Een soldatenlied is een lied over soldaten en wordt doorgaans ook gezongen in militaire context. Belangrijke onderwerpen in een soldatenlied zijn: de oorlog, vorst en vaderland, het soldatenleven, de kameraadschap en de heimwee naar huis en geliefden. Sommige soldatenliederen hebben een ironische, dubbelzinnige of kritische tekst, wat soms enige tijd tot een verbod van zo’n lied leidde. thumb|Marslied, voor koningin en vaderland

Algemeen Er is een enorme hoeveelheid soldatenliederen ontstaan in de loop van de eeuwen. Naar de inhoud kunnen ze worden getypeerd als marslied, strijdlied, frontlied, overwinningslied, spotlied, liefdeslied en dergelijke, maar diverse soldatenliederen voldoen aan meer dan één typering. Tijdens oorlogen kwam er een opleving van soldatenliederen. Zo werd in de Tachtigjarige Oorlog na de inname van Den Briel In naam van Oranje doe open de poort een mars- en strijdlied. De oorlog van Nederland met België in 1830 leverde van beide kanten soldatenliederen met venijnige teksten. Tijdens de Eerste Wereldoorlog waren Nederlandse soldaten gemobiliseerd, maar ze hoefden niet te vechten. Om de eindeloze verveling te verdrijven werden (naast het aanbieden van cursussen en sport) ontspanningsavonden voor hen georganiseerd. In het repertoire van de optredende artiesten ontbraken liedjes over het soldatenleven en de oorlog natuurlijk niet. Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog traden artiesten op voor de soldaten.

Na de Tweede Wereldoorlog kregen in Nederland vrolijke liedjes en spotliedjes de overhand, waarbij sommige oude liedjes weer werden gebruikt. In NAVO-verband werden eenheden gelegerd in het Duitse Bergen-Hohne en Seedorf en in het Franse La Courtine. In VN-verband namen Nederlandse soldaten deel aan UNIFIL (Dutchbatt) en UNPROFOR (Dutchbat). In die multinationale omgeving waren het vooral Engelse liedjes die aansloegen.

Ten strijde trekken thumb|It's a Long Way to Tipperary Tot in de 20e eeuw verplaatsten legereenheden zich over grote afstanden te voet. Als tijdens een zware, vermoeiende mars dan een marslied werd gezongen regelde de pas van de soldaten zich naar de cadans van het lied en werd het gemakkelijker om vol te houden.Lodewijk Mulder, Mengelwerk (Den Haag 1907) p. 87 Als het lied dan ook nog over eerdere overwinningen ging, werkte dat goed voor het moreel van de troep. De bereidheid om te vechten werd vergroot en het geloof in de overwinning werd versterkt.

In een historisch overwinningslied van de Romeinen luiden de eerste zinnen: Duizend Franken, en Sarmaten hebben we eens en eens verslagen, Die na duizend, duizend, duizend, duizend, duizend Persen vragen.Abraham Bogaert, De Roomsche monarchy (1697) Kajus Aurelius Valerius Probus p. 216 Duitse landsknechten die in de zestiende eeuw als huurlingen overal in Europa vochten, zongen a capella over hun wapenfeiten, wat bijdroeg aan hun roemruchte reputatie. Elk regiment had een eigen lied.Daan Couwenbergh, Soldatenliederen hielden de moraal hoog. (geraadpleegd 25-8-2023) Het Duitse Legioen Condor, dat vocht in de Spaanse burgeroorlog, had het Lied van Legioen Condor dat hun rol in die oorlog bezong.

Een strijdlied dat een overwinning in het vooruitzicht stelde was goed voor het moreel. The Battle Hymn of the Republic is het strijdlied dat de verwachte overwinning van de Amerikaanse Burgeroorlog bezingt. In de Eerste Wereldoorlog werd It's a long way to Tipperary als marslied gebruikt door de Engelsen, later ook door de Fransen en Russen. Bij de Nederlandse gemobiliseerde soldaten werd het lied eveneens populair, maar na het gebruik van gifgas aan het westelijk front maakten ze van de eerste zin: Neem je long mee ter reparatie.Paul Moeyes, Buiten schot (Amsterdam 2011) pp. 155, 156

Het Nederlandse Generaal Snijders’ marschlied had als refrein:

