thumb|Volkswagen 'Plattenwagen' 1947, de basis voor de Transporter miniatuur|Volkswagen T3 met dubbele cabine Transporter is de naam voor een bestelwagen van de Duitse autofabrikant Volkswagen, die intern bekendstaat als Typ 2 (de Volkswagen Kever heette intern Typ 1). Sinds 1990, met de komst van de T4 variant, is Transporter ook als naam geregistreerd. Voor de diverse modellen zijn door de jaren heen diverse bijnamen gebruikt, waarbij VW-Bus de algemeen gebruikte is. In het Duits wordt de wagen Bulli genoemd.

Onder de naam Typ 2 zijn inmiddels zes generaties op de markt gebracht, van T1 tot en met T6. Typ 2 is dus, in tegenstelling tot wat nog weleens wordt gedacht, niet synoniem aan een T2-bus.

De Typ 2 is het tweede model dat door het naoorlogse Volkswagen geproduceerd werd; eerder fabriceerde het bedrijf alleen de Volkswagen Kever. De productie begon in 1950. In de jaren zestig en zeventig werd de Typ 2 een populair hippiebusje, voornamelijk omdat hij veel ruimte bood aan personen, goederen en levensmiddelen.

Geschiedenis Het idee voor de Typ 2 is afkomstig van de Nederlandse Volkswagen-importeur Ben Pon.Ben Pon schetst nieuwe Volkswagen Toen hij op 23 april 1947 bij de Volkswagenfabriek in Wolfsburg op bezoek was zag hij daar een transportwagen op de bodemplaat van een Volkswagen Kever, die werd gebruikt voor intern transport. Met deze Plattenwagen als uitgangspunt schetste hij een busje. Die schets bevindt zich in het Rijksmuseum.Rijksmuseum Studio: Notitieboek met de eerste schets van 'Volkswagenbusje', Ben Pon, 1947, bezocht 30 augustus 2021 In 1948 besloot Heinrich Nordhoff dat Volkswagen de schets zou uitwerken. Al snel bleek dat de bodemplaat van de Kever te zwak was om een vol beladen bestelwagen te dragen. In plaats daarvan kwam een ladderchassis met een zelfdragende carrosserie. Het resultaat werd beproefd in de windtunnel van de Technische Universiteit van Braunschweig. Toen de luchtweerstand nogal hoog bleek, werd door de universiteit een afgeronde vorm voorgesteld. Daarmee werd de luchtweerstand lager dan die van de Kever. De serieproductie van het nieuwe model begon op 8 maart 1950.

De Typ 2 was naast de Citroën TUB (later Citroën H) een van de eerste auto's waarin de bestuurder recht boven de vooras van het voertuig zat. Deze bouwwijze werd overgenomen door de concurrentie, in de Verenigde Staten door Chevrolet in de Chevrolet Greenbrier en in Europa bijvoorbeeld door de Fiat 238. Tegenwoordig is het in Europa en Oost-Azië veruit de meest gebruikte configuratie voor lichte bestelwagens. Van het model verschenen talloze uitvoeringen, niet alleen van Volkswagen zelf maar ook van Westfalia (camper).

Tot de komst van de vierde generatie (T4) in 1990 zat de motor achterin, waardoor een vlakke laadvloer niet mogelijk was. Dit was een erfenis van de Volkswagen Kever waarop het model was gebaseerd.

Campers De Volkswagen Transporter heeft een grote reputatie als kampeerauto. Begin jaren 60 verscheen de eerste kampeerauto die Volkswagen in samenwerking met Westfalia gebouwd had. Ook van de T2, de T3 en de T4 werd een camperversie gebouwd in samenwerking met Westfalia. De T5- en T6-camper (California) heeft Volkswagen zelf ontwikkeld en geproduceerd.

T1 (1950-1967) Kenmerken

thumb|1963 T1c Kombi met de 'pet' boven de voorruiten thumb|T1 In Samba-uitvoering Het allereerste T1-model, met de voorruit met een metalen spijltje in het midden, de spijlbus of de Microbus / Transporter, werd geproduceerd tussen 8 maart 1950 en het eind van 1967. Eerst werd de bus nog in Wolfsburg geproduceerd; vanaf 8 maart 1956 werd een gloednieuwe autofabriek in Hannover gebruikt voor de productie. De Microbus / Transporter heeft als interne benaming bij Volkswagen de Typ 2 (de cijfers achter de 2 geven aan om welk model het gaat).

In februari 1955 kwam het vernieuwde model op de markt. Volkswagen had de carrosserie ingrijpend gewijzigd. Het dak kreeg een luifel boven de voorruiten, waarin roosters kwamen voor aanvoer van verse lucht, en de motorklep en motorruimte werden aanzienlijk lager uitgevoerd. Daardoor ontstond ruimte voor een achterklep. Als gevolg daarvan konden bouwvakkers, loodgieters en timmerlieden materialen van grotere lengte vervoeren die via de achterklep geladen konden worden. Net zoals bij de Volkswagen Kever het geval was, werd in de Transporter een viercilinder boxermotor met een cilinderinhoud van 1131 cc toegepast, die 25 pk leverde. Ook bij de Transporter lag deze motor achterin en was hij luchtgekoeld. In 1953 werd dit een 1192 cc 30 pk motor. Een versie van 36 pk was ook verkrijgbaar. Deze had dezelfde cilinderinhoud maar kon dankzij een hogere compressie wat meer vermogen leveren. Deze versie werd in 1955 de standaardmotor. Een 40 pk-motor kwam vanaf 1959 op de markt, maar bleek dusdanig storingsgevoelig dat VW alle wagens terugriep naar de garage en de motoren verving.

De eerste versies van de T1 (Transporter 1ste generatie) werd T1a genoemd. T1b betrof een wagen met een iets langere daklijn boven het voorraam en een kleinere motorruimte. Vanaf modeljaar 1963 werden de wagens aangeduid als T1c; de achterklep was breder uitgevoerd. Daarnaast werden in datzelfde jaar de scharnierende laaddeuren aan de zijkant vervangen door een schuifdeur. De introductie van wat aanvankelijk een zwaar transport Transporter werd genoemd – hij kon 1000 kg vracht vervoeren in plaats van 750 – bleek dermate succesvol dat deze uitvoering de standaard-Transporter werd. Het model was verkrijgbaar met een nieuwe 1493 cc-motor (1.5L of ‘1500’ genoemd) die 51 pk leverde. Nadat de Kever vanaf 1967 met dezelfde motor werd uitgerust, werd het vermogen opgevoerd tot 53 pk. De motoren van deze Transporters bleken uiterst betrouwbaar en gingen zonder problemen meer dan 250.000 km mee. Met de jaren zestig als ijkpunt was deze betrouwbaarheid zeer hoog te noemen. De uitvoering als pick-up was in de Verenigde Staten populair. In 1967 kwam een eind aan de Duitse productie van de 'spijltjesbus'. Hij werd opgevolgd door de T2, maar het model werd nog tot 1975 in São Bernardo do Campo, Brazilië geproduceerd. Bij de Braziliaanse busjes werden enkele verbeteringen toegepast die in de T2 waren doorgevoerd, zoals een gewijzigd front en grotere achterlichten. Deze zogenaamde T1.5 werd tot 1996 geproduceerd.

Bezitters van T1’s refereren vaak aan het aantal ramen dat hun busje heeft om onderscheid te kunnen maken tussen de vele passagiersuitvoeringen. De ‘basis’-Kombi Transporter is die met elf ramen: twee voorramen (wegens het middenspijltje); drie zijramen aan ieder kant, een raam in iedere voordeur en één achterraam. Het ‘DeLuxe’-model is een vijftien-ramer: deze kent vier zijramen en aan weerszijden van het achterraam een gebogen achterraampje. Dit model was niet in Europa verkrijgbaar. De 23-ramer werd in de VS ‘sunroof deluxe’ genoemd; deze had aan iedere wagenkant acht kleine panoramaraampjes. Een 21-ramer had de gebogen achterraampjes niet. De 21- en 23-ramer kregen later de bijnaam Samba’s. ‘Echte’ Samba’s zijn echter 21- of 23-ramers met de meest luxe uitvoeringen die verkrijgbaar waren: chromen lijsten, een uitgebreider dashboard en standaard een canvas open dak. Samba’s werden geproduceerd vanaf 1951. Het was een uitvoering die niet in de T2 – T6 werd gecontinueerd. (Luxe tot zeer luxe uitvoeringen van de T2 – T6 bestaan echter wel: de Caravelle’s, California’s en Multivan’s bijvoorbeeld.) Goede Samba's zijn een gewild verzamelobject: in 2015 werd een Samba geveild voor 198.000 dollar.video van de veiling

Op 1 augustus 1967 kwam een compleet vernieuwd model met panoramische voorruit op de markt.

Modelcodes 21 - Bestelwagen 22/28 - Microbus 23 - Kombi 24/25 - Microbus Deluxe 26 - Enkelcabine en Dubbelcabine 27 - Ambulance 28 - Microbus - korte middenbank 29 - Prototype 211 Laaddeuren rechts, links gestuurd 221 Laaddeuren rechts, links gestuurd, volle lengte middenbank 231 Laaddeuren rechts, links gestuurd 241 Laaddeuren rechts, links gestuurd, volle lengte middenbank 261 Enkelcabine, klep gereedschap kompartiment rechts, links gestuurd 271 Laaddeuren rechts, links gestuurd 29 Prototype Transporters 213 Laaddeuren links, links gestuurd, M-code 023 tot 1959 223 Laaddeuren links, links gestuurd, volle lengte middenbank, M-code 062 tot 1959 233 Laaddeuren links, links gestuurd, M-code 033 tot 1959 en M-code 087 met zonnedak tot 1959 244 Laaddeuren links, rechts gestuurd, volle lengte middenbank 263 Enkelcabine, klep gereedschap kompartiment links, links gestuurd 273 Laaddeuren links, links gestuurd, M-code 081 tot 1959 214 Laaddeuren links, rechts gestuurd 224 Laaddeuren links, rechts gestuurd, volle lengte middenbank 234 Laaddeuren links, rechts gestuurd 251 Laaddeuren rechts, links gestuurd, korte middenbank 264 Enkelcabine, klep gereedschap kompartiment links, rechts gestuurd 274 Laaddeuren links, rechts gestuurd 215 Laaddeuren links en rechts, links gestuurd 225 Laaddeuren rechts, zonnedak, links gestuurd, volle lengte middenbank 235 Laaddeuren rechts, zonnedak, links gestuurd 265 Dubbelcabine, cabine deur rechts, links gestuurd 216 Laaddeuren links en rechts, rechts gestuurd 228 Laaddeuren links, zonnedak, rechts gestuurd, volle lengte middenbank 237 Laaddeuren rechts, zonnedak, links gestuurd 267 Dubbelcabine, cabine deur links, links gestuurd 281 Laaddeuren rechts, links gestuurd, korte middenbank 238 Laaddeuren links, zonnedak, rechts gestuurd 268 Dubbelcabine, cabine deur links, rechts gestuurd 285 Laaddeuren rechts, zonnedak, links gestuurd, korte middenbank

T2 (1967-1979)

thumb|In Brazilië wordt een vloeistofgekoelde motor in de T2 geplaatst, echter alleen voor de thuismarkt thumb|T2b „Camper“

In 1967 werd de tweede generatie Typ 2 geïntroduceerd, de Panoramabus. Dit model heeft grote zijramen, en een gewelfde voorruit zonder middenspijl. Behalve uiterlijke wijzigingen, kende het nieuwe exemplaar ook enkele motorische verbeteringen. Met 1,6 L en 48 DIN pk (35 kW) werd het vermogen van de motor groter.

Ook van de T2 werden verschillende versies gemaakt. De modellen van voor 1971 worden T2a genoemd. In 1972 is een overgangsmodel geproduceerd dat de modelnaam T2a/b kreeg. Een front van de a en achterkant van het b model zijn belangrijkste kenmerken. Typ 2's van tussen 1972 en het begin van de jaren 80 hebben de naam T2b. De term T2c is bedoeld voor de bussen met verhoogde daken die in de vroege jaren '90 speciaal voor Amerikaanse marktkooplui werden gebouwd.

De T2 werd eerst in Duitsland, daarna in Mexico en vervolgens in Brazilië gebouwd. Vanaf modeljaar 2006 is een vloeistofgekoelde motor geplaatst (een 1,4 liter met 78 pk), waarmee het tijdperk van de luchtgekoelde boxermotor ten einde kwam. Op 20 december 2013 werd de laatste T2 gebouwd; het type voldeed niet meer aan Braziliaanse veiligheidseisen. Het aantal geproduceerde voertuigen was rond 80.000.Laatste klassieke Volkswagenbus in december van de band , NU.nl, 23 september 2013

Varianten De Typ 2 was in een aantal kenmerkende varianten verkrijgbaar: zonder ramen en meubilair in de achterzijde met verhoogd plafond met verplaatsbare stoelen met comfortabeler inrichting met 'skylight'-ramen en uitschuifbaar zonnedak pick-up pick-up met dubbele rij stoelen camper (gebouwd door Westfalia en Winnebago Industries) met zowel kampeer-, laad- als passagiersruimte

T3 (1979-1992)

thumb|T3 thumb|Volkswagen T3 1984 Westfalia "Joker" uitvoering miniatuur|Volkswagen T3 met dubbele cabine De T3 kent verschillende benamingen: in het Verenigd Koninkrijk en Ierland werd het nieuwe type T25 genoemd en in de Verenigde Staten gebruikte men de naam Vanagon voor de bus. Dit model, dat gemaakt werd tussen 1979 en 1992, kenmerkt zich door een strakker uiterlijk en een totaal vernieuwde techniek. Vanaf 1980 werden watergekoelde dieselmotoren ingebouwd en vanaf 1983 dito benzinemotoren (beide zijn herkenbaar aan een kleine grille boven de bumper, waarachter zich de radiateur bevindt).