Psychiatrie is een medisch specialisme dat zich bezighoudt met psychische ziektebeelden en soms ook wel met de psychische gezondheid in het algemeen. Het gaat daarbij zowel om diagnostiek en behandeling (therapie) als om preventie en wetenschappelijk onderzoek naar de epidemiologie en werkingsmechanismen van deze aandoeningen. Het hoofddoel van de psychiatrie is het verlichten van psychisch lijden dat een gevolg is van psychiatrische aandoeningen en het vergroten van het psychisch welbevinden van de psychiatrisch patiënt en diens omgeving.
Een psychiater is een arts met een aanvullende opleiding tot specialist in de psychiatrie. De term psychiatrie is geïntroduceerd in 1808 door Johann Christian Reil en is een samenvoeging van het Griekse psyche (ψυχὴ), wat ziel of geest betekent, en iatros wat arts betekent (letterlijk geneeskunde van de ziel). De woorden psychiatrie en psychiatrisch worden ook wel in algemenere zin gebruikt om te verwijzen naar de geestelijke gezondheidszorg (ggz). Zo kan van een psychiatrisch verpleegkundige worden gezegd dat die 'in de psychiatrie werkt' of van een ex-patiënt dat die 'in de psychiatrie heeft gezeten'. In de psychiatrie (ggz) werken naast psychiaters ook andere hulpverleners, zoals psychologen, verpleegkundigen, sociotherapeuten en vaktherapeuten.
Behandeling Psychiatrie maakt in principe gebruik van de medische aanpak, maar heeft wel zijn eigen kenmerken die in veel opzichten verschillen van die van de somatische geneeskunde. Behandelingen kunnen bestaan uit verschillende modaliteiten waaronder verschillende soorten gesprekstherapieën, non-verbale therapieën, geneesmiddelen zoals antipsychotica, antidepressiva, sedativa en anxiolytica. In de psychiatrie kunnen in België en Nederland – overigens net als in de somatische geneeskunde – mensen tegen hun zin worden vastgehouden en soms behandeld als ze een gevaar vormen voor zichzelf of voor anderen.informatie over gedwongen opname en behandeling Gedwongen behandeling is daarbij veel minder gemakkelijk mogelijk dan gedwongen opname.gedwongen behandeling bij psychiatrische opname
Psychiatrie wordt beoefend door psychiaters, maar er zijn ook tal van andere behandelaars die zich met psychiatrische cliënten ofwel patiënten bezighouden. Voorbeelden zijn gz-psychologen, sociaal-psychiatrisch verpleegkundigen (Nederland), psychiatrisch verpleegkundigen, vaktherapeuten, sociotherapeuten, maatschappelijk werkers en ervaringsdeskundigen. De psychiater is – met de huisarts en de verpleegkundig specialist – als enige gerechtigd medicatie voor te schrijven.
Zoals in de hele geneeskunde geldt ook in de psychiatrie dat er ernstige, vrijwel onbehandelbare psychiatrische ziekten zijn en kwalen die vanzelf overgaan, en/of goed te behandelen zijn. Voor sommige aandoeningen bestaan medicamenten die met wisselend succes de symptomen onderdrukken en soms na een zekere periode weer kunnen worden afgebouwd. De effectiviteit van medicatie varieert van individu tot individu en vaak is een proefbehandeling de enige manier om te weten te komen of er effect optreedt. Medicijnen die genezen in de zin dat ze 'de oorzaak' van de ziekte verhelpen bestaan in de psychiatrie nog niet.
Het kernprobleem van de psychiatrie Een belangrijk probleem, misschien wel het kernprobleem in de psychiatrie, is dat de oorzaken van de meeste psychiatrische ziekten niet goed bekend zijn en in geen enkel geval werkelijk tot op de bodem worden begrepen. Een ziekte-indeling (nosologie) zoals die in de somatische geneeskunde meestal berust op een duidelijke oorzaak of onderliggend mechanisme, is in de psychiatrie (nog) niet haalbaar. Daarom wordt in de psychiatrie een ziekte-indeling gehanteerd die vooral uitgaat van de (groep van) symptomen. Een veel gehanteerde indeling is die volgens het Amerikaanse Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM). Er is wel veel onderzoek gedaan en nog steeds gaande, waarbij bij vele ziekten biochemische afwijkingen, erfelijke factoren en omgevingsfactoren zijn gevonden die met de ziekte samengaan, maar van een duidelijke, aantoonbare oorzaak-gevolgrelatie is meestal geen sprake.
Ook rijst altijd de vraag of lichamelijke afwijkingen, b.v. in de hersenen, oorzaak of gevolg van de ziekte zouden zijn. In de loop der eeuwen zijn daarom voor bijna iedere psychiatrische ziekte vele hypothesen over de oorzaak opgesteld, die sterk aan mode onderhevig zijn en waarvoor er meestal ook geen bewijs kan worden geleverd. Er zijn perioden geweest dat psychiatrische ziekten vooral aan de omgeving werden geweten, aan de situatie in het gezin van de patiënt als kind, aan de erfelijkheid, en bij verder teruggaan in de geschiedenis van bezetenheid door demonen, enz. Bij de meeste ziekten bestaan er bovendien diverse verklaringsmodellen die elkaar soms aanvullen maar soms ook tegenspreken.
In de eenentwintigste eeuw maakt de 'biologische psychiatrie' opgang, die stelt dat aan de meeste of zelfs alle psychiatrische ziekten een pathologisch proces in de hersenen ten grondslag ligt. Het onderliggende filosofische standpunt dat de geest zich alleen manifesteert dankzij onderliggende fysieke structuren (de hersenen) wordt niet door iedereen geaccepteerd, en het debat hierover woedt eigenlijk al sinds Descartes. De hersenen zijn een zeer complex orgaan, dat zich maar moeilijk voor onderzoek bij levende mensen leent. Niettemin zijn in praktische zin vorderingen geboekt bij de behandeling met medicamenten van de belangrijkste 'grote' psychiatrische ziekten, depressie en schizofrenie. De symptomen van deze aandoeningen kunnen vaak zodanig teruggedrongen worden dat mensen niet meer voor de rest van hun leven in een psychiatrisch ziekenhuis behoeven te verblijven.
Diagnostiek Iedere vorm van rationele geneeskunde kan pas beginnen als er een methode bestaat om patiënten met soortgelijke aandoeningen te groeperen onder een diagnose. Pas dan wordt het mogelijk bij mensen met dezelfde diagnose behandelingen in te stellen en systematisch te evalueren hoe goed die werken. Hieraan heeft het heel lang geschort in de psychiatrie. Pas door psychiaters als Emil Kraepelin en later Eugen Bleuler werden pogingen ondernomen om een systematiek van psychiatrische diagnosen te ontwerpen. Traditioneel had iedere psychiater zijn eigen methode om diagnosen te stellen en die methoden verschilden ook sterk tussen landen en tussen scholen in de psychiatrie. De diagnose 'schizofrenie' betekende in Europa bijvoorbeeld iets heel anders dan in de Verenigde Staten. Hierdoor werd het moeilijk om te bepalen of een behandeling in de ene kliniek ook zinvol kon zijn in een andere, omdat in die kliniek misschien wel een heel andere groep mensen werd begrepen onder die diagnose.
DSM Om aan deze spraakverwarring een halt toe te roepen, is het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM) in het leven geroepen. IN 2013 kwam het DSM-5 gereed dat op sommige gebieden grote verschillen vertoont met de vierde editie. DSM-5 verscheen in 2014 in het Nederlands. In het DSM worden alle diagnosen operationeel gedefinieerd, dat wil zeggen dat iemand die met de patiënt praat en het boekje in de hand heeft (of in het hoofd) in het ideale geval van iedere diagnose kan zeggen of deze gesteld kan worden of niet, en dat onderzoek door verschillende artsen bij dezelfde patiënt ook inderdaad tot dezelfde diagnose leidt. Dit is een ideaal dat nooit kan worden bereikt, omdat ook vrijwel alle psychiatrische symptomen in verschillende graad kunnen voorkomen, van normaal tot duidelijk pathologisch. Wanneer is iemand ziekelijk jaloers, of ziekelijk somber? De beoordeling of een individueel symptoom bij iemand aanwezig is kan dus ook tussen verschillende waarnemers variëren.
Er staan veel lijstjes van symptomen in het DSM, waarbij de patiënt er dan vaak enkele beslist moet hebben voor de diagnose kan worden gesteld terwijl er meestal een aantal nevensymptomen bij staan die de diagnose verder kunnen ondersteunen.
Het DSM pretendeert niet de oorzaak van de beschreven beelden te weten; het is puur een poging om te bevorderen dat patiënten met vergelijkbare symptomen ook een vergelijkbare diagnose krijgen, zodat ze behandeld kunnen worden met methoden die bij een vergelijkbare groep mensen onderzocht zijn en die daarbij werkten. Het DSM is een nomenclatuur. Het DSM maakt daarnaast gebruik van een meer-assige diagnose om de situatie van de patiënt zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven. Er wordt niet alleen naar het actuele probleem gekeken, maar ook naar de persoonlijkheidsstructuur, factoren in de omgeving, lichamelijke ziekten en de lijdenslast die de situatie met zich meebrengt.
Het DSM is dus een beschrijvende lijst van psychische stoornissen, bijvoorbeeld depressie, neurose, psychose, aboulie, OCD, schizofrenie, persoonlijkheidsstoornissen enz., zoals die onder andere in de westerse wereld voorkomen en onderzocht zijn. (In landen met niet-westerse culturen komen soms verschijnselen voor die in westerse ogen psychiatrisch van aard zijn maar binnen die cultuur in een ander kader geplaatst worden, zoals het geloof in winti in Suriname). Het DSM wordt geregeld (ongeveer om de tien jaar) herzien als de inzichten over welke eigenschappen kenmerkend zijn voor een bepaald beeld veranderen. Dit moet natuurlijk niet al te vaak gebeuren omdat er geen wetenschappelijk onderzoek opgezet kan worden op basis van een diagnose als die diagnose in de tussentijd steeds verandert.
Deelgebieden Binnen de psychiatrie kunnen de volgende deelgebieden onderscheiden worden. Eerstelijnspsychiatrie Forensische psychiatrie Kinder- en jeugdpsychiatrie Ouderenpsychiatrie Neuropsychiatrie Sociale psychiatrie Transculturele psychiatrie Verslavingsgeneeskunde Ziekenhuispsychiatrie Naast psychiatrische sub-specialisaties hebben ook disciplines als neurologie, neurochirurgie en psychologie veel raakvlakken met de psychiatrie.
Veelvoorkomende psychiatrische ziektebeelden Psychiatrische aandoeningen manifesteren zich in de loop van het leven bij een groot percentage van de bevolking. Ongeveer 0,5-1,1% van de bevolking, wereldwijd en in alle samenlevingen, lijdt aan schizofrenie.Regier DA, Narrow WE, Rae DS, Manderscheid RW, Locke BZ, Goodwin FK. The de facto US mental and addictive disorders service system. Epidemiologic catchment area prospective 1-year prevalence rates of disorders and services. Arch Gen Psychiatry. 1993 Feb;50(2):85-94.Joan Arehart-Treichel. Global Schizophrenia Prevalence May Have Been Overstated. Psychiatric News July 1, 2005 Volume 40 Nr 13 Een groot deel van de mensen maakt minstens eenmaal in zijn of haar leven een depressie door, en op ieder moment is ongeveer 5% van de bevolking depressief.Riolo SA, Nguyen TA, Greden JF, King CA. Prevalence of depression by race/ethnicity: findings from the National Health and Nutrition Examination Survey III. Am J Public Health. 2005 jun;95(6):998-1000. Daarnaast komen fobieën en ernstige persoonlijkheidsstoornissen heel veel voor.
Verplichte zorg De Wet verplichte ggz (WvGGZ) is bedoeld om te komen tot een verantwoorde toepassing van Middelen en Maatregelen en zodoende de patiënt te beschermen tegen machtsmisbruik en willekeur. Voorts omschrijft deze wet ook de rechten van de patiënt gedurende het onvrijwillige verblijf. Of er besloten wordt tot het verlenen van verplichte zorg is afhankelijk van de toetsing van subsidiariteit, doelmatigheid, proportionaliteit en veiligheid van de beoogde vorm van verplichte zorg. Een gedwongen opname in de psychiatrie (als het onder de WvGGZ geschiedt) is wettelijk mogelijk op de eerste twee onderstaande manieren (crisismaatregel en zorgmachtiging).
Crisismaatregel ('CM')