Juliette Nadia Boulanger (Parijs, 16 september 1887 - aldaar, 22 oktober 1979) was een Franse dirigente, pianiste, organiste en docente compositie aan diverse conservatoria. Minder bekend werd ze als componiste, in tegenstelling tot haar jong overleden zuster Lili Boulanger (1893-1918).

Leven en werk thumb|left|200px|De zusters Nadia (links) en Lili Boulanger in 1913 thumb|left|200px|Het huis van Nadia en Lili aan de Rue Ballu in Parijs (sinds 1970 Place Lili-Boulanger N° 3), waar Nadia haar leven lang woonde thumb|left|200px|Nadia's naam werd in 2021 aan de straatnaam toegevoegd thumb|200px|Met Igor Stravinsky in 1937 thumb|200px|Met Aaron Copland (links) en Walter Piston in 1945 thumb|200px|Met Leonard Bernstein in 1962 Nadia Boulanger was een dochter van Ernest Boulanger (1815-1900) en zijn veel jongere Russische vrouw, prinses Raïssa Ivanovna Mychetsky (1854 of 1858-1935). Haar vader was componist en pianist en doceerde aan het Conservatoire de Paris. Hij had in 1835 de Prix de Rome voor compositie gewonnen en een tiental succesvolle operas comiques geschreven.Over Ernest Boulanger: zie . Gearchiveerd op 8 maart 2026. Haar moeder was zangeres.Over de achtergronden van Raïssa Boulanger en haar contact met Pjotr Iljitsj Tsjaikovski: zie Tchaikovsky Research: Raïssa Boulanger. Gearchiveerd op 7 december 2025. Nadia groeide op in een muzikaal en intellectueel milieu, waar toonaangevende musici als Gabriel Fauré, Raoul Pugno, Jules Massenet en Camille Saint-Saëns tot de vaste bezoekers behoorden. Zij droegen veel bij tot de vorming van de dochters Nadia en Lili.

Ze studeerde aan het Conservatoire de Paris bij onder anderen André Gedalge, Paul VidalRobert O. Gjerdingen,Music Theory Pedagogy: What Paul Taught Nadia. In: Music Theory & Analysis, International Journal of the Dutch-Flemish Society of Music Theory, Vol. 6 No. 11, October 2019, pag. 230-254. Leuven University Press, 2019, en Gabriel Fauré. Ze was na Fauré's dood in 1924 zijn opvolgster en de erfgename van zijn muzikale nalatenschap. Als dirigente heeft ze op vele plaatsen in Europa zijn Requiem uitgevoerd.

Ze heeft ook altijd de composities van haar zuster Lili gepropageerd. Lili had in 1918 op haar sterfbed haar laatste compositie, het Pie Jesu, aan Nadia gedicteerd. Daarna verklaarde Nadia nooit meer te zullen componeren, maar te gaan dirigeren en lesgeven en zich te wijden aan de verspreiding van het werk van haar zuster. Ze was de drijvende kracht achter de Prix Lili Boulanger voor jonge veelbelovende musici, die nog steeds jaarlijks wordt uitgereikt door het in 1939 door Nadia opgerichte Lili Boulanger Memorial Fund.Lili Boulanger Memorial Fund. Gearchiveerd op 20 mei 2026.

Als organiste behoorde Nadia tot de leerlingen van Charles-Marie Widor en Louis Vierne. In 1905 lieten de Boulangers in hun grote appartement aan de Rue Ballu een huisorgel plaatsen door de orgelbouwer Charles Mutin. Als pianiste vormde ze vanaf 1904 een duo met haar pianodocent Raoul Pugno, die haar carrière actief ondersteunde. Als jong meisje was ze verliefd op hem en er is vaak gesuggereerd dat ze een liefdesverhouding met hem zou hebben gehad. Ze bleef haar leven lang alleenstaand, maar had in latere jaren wel betrekkingen met de schrijver Camille Mauclair en met graaf Pierre de Polignac, de vader van vorst Reinier III van Monaco. Alexandra Laederich, Rémy Stricker, Les trois vies de Nadia Boulanger. Extraits inédits de la valise protégée, Revue de la BNF (Bibliothèque nationale de France) nr. 46, 2014/1, p. 77-83.

Nadia Boulanger woonde van 1904 tot haar dood in 1979 in het appartement in het 9e arrondissement van Parijs aan de Rue Ballu (sinds 1970 Place Lili-Boulanger N° 3 genaamd) dat ze tot 1918 met Lili had gedeeld. Alleen in de periode van de Tweede Wereldoorlog woonde ze in Hollywood. Ze keerde in 1946 terug in Parijs en hervatte haar lessen. Ze kwam regelmatig in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk en werkte met onder meer de Juilliard School, het Royal College of Music en de Royal Academy of Music.

Nadia Boulanger werd 92 jaar oud. Ze werd bijgezet op het Cimetière de Montmartre in het graf naast haar zuster Lili. Haar Mutin-huisorgel uit 1905 behoort tot de collectie van het museum van de Cité de la musique in Parijs.

Componiste Als docente van talloze componisten heeft ze grote invloed uitgeoefend, maar zelf heeft ze weinig werk nagelaten: vooral liederen (deels in samenwerking met Raoul Pugno) en piano- en kamermuziek in een stijl die beïnvloed is door de voorbeelden van Fauré, Debussy en Ravel. Omdat ze in 1918 stopte met componeren heeft haar talent zich in die richting niet verder ontwikkeld. Zelf zei ze in 1977 dat ze van die ambitie had afgezien nadat ze zich gerealiseerd had dat ze geen werk van waarde had gecomponeerd. Er is ook gesuggereerd dat ze niet opgewassen was tegen de weerstand die vrouwelijke componisten ontmoetten in de door mannen beheerste muziekwereld. Om die reden zagen velen, onder wie haar bevriende collega's Mélanie Bonis en Charlotte Sohy, zich soms gedwongen om onder een mannelijk pseudoniem naar buiten te treden. Nadia had het voordeel van een solide positie in het Parijse muziekleven en een groot prestige als invloedrijk docente.

Ondanks tegenstand van het conservatieve jurylid Camille Saint-Saëns (nota bene een goede vriend van haar ouders die haar al kende sinds haar kindertijd) won ze in 1908 de tweede prijs in de Prix de Rome met de cantate La Sirène. George Predota, The Sisters of the Prix de Rome, Interlude, 2 december 2018. Gearchiveerd op 12 september 2025. De hoofdprijs werd dat jaar niet toegekend, en die heeft ze, anders dan haar vader en haar zuster, nooit gekregen. Tot de vele prijzen en eerbewijzen die haar wel werden toegekend behoorden het Franse Legioen van Eer in 1932 (bevorderd van Chevalier tot Grand Officier in 1977), het erelidmaatschap van de American Academy of Arts and Sciences in 1962 en de Orde van het Britse Rijk (OBE) in 1977.

Opera Tot de gezamenlijke composities van Nadia Boulanger en Raoul Pugno behoren de liedercyclus Les heures claires en de opera La ville morte op een libretto van Gabriele d'Annunzio (een bewerking van zijn toneelstuk), Kimberly Francis, Nadia Boulanger and "La Ville Morte": En'gendering' a woman's role in the making of an opera, proefschrift University of Ottawa, 2005. waarvan de muziek is beïnvloed door die van Pelléas et Mélisande van Debussy. Aan de samenwerking met Pugno kwam begin 1914 een plotseling einde toen hij ernstig ziek werd en stierf aan een longembolie terwijl ze samen op concertreis waren in Moskou. Van een geplande opvoering van de gezamenlijk gecomponeerde opera kwam niets meer en de orkestpartituur ging in de Eerste Wereldoorlog verloren.

In 2024 werd La ville morte op grond van de zang/pianopartituur opnieuw geïnstrumenteerd voor kamerensemble door Joseph Stillwell en Stefan Cwik onder supervisie van David Conte. SFCM Helps Nadia Boulanger's Forgotten Masterpiece Come to Life, website Conservatorium van San Francisco, 16 januari 2026. Gearchiveerd op 19 februari 2026. De wereldpremière vond pas in 2024 plaats, 110 jaar na Pugno's dood en 45 jaar na die van Boulanger, door de Greek National Opera en de Catapult Opera onder leiding van Neal Goran, die het werk ook vastlegde op cd met het Talea Ensemble.Wenneke Savenije, La ville morte, een opera van Nadia Boulanger. Onttrokken aan de vergetelheid. In Luister 795, april 2026.

Lespraktijk Pugno, Fauré en Vierne bezorgden Nadia veel leerlingen, wat het begin was van een grote lespraktijk. Haar didactiek ging uit van het muziektheoretische begrip , in feite een uitgebreide vorm van contrapunt. De techniek, die ze had geleerd bij Paul Vidal en gebaseerd is op lesmethoden uit de Italiaanse barokmuziek, houdt in dat bij het componeren een motief de kern vormt van een improvisatie. Daarbij geven cijfers de omringende harmonie aan die dan verder wordt uitgewerkt en die kan bestaan uit melodie en begeleiding, maar ook uit vele polyfone stemmen tegelijk.

Ze was bestuurslid van de Société musicale indépendante die door onder anderen Gabriel Fauré en Maurice Ravel was opgericht. Door de rol die zij speelde in de herontdekking van Monteverdi was ze ook een pionier op het gebied van de historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk, wel met modern instrumentarium. Van de twaalftoonstechniek van de Tweede Weense School wilde ze niets weten.

In de hoedanigheid van muziekpedagoge was ze verantwoordelijk voor het muzikale onderwijs aan een hele generatie vooraanstaande componisten in Europa en de Verenigde Staten. Amerikaanse studenten die bij haar op les kwamen, gaven haar op hun beurt Engelse les, maar die taal heeft ze nooit vloeiend leren spreken (in tegenstelling tot Lili, die zeven talen beheerste). Tot problemen bij de kennisoverdracht leidde dit niet, want haar invloed reikte ver. Grote namen als Leonard Bernstein, Ástor Piazzolla, Aaron Copland, Michel Legrand, Darius Milhaud, Quincy Jones, Burt Bacharach, John Eliot Gardiner, Daniel Barenboim en Philip Glass gingen bij haar in de leer. Vaak ging het om afgestudeerde componisten en musici die uit de hele wereld afkwamen op haar reputatie en hun studie afrondden met een cursus bij haar, privé of aan de École Normale de Musique de Paris of het , waarvan ze van 1948 tot 1978 directeur was. Beroemd waren haar woensdagmiddagklassen, waarbij een menigte mensen samendromde in haar volgepakte appartement om te horen hoe "Mademoiselle" aan de piano een compositie analyseerde.Mademoiselle (Nadia Boulanger) op YouTube. Gearchiveerd op 20 september 2025.

Als ze talent herkende in iemand die haar lessen niet kon betalen, gaf ze gratis privéles, bijvoorbeeld aan de Nederlander Jacques Beers, die in 1934 als dank zijn Missa sine tenore aan haar opdroeg.Jacques Beers in muziekencyclopedie.nl Meer componisten droegen een werk aan haar op, onder wie Jean Roger-Ducasse, Aaron Copland, Albert Roussel, Henri Dutilleux en Igor Stravinsky (Petit Canon pour la fête de Nadia Boulanger, een cadeau bij haar 60e verjaardag in 1947). Walter Piston droeg als componist, docent en theoreticus bij aan verdere verspreiding van haar inzichten.

Ze stimuleerde Astor Piazzolla, die haar zijn symfonie liet zien, om zijn unieke talent trouw te blijven door zich te blijven concentreren op de Argentijnse tango. Om dezelfde reden weigerde ze George Gershwin als leerling toen hij zich bij haar aanmeldde: ze vreesde dat hij zijn karakteristieke jazzstijl zou verliezen als hij aan een straffe klassieke opleiding werd onderworpen. Steve Reich, die zich in 1964 bij haar meldde, behoorde tot de weinigen bij wie haar lessen niet aansloegen; hij koos al snel een andere richting.

Dirigente Ze was ook een succesvol dirigente. In de jaren 1933-1935 formeerde ze een koor voor zang a capella, waarvan onder anderen de sopranen Maria Modrakowska en Marie-Blanche de Polignac, de tenor Hugues Cuenod en de bas Doda ConradDoda Conrad, Grandeur et mystère d'un mythe : souvenirs de quarante-quatre ans d'amitié avec Nadia Boulanger, Paris, Buchet-Chastel, 1995. deel uitmaakten. Als eerste vrouw dirigeerde ze vele toporkesten in Europa en de Verenigde Staten, waaronder het Orchestre philharmonique de Paris, het London Philharmonic Orchestra, het BBC Symphony Orchestra, het Hallé Orchestra, de New York Philharmonic, het National Symphony Orchestra, het Boston Symphony Orchestra en het Philadelphia Orchestra. Haar uitvoeringen van het Requiem van Fauré gelden nog steeds als exemplarisch. Ze dirigeerde diverse wereldpremières, onder meer van werken van Aaron Copland, Igor Stravinsky (Dumbarton Oaks) en Jean Françaix (Pianoconcert). Bij het spraakmakende huwelijk van vorst Reinier III van Monaco en Grace Kelly in 1956 had ze de leiding over de muziek.

Studenten van Nadia Boulanger thumb|Nadia met studenten voor haar huisorgel in 1924; schuin rechts achter haar staat Aaron Copland.