miniatuur|Stille Omgang in Den Boch (juli 1938) De Zoete Lieve Vrouw van Den Bosch of Zoete Moeder is een van de genadebeelden van de Heilige maagd Maria die in Nederland het middelpunt vormen van een bedevaart. Het wordt sinds 1380 (zeker) vereerd in de Sint-Janskathedraal te 's-Hertogenbosch. Wonderbeelden worden meestal als niet fraai beoordeeld, maar de Zoete Moeder is het enige waarvan de verering juist is begonnen omdát men het lelijk vond.
Legende Volgens de legende werd het verwaarloosde beeld in januari 1380 tijdens de bouw van de kathedraal tussen een bundel planken gevonden door een jonge gezel die op zoek was naar brandhout. Toen hij het in twee stukken wilde hakken zou hij zijn tegengehouden door zijn baas, die zag dat het een oud Maria-beeld was. De gezel zou het beeld op Witte Donderdag naar het rustaltaar voor het Lichaam van Christus hebben gebracht. Toen dit de volgende dag werd opgeruimd zou alleen het oude beeld zijn overgebleven. Een monnik, broeder Wout, zou het naar het altaar van Sint-Michiel in een van de straalkapellen achter het hoogkoor hebben gebracht. De kanunnik die daar elke dag de mis las zou het na korte tijd hebben laten weghalen, en broeder Wout zou hebben gevraagd of hij het beeld mocht meenemen. Het zou echter ineens loodzwaar zijn geworden en zou daarom maar in de Mariakapel zijn geplaatst, onzichtbaar achter een altaar. Broeder Wout zou een manteltje hebben geregeld en zou een deel van het beeld dat het Kind Jezus voorstelde buiten de kerk hebben teruggevonden. Hij zou het beeld in de zomer van 1381 op het altaar van de heilige Martinus hebben geplaatst, waar er de draak mee zou zijn gestoken. Aan een voorbijgangster die er ook een vinnige opmerking over zou hebben gemaakt zou Maria ’s nachts zijn verschenen om te vragen “Waarom zeg je dat ik lelijk ben? Ik, die schoon ben in het eeuwig leven, in het hoogste des hemels! Ik beveel u dus, dat gij tot mij uw toevlucht neemt, om uw lijden te boven te komen en om het eeuwig leven te verwerven.” De vrouw zou de volgende dag in de kerk een adellijke dame hebben gevraagd het beeld te laten opknappen.
Genezingen thumb|Het mirakelboek Mirakelen van Onse Lieve Vrouwe tot sHertogenbosch|150px Niet veel later zou een zekere Hadewich van Vichten van lamheid zijn genezen nadat een verschijning van Christus haar had aangeraden de heilige maagd bij de versleten beeltenis om voorspraak te vragen. Dit zou de eerste van een lange reeks wonderen zijn geweest, vooral onverklaarbare genezingen. Bijna 500 mirakelen zijn hiervan opgetekend in het zogenaamde mirakelboek genaamd Mirakelen van Onse Lieve Vrouwe tot shertogenbosch en omvatten de tijdspanne van 1381-1603. Wonderen die in de kathedraal opgetekend werden doordat mensen van heinde en verre op bedevaart kwamen en over hun belevenissen verhaalden. Het boek is het hele jaar te zien in de mariakapel en omvat verhalen van bedevaartgangers van plaatsen in de Nederlanden en ver daar buiten, zoals onder anderen (niet limitatief qua opsomming) uit Dantzig (Gdansk in het huidige Polen), Aachen, Koningsberg in Pruisen, Bremen, Kleve, Emmerich (Duitsland), Mechelen, Leuven, Brussel, Brugge, Antwerpen (België), Amsterdam, Haarlem, Groningen, Gouda, Delft, Utrecht, Maastricht, Zierikzee, Zaltbommel, Harlingen en Kampen. En uiteraard 's-Hertogenbosch zelf met daaromheen liggende plaatsen als Den Dungen, Oisterwijk en Sint Oedenrode. Wonderen waarin pelgrims verklaarden dat er onverklaarbare genezingen rondom hen plaatsvonden op mariale voorspraak, Maria in dromen verscheen om gelovigen naar 's-Hertogenbosch op pelgrimage te laten gaan om te genezen van hun ziekte of zelfs wonderen uit dank voor een onverklaarbare terugkeer van situaties waar de dood al zowat was ingetreden.
De Zoete Lieve Vrouw/ Zoete Moeder en de start van haar verering Na de start van de wonderen in 1380 werd het 'lelijke' beeld voor het eerst serieus gerestaureerd, en kreeg ongeveer het huidige uiterlijk. Het werd zo beroemd dat de gelden van de bezoekende pelgrims de bouw van de huidige kathedraal mogelijk maakten. Edelen en vorsten, waaronder Filips II, keizer Maximiliaan van Oostenrijk, hertogen van Brabant/Gelre en Parma, Philips de Schone, Karel V, Albertus van Oostenrijk, Erasmus, de H. Leonardus van Veghel, de H. Petrus Canisius kwamen hier ter bedevaart. Zij allen hebben bij de Zoete Moeder geknield en gebeden. Maar eerst en vooral werd de kapel van de “Zoete Moeder” zoals ze in het vervolg werd genoemd, een thuis en toevluchtsoord voor eenvoudige Bosschenaren.
Beeldenstorm en reformatie Toen 's-Hertogenbosch op 22 augustus 1566 door de beeldenstorm getroffen werd, bracht men het beeld van de Zoete Moeder in veiligheid op het stadhuis. Later werd het weer in de kapel geplaatst, maar in 1629 viel de stad in handen van de protestanten, die het met de andere beelden van de Sint-Jan wilden verbranden. Twee karmelieten hadden het toen echter al naar de bisschop gebracht, die het in veiligheid had laten brengen bij Anna van Hambroeck, een katholiek verwante van de nieuwe gouverneur. Deze Anna smokkelde het beeld naar Antwerpen, en later werd het op verzoek van Aartshertogin Isabella, en met toestemming van de bisschop van bisdom 's-Hertogenbosch (Michael Ophovius), naar Brussel gebracht. Voorwaarde was dat deze stad het niet als haar eigendom zou beschouwen, maar aan het bisdom 's-Hertogenbosch zou teruggeven als daar het katholieke geloof zou zijn hersteld.
Brussel In Brussel werd het beeld in hoge ere gehouden, het werd zelfs elk jaar in processie door de stad gedragen, net als in 's-Hertogenbosch het gebruik was geweest. De Brusselaars raakten bijzonder gehecht aan het Bossche genadebeeld, dat in de kerk Sint Jacob op Koudenberg troonde op een altaar van gestucte wolken. Het kostte Den Bosch de grootste moeite om het beeld terug te krijgen. De mastodontbisschop monseigneur Zwijsen bemoeide zich ermee, en kreeg het op den duur toch gedaan: op 27 december 1853, het feest van Johannes de Evangelist (patroonheilige van de Sint Janskathedraal), keerde het beeld - onder grote belangstelling - terug naar haar kapel in de Sint-Jan. Het 75-jarige jubileum van deze terugkeer was de reden om de titel basiliek minores aan de kerk te geven.
Verering na 1853 (herstel van de bisschoppelijke hiërarchie) Algemeen Maria, als Zoete Lieve Vrouw van 's-Hertogenbosch oftewel de Zoete Moeder wordt heden ten dage nog steeds door mensen van heinde en verre het gehele jaar in de Bossche Sint-Janskathedraal bezocht. Het aantal kaarsen dat jaarlijks bij de Zoete Moeder wordt gebrand ter intentie van een gedachte, gebed en/of een bedevaart bedraagt ook in de 21e eeuw, ondanks de ontkerkelijking, naar schatting zo'n 400.000. Vooral in de meimaand, waarin Maria als Moeder Gods centraal staat in de katholieke geloofsverering, vinden er veelvuldig bedevaarten plaats vanuit de Meierij (streek ten oosten en ten zuiden van Den Bosch), de Langstraat (streek ten westen van Den Bosch) en de Bommelerwaard (streek in Gelderland ten noorden van Den Bosch). Wandel- en fietspelgrimages van 20 en 30 kilometer om dan nadien een van vele eucharistievieringen in de kathedraal bij te wonen op de zaterdagen -, zon- en feestdagen zoals Hemelvaart en Pinksteren vallend in de meimaand blijven traditioneel geliefd. De kathedraal wordt elke meizaterdag (viering 12.30 uur) en meizondag (vieringen vanaf mei 2022 om 8.00 uur, 10.00 uur en 12.00 uur) door duizenden pelgrims en parochianen bezocht. Vele koren en Brabantse gilden komen dan op bedevaart naar 's-Hertogenbosch. Op de meizaterdagen wordt door de Broederschap gepoogd om gildes door de straten van de binnenstad van 's-Hertogenbosch op te laten trekken naar de Sint Janskathedraal alwaar de eucharistieviering met gilde eer wordt bijgewoond.
Bidtocht op Moederdag thumb|Bidtocht 8 mei 2022|150px
Op de tweede meizondag, Moederdag, vindt traditioneel de bidtocht plaats met het beeld van de Zoete Lieve Vrouw. Ook hieraan is een markante geschiedenis van ontwikkeling en beleving verbonden. Na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853 kon er weer een jaarlijkse processie met de Zoete Moeder georganiseerd worden. De populariteit was groot, en in 1889 deden er naar schatting 15.000 tot 20.000 deelnemers aan mee. Vanaf 1916 kreeg de jaarlijkse processie een meer feestelijk karakter, wat de plechtige omgang werd genoemd. Een processie met gekostumeerde deelnemers, die historische en Bijbelse taferelen uitbeeldden. Na de jaren vijftig nam de populariteit af, om in 1967 plaats te maken voor een processie met een veel soberder karakter.bedevaartplaats meertens.knaw.nl Het werd daarna de 'bidtocht' genoemd. Het is de traditionele route van de 14e-eeuwse mariaweg, die dan met de Zoete Moeder gelopen wordt. Deze 14e-eeuwse middeleeuwse beeweg door de Bossche binnenstad kent tal van Mariabeelden aan de gevels. De gelovigen vergezellen de Zoete Moeder door de Bossche binnenstad, door straten met vele blauw-witte (mariale) vlaggen aan de gevels. Dit wordt door de commissie "Stille Omgang" van de Broederschap van de Zoete Lieve Vrouw van Den Bosch verzorgd. In de Brabantse/Bossche duiding is deze processieroute beter bekend als Beeweg. Sinds 2018 wordt de bidtocht gepland meteen na de laatste eucharistieviering van deze zondag; de tocht vangt dan aan omstreeks/vanaf 13.00 uur. De bidtocht (die langzaamaan weer meer processieachtige uitstraling krijgt) door de binnenstad vindt echter enkel doorgang als de weersvoorspellingen het toelaten. Aangezien het beeld van de Zoete Moeder kwetsbaar is, mag er geen regen voorspeld zijn.
Processieroute of beeweg De beeweg gaat langs de straten/huizen in de Bossche binnenstad, waar volgens de overlevering, de Zoete Lieve Vrouw van Den Bosch in de 14e eeuw gelopen zou hebben ten tijde van een grote pestuitbraak. Volgens de overlevering zou zij dit alleen hebben gelopen. Aanvankelijk stond op de dag voorafgaande aan haar tocht, zo ook de overlevering schetst, een processie gepland om Haar voorspraak te vragen voor heil en genezing van de vele pestlijders. Vanwege het heel slechte weer op de dag van de processie was deze echter niet gehouden, maar daags erna in de vroege ochtend vond men het miraculeuze beeld van Maria midden in de kerk staand met besmeurd onderkleed. Nadien bleek op deze dag de wonderbaarlijke genezing van pestlijders langs de huizen van het binnenstedelijke stratenpatroon, waarlangs heden ten dage nog steeds de bidroute in de Bossche binnenstad wordt gelopen. Zowel op Moederdag in de meimaand als tijdens de Bossche Marianoveen (een negen daagse bid- of voorspraaktraditie) van de Zoete Lieve Vrouw die op 7 juli, Haar feestdag, jaarlijks aanvangt tot en met 15 juli.
Traditie van de Bossche marianoveen De traditie van de Bossche Marianoveen (7-15 juli), zoals die nu is, bestaat sinds 1866. 1866 markeert het jaar dat Den Bosch leed onder de cholera. In dat jaar is een "extra lus" bij de 14e-eeuwse beeweg getrokken (de hoek: Korenbrugstraat-Lepelstraat/Vismarkt- Visstraat) om langs de mariakapel in de Lepelstraat te lopen. Dat is door de vereniging Mannenomgang gedaan, de eerste grote groep mannen die groepsgewijs de bidtocht gingen lopen. Het was het jaar dat het samenkomen in de St. Jan door de kerkelijke autoriteiten niet werd toegestaan vanwege het besmettingsgevaar van cholera. Omdat de Bosschenaren niet bij de Zoete Moeder konden starten in Haar Sint Jan, betrok men de Mariakapel in de Lepelstraat bij de route, waar men een kaars kon aanlichten. Zoals dat heden ten dage, ook nog steeds mogelijk is.