thumb|Scène uit Coppélia (2007) thumb|Scène uit De notenkraker (2011) Ballet is een theatervorm waarbij dans het voornaamste medium is. Naast een choreografie heeft een balletstuk een muzikale compositie en een grafische vormgeving in decors en kostuums. Bij verhalend ballet staat de plot beschreven in een libretto. Het gaat dus om een samenspel van kunsten (gesamtkunstwerk). De term ballet verwijst ook naar een stijl en techniek van dansen. Het gaat dan om de academische dans die we aanduiden als klassiek ballet. Daarnaast refereert het ballet(gezelschap) aan een gezelschap dat balletstukken opvoert. Het voornaamste balletgezelschap van Nederland is Het Nationale Ballet. In België is Ballet Vlaanderen het grootst.
Het ballet ontstond tijdens de Italiaanse renaissance en ontwikkelde zich aan het Franse hof. In de 18e eeuw werd het een aparte, volwaardige vorm van muziektheater. Uit deze periode stammen de basispassen van de klassieke dans. Ballet kende een hoogtepunt tijdens de romantiek. Russische gezelschappen zorgden voor een heropleving in de tweede helft van de 19e eeuw. Deze stijlperiode wordt eveneens klassiek ballet genoemd; niet te verwarren met de aanduiding van de techniek. De ballerina in haar tutu en spitzen domineerde de romantische en klassieke perioden. Deze stijlen bepalen nog steeds het imago bij een breed publiek. In de 20e eeuw maakten de Ballets Russes van het ballet een moderne kunstvorm. Experimenten met nieuwe vormen gingen op termijn over in jazzballet en moderne dans. Hedendaags ballet kenmerkt zich door een combinatie aan stijlen.
Ballet is een veeleisende dansvorm. Het vergt jaren training om de techniek te beheersen. Hiertoe volgt men lessen aan een balletacademie. Verschillende academies hebben hun eigen school met typerende leermethoden en afwerkingen voor bepaalde passen. Balletdansers brengen tegenwoordig zowel klassieke als hedendaagse dans.
Geschiedenis thumb|Titelpagina voor Ballet comique de la reine (1581), het eerste ballet thumb|Marie Camargo (ca. 1730) stond in voor heel wat innovaties
Italiaans en Frans hofballet De vroegste omschrijving van ballet duikt op tijdens de renaissance. De adel van de Italiaanse stadstaten liet zich vermaken met geometrische groepsdansen op ensemblemuziek. Catharina de' Medici bracht die traditie naar Frankrijk na haar huwelijk met Hendrik II. Voor de verloving van Margarete van Lotharingen en de graaf van Joyeuse liet zij het Ballet comique de la reine (1581) maken. Het Ballet comique combineerde dans en acteerwerk tot danstheater en geldt daarom als het eerste balletstuk.Dit ballet beeldde het verhaal van Circe uit. Het werd 'comique' genoemd omdat het een goed einde heeft, niet omdat het komisch was.
Onder Hendrik III, de' Medici's zoon, werd ballet een vast onderdeel van het amusement aan het Franse hof. De functie was vergelijkbaar met die van de opera in Italië en de masque in Engeland. Ballet werd opgevoerd bij de ontvangst van notabelen en op huwelijken en andere feesten. Ambassadeurs, generaals, adellijken en zelfs de koning dansten in de balletten. Ook troonopvolgers Hendrik IV en Lodewijk XIII leerden al op jonge leeftijd dansen. De onderwerpen voor de balletten waren vaak afgeleid van politieke gebeurtenissen.De invloedrijke kardinalen Richelieu en Mazarin gaven lessen in staatsmanschap mee via allegorische balletten. Het laatste ballet van Lodewijk XIII, Ballet de la prospérité des armes de la France (1641), verduidelijkte de politieke betekenis van het stuk in een proloog die Mazarin zelf schreef. Daarnaast bevatte het ballet komische elementen. Lodewijk XIII specialiseerde zich bijvoorbeeld in kluchtige typetjes en vertolkte meermaals een oude vrouw.De travestie van Lodewijk XIII was niet ongewoon. Het was een vast onderdeel van dans, vergelijkbaar met de invulling van vrouwelijke rollen in het theater. De vestimentaire wissel beoogde in dit geval wel een komisch effect.