Wij strijden voor de vrijheid van ons lief Nederland. Ons eerewoord blijft steeds der Koningin trouw verpand. Wij wenschen steeds den vrede, doch wil men den strijd, men zal ons vaardig vinden ten allen tijd! De bereidheid tot sterven ontbrak niet: En wat er ook gebeur', wij kennen onze plichten, Nooit zal men ons van roof of plundering betichten. Wij strijden voor de eer, van 't Rijk der Nederlanden. Sterven daarvoor als 't moet, de wapens in de handen.Kammelar p. 151

In de jaren 1930 werd in Duitsland het lied Erika geliefd als marslied. De wijs ervan werd in Nederland gebruikt voor het lied Blonde Mientje heeft een hart van prikkeldraad.Seniorplaza, Blonde Mientje

Aan het front

Als de strijd was ontbrand bleek gewond raken en sterven aan de orde van de dag te zijn en dat kwam naar voren in frontliederen, evenals het verlangen naar huis en geliefden. In de Eerste Wereldoorlog werd in Duitsland het Argonnerlied populair. Het vertelt hoe de soldaten vanuit hun loopgraven de granaten horen ontploffen, hoe bij een stormloop krijgsgevangenen worden gemaakt en er van beide kanten mannen sneuvelen. Het Argonnerwald gaat een groot kerkhof worden, maar uiteindelijk zal Duitsland stand houden: Als eine neue starke Wacht am Rhein! In het Wolgalied uit de operette Der Zarewitsch wordt de eenzaamheid bezongen van de soldaat, die in de nacht de wacht houdt en zich van iedereen verlaten voelt.

In Nederland ging vanaf 1916 de aandacht vooral uit naar het lot van de soldaten aan het front. Dirk Witte stelde in het lied Het wijnglas het lot van de soldaten tegenover de machthebbers die deftig vergaderden en proostten met het wijnglas in de hand.Het Wijnglas Het eerste couplet: ’s Avonds lezen w’ín de kranten hoe het ging die dag aan ’t front: Zoveel honderd weer gevallen, zoveel duizend weer gewond. Zoveel kind’ren zonder vader, zoveel moeders zonder kind en we vragen wanneer eens toch dat gemoord een einde vindt.Het zesde en laatste couplet luidt: Ernstig gaan de diplomaten naar hun feestmal en banket, Satan heeft aan ’t hoofd der tafel zich als schenker neergezet. En hij vult daar met een grijnslach telkenmale tot de rand met het rode bloed der volk’ren ’t willig wijnglas in hun hand. Dit lied mocht niet op de ontspanningsavonden voor de gemobiliseerde soldaten worden gezongen. Op die avonden traden o.a. Jean-Louis Pisuisse, James Cohen van Elburg en Koos Speenhoff op. Soms werd sarcastisch over de ellende aan het front gezongen, zeker als de oorzaak daarvan bij onkundige officieren werd gelegd. De legerleiding vond dat ondermijning van de krijgstucht en verbood zo’n lied. In Nederland gold dat o.a. voor Het Wijnglas. Het Chanson de Craonne was het symbool van de muiterij die in 1917 uitbrak onder Franse soldaten vanwege de desastreus verlopen slag bij Chemin de Dames. Het lied was in Frankrijk tot de jaren 1970 verboden.

Over de waanzin van de loopgravenoorlog zong Speenhoff in het lied Brief van het front, met als laatste couplet: De loopgraaf van de naaste vijand Is honderd meter van ons af; We zorgen voor elkaars gewonden en graven voor elkaar een graf. We zingen soms dezelfde liedjes of ruilen wat tabak en brood. Maar als de aanval wordt geblazen, dan schieten we elkander dood.Kammelar p. 100

In de Tweede Wereldoorlog werd voor de Duitse soldaten op de radio Lili Marleen regelmatig gedraaid. Geallieerde soldaten wisten die zender ook te vinden en hoorden het graag. De BBC zorgde voor een Engelse versie gezongen door Anne Shelton. Voor de geallieerde soldaten was We'll Meet Again van Vera Lynn een dierbaar lied en dat gold ook voor het thuisfront. Het lied wordt nog steeds bij diverse herdenkingen gezongen. Het bestaande lied Der gute Kamerad was niet alleen voor Duitse soldaten maar ook voor Nederlanders die in Duitse krijgsdienst gingen een geliefd nummer.Er was ook een Nederlandse versie: Ik had een wapenbroeder. Nederlandse nationaalsocialisten maakten eigen strijdliederen zoals: Ons hemd blijft zwart, ons bloed blijft rood, ons lied blijft hard, onz’ strijd blijft groot, wij willen daad, wij zijn de tolk, aan ons de staat, aan ons het volk.Melchert p. 96 Daar tegenover ontstonden er anti-Duitse liederen, zoals: Voor de poort van Moskou stond een Duits soldaat. Twee bevroren benen en een bleek gelaat. Hij stond te bib'ren van de kou, En dacht waar blijft de Führer nou, Die ons toch redden zou.Spotliederen uit de vaderlandse geschiedenis, nr. 6

