De Grote of Sint-Jacobskerk is een kerkgebouw uit de late middeleeuwen in het centrum van Den Haag. Het behoort met het Binnenhof en de Abdijkerk van Loosduinen tot de oudste gebouwen van Den Haag. De graven van Holland speelden een belangrijke rol in de ontwikkeling van de kerk. Van historisch belang is de bijeenkomst in 1456 van de ridders van de Orde van het Gulden Vlies, die in de kerk hun wapenborden achterlieten. De vorm van de kerk is het eerste voorbeeld van het Haagse hallentype. De in Nederland zeldzame zeskantige kerktoren dateert uit de eerste helft van de 15e eeuw en is met 92,5 meter hoogte de op negen na hoogste kerktoren in Nederland. Al direct na de bouw kreeg de kerktoren een klokkenspel dat elk uur een wekkering speelde. Haar eerste orgel kreeg de kerk rond 1500 of eerder, maar een exacte datum is niet bekend. In de kerk bevinden zich grafmonumenten en monumentale grafstenen, waaronder de cenotaaf voor admiraal Jacob van Wassenaer Obdam. Daarnaast is de kerk bekend vanwege het grote aantal leden van het huis Oranje-Nassau die in deze kerk werden gedoopt of er in het huwelijk zijn getreden, met als meest recente kroonprinses Catharina-Amalia der Nederlanden, die er in 2004 werd gedoopt. De kerk en kerktoren hebben niet dezelfde eigenaar: De kerk is eigendom van de Protestantse Kerk, terwijl de kerktoren eigendom is van de gemeente Den Haag. De kerk wordt hoofdzakelijk gebruikt voor culturele doelen zoals orgelconcerten of evenementen zoals beurzen.
Ligging De kerk staat aan de rand van het oude centrum, waar vroeger de markten waren. Aan de noordkant is het Kerkplein, waar vroeger het kerkhof lag. Aan de zuidkant is de Riviervismarkt, waar zoetwatervis verhandeld werd. Daaraan grenst de straat genaamd Visbanken, waar de zeevis vroeger verhandeld werd. In het verlengde van de Riviervismarkt ligt de Dagelijkse Groenmarkt, waaraan het Oude Stadhuis uit 1564 ligt. Omdat er tegen de kerk aan de kant van de Riviervismarkt kleine huisjes stonden, heet dat stukje straat 'Rond de Grote Kerk'. Het gebied rond de kerk is beschermd stadsgezicht.
Geschiedenis Kerkgebouw De kerk is gebouwd op het hoogste punt van een oude duinrug, daterend uit de midden bronstijd, circa 1360 na Chr. Al in die tijd was er op deze plek sprake van de aanwezigheid van mensen, getuige archeologische vondsten. De nabijheid van het hof van de graven van Holland, dat in de dertiende eeuw is verrezen op ongeveer vierhonderd meter afstand op dezelfde duinrug, veroorzaakte de komst van handelaren en werk- en ambachtslieden. In de dertiende eeuw is daardoor op deze plek een buurtschap ontstaan, dat al snel de naam Die Haghe kreeg.Afdeling Archeologie/Dienst Stadsbeheer, Rapport 0918, pagina 11, juli 2009 (Gemeente Den Haag) Afdeling Archeologie/Dienst Stadsbeheer, Rapport 1022, pagina 11, mei 2010 (Gemeente Den Haag) Bronnen geven aan dat al in de dertiende eeuw een (waarschijnlijk houten) kerk op deze plaats stond. Hoe deze houten kerk eruit heeft gezien is niet bekend. De kerkparochie werd ergens tussen 1280 en 1296 zelfstandig door toedoen van graaf Floris V. In 1337 spreken bronnen van de grote kercke, wat mogelijk duidt op een stenen gebouw.Veen, M.M.A. van - Vergouwen, H.H.C. - Roest, P.B. van der (Afdeling Archeologie/Dienst Stadsbeheer Gemeente Den Haag), Afdeling Archeologie/Dienst Stadsbeheer, Rapport 0918, pagina 12, juli 2009 (Gemeente Den Haag) De vondst in 2007 van keldermuren met kloostermoppen uit de periode 1320-1350, in de zuidbeuk van de kerk, lijkt dit te bevestigen.Veen, M.M.A. van, Vergouwen, H.H.C., Roest, P.B. van der (Afdeling Archeologie/Dienst Stadsbeheer Gemeente Den Haag), Rapport 0918, pagina's 77-78, juli 2009, Documenten uit 1399 verwijzen naar bouwwerkzaamheden, waarbij het duidelijk wordt dat het toen om een stenen kerk ging. In de jaren 1420-1424 werd de 92,5 meter hoge kerktoren voltooid. De afmetingen van de kerk en de toren werden van een dusdanige omvang dat er in de vijftiende eeuw sprake was van een kerk waardig voor een stad.
