Doel is een dorp in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen en een deelgemeente van Beveren-Kruibeke-Zwijndrecht. Doel ligt in het uiterste noordoosten van de provincie, op de linkeroever van de Schelde, in de polders van het Waasland, vlak bij de Nederlandse grens. In de Wase dialecten noemt men het dorp "Den Doel". Doel raakte sinds de jaren zestig bekend door uitbreidingsplannen voor de haven van Antwerpen die het dorp zouden laten verdwijnen. Sinds 1998 zijn er plannen voor een nieuw dok dwars over het dorp. In maart 2022 werd uiteindelijk toch een akkoord bereikt waardoor de uitbreiding van de haven kan doorgaan zonder dat Doel daardoor moet verdwijnen of onleefbaar wordt. Ook het veer tussen Lillo en Doel wordt hersteld. Midden augustus kwamen de eerste nieuwe inwoners wonen in het dorp."Vreemd om in spookdorp te wonen": Yokaty en haar gezin eerste nieuwe inwoners van Doel sinds start renovaties, VRT NWS, 7 augustus 2025

Doel was tot 1977 een zelfstandige gemeente met een oppervlakte van 25,61 km² en telde in 1972 ca. 1300 inwoners. Op 31 december 2007 telde Doel nog 388 inwoners, op 31 december 2014 nog slechts 147 inwoners. De deelgemeente Doel omvat naast de dorpskern de gehuchten Ouden Doel, Rapenburg en Saftingen. Verder hoort ook de Prosperhaven (dit is de haven van Prosperpolder) en De Schoof nog bij Doel. Net ten noorden van het dorp staat de kerncentrale Doel, die stroom levert aan afnemers in België, Nederland en Duitsland.

Geschiedenis

thumb|left|Hooghuis

De Doolen thumb|Eind achttiende eeuw lag Doel op een schiereiland tussen de schelde en het Verdronken Land van Saeftinghe Doel wordt voor het eerst vermeld in 1267 als "De Doolen". De precieze betekenis is onduidelijk, mogelijk verwijst het naar de "dalen" in de zin van uitgegraven zandhopen. In de middeleeuwen zouden De Doolen nog eilandjes in de Schelde geweest zijn. Het gebied rond Doel was oorspronkelijk veengebied en maakte deel uit van een brede oost-west georiënteerde veenzone over heel Zeeuws-Vlaanderen en het noorden van Oost-Vlaanderen. Vooral ten noorden van Doel, in wat nu het Verdronken Land van Saeftinghe is, was de veenlaag bijzonder dik. Vanaf de 13e eeuw werd in deze veenzone intensief turf gewonnen. Doel en omliggende gebieden behoorden oorspronkelijk toe aan de heer van Beveren, die de turfwinning stimuleerde. In 1571 werd Doel samen met Kieldrecht een afzonderlijke heerlijkheid: het Land van den Doel.

De turfafgraving in het veen verlaagde op veel plaatsen het bodempeil en maakte het gebied kwetsbaar voor overstromingen. Tegelijk kwam de Schelde vanaf de 12e eeuw steeds sterker onder invloed van de Noordzee. Daardoor raakten Doel en andere noordelijke delen van het Land van Beveren vanaf de 14e eeuw regelmatig volledig overstroomd en werden dijken en polders aangelegd. De dijken rond de Doelpolder werden verstevigd in 1567.

Inundatie van 1583 Heel het middeleeuwse polder- en turfwinningstelsel in de streek ging in 1583 verloren bij catastrofale overstromingen in de 16e eeuw en de onderwaterzettingen om strategische redenen tijdens de Tachtigjarige Oorlog, voor het eerst bij het beleg van Antwerpen door Alexander Farnese.

Doel en de Doelpolder werden vanaf 1585 bezet door de Staatse legers. Tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) was de hele streek een desolaat gebied waar Scheldeoverstromingen en getijden vrij spel hadden. De dijken rond de Doelpolder waren echter nog rond 1567 extra versterkt en gedeeltelijk bewaard. Doel fungeerde als steunpunt in de oorlogslinies en ter hoogte van de huidige molen bevond zich een fort met een Hollands garnizoen.

Nieuwe inpoldering (1613-1614) De Doelpolder was het eerste gebied om opnieuw bedijkt te worden na de inundatie van 1583.Ruraal erfgoed linkeroever: Onderzoek naar het ruraal erfgoed in de Wase polders. Deel I: Landschapshistorisch en archeologisch onderzoek., Departement Mobiliteit en Openbare Werken, Vlaamse overheid In 1614 gaven de Staten-Generaal van de Republiek der Verenigde Nederlanden de toestemming om Doel te bedijken en werd begonnen met de planmatige aanleg van het dorp en de polder. Doel en de Doelpolder vormden zeer lang de facto een eiland, omgeven door de Schelde, kreken en slikken. De vandaag nog bestaande Doelse Polderdijk in het noorden vormde de grens met latere inpolderingen en laat een deel van de contouren van het eiland nog goed zien.

Bestuur Doel hoorde kerkelijk bij de parochie Kieldrecht, dat in 1649-1654 opnieuw bedijkt werd.

Het duurde tot 1792 eer Doel een zelfstandige parochie werd. In dat jaar werd Doel ook toegewezen aan de keizer van Oostenrijk en kwam het definitief bij de Zuidelijke Nederlanden. Pas na de Belgische onafhankelijkheid werd Doel een zelfstandige gemeente.

Burgemeesters Bij Kieldrecht 1789: Petrus Gilles 1797: Joannes Franciscus Verstraeten 1801: S. Van Craenenbroeck 1808: Engelbert Camerman 1813: Petrus Goossens

Doel is een eigen gemeente 1836: Joannes Cornelius Camerman (zoon van Engelbert Camerman) 1872: Carolus Camerman (kleinzoon Joannes Cornelius Camerman) 1886: Joannes Thieleman 1892: Dr. Kamiel Flahou 1898: Jan Gips 1926: Dr. Ludovicus Versichel 1932: Edmond Jonckheere 1941: Dr. L. Monden 1945: Edmond Jonckheere 1959: Jozef Herman 1965: Ger. Van Gijsel 1971: Rafael De Roeck

Bij Beveren 1976: Marcel Van der Aa 1993: François Smet 2005: Marc Van De Vijver

Buurtspoorweg In 1893 bereikte de stoomtram der NMVB Doel, waar het eindpunt was van deze lijn, komende uit Sint Niklaas. Het was een van de weinige 'geïsoleerde' "boerentram"lijnen; er was dus aan beide uiteinden geen verbinding met andere NMVB-lijnen. In 1944 werd deze lijn opgeheven.Railatlas Vicinal, S. Justens & D.v.d. Spek, uitgeverij Rail Memories, 2005.

Tweede Wereldoorlog De gemeente werd rond 22 mei 1940 bezet door het Duitse leger en bevrijd op 8 september 1944. Tijdens de Bezetting is de verzetsbeweging De Witte Brigade actief. Vele leden hiervan zijn bij acties omgekomen. Het oorlogsmonument aan de kerk van Doel meldt 14 namen van dodelijke slachtoffers.https://bel-memorial.org/cities/oost-vlaanderen/doel/doel_mom.htm Gemeente DOEL Oorlogsmonument W.O. I en II. Gearchiveerd op 1 december 2022.

Bedreiging door industriële expansie Plannen uit de jaren 60 De eerste plannen voor de havenexpansie op de linker Scheldeoever stammen uit 1963 en voorzagen dat heel de Wase Scheldepolders en Doel zouden verdwijnen voor havendokken en industriegronden. In 1968 werd in het dorp een bouwverbod van kracht. Er werden echter nog geen onteigeningen uitgevoerd en de bevolking ging een periode van tien jaar lange onzekerheid in. De Intercommunale voor het Waasland argumenteerde dat het verdwijnen van Doel de enige menswaardige oplossing is, maar in 1976 verkondigde Antwerps havenschepen Leo Delwaide dat het dorp niet hoeft te verdwijnen en dat de industrieterreinen op linkeroever rond het dorp aangelegd kunnen worden.De teloorgang van een Scheldedorp, VRT Nieuws, 28 augustus 2009. Gearchiveerd op 10 april 2022.

In 1967 werd ten noorden van Doel het Paardenschor onteigend, waar enkele jaren later (op het zuidelijke deel) de kerncentrale van Doel zou verrijzen. Vanaf 1969 werd gestart met de bouw ervan. Deze vormt de oudste moderne industriële inplanting in Doel. De kerncentrale van Doel ligt één kilometer ten noorden van het dorp en bestaat uit vier centrales (Doel 1, in gebruik genomen in 1974, Doel 2 in 1975, Doel 3 in 1982 en Doel 4 in 1985).

1978, gewestplan: Behoud van Doel Na de economische terugval werden de expansieplannen teruggeschroefd. In 1978 komt staatssecretaris voor Streekeconomie Mark Eyskens per helikopter naar Doel om aan te kondigen dat Doel als 'specifiek en waardevol dorp' definitief mocht blijven. Ondertussen was men echter wel al begonnen met onteigeningen.

Op het gewestplan van 7 november 1978 kwam de zogenaamde De Bondtlijn tot stand: een lijn van oost naar west net ten zuiden van Doel die de uitbreidingszone voorlopig beperkte tot het zuidelijke deel van de Scheldepolders. Op hetzelfde gewestplan werd een reservatiestrook voor het Baalhoