten, zoals de vete tussen de Schieringers en Vetkopers. De edelen in Midden- en Oost-Frisia zwoeren geen trouw aan vreemde leenheren (de 'Friese Vrijheid'). Een belangrijke overwinning voor het behoud van deze zelfstandigheid was de Slag bij Warns (1345).
Toch kwam na 1450 ook de onafhankelijkheid van Oost-Frisia in het gedrang. De meest westelijke dorpen in het Emsland kwamen onder invloed van Groningen en werden bij de 'Ommelanden van Groningen' gevoegd. De dorpen beoosten de Eems tot aan de Wezer werden door huwelijk (1455) verenigd tot graafschap Oost-Friesland, met Emden als hoofdstad. De eerste graaf van Oost-Friesland, Ulrich van Cirksena, zwoer trouw aan de keizer. Tegelijk waren de westelijke gebieden van Frisia onder de naam West-Friesland, na tevergeefs gewapend verzet, onder de Hollandse graven gekomen. Nu waren enkel de dorpen en stadjes in Midden-Frisia, het huidige Friesland, nog zelfstandig.
Heerlijkheid Friesland (1500–1800) In 1498 schonk keizer Maximiliaan van Oostenrijk (Midden)-Friesland en Groningen aan Albrecht van Saksen. Deze richtte de heerlijkheid Friesland op, bestuurd door het nieuwe Hof van Friesland. De bevolking verzette zich echter tegen de nieuwe machtshebber, en kreeg daarbij hulp van het hertogdom Gelre (Gelderse Oorlogen). Erfgenaam George van Saksen had onvoldoende middelen om de opstand te onderdrukken en verkocht zijn rechten aan Karel V (1515). Die verdreef de Geldersen en lijfde de heerlijkheid in bij de Habsburgse Nederlanden (1524). Een nieuwe ambtelijke bestuurslaag van niet-Friezen werd in Friesland gevestigd en zou Nederlands definitief een plaats geven als bestuurstaal.
In de jaren 1570, aan het begin van de Nederlandse Opstand, kwam de bevolking in opstand tegen stadhouder Robles. De Staten van Friesland namen de macht over en sloten zich aan bij de Unie van Utrecht. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog kwam Friesland in handen van de Republiek. In het begin van de oorlog moesten nog veel protestanten vluchten, vooral naar de Oost-Friese stad Emden die een Nederlands protectoraat (1595) werd waar de Calvinistische Kerk een organisatorische basis kreeg. De eerste synodes van de Nederduitsch Gereformeerde Kerk vonden hier plaats en hoewel de kerkelijke bovenlaag na 1590 over de opstandige provincies uitstroomde bleef Emden een in cultuur Nederlandse stad totdat zij in 1744 onder het koninkrijk Pruisen kwam, toen Frederik II van Pruisen aanspraak maakte op geheel Oost-Friesland.
Departement en provincie Friesland (1800–nu) In 1802, ten tijde van de Bataafse Republiek, werd Friesland omgevormd tot departement Friesland. Voor korte tijd kwam ook Oost-Friesland weer bij de Nederlanden (Vrede van Tilsit). Na de ondergang van het Franse keizerrijk (1815) werd de oude situatie hersteld. Sindsdien is (Midden-)Friesland een provincie van Nederland, en Oost-Friesland een deel van Pruisen, later Duitsland.
Aan het begin van de 20ste eeuw werd een term voor een historische regio Groot-Friesland gebruikt, en vanaf 1954 de term Groter-Friesland. Deze regio strekte zich uit van Noord-Holland tot de huidige Deense grens. De huidige provincie Friesland is hier onderdeel van. Vanwege zijn historische ligging spreekt men ook van Westerlauwers Friesland, ten westen van de rivier Lauwers. Hieraan ontleend is de Duitse benaming Westfriesland.
Taal thumb|upright=1.5|De taalsituatie in Noord-Nederland
Fries
De talen die het meeste worden gesproken in de provincie zijn het Nederlands en het Fries (Frysk). Het Fries is sinds 1956 in de provincie Friesland naast het Nederlands een officiële bestuurstaal. Ook heeft het de status van minderheidstaal onder het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden. De taal kan gebruikt worden in de rechtspraak, hoewel ze daar weinig toepassing vindt. In het onderwijs wordt ze afwisselend gebruikt, afhankelijk van de inzet van de leerkrachten en de taalsamenstelling van de leerlingen. Om het gebruik van Fries te verhogen bestaat het Taalplan Frysk 2030, een project om via het onderwijs kinderen in aanraking te laten komen met de Friese taal.
Ook worden ambtenaren en politieagenten in Friesland geacht het Fries minstens te kunnen verstaan. In ruimere mate wordt Fries gebruikt door (een aantal) overheden en dan met name de provinciale, door gemeenten en door de media, en dan met name de regionale radio en de tv, voor zover deze geprogrammeerd worden door Omrop Fryslân. Sinds de jaren 1980 vindt er in Friesland een zekere optische verfriesing plaats, hetgeen met name tot uitdrukking komt in een groot aantal topografische namen die in het Fries zijn gesteld, zoals straat- en waternamen en plaatsnaamborden.