De stenen kerk werd oorspronkelijk als kruiskerk gebouwd. In de gevel die aan de toren grenst zijn nog sporen aanwezig van de daklijn uit 1424. Deze wijzen op een schip met twee lage zijbeuken. Tussen 1434 en 1455 werden de beide lage zijbeuken verbreed en opgehoogd tot het dakniveau van het middenschip, waardoor de kruisvorm verloren ging. Deze vergroting maakte de Sint-Jacobskerk tot het eerste voorbeeld van het Haagse hallentype, een type hallenkerk dat daarna in met name het graafschap Holland op grotere schaal zou worden ingevoerd. Bij dit type hallenkerk zijn de traveeën van de zijbeuken elk voorzien van een hoge topgevel met een eigen kap die dwars staat op het dak van de middenbeuk. Deze constructie maakte het mogelijk de zijbeuken van grote vensters te voorzien.
Het priesterkoor van de kerk werd in 1492 vervangen door een hoger koor op hetzelfde grondplan. Het kreeg een basilikale vorm met een kooromgang. Na deze tijd is de kerk niet meer wezenlijk van vorm veranderd, op toevoegingen van kapellen en andere aanbouwen na, waarvan de meeste in latere eeuwen zijn afgebroken.
Brand van 1539 Door een blikseminslag in de toren van de kerk ontstond in 1539 een grote brand die schade veroorzaakte aan zowel de toren als kerkgebouw. Door middel van loterijen en inzamelingen werd geld bijeengebracht voor herstelwerkzaamheden, waarbij de vorm van vóór de brand behouden bleef. De houten trekbalken tussen de kapvoeten werden niet opnieuw aangebracht, of ze zijn toen verwijderd. Ook verwoestte het vuur de vermoedelijk aanwezige gebrandschilderde ramen. Onder anderen keizer Karel V, de bisschop van Utrecht en enkele bevriende stadsbesturen schonken daarop nieuwe gebrandschilderde ramen voor de kerk. Uit bronnen blijkt dat in de zestiende eeuw zeker veertien kerkramen nieuw gebrandschilderd glas hebben gekregen. Slechts twee van deze ramen hebben de tand des tijds doorstaan: het Annunciatieraam (1541) en het Keizer Karelraam (1547). Deze hebben beschilderingen van zeer hoge kwaliteit, die worden toegeschreven aan Dirck en Wouter Crabeth. De overige werden vervangen door onbeschilderde glas-in-loodramen.Afdeling Archeologie/Dienst Stadsbeheer, Rapport 0918, pagina 47-49, juli 2009 (Gemeente Den Haag)
thumb|Kaarsenkroon met Mariafiguur uit ca. 1480, gevonden in 1857 onder een huis naast de Grote of Sint-Jacobskerk. Mogelijk werd deze tijdens de periode van de Beeldenstorm verborgen door de pastoor.
