Michael Schumacher (Hürth-Hermülheim, 3 januari 1969) is een Duits voormalig autocoureur die van 1991 tot en met 2006 en van 2010 tot en met 2012 actief was in de Formule 1. Hij werd zeven keer wereldkampioen en heeft vele records op zijn naam staan.

Op 29 december 2013 liep Schumacher bij een skiongeluk ernstig hersenletsel op.

Carrière 1984-1991: Vroege carrière Schumacher begon zijn carrière in het karten. Zijn vader beheerde het kartcircuit in Kerpen-Manheim en zorgde voor Michaels eerste kart. Schumacher bleek een getalenteerd coureur en tussen 1984 en 1987 won hij verschillende Duitse en Europese kartwedstrijden. Hij werd de eerste kampioen van het Formel König-kampioenschap in 1988. Via onder meer de Formule 3 en sportwagenraces als lid van het Mercedes-Benz-Junior Team maakte hij een snelle opmars in de autosport.

Jordan 1991: Debuut in de Formule 1 thumb|Jordan 191, 1991 Eddie Jordan zocht in 1991 een vervanger voor een van zijn rijders, Bertrand Gachot, die wegens het gebruik van pepperspray de gevangenis in moest. Hij liet Schumacher op Silverstone testen, waar de Duitser een goede indruk maakte. Schumacher mocht debuteren tijdens de Grote Prijs van België op het circuit van Spa-Francorchamps en hij viel meteen op door een zevende kwalificatietijd te realiseren. Hij kwam in de race echter niet verder dan enkele honderden meters door een kapotte koppeling.

Benetton 1991-1993: Talent in opkomst Schumacher werd opgemerkt door Flavio Briatore en Tom Walkinshaw van Benetton. Zij kaapten hem na zijn eerste race weg bij Jordan. Schumacher debuteerde bij het Benetton-team naast drievoudig wereldkampioen Nelson Piquet. In zijn eerste Grand Prix voor het team kwalificeerde en eindigde hij direct voor Piquet. Met één vijfde en twee zesde plaatsen eindigde Schumacher als veertiende in zijn eerste seizoen, waarin hij zes races reed.

In 1992 bevestigde Schumacher zijn talent met acht podiumplaatsen. In België pakte hij in zijn 18e Formule 1 race zijn eerste Grand Prix-overwinning en was daarmee de eerste Duitser die een race wist te winnen na Jochen Mass in 1975. In zijn eerste volledige seizoen 'stuntte' Schumacher door het jaar te eindigen op een derde plaats algemeen, voor zijn idool Ayrton Senna.

1993 was een moeilijk seizoen voor Schumacher. Alain Prost was oppermachtig in zijn Williams en Schumacher eindigde in 1993 als vierde, achter Prost, Senna en toekomstig rivaal Damon Hill, met één overwinning. In Portugal wist hij Alain Prost achter zich te houden en pakte daardoor zijn tweede zege in zijn carrière.

1994: Eerste titel thumb|Schumacher's Benetton B194 In 1994 leek de grote krachtmeting tussen Senna en Schumacher te gaan plaatsvinden. De eerste twee races werden gewonnen door Schumacher, terwijl Senna uitviel. Dan volgde het weekend in Imola, waarin Senna en Roland Ratzenberger dodelijk verongelukten. Schumacher won vervolgens voor de derde keer op rij. Van de volgende vier wedstrijden won hij er nog drie, maar dan leek het tij te keren. Na het negeren van een zwarte vlag, op aanwijzing van zijn team, op Silverstone werd Schumacher gediskwalificeerd, waardoor zes punten verloren gingen. Na een nulresultaat (kapotte motor) in "zijn" thuisrace en de winst in Hongarije, werd Schumacher na de Grand Prix Formule 1 van België wederom gediskwalificeerd wegens een te ver afgesleten bodemplaat en geschorst voor twee wedstrijden (Italië en Portugal). Damon Hill, na de dood van Senna de eerste rijder van Williams, kon ongehinderd zijn achterstand goedmaken en was bij aanvang van de laatste race in Australië Schumacher tot op één punt genaderd. In de race dwong Hill Schumacher tot een zeldzame fout, maar doordat Schumacher bij het ingaan van de bocht spreekwoordelijk "de deur dichtgooide" kwamen beide auto's met elkaar in aanraking. Schumacher viel direct uit de race, terwijl Hill nog de pit wist te bereiken. In de pit bleek echter dat de auto van Hill zodanig beschadigd was dat doorrijden onverantwoord was. Het uitvallen van Hill leverde Schumacher het wereldkampioenschap van 1994 op. Na afloop droeg Schumacher zijn titel op aan zijn idool Ayrton Senna.

1995: Tweede titel thumb|Schumacher in de Benneton B195, Silverstone, 1995 In 1995 nam de strijd tussen Hill en Schumacher op de baan toe. In tegenstelling tot Australië 1994, was het dit jaar Hill die zichzelf en Schumacher op Silverstone en Monza uitschakelde. Hill kon echter dit jaar geen serieuze vuist maken: Schumacher was met negen overwinningen superieur. Hij haalde in Aida het wereldkampioenschap voor de tweede keer binnen. In augustus tekende Schumacher voor drie seizoenen bij het Italiaanse Ferrari.

Ferrari 1996: Nieuwe uitdaging In 1996 stapte Schumacher samen met technisch directeur Ross Brawn en ontwerper Rory Byrne over naar de Italiaanse renstal Ferrari. De afgelopen jaren voor het Italiaanse team waren gekenmerkt door betrouwbaarheidsproblemen en matige resultaten. Ferrari hoopte met Schumacher de resultaten om te kunnen buigen naar een uiteindelijke wereldtitel. De verwachtingen waren, ook door Schumacher zelf, laag gespannen. Williams-Renault domineerde met Damon Hill en Jacques Villeneuve het seizoen 1996. Schumacher behaalde vier polepositions en drie overwinningen. De eerste zege kwam er in de regen te Barcelona, waar hij zijn concurrenten op grote achterstand reed. Ook op Spa en Monza behaalde hij zeges. Het eindresultaat was een derde plaats in het kampioenschap terwijl zijn voormalig rivaal Damon Hill dat jaar de titel naar zich toe wist te trekken. thumb|Schumacher, Grand Prix van Duitsland, 1997

1997: Vergooide kans In tegenstelling tot de algemene verwachtingen deed Schumacher in 1997 volop mee voor de titel. Ferrari had, vergeleken met de Williams van concurrent Villeneuve, niet de beste auto van het veld. Desondanks wist Schumacher goede resultaten te behalen. Net als in 1994 werd het kampioenschap in de laatste race beslist. Schumacher begon de race met een voorsprong van 3 punten. Net als Hill drie jaar eerder, kon Villeneuve het tempo van Schumacher goed volgen. Toen Villeneuve zijn inhaalactie pleegde, stuurde Schumacher naar rechts in de hoop Villeneuve te elimineren. Hij belandde echter zelf in de grindbak. Villeneuve eindigde als derde en werd kampioen. Na afloop werd Schumacher naar aanleiding hiervan uit de eindstand geschrapt door de FIA.

1998: Opnieuw net niet thumb|Schumacher in duel met David Coulthard, Silverstone, 1998 McLaren presteerde in 1998 superieur met David Coulthard en Mika Häkkinen aan het stuur. Halverwege het seizoen had Häkkinen al een grote voorsprong, maar Schumacher en Ferrari gaven niet op. Na enkele gewonnen wedstrijden hadden zij de spanning in het kampioenschap teruggebracht en het kwam weer aan op de laatste wedstrijd op Suzuka. De poleposition was voor Schumacher, maar hij liet zijn motor afslaan op de grid en moest achteraan starten. Hierbij was zijn kans al zo goed als verkeken. Hij vocht zich terug naar een derde plaats, maar een klapband maakte een einde aan zijn wedstrijd en Häkkinen, die de race won, werd kampioen.

1999: Kort seizoen Het seizoen van 1999 leek dezelfde kant op te gaan als dat van het vorige jaar: een gevecht tussen Schumacher en Häkkinen. Hoewel Häkkinen wat in het voordeel leek te zijn, was het begin van het seizoen spannend. Een zwaar ongeluk op Silverstone maakte een einde aan de aspiraties van Schumacher: hij brak een been op meerdere plaatsen. Schumacher werd vervangen door de Fin Mika Salo. Pas tijdens de voorlaatste race maakte de Duitser zijn comeback. In die race liet hij teamgenoot Eddie Irvine, die nog kans maakte op de titel, winnen. De volgende en laatste race sloot hij af als tweede achter Häkkinen, die zijn tweede titel pakte.

2000: Geduld loont Schumacher en Ferrari startten het seizoen 2000 superieur: ze wonnen de eerste drie wedstrijden. Halverwege het seizoen viel de Duitser vier keer uit in vijf wedstrijden, waardoor de spanning in het titelgevecht terugkwam. In Japan viel de beslissing in een onderlinge strijd tussen Schumacher en Häkkinen, en uiteindelijk trok Schumacher aan het langste eind. Zijn derde wereldtitel was een feit. Voor Ferrari betekende dit dat voor het eerst sinds 1979 weer een coureur van het team kampioen werd.

2001-2004: Dominantie thumb|Michael Schumacher op Indianapolis, 2004 Met uitzondering van seizoen 2003, waarin de nieuwe McLaren-coureur Kimi Räikkönen het ook goed deed (twee punten minder dan Schumacher), won Schumacher de seizoenen 2001 tot en met 2004 met meer dan 120 punten. Hij behaalde in deze vier jaren 39 overwinningen.

De jaren 2001-2004 worden ook wel aangeduid als het tijdperk van Schumacher.

Om de Duitser te stoppen werd in 2003 zelfs een nieuw puntensysteem ingevoerd, nadat hij in 2002 een nieuw record vestigde door als vroegste ooit (in een seizoen) wereldkampioen te worden in Frankrijk.

In 2003 was er lange tijd spanning, tot de regenrace op Indianapolis, waarin Schumacher Juan Pablo Montoya en Räikkönen van zich af hield en een gat sloeg dat beslissend bleek in de laatste race van 2003. Een situatie die drie jaar later omgekeerd zou zijn (zie 2006).

2005-2006: Strijd met nieuwe generatie Aan het monopolie van Schumacher kwam in seizoen 2005 een einde. Eén overwinning werd behaald op Indianapolis, waaraan wegens perikelen rond bandenfabrikant Michelin alleen de drie Bridgestone-teams meededen. Hij werd derde in het kampioenschap en Fernando Alonso werd kampioen. Tussen hem en Schumacher zou het volgende seizoen een felle strijd losbarsten.

In 2006 deed Ferrari betere zaken. Schumacher leek de voornaamste concurrent van titelverdediger Alonso. In het begin liep hij een achterstand op, maar halverwege het seizoen maakte hij een inhaalslag. Na de Grand Prix van Italië, die op 10 september 2006 op het circuit van Monza werd verreden en werd afgesloten met winst van Schumacher, werd direct na afloop van de Grand Prix bekendgemaakt dat de Duitser na 2006 zou stoppen met racen. In de plaats van Schumacher ging Kimi Räikkönen bij Ferrari rijden, naast Felipe Massa. Schumacher bleef actief bij Ferrari. In het kampioenschap naderde hij intussen Alonso steeds meer: na de Grand Prix van China stond hij aan de leiding van de WK-tussenstand, samen met Alonso (maar met één overwinning meer). In de daaropvolgende Grand Prix, die van Japan, leek Schumacher op weg naar zijn achtste wereldtitel, totdat zijn motor het begaf toen hij aan de leiding reed. Alonso ging aan de haal met de winst in Japan en had tien punten voorsprong op de Duitser. Deze moest dan ook sowieso de laatste wedstrijd in Brazilië winnen om nog kans te maken op een nieuwe titel. Schumacher reed een van zijn beste Formule 1-races in Brazilië, maar sloot zijn eerste carrière (zie 2010) uiteindelijk af met een vierde plaats nadat hij een inhaalrace had moeten rijden door een lekke band. Hierdoor was het Alonso die zijn tweede wereldkampioenschap binnenhaalde en zodoende zou het voor Schumacher bij zeven wereldtitels blijven.

2009: Toch niet invallen voor Massa Eind juli 2009 kondigde Schumacher zijn kortstondige rentree in de Formule 1 aan. Hij zou bij Ferrari de vervanger worden van Massa, die tijdens de kwalificatie van de Grote Prijs van Hongarije zwaargewond was geraakt en dat seizoen waarschijnlijk niet meer in actie zou komen. Op 11 augustus 2009 maakte Schumacher op zijn eigen website echter bekend dat zijn rentree niet door kon gaan. Hij had namelijk eerder dat jaar een motorongeluk gehad, waardoor hij een nekblessure opliep. Zijn nek bleek nog niet in staat te zijn om de grote krachten die een Formule 1-auto uitoefent aan te kunnen. Een latere comeback van Schumacher werd evenwel niet uitgesloten.Michael cancels F1-Comeback, michaelschumacher.com, 11 augustus 2009

Mercedes 2010: Terugkeer naar de grid thumb|Michael Schumacher, Mercedes MGP W01, pre-season testing in Jerez, 2010