De Radboud Universiteit is een rooms-katholieke, Nederlandse universiteit. Op 17 oktober 1923 ging ze van start als Katholieke Universiteit Nijmegen.Aankondiging Jaarboek der Roomsch Katholieke Universiteit te Nijmegen De universiteit is voortgekomen uit de katholieke gemeenschap. Ze draagt haar oorsprong uit in haar onderzoeks- en onderwijsprogramma. Daarnaast participeert zij in vele landelijke katholieke en algemeen-christelijke verbanden. De universiteit behoort consistent tot de top 200 universiteiten ter wereld in de vier grootste universitaire rangschikkingen.

De universiteit telt zeven faculteiten en ruim honderd opleidingen (bachelor en master). Op 1 oktober 2022 stonden 24.633 studenten ingeschreven, waarvan 10,6% internationale studenten. In 2022 had de universiteit 6.147 voltijdsequivalenten personeel in dienst, waarvan 3.467 wetenschappelijk personeel.

Zowel de Radboud Universiteit zelf als het Radboud universitair medisch centrum zijn gevestigd op het Nijmeegse landgoed Heijendaal, in de gelijknamige stadswijk.

Naam en wapen thumb|left|165px|Wapen volgens beschrijving thumb|150px|Modern logo gebaseerd op het wapen De huidige naam van de universiteit verwijst naar de Sint-Radboudstichting (tegenwoordig de Stichting Thomas More geheten). Deze werd in 1905 opgericht door de Nederlandse Bisschoppen, met als doel de bevordering van het katholiek hoger onderwijs in Nederland en in het bijzonder de oprichting van een katholieke universiteit. De Sint-Radboudstichting was op haar beurt vernoemd naar de bisschop, geleerde, dichter en heilige Radboud van Utrecht, die omstreeks het jaar 900 leefde. Hij was geboren in een adellijke Frankische christelijke familie en vernoemd naar een van zijn voorvaderen, de Friese koning Radboud. In Nederland is dit ook de patroonheilige van de katholieke wetenschapsbeoefening.

De naam Radboud betekent letterlijk ‘boodschapper van raad’.

Bij de oprichting in 1923 heette de universiteit de Roomsch Katholieke Universiteit Nijmegen. In 1956 volgde het daartoe behorende Sint-Radboudziekenhuis (nu Radboudumc). Sinds 1 september 2004 draagt de universiteit officieel haar huidige naam, maar statutair bleef dit de Katholieke Universiteit Nijmegen. Als afkorting wordt nu RU Nijmegen gehanteerd. Volgens de toenmalige voorzitter van het college van bestuur, ir. Roelof de Wijkerslooth, verduidelijkte de nieuwe naam van de universiteit de samenwerking tussen de universiteit en het Radboud universitair medisch centrum (voorheen het Universitair Medisch Centrum St Radboud). Iets eerder, in 2002, had de Katholieke Universiteit Brabant al haar naam veranderd in Universiteit van Tilburg.

Vanaf september 2014 is de universiteit het gebruik van de plaatsnaam 'Nijmegen' in de naam gaan afbouwen. De bedoeling hiervan was dat deze kortere en minder plaatsgebonden naam de uitstraling van de universiteit binnen de internationale wetenschappelijke wereld verder zou verbeteren.

Het wapen van de universiteit is van keel: een kruis van zilver, met een schildhoofd van lazuur beladen met een gehalode duif met uitgestrekte vleugels met zeven stralen, alles van zilver. Het schild is gedekt door de kroon van Karel de Grote. De wapenspreuk luidt: In Dei Nomine Feliciter ("Gelukkig in Gods Naam"). De wapenspreuk is ontleend aan bekende overgeleverde geschriften uit de Karolingische periode. Ook wordt de spreuk in verband gebracht met Willibrord. Het wapen werd bij de stichting van de universiteit ontworpen door edelsmidse Brom in Utrecht. De onderste helft van het wapen is het wapen van de Nederlandse kerkprovincie. De duif in het schildhoofd is het symbool van de Heilige Geest.Judith van Beukering (red.) 80 jaar KU Nijmegen - 80 objecten. Tachtig jaar Katholieke Universiteit Nijmegen in voorwerpen van wetenschap, geschiedenis en kunst (Nijmegen 2003) 15.

Voorgeschiedenis Eerdere universiteit thumb|Bij de opening op 17 oktober 1923: de pedel en de professoren op weg naar de Sint-Ignatiuskerk De huidige Radboud Universiteit is de tweede universiteit in Nijmegen. In 1655 was al de Kwartierlijke Academie van Nijmegen opgericht, die echter geen lang leven beschoren is geweest. In 1665 trof een epidemie de stad inclusief de universiteit. Na het beleg van 1672 werd Nijmegen ook nog door de Fransen bezet, waarna de financiering voor de Kwartierlijke Academie van Nijmegen al snel was afgelopen. In 1679 verliet de laatste hoogleraar, Gerard Noodt, de Kwartierlijke Academie van Nijmegen. De universiteit werd na bijna 25 jaar te hebben bestaan opgeheven., De Nijmeegse Pallas : de geschiedenis van de kwartierlijke academie en medische faculteit, 1655-1679 (Nijmegen 2001)

Geschiedenis 1923-1945

Op 15 mei 1923 werd de Roomsch Katholieke Universiteit Nijmegen opgericht, later kortweg Katholieke Universiteit Nijmegen (KUN) genoemd. Tevens was dit de eerste rooms-katholieke universiteit in heel Nederland. Het initiatief voor de oprichting was genomen door de hiervoor genoemde Sint-Radboudstichting.Encarta-encyclopedie Winkler Prins (1993-2002) s.v. Radboud. Microsoft Corporation/Het Spectrum Het Nijmeegsch Studenten Corps Carolus Magnus (nu N.S.V. Carolus Magnus) werd in hetzelfde jaar opgericht als de universiteit. Iedere nieuwe student werd automatisch verplicht lid van deze vereniging. In 1928 volgden de S.S.N. 'Roland' en de S.V.N. 'de Meisjesclub' waarbinnen de universitaire studenten zich verenigden.

De oprichter was Jos Schrijnen. Aanvankelijk had hij de naam Keizer Karel Universiteit in gedachten, een verwijzing naar Karel de Grote. Dit is uiteindelijk niet de officiële naam geworden, wel is de universiteit officieus soms zo genoemd.Delpher

Als eerste hoofdgebouw werd een villa aan het Keizer Karelplein aangekocht van de familie De Gruyter. In 1927 stelde de gemeente het deel van de Wedren tussen de Bijleveldsingel, Wilhelminasingel en Waldeck Pyrmontsingel gratis ter beschikking, maar het universiteitsbestuur besloot hier geen gebruik van te maken. In 1929 werd er overgegaan tot de bouw van een eerste aula op de hoek van de Bijleveld- en Wilhelminasingel, dat een jaar later af was. Het ontwerp hiervoor was van M.H.W.J. van Ooijen, een architect uit Haarlem. Het gebouw viel niet erg in de smaak, niettemin zou het hierna tot 1988 als aula in gebruik blijven. Terwijl het hoofdgebouw aan het Keizer Karelplein stond, stond de universiteitsbibliotheek op de hoek van de Platenmakersstraat en Snijderstraat.Aula van de Universiteit, noviomagus.nl

De Tweede Wereldoorlog trof de universiteit in meerdere opzichten zwaar. Diverse bekende hoogleraren verloren het leven, zoals Robert Regout, hoogleraar Volkenrecht, en Titus Brandsma, hoogleraar Geschiedenis der wijsbegeerte en mystiek en verdediger van de vrije pers. Zij werden vanwege hun verzetsactiviteiten gearresteerd en overleden in het concentratiekamp te Dachau. In 1943 weigerde rector magnificus Hermesdorf de loyaliteitsverklaringen die de Duitse bezetter eiste aan de studenten voor te leggen; de universiteit sloot op bevel van aartsbisschop De Jong haar deuren. Tijdens het bombardement op 22 februari 1944, waarbij een groot deel van de Nijmeegse binnenstad werd verwoest, verloor ook de universiteit veel van haar gebouwen. Sommige studenten gingen tijdens de oorlog in het verzet.

1945-2004 250px|thumb|Beelden van de in 1951 opgerichte medische faculteit en de eerste promotieplechtigheid binnen deze faculteit in 1955 In maart 1945 was de oorlog inmiddels bijna voorbij, en werden de colleges hervat. Niet lang daarna werd besloten dat de universiteit vanuit het stadscentrum zou verhuizen naar het Landgoed Heyendael (de latere stadswijk Heijendaal). De nieuwe bouwopdracht hiervoor werd gegund aan de vier architecten Marinus Jan Granpré Molière, J.van der Laan, J.G. Deur en Cees Pouderoyen. Zij gingen uit van de destijds populaire gedachte (overgewaaid vanuit de Verenigde Staten) dat iets als een universiteit nog het beste in natuurgebied gevestigd kon zijn, een eind uit de buurt van het echte stadsleven. In 1949 kocht het universiteitsbestuur het landgoed Heijendaal op van de erfgenamen van Frans Jurgens.

De eerste ontwerpen betroffen die voor de medische faculteit, een project dat onder leiding stond van J. van der Laan. Het hiervoor voorziene terrein lag meteen ten zuiden van de spoorlijn Nijmegen-Venlo. Ook de faculteiten Wis- en Natuurkunde moesten op deze plek komen. De daadwerkelijke bouwwerkzaamheden begonnen op 21 december 1950. Nadat op het landgoed Heyendael de medische faculteit in 1951 als eerste was opgeleverd, volgden gaandeweg de andere faculteiten: Wis- en Natuurkunde, ontworpen door het Heerlense bureau F.P.J. Peutz (deze faculteit werd opgericht in 1957; nu is dit Natuurwetenschappen, Wiskunde & Informatica), Sociale Wetenschappen (opgericht in 1963), Wijsbegeerte, Letteren en Godgeleerdheid (aanvankelijk door het Rotterdamse bureau Kraaijvanger; in 1974 verplaatst naar het toen nieuwe Erasmusgebouw), Rechtsgeleerdheid (begin jaren 80 verhuisd naar de Thomas van Aquinostraat), en ten slotte Beleidswetenschappen (opgericht in 1988; nu Managementwetenschappen). Het hele project werd in deze tijd bekend als het "Kelkplan"; het universiteitsterrein als geheel moest de vorm van een kelk krijgen, verwijzend naar de symboliek in het rooms-katholicisme.

Het nabijgelegen Canisiusziekenhuis aan de St. Annastraat was voorzien als academisch ziekenhuis; de campus van de medische faculteit zou rechtstreeks hieraan gaan grenzen. Voorts was in de oorspronkelijke plannen ook de aangrenzende wijk Galgeveld voorbestemd om een zeer belangrijk deel van de universiteitscampus te worden, met een plein van 140 bij 200 meter waar tevens het nieuwe hoofdgebouw zou komen, evenals de universiteitsbibliotheek en een kapel. De nieuwe gebouwen van de A-faculteit zouden ook allemaal in Galgeveld komen. In 1960 werd echter definitief besloten dat het universitaire hoofdgebouw in Heijendaal moest komen te staan. Galgeveld werd daarmee als plek voor de campus veel minder belangrijk; hier werden uiteindelijk enkel de Mensa, een deel van de studentenflats en de studentenkerk gebouwd.

Voor een andere, zeer ingrijpende wijziging moest zelfs het hele stratenplan in Heijendaal op de schop. De Driehuizerweg, die tot dan toe de hoofdverbindingsweg was tussen het zuidelijker gelegen landgoed Brakkenstein en het stadscentrum in het noorden, vormde de oostgrens van de nieuwe universiteitscampus. Ter hoogte van het Toernooiveld werd deze weg nu geheel afgesloten in noordelijke richting. Er zou anders namelijk onvoldoende ruimte zijn geweest voor de faculteiten Wis- en Natuurkunde, nu ook de A-faculteiten volgens het gewijzigde plan volledig in Heijendaal zouden komen te liggen. De Heyendaalseweg werd nu de nieuwe hoofdverbindingsroute vanaf de campus richting het noorden; deze weg werd in noordelijke richting een heel stuk langer gemaakt en ook iets verlegd. Als gevolg van al deze aanpassingen viel de bouw van de B-faculteiten in de periode 1962-1965 stil. Het eerste laboratoriumgebouw hiervan was op dat moment al gerealiseerd, en kwam nu enigszins merkwaardig te liggen. Ook raakte het Toernooiveld enigszins geïsoleerd.

thumb|Demonstrerende studenten bezetten in 1972 de universiteitsaula thumb|Overzicht van het universiteitsterrein in 1976. Er brak na 1945 een langdurige periode van grote bloei aan voor de universiteit. Hoogleraren als Lodewijk Rogier, Jac. van Ginneken S.J., Alphons Mulders, Bernard Alfrink, Reinier Post, Frans Haarsma, Anton van Duinkerken, Willem Grossouw, David de Levita, Frits van der Meer, Gerard Brom, Jan van der Ploeg O.P., Piet Schoonenberg S.J., Han Fortmann, Wim van der Grinten, Edward Schillebeeckx O.P. en Jos van Kemenade werden bekende boegbeelden. Ook het aantal studenten groeide snel, van 3000 in 1960 tot 15.000 in 1980. Nijmegen kreeg uiteindelijk een brede universiteit met acht faculteiten.