thumb|Illuminatie van een naar voren kijkende man uit het manuscript van Beda, dat in Sint Petersburg wordt bewaard. De man draagt een bisschopsstaf en zijn hoofd is omgeven door een halo.
Augustinus van Canterbury (ook wel Augustinus van Kantelberg) (waarschijnlijk eerste derde van de 6e eeuw - overleden 26 mei 604), was een benedictijner monnik. Deze rooms-katholieke geestelijke wordt als de apostel van de Angelsaksen en als de stichter van de Kerk van Engeland beschouwd., Dictionary of Saints, blz. 67-68
Augustinus was praepositus (dat wil zeggen prior) van het door paus Gregorius I gestichte Sint-Andreasklooster in Rome, toen deze paus hem in 595 aanwees om aan het hoofd van veertig monniken een missie naar Britannia te leiden met als doel om koning Æthelberht van Kent (de Bretwalda van Engeland) en de onderdanen in zijn koninkrijk Kent te kerstenen. Deze onderneming staat bekend als de Gregoriaanse missie. Kent werd waarschijnlijk gekozen omdat Æthelberht een christelijke prinses, Bertha, dochter van Charibert I de Merovingische koning van Parijs had gehuwd. Zij werd geacht een positieve invloed op haar man uit te oefenen. Voordat de zendelingen Kent hadden bereikt, hadden zij reeds overwogen om rechtsomkeert te maken, maar Gregorius spoorde hen aan om door te gaan. In 597 landden Augustinus en zijn missie op het Isle of Thanet. Vandaar reisde men door naar Canterbury, de belangrijkste stad van Æthelberhts koninkrijk.
De missie was succesvol. Koning Æthelberht bekeerde zich tot het christendom. Hij stond het de zendelingen toe om in zijn koninkrijk te prediken. Ook gaf hij hun land om buiten de stadsmuren van Canterbury een klooster te stichten. Augustinus werd tot eerste aartsbisschop van Canterbury gewijd. Hij bekeerde veel van de onderdanen van de koning. Tijdens een massale bijeenkomst op kerstdag van het jaar 597 zouden zelfs duizenden mensen gedoopt zijn. Aangemoedigd door het succes stuurde paus Gregorius in 601 additionele zendelingen naar Kent. Ook stuurde hij bemoedigende brieven en giften voor de kerken. Pogingen om de inheemse Keltische bisschoppen te overreden om zich aan de kerk van Rome te onderwerpen liepen echter op niets uit.
In 604 werden in Londen en Rochester rooms-katholieke bisschoppen aangesteld. Ook werd er een school opgericht om Angelsaksische priesters en missionarissen op te leiden. Augustinus, die blijkbaar zijn dood voelde naderen, regelde ook de wijding van zijn opvolger, Laurentius van Canterbury, een van degenen die hem vanuit Rome hadden vergezeld, tot tweede aartsbisschop van Canterbury.
Augustinus van Canterbury stierf waarschijnlijk in mei van het jaar 604. Hij werd al snel vereerd als een heilige. Zijn gedenkdag valt op 27 en 28 mei in de Rooms-Katholieke Kerk en op 26 mei in de Anglicaanse Kerk.
Achtergrond bij de missie Na de terugtrekking in 410 van de Romeinse legioenen uit de provincie Britannia, werden de inwoners aan hun lot overgelaten. Zij moesten zich zelf zien te verdedigen tegen de aanvallen van de Saksen. Voor de terugtrekking was Britannia tot het christendom bekeerd. Naar het zich laat aanzien was bijvoorbeeld de ascetische Pelagius uit Britannia afkomstig. Britannia stuurde in 314 drie bisschoppen naar de Synode van Arles. In 396 bezocht een Gallische bisschop het eiland om te helpen bij een aantal tuchtzaken. "Roman Britain" Cross Goes North, blz. 80-81 Archeologische vondsten getuigen van een groeiende aanwezigheid van christenen, in ieder geval tot ongeveer 360., "Roman Britain" Cross Goes North, blz. 82-86 Nadat de legioenen waren vertrokken, vestigden heidense Germaanse stammen zich in de zuidelijke en oostelijke delen van het eiland, terwijl het westen van Britannia, voorbij de Angelsaksische koninkrijken, christelijk bleef.
Deze inheemse Britse Kerk ontwikkelde zich in isolatie van Rome onder invloed van missionarissen uit Ierland., Brief History of the Anglo-Saxons, blz. 3-9 De Keltische Kerk concentreerde zich op kloosters in plaats van op bisdommen. Andere onderscheidende kenmerken waren haar berekening van de datum van Pasen (computus) en de stijl van het tonsuurkapsel dat geestelijken droegen., The Coming of Christianity, blz. 78-93, Conversion of Britain, blz. 115-118 bespreekt de kwestie wat de "Keltische Kerk" nu precies was. Onder het bewijs voor het voortbestaan van het christendom in het oostelijk deel van Groot-Brittannië in deze tijd is de voortdurende cultus van Sint-Albanus en het voorkomen van plaatsnamen die eindigen op eccles, welk woord afgeleid is van het Latijnse ecclesia, wat "kerk" betekent., Conversion of Britain, blz. 121
Er is geen bewijs dat deze inheemse christenen hebben geprobeerd om de Angelsaksen te bekeren., Anglo-Saxon England, blz. 102, The Coming of Christianity, blz. 32-33 De invasies vernietigden in de gebieden, die in handen van de Saksen en aan hen verwante stammen vielen, de meeste overblijfselen van de Romeinse beschaving, inclusief de economische en religieuze structuren., Earliest English Kings, blz. 23
Het was tegen deze achtergrond dat paus Gregorius I in 595 besloot om een missie, die vaak de Gregoriaanse missie wordt genoemd, te sturen om de Angelsaksen tot het christendom te bekeren., Anglo-Saxon England, blz. 104-105, "Gregorian Mission", Speculum Het koninkrijk Kent werd geregeerd door Æthelberht, die voor 588 en misschien wel voor 560 de christelijke Merovingische prinses Bertha had getrouwd., Anglo-Saxon England, blz. 105-106, Earliest English Kings, blz. 24-25 Bertha was de dochter van Charibert I, een van de Merovingische koningen van de Franken. Als een van de voorwaarden van haar huwelijk bracht ze een bisschop met de naam Liudhard met haar mee naar Kent. "Bertha (ca. 565, gestorven na 601)" Oxford Dictionary of National Biography Samen herstelden zij in Canterbury een kerk die nog uit de Romeinse tijd dateerde, Brief History of the Anglo-Saxons, blz. 33-36 mogelijk de huidige St Martin's Church. Æthelberht was op dit punt nog heiden, maar hij stond zijn vrouw vrijheid van godsdienst toe. Een biograaf van Bertha stelt dat Æthelberht onder invloed van zijn vrouw paus Gregorius had gevraagd om missionarissen te sturen. De historicus Ian Wood denkt dat het initiatief van het Kentse hof en in bijzonder van de koningin kwam., "Mission of Augustine of Canterbury", Speculum, blz. 9-10
Andere historici zijn echter van mening dat Gregorius de missie zelf initieerde, hoewel de exacte redenen onduidelijk blijven. Bede, een 8e-eeuwse monnik, die een geschiedenis van de Angelsaksische kerk schreef, schreef een beroemd verhaal waarin Gregorius blonde slaven uit Groot-Brittannië op de Romeinse slavenmarkt zag en toen werd geïnspireerd om te proberen deze mensen te bekeren.Gregorius zou geïnformeerd wie deze slaven waren. Hij kreeg te horen dat zij Angelen uit het eiland Brittania waren. Gregorius antwoordde toen dat zij hem zij eerder Engelen dan Angelen toeschenen., History of the English Church and People, blz. 99-100, The Coming of Christianity, blz. 57-59 Meer praktische zaken, zoals de verwerving van nieuwe kerkprovincies, die het primaat van het pausdom erkenden, en een verlangen om de opkomende macht van het Kentse koninkrijk onder Æthelberht te beïnvloeden, speelden waarschijnlijk ook een rol. De missie kan ook een bijprodukt zijn geweest van de missionaire inspanningen om de Langobarden te bekeren., "Augustine [St Augustine] (gestorven 604)" Oxford Dictionary of National Biography
Afgezien van Æthelberhts beslissing om zijn vrouw vrijheid van godsdienst te verlenen, werd de keuze voor Kent waarschijnlijk ingegeven door een aantal andere factoren. Kent was in die jaren de dominante macht in het zuidoosten van Brittania. Sinds de eclips van koning Ceawlin van Wessex in 592 was Æthelberht de toonaangevende Angelsaksische heerser; Bede verwijst naar Æthelberht als hebbende het imperium (overlordship) over de gebieden ten zuiden van de rivier de Humber. Er vond regelmatig handel tussen de Franken en Æthelberhts koninkrijk plaats. Ook was de taalbarrière tussen de twee gebieden blijkbaar slechts een kleine hindernis, aangezien de tolken voor de missie Frankisch waren. Ten slotte liet Kents nabije ligging ten opzichte van Frankisch gebied directe steun uit christelijk gebied toe., Early History of the Church of Canterbury, blz. 6-7 Er zijn verder enkele aanwijzingen, waaronder Gregorius' brieven aan Frankische koningen, waar hij om steun voor de missie vraagt, dat een deel van de Franken in deze tijd vond dat ze een legitieme claim op de opperheerschappij over een aantal van de zuidelijke Britse koninkrijken hadden. De aanwezigheid van een Frankische bisschop in Kents gebied zou geloofwaardigheid aan deze claims op overlordship kunnen hebben verleend, als Liudhard tenminste gezien werd als een vertegenwoordiger van de Frankische kerk en niet als louter een spiritueel adviseur van de koningin. De Frankische invloed was niet alleen politiek; de archeologische overblijfselen getuigen ook van een culturele invloed., Earliest English Kings, blz. 27
In 595 koos Gregorius Augustinus, op dat moment de prior van de abdij van Sint Andreas in Rome, om de missie naar Kent te leiden. De paus koos een gevolg van monniken om Augustinus te vergezellen. Hij zocht in een reeks van brieven steun bij de Frankische koningen en geestelijkheid. Sommige van deze brieven bevinden zich nog steeds in de archieven in Rome. Op zoek naar steun voor de missie schreef hij aan koning Theuderik II van Bourgondië en aan koning Theudebert II van Austrasia, evenals aan hun grootmoeder Brunhilde. Gregorius bedankte verder ook koning Chlotharius II van Neustrië vanwege zijn hulp aan Augustinus. Naast gastvrijheid verstrekten de Frankische bisschoppen en koningen ook tolken en Frankische priesters om de missie te begeleiden., Early History of the Church of Canterbury, blz. 4-5 Door hulp te vragen bij de Frankische koningen en bisschoppen verzekerde Gregorius Augustus van een vriendelijke ontvangst in Kent, aangezien het onwaarschijnlijk was dat Æthelbert van Kent een missie, die de openlijke steun had van zijn vrouw en haar machtige verwanten, slecht zou behandelen., Early History of the Church of Canterbury, blz. 6 Verder konden de Franken het wel waarderen dat zij de kans kregen om deel te nemen aan een missie die hun invloed in Kent potentieel zou uitbreiden. Chlotharius in het bijzonder had behoefte aan een hem vriendelijk gezinde heerser aan de andere kant van het Kanaal om zo de handen vrij te hebben tegen hem vijandig gezinde collega-Frankische koningen., "Mission of Augustine of Canterbury", Speculum, blz. 9
Bronnen maken geen melding van de reden waarom paus Gregorius nu juist een monnik als hoofd van de missie aanstelde. Paus Gregorius schreef eens een brief aan Æthelberht waarin hij Augustinus aanprees vanwege zijn kennis van de Bijbel; Augustinus was dus duidelijk goed opgeleid. Een andere benodigde kwalificatie was administratieve competentie. Gregorius was behalve paus ook abt van Sint Andreas. Het dagelijks bestuur van deze abdij liet de paus echter aan Augustinus over., The Barbarian Conversion, blz. 116-117
Aankomst en eerste pogingen Augustinus werd vergezeld door een groep van ongeveer 40 metgezellen, waaronder Laurentius van Canterbury, zijn latere opvolger als aartsbisschop. Een aantal leden van het reisgezelschap waren monniken. Kort nadat men Rome had verlaten, in de Provence,Spectrum Encyclopedie, Uitgeverij Het Spectrum en Aurex, 2005. rezen er twijfels. De missionarissen weigerden verder te reizen, ontmoedigd door de zware taak die voor hen lag en uit vrees voor moeilijkheden met de Angelsaksische bevolking. Zij stuurden Augustinus terug naar Rome om daar pauselijke toestemming te vragen om toch maar terug te mogen keren. Gregorius weigerde echter en stuurde Augustinus terug met brieven, die de missionarissen moesten stimuleren om te volharden., An Introduction to Anglo-Saxon England, blz. 116-117