Interieur In 1456 vond in de Sint-Jacobskerk het negende kapittel plaats van de ridders van de Orde van het Gulden Vlies, onder voorzitterschap van hertog Filips de Goede. De wapenborden van de 34 deelnemende ridders werden bij die gelegenheid als herinnering tegen de muren van de kerk gehangen. Bij de brand in 1539 zijn ze verloren gegaan, maar bijna direct vervangen door nieuwe exemplaren.Website Stichting Grote Kerk Den Haag: Bezienswaardigheden – Wapenschilden van de Ridders van het Gulden Vlies De zestiende-eeuwse wapenborden sieren nog altijd het interieur en zijn zo uniek in Nederland dat ze recent officieel zijn aangewezen als Beschermd voorwerp in het kader van de Wet tot behoud van cultuurbezit.Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde (KNGGW): Presentatie van de gerestaureerde wapenborden van de Ridders van het Gulden Vlies in de Grote Kerk in Den Haag; 2014 De eikenhouten preekstoel met renaissancehoutsnijwerk dateert uit 1550 en werd vermoedelijk gemaakt door Colijn de Nole. Elk van de vijf zijden toont een paneel van respectievelijk de vier evangelisten en Johannes de Doper. Tegen de voet staan vrouwelijke wezens met saterkoppen en bokkenpoten die als het ware de kuip dragen. Het rugpaneel, tegen de zuil aan, toont Mozes die de wetstafelen vasthoudt. De overhuiving laat vijf naar beneden kijkende koningsfiguren zien. Niet origineel is de bekroning, een zeskantig koepeltje waarop een rond tempeltje en een vergulde bol. Waarschijnlijk heeft daar het beeld van Sint Jacobus de Meerdere gestaan, de beschermheilige van de stad en de kerk. Mogelijk werd deze verwijderd tijdens of na de beeldenstorm.Website Stichting Grote Kerk Den Haag: Bezienswaardigheden – Preekstoel Van na de reformatie zijn er wapenborden van vooraanstaande families uit Den Haag. In de kerk hangen veel rouwborden langs de muren. Na de Bataafse Revolutie in 1795 moesten alle wapenborden en schilden verwijderd worden omdat zij een teken van adel waren, hetgeen niet paste in de gelijkheid, vrijheid en broederschap die zij nastreefden. Een bijzonder bord, vooral vanwege de grote maat, is het wapenbord van vrouwe Angenis Hooft, dat sinds maart 2011 weer in de kerk hangt.
Kapellen thumb|Grafmonument in de Van Assendelftkapel De Mariakapel en de Heilige Kruiskapel zijn toevoeging die dateren van rond 1490. Deze hoge kapellen bestaan nog steeds en bevinden zich aan weerszijden van de kooromgang. Ergens in de periode daarna, maar vóór 1539, verrezen er nog drie kleinere kapellen aan de noordzijde van de kooromgang, de Heilig Grafkapel, Annakapel en Sacramentskapel. Rond 1540 telde de Sint-Jacobskerk twaalf kapellen. Ten tijde van de Reformatie verloren de kapellen hun oorspronkelijke functie. De kapellen werden een voor een afgebroken, op de Mariakapel, de Heilig Kruiskapel en de Van Assendelftkapel na.
Van Assendelftkapel Deze familiekapel werd vermoedelijk gebouwd rond het jaar 1455, in opdracht van ridder Gerrit van Assendelft, die er samen met zijn vrouw Beatris van Dalem begraven werd.Afdeling Archeologie/Dienst Stadsbeheer, Rapport 0918, pagina 14, juli 2009 (Gemeente Den Haag) Zij lieten zich daar liggend afbeelden op een grafmonument. De kapel, met kruisgewelven en spitsboogramen, bevindt zich aan de zuidelijke zijde van de kerk. Na de kerkbrand van 1539 werd het huidige, in renaissancestijl uitgevoerde monument vervaardigd, dat is gemaakt van albast. Het is gesierd met zuiltjes met kapitelen, wapenschilden, engelenkopjes en bladornamenten.Website Stichting Grote Kerk Den Haag: Bezienswaardigheden – De kapel van Van Assendelft Tot in 1558 werden leden van de familie Van Assendelft begraven in deze kapel. De kapel en het grafmonument werden gerestaureerd in de jaren zestig van de twintigste eeuw. Tegenwoordig wordt de kapel gebruikt voor onder meer kamermuziekconcerten en huwelijken.
Restauraties en onderzoeken Onderzoek tijdens restauratiewerkzaamheden eind jaren vijftig van de twintigste eeuw wees uit dat de kernen van de zuilen van het middenschip bestaan uit de oorspronkelijke, veertiende-eeuwse, ledestenen zuilen. Zij waren in later eeuwen ter versteviging omkapseld. Tijdens archeologisch onderzoek in 2009 werden muren aangetroffen uit de veertiende eeuw, opgebouwd uit grote kloostermoppen, vermoedelijk daterend ergens uit de jaren tussen 1320 en 1350. In de loop der eeuwen was er tegen de buitenkant van de kerk een onoverzichtelijk geheel van kapellen, schuren en woningen gebouwd. Op verzoek van het Haagse gemeentebestuur werden ze in de jaren vijftig van de negentiende eeuw afgebroken en in 1858 verrezen daarvoor in de plaats 27 armenhuisjes in een eenvoudige bouwstijl die meer uniform van karakter was.
Grote restauratie van 1910 thumb|Kosterswoning, ontworpen door architect Pierre Cuypers in een sobere Hollandse renaissancestijl. De woning staat tegen de kerk aan, in de oksel van de Haagse Toren en het schip.