Voor vorst en vaderland Huurlegers vochten voor degene die betaalde. Nadat in 1798 in Frankrijk de algemene dienstplicht was ingevoerd gebeurde dat binnen enkele decennia ook in andere landen van West-Europa. Nationale legers vochten voor vorst en vaderland en in de soldatenliederen werd het sterven daarvoor als een eer bezongen. Als het vaderland wordt aangevallen staan de soldaten klaar, met als refrein: wij geven om ons leven niet, ’t behoort aan vorst en vrijheid, wij wagen ’t bij een heldenlied vol vaderlandse blijheid. In het slotvers roept het voorgeslacht de soldaten uit hun graven toe: de vrijheid of de dood, blijft Belgen stout en groot. Vrouwe Maria van Ackere geboren Doolaeghe, Madelieven en Avondlamp (Den Haag 1876) p. 207

De Belgische Revolutie in 1830 leverde aan Nederlandse kant teksten die op de man speelden: Liegen, snoeven, schelden, is het werk dier helden,plunderen, verraad en moord is wat den Belg bekoort. Om de tegenstellingen scherp te schetsen werd besloten met: Anglo-Belgen! bastaard telgen! schuim der Fransche Apen, voor u zijn geen eerlauwrieren op het veld te rapen. Nederlandsche braven, echt kroost der Bataven, plukten die met eigen hand voor vorst en vaderland.Soldatenlied of Gezwinde marsch voor de Jongens van Jan Kaas (1831)

In een lied over de Hollandse waterlinie is de bereidheid om te sterven sterk verwoord: In Hollands Linie, Veld van eer, daar is het sterven schoon, De glorie van het Vaderland zij ons laatst en eenig loon. Een lied met een vergelijkbare opvatting gaat over vaste verkering: Vraag niet mijn jongen dat wat niet gaat, vaste verkering is toch niets voor een soldaat. Al wat je hebt aan liefde en trouw hoort aan je vaderland en niet aan jou. Dat het normaal was dat jongetjes soldaatje speelden blijkt bijvoorbeeld uit een lied dat is opgenomen in een boekje met kinderliedjes. Met een houten geweer en een houten sabel marcheert een jongetje heen en weer, in de pas als een man, zuur kijkend omdat het zo hoort, totdat hij zo moe is dat de slaap commandeert: Naar bed kameraad.E. Drenth, Van knop tot bloem, tweestemmige kinderliederen voor de middelklassen der volksschool (Zutphen 1904) p. 13

De eer voor het vechten voor vorst en vaderland werd door socialisten in een ander daglicht gezet. Ze gebruikten daarvoor een bestaand lied: Het eerste couplet luidt: Wij ’s Konings legerknechten zijn fier op onze stand, wij strijden voor de rechten van ’t lieve vaderland. Wij zijn, zou 't twistvuur rijzen het bolwerk van den Staat Wie zou zijn lot niet prijzen van Nederlandsch soldaat.

Het laatste couplet luidt: Grijpt mannen, wakkre knapen, als ’t zijn moet naar ’t geweer, geen smet kleve op ons wapen, geen smet kleve op onze eer Wat oordeel ons moog treffen, waardering zij ’t of smaad, wij blijven ons verheffen op d’eernaam van soldaat.Steur p. 27Hier werd van gemaakt: Wij onderdrukte knechten der rijken adelstand, wij missen alle rechten, voor ons geen vaderland. Doen and'ren 't twistvuur rijzen, op ons is't dat men slaat. Neen, 't lot is niet te prijzen van Nederlandsch soldaat.

Het laatste couplet wordt dan: Grijpt mannen, wakkre knapen, als ’t zijn moet naar ’t geweer. De opgepronkte apen bevelen dan niet meer. Het volk den dwang ontheven, wordt dan niet meer gesmaad, daar moedig voor te streven zij d’eer van de soldaat.Stuffers pp. 14, 15