Onder Lodewijk XIV zwol de weelde van de opvoeringen aan. Kunstenaars als Jean-Baptiste Lully, Pierre Beauchamp en Molière leenden hun talenten aan het ballet. De macht van de vorst was een favoriet thema van hofchoreografen. Op aandringen van Beauchamp liet de koning rondreizende artiesten en acrobaten toe. Deze konden zich zo omvormen tot professionele dansers.
Geboorte van de academische dans In 1661 richtte Lodewijk XIV de Koninklijke Dansacademie op. Beauchamp leidde dit instituut als balletmeester. De academie zorgde voor een standaardisering van de danstechniek. Vanaf 1669 gingen voorstellingen niet langer aan het hof door. Het toen opgerichte Ballet du Théâtre trad in plaats daarvan op in publieke zalen. Daarom was er in het nieuwe gezelschap aanvankelijk geen plaats voor vrouwen. Het duurde tot Le triomphe de l'amour (1681), twintig jaar na de oprichting van de academie, eer zij opnieuw deel uitmaakten van het ballet.
Onder Pécour, de opvolger van Beauchamp, voerde de academie een snelle technische vooruitgang aan. Hier werd de basis voor klassieke dans gelegd.We hebben een goed beeld van de bewegingen en patronen dankzij de notities van Raoul Auger Feuillet. De vijf basisposities en pas d'élévation (hoogtewerk) die klassiek ballet typeren kwamen er onder invloed van Italiaanse dansers. Ook de import van Engelse country dance, het inkorten van de rok en de introductie van de maillot ondersteunden toenmalige innovaties. Het ballet was nog niet gescheiden van de woordkunst. Men combineerde dans met voordracht of danste als onderdeel van een opera. De eerste volledige afsplitsing van het ballet kwam er in 1708, bij een privévoorstelling voor de gravin van Maine in Sceaux. De mime-scènes in deze voorstelling werden gebracht door dansers in plaats van acteurs. In 1717 maakte John Weaver van mime een volwaardig onderdeel van zijn ballet The loves of Mars and Venus.The loves of Mars and Venus is het eerste Engelse ballet. De prominente plaats voor mime volgde een toenmalige trend in Engels theater. Dit is wellicht het eerste ballet d'action, een verhalend ballet dat niet op woordkunst steunt.
In de 18e eeuw kreeg ook de dans zijn herkenbare vorm. De Italiaanse Marie Camargo zorgde voor een aantal vernieuwingen. Ze kortte haar rok in tot boven de enkels en voerde entrechats uit, sprongen waarbij men de benen tweemaal kruist. Voordien gebruikten enkel mannen deze pas.Vóór Camargo's stunt dacht men dat enkel mannelijke dansers een entrechat konden brengen. Daar zaten de lange, zware rokken van de dames uiteraard voor iets tussen. Ook de introductie van de hakloze balletschoen wordt aan Camargo toegeschreven.Hoewel het niet onwaarschijnlijk is dat Camargo platvoets danste, draagt ze op alle afbeeldingen toch schoenen met hakken. Haar grootste rivale, de Franse Marie Sallé, danste als eerste in een losse tuniek in Pygmalion (1734). In 1776 introduceerde de Duitse Anna Heinel de pirouette. Pierre Gardel en Gaétan Vestris perfectioneerden deze iconische draaibeweging.
Een volwassen kunstvorm Critici hekelden de mechanische aard van het ballet. Ze spraken over "beweging zonder betekenis".Nederlands filoloog Isaac Vossius uitte deze grief in De docmatum cantu et viribus rhytmi (1673). De Franse schrijver Toussaint de Saint-Mard behandelde het onderwerp in zijn Réflexions sur l'opéra (1741). Choreograaf Jean-Georges Noverre formuleerde een antwoord op deze tekortkoming. In zijn Lettres sur la danse et sur les ballets (1758-1760) verdedigde hij verhalend ballet in plaats van "dans om de dans". De visie van Noverre was bepalend voor de artistieke richting van de kunstvorm. Het ballet d'action met beweging als voornaamste medium werd de norm. De combinatie met mime die John Weaver al voorstond nam daarbij de expressieve functie van de groteske (en hinderende) kostuums en maskers over.Noverre was een leerling van Louis Dupré, die Pécour opvolgde als balletmeester aan de Franse academie. Zijn inzichten over expressie werden wellicht beïnvloed door een verblijf bij Londens acteur David Garrick.
De Franse Revolutie bracht verdere verschuivingen. Het ballet was voor de revolutionairen een uiting van aristocratische decadentie. De Koninklijke Dansacademie werd gesloten. De beoogde democratisering van dans woog op de artistieke kwaliteit, maar creëerde ook kansen. Vooral het verzet tegen de mode van het ancien régime bleek vruchtbaar. De schoen met een platte zool werd de standaard bij de burgerij. De neoklassieke trend tijdens het Directoire (1795-1800) en het Empire (1800-1815) introduceerde losse, lichte gewaden. Dit alles liet een meer complexe choreografie toe.
Tijdens de revolutie bleef de academische techniek buiten Frankrijk bewaard. Salvatore Vigano leidde de Milanese dansacademie La Scala vanaf 1804. Daar ontwikkelde hij het corps de ballet als een ensemble. Carlo Blasis volgde hem op in 1837 en introduceerde de attitude. De Italiaanse balletmeesters professionaliseerden daarnaast de lesmethoden. August Bournonville bewandelde een gelijkaardig traject in Denemarken. Hun bijdragen vonden de weg terug naar Frankrijk. Marius Petipa, Christian Johannsen en Enrico Cecchetti brachten de Franse en Italiaanse tradities ook naar Sint-Petersburg, dat een nieuw centrum werd.
Het romantisch ballet
In de 19e eeuw kende het ballet een romantische stijlperiode. Lyrische en relatief vrije beweging waren kenmerkend. Schrijvers baseerden hun libretto's op sprookjes en feeërieën. Ballerina's kregen een choreografie met veel hoogtewerk (élévation). Ze werden geacht langdurig op de tippen te dansen (sur les pointes). Marie Taglioni deed dit als eerste in La Sylphide (1832).Taglioni deed dit zonder hulpmiddelen. Pas in de tweede helft van de 19e eeuw gingen Italiaanse ballerina's aangepast schoeisel dragen, de voorlopers van de pointe-schoenen of spitzen. In dit stuk droeg Taglioni ook de eerste tutu. De nieuwe choreografie benadrukte samen met kostuums uit wit tule de etherische kwaliteit van de ballerina.
Het romantisch ballet beklemtoonde vrouwelijke rollen. Buiten Rusland en Denemarken was de mannelijke danser slechts een porteur voor de ballerina. Ook dansten vrouwen vaak mannelijke personages en travestie. Een opmerkelijke uitzondering was de choreografie in Giselle (1841), het best bewaarde stuk uit deze periode. Choreograaf Jules Perrot streefde er bewust naar de traditie van mannelijke dansers te handhaven. De tutu die Carlotta Grisi droeg in Giselle werd het model voor latere ontwerpen. Door de invloed op klassieke balletten bepaalt de romantische periode nog steeds het imago bij een breed publiek.
Nauw verwant met de romantische stijlperiode is het ballet blanc. Dit is een benaming voor passages waarin de ballerina en het corps de ballet een witte tutu dragen. Stilistisch is het ballet blanc afgeleid van romantisch ballet. Het komt echter ook zonder romantische choreografie voor in klassiek ballet, zoals in het tweede bedrijf van Het zwanenmeer (1895).
Het klassiek ballet
In de tweede helft van de 19e eeuw ging de kunstvorm aanvankelijk stevig achteruit. In Parijs evolueerde het ballet tot een veredelde peepshow of burleske variété. Rijke mannen sponsorden de ballerina's, vaak in ruil voor (seksuele) gunsten.Ook de tutu was onthullend naar victoriaanse kledingnormen. Ballerina's toonden meer naakt dan wat men buiten het ballet fatsoenlijk achtte. Ze waren bovendien naakter dan strikt nodig voor de choreografie. Enkel Coppélia (1870) leverde een opmerkelijke maar korte heropleving in kwaliteit. Choreograaf Arthur Saint-Léon nam in Coppélia een csárdás op, een Oostenrijks-Hongaarse volksdans. Dit was de eerste inclusie van een duidelijk type nationale dans in een academisch ballet. Volksdansen werden een populair onderdeel in latere producties.