De Slag om Overloon (ook bekend als Operatie Aintree) is de geschiedenis ingegaan als de enige tankslag die op Nederlands grondgebied plaatsvond tijdens de geallieerde bevrijdingsoperaties (30 september – 18 oktober 1944). Van een tankslag is echter nooit sprake geweest.
De Operatie Market Garden, die plaatsvond op 17 september 1944, is een verrassing voor nazi-Duitsland. De snel opeenvolgende operaties hebben tot gevolg dat de nazi's hun bevelvoering gaan reorganiseren en hun front in Zuid-Nederland in twee delen moeten splitsen. Het 15e Leger onder Generaal Gustav-Adolf von Zangen krijgt de linie Noordzeekust-Nijmegen toegewezen en een nieuwe legergroep wordt gevormd in het front Nijmegen-Roermond onder de befaamde Luftwaffe-General-Oberst Kurt Student, de 1e Fallschirm Armee, alles onder het opperbevel van Veldmaarschalk Walter Model.
General-Oberst Student is nog niet geheel gereed met de opbouw van zijn 1e Fallschirm Armee als op 19 september de eerste Duitse pantsereenheden van de 107e pantserbrigade de corridor op de weg Veghel-Uden doorbreken. Deze Duitse pantserbrigade zal later als onderdeel van Kampfgruppe Walther een hoofdrol spelen in de gevechten rond Overloon-Venray.
Bruggenhoofd Venlo als gevechtsterrein Bernard Montgomery ziet zich genoodzaakt zijn grote plan voor de aanval op de Rijn uit te stellen. Operatie Market Garden verloopt niet zoals gepland: niet alleen worden er troepen vastgehouden bij Nijmegen en Arnhem en wordt de Duitse druk daar hoe langer hoe groter, ook de haven van Antwerpen moet worden veiliggesteld, wat een verovering van de Westerschelde betekent. Nu komt er nog een derde moeilijkheid bij: de nazi's zijn bezig een hecht front te vormen in de grote bocht van de Maas tussen Sambeek en Venlo.
Het terrein dat de nazi's gekozen hebben voor dit Maasfront zal het de oprukkende legers zeer moeilijk maken. Dit terrein strekt zich uit tussen Oploo en Blerick en wordt afgegrensd door twee natuurlijke obstakels: aan de ene zijde het moerassige gebied de Peel en aan de andere zijde de rivier de Maas. Het terrein zelf bestaat uit weke weidegronden doorsneden met waterlopen en beken, zware bebossing en slechts één grote verkeersweg, die naar Venray. Vanuit Oploo was de toegang naar Venray dus een knelpunt. Het werd de spits van het bruggenhoofd Venlo.
De 107e Nazi-Duitse Pantserbrigade in Overloon De luitenants Götz Küster en Otto Morof vertellen enkele maanden na de Slag om Overloon: “We hadden ons, na de gelukte doorbraak van de corridor bij Veghel en na het de Amerikanen van de 101e Airborne Division bij de brug over het Wilhelminakanaal bij Son lastig gemaakt te hebben, via Nuenen en Helmond teruggetrokken in de bossen van De Rips. Er waren op dat moment geen nadere orders en dus was het wachten. Van het oostfront hadden we een Nederlandse SS'er meegebracht. Hij bood aan in de omstreken te gaan informeren omtrent de bewegingen van de geallieerden. Onze commandant vond dit goed. Na een paar uur kwam hij terug, in burgerkleren welke hij ergens had geregeld, met de jobstijding: “Deurne en Gemert zijn in Engelse handen, we komen in de tang te zitten”. In enkele minuten stond de hele brigade op de weg om te trachten nog vóór de Engelsen in Oploo te zijn op onze weg naar de Maas. Dat is gelukt en zodoende kwamen we in Overloon waar we orders kregen om aldaar ons in te richten en stand te houden. Onze Nederlandse SS'er hebben we niet meer teruggezien.” Het is zondag 25 september.
Evacuatie van Overloon Op 25 september komen de eerste geallieerde eenheden in Oploo. Het zijn onderdelen van de 11e Britse Pantserdivisie, bijgenaamd Black Bull. Op 26 september trekt een onderdeel, het 3e Bataljon van het Monmouthshire-Regiment naar Westerbeek om daar in stelling te gaan in de bossen in het Overloonse Vlak. Het eerste geallieerde onderdeel is hiermee op het front verschenen. Intussen hebben de nazi's hun stellingen gereed aan de Peelkant en Heikant te Overloon en bij Stevensbeek, met het zwaartepunt voorlopig aan weerszijden van de weg naar Oploo.
Op 27 september bevelen de Duitsers dat de bevolking uit de streek onmiddellijk moet evacueren. Niet alleen Overloon met 1.300 inwoners, ook de reeks oostelijk daarvan gelegen dorpen moeten binnen enkele uren verlaten zijn. In kleine plaatsen als Maashees, Holthees en Smakt worden meer dan 3.000 evacués samengepakt. In de stromende regen bereiken die avond grote groepen vluchtelingen de plaats Venray waar zij in de gebouwen van kloosters, pensionaat en psychiatrische kliniek onderdak vinden.
Eerste beschietingen In de nacht van 26 op 27 september klokslag 12 uur vuurt de Engelse artillerie de eerste granaten op Overloon af. Enkele Duitse soldaten zijn het slachtoffer. Het doel was – zoals bij elke belegering van een stad of dorp – vooral de kerktoren: die is zowel zichtbaar in het veld als duidelijk herkenbaar op de kaart. Door die te beschieten kon na een treffer uitgerekend worden hoe de kanonnen gericht moesten worden om andere doelen te raken. In de eerstvolgende dagen beperkt de wederzijdse activiteit zich tot patrouilles en kleine schermutselingen met af en toe artilleriebeschietingen. Intussen is Montgomery druk bezig met het voorbereiden van zijn plan voor de aanval op het Rijnland. In het kader van dit plan is het echter nodig zo spoedig mogelijk het Duitse bruggenhoofd Venlo op te ruimen. De opdracht daartoe krijg het Engelse 8e Korps. De commandant van dit Korps acht zich niet in staat tot de opruiming van het bruggenhoofd omdat Montgomery eenheden van dit korps wil reserveren voor de slag in het Rijnland.
De Amerikanen verschijnen op het slagveld In diezelfde dagen bestormen troepen van Patton's Derde Amerikaanse Leger de vesting Metz. Een van de divisies, de 7e Amerikaanse Tankdivisie, onder commando van generaal Lindsay McDonald Sylvester, wordt uit het front genomen en op mars gezet met de opdracht: opruiming van een Duits front ten westen van de Maas. Deze opdracht gaat vergezeld van de laconieke mededeling dat volgens inlichtingen de vijandelijke weerstand in de Peel licht was en onvoldoende georganiseerd. Venlo was het hoofddoel en kon in twee dagen bereikt worden! De Amerikanen leggen in twee geforceerde dagmarsen de lange weg vanuit de Elzas door Luxemburg en over Hasselt in België naar de Peel af. Op 28 september arriveren zij bij Oploo en Stevensbeek.
De Duitse commandant daarentegen was beter ingelicht en inmiddels volledig op de hoogte van de komst van de Amerikanen.
30 september, ’s morgens om 6 uur beginnen de Amerikanen aan te vallen. De aanvalsassen zijn Vortum-Mullem, Brakkenhof, Stevensbeek, weg Oploo-Overloon en Overloons Vlak. Gevechtsgroep A (Combat Command A) rukt op naar het Vlak. In het noordoostelijke deel, richting Vortum, valt Gevechtsgroep B (Combat Command B) onder Brigadier general Hasbrouck aan. De hoofdaanval is bedoeld voor Vortum.
Gevechtsgroep A staat tegenover de Kampfgruppe Walther en de Amerikaanse Shermans worden ontvangen door hevig vuur uit 88mm kanonnen. De Amerikaanse aanvallen hebben weinig succes en er is slechts geringe terreinwinst. Bij Overloon loopt een afdeling van de Amerikanen vast in een mijnenveld.
Een andere afdeling, namelijk de A-compagnie van het 17e Tankbataljon, krijgt de ene treffer na de andere en maakt rechtsomkeert om uit het vuur te komen, voor zover nog mogelijk. Met doorboorde koepels, fel brandend, blijven tanks langs de eenzame weg naar Vortum liggen. Gewonden blijven in de tanks achter.
De eerste dagen Op 1 en 2 oktober hervatten de Amerikanen de aanval op Overloon. De Duitsers doen tegenaanval op tegenaanval en het hevige artillerievuur en ondersteuning van de 107e Duitse Pantserbrigade doet de Amerikaanse aanval gedeeltelijk mislukken. De daaropvolgende dagen blijft de strijd heen en weer gaan.
Gedurende de gehele slag waren de RAF en USAF zeer actief. Hawker Typhoons van de RAF zochten de doelen op, vooral de posities van de gevreesde 88 mm kanonnen en de Nebelwerfers. De P-47 Thunderbolts van de USAF bestookten de vijandelijke stellingen in de bossen ten noorden en zuiden van Overloon.
De 3e oktober begint met twee Duitse aanvallen, de Nebelwerfers en de 88mm-kanonnen richten een slachting aan onder de Amerikanen. Bij de tweede aanval worden ook de Panthertanks van de 107e Panzerbrigade ingezet.
Generaal Hasbrouck besluit dan zijn geluk in een nachtelijke aanval te beproeven in de nacht van 3 op 4 oktober. De gevechtsgroep Wemple zal tweemaal aanvallen. Beide aanvallen vinden een dramatisch einde in de mijnenvelden.
De 4e oktober zal gekenmerkt blijven als de dag waarop het felst gevochten werd. Maar liefst zevenmaal doen de Duitsers een tegenaanval. Terwijl de Duitsers al deze aanvallen ondernemen, wil Generaal Hasbrouck proberen Overloon te omsingelen. Hiertoe stuurt hij een tankbataljon met infanterie door de Vierlingsbeekse Heide en het Vierlingsbeekse Broek. Generaal Hasbrouck had van tevoren echter geen patrouilles gestuurd en was van één ding niet op de hoogte: kasteel Hattert, vlak bij de spoorlijn te Vierlingsbeek en bij de weg Vierlingsbeek-Overloon. In en rond het kasteel bevindt zich het Luftwaffe Festungs Batallion X, met in het kasteel een verdekt opgesteld 88mm-kanon. Typhoons worden erbij geroepen en binnen enkele minuten is het kasteel veranderd in een ruïne, maar dan is de aanval reeds mislukt. Tien tanks blijven achter.
De volgende dagen blijft het beeld van het slagveld ongeveer hetzelfde, aanval op tegenaanval. Gevechtsgroep A heeft vele zware verliezen geleden en wordt uit het front genomen. Op sommige plaatsen van het front hebben Amerikanen en Duitsers zich ingegraven binnen afstand van een handgranaatworp.
Dan worden op 8 oktober de Amerikanen uit het front genomen. Delen van de 11e Britse Pantserdivisie nemen het front bij Overloon over. Het bruggenhoofd Venlo is nog steeds intact. De enige winst is dat de boscomplexen aan de rand van Stevensbeek nu vast in geallieerde handen zijn.
Operation Constellation Om het bruggenhoofd Venlo definitief uit te schakelen wordt een aanvalsplan onder de naam ‘Constellation’ opgezet. Dit plan, dat in vier fasen zal worden uitgevoerd, ziet er als volgt uit: Fase 1: Castor, de aanval op en verovering van Overloon-Venray door de versterkte 3e Britse Infanteriedivisie. Deze divisie moet haar front zo inrichten dat zo veel mogelijk Duitse strijdkrachten worden aangetrokken, alles moet in het werk worden gesteld om de vijand te misleiden door hem in de waan te laten dat deze gehele aanval slechts gericht is op de spits van het bruggenhoofd Overloon-Venray. Als deze strijd in volle gang is volgen fase 2, 3 en 4.
Fasen 2, 3 en 4: Pollux, Sirius en Vega. De 7e Amerikaanse Pantserdivisie valt aan van Deurne naar Venray. De 11e Britse Pantserdivisie en de 15e Infanteriedivisie vallen aan op de lijn Baexem-Weert naar Roermond en Venlo om zo de terugtocht van de Duitsers bij de laatste twee plaatsen af te snijden.