Een minister zonder portefeuille is of een minister zonder omschreven verantwoordelijkheden of een minister die niet aan het hoofd staat van een bepaald ministerie.

Nederland In Nederland is een minister zonder portefeuille verantwoordelijk voor een bepaald beleidsterrein, maar heeft niet de leiding over een departement. Ministers zonder portefeuille hebben, anders dan staatssecretarissen, zitting in de Nederlandse ministerraad en kunnen dus ook meestemmen over alle beslissingen. De benoeming van een minister speciaal voor een bepaald beleidsterrein is een teken dat men dit onderwerp belangrijk vindt. Vanouds werden ministers met leiding over een ministerie aangeduid met "minister van ..." en ministers zonder portefeuille met "minister voor ...". In het kabinet-Jetten werd ervoor gekozen de ministers niet belast met de leiding van een ministerie eveneens "minister van" te noemen om "een einde te maken aan het (gepercipieerde) onderscheid in politiek gewicht tussen ministers met of zonder de leiding van een eigen ministerie".

Politicoloog Tom Louwerse wijst erop dat de term ‘minister zonder portefeuille’ verwarrend kan zijn, omdat deze ministers doorgaans wel een inhoudelijke portefeuille hebben en soms ook een eigen begroting. In 2024 werd daarom geëxperimenteerd met zogeheten ‘papieren ministeries’ (zoals Asiel en Migratie) om alle ministers een departement te geven, maar deze constructie is in het kabinet-Jetten weer losgelaten.

Departementale ondersteuning Tot de komst van staatssecretarissen in 1948 werden ministers zonder portefeuille aangesteld om ministers met een zwaar departement te ondersteunen. Deze taak is overgenomen door staatssecretarissen. In het verleden zijn ook weleens ministers zonder portefeuille aangesteld, die als gezaghebbend persoon de belangen van Nederland bij internationale onderhandelingen goed zouden kunnen behartigen.

In uitzonderlijke gevallen is hiervoor ook weleens een beroep gedaan op oud-ministers dan wel Ministers van Staat.

Departementale verhoudingen Soms wordt mede wegens de politieke verhoudingen in het kabinet gekozen voor instelling van een extra ministerspost, die dan meestal een minister zonder portefeuille wordt.

Programmaminister Tijdens de formatie van het kabinet-Balkenende IV in 2006 was er sprake van om het aantal ministers terug te brengen of om een kernkabinet te vormen. Een beperkt aantal ministers zou sector-overstijgend moeten gaan werken (beleidssectorbundeling), daarbij ondersteund door een groter aantal staatssecretarissen. Dit voorstel had het niet gehaald; wel werden er twee programmaministers benoemd. Deze programmaministers bestreken een ruimer beleidsveld (programma) en hadden een coördinerende rol. Daarnaast was er sprake van om projectministers aan te stellen voor de duur van een bepaald beleidsproject, maar dit is nooit gebeurd.

De twee programmaministers in het kabinet-Balkenende IV (2007–2010) waren: Minister voor Wonen, Wijken en Integratie (Ella Vogelaar 2007–'08, Eberhard van der Laan 2008–'10) Minister voor Jeugd en Gezin (André Rouvoet, tevens viceminister-president)

België In België zijn er zelden ministers zonder portefeuille geweest, met uitzondering tijdens de Eerste en de Tweede Wereldoorlog waarbij door de oorlogsdreiging leden van de oppositie werden opgenomen in een regering van nationale eenheid, aanvankelijk zonder portefeuille. Later kregen zij specifieke bevoegdheden toegewezen.

Zie ook Lijst van Belgische ministers zonder portefeuille Lijst van Nederlandse ministers zonder portefeuille

Noten

Categorie:Ambtelijke titulatuur

Categorie:Politieke functie Categorie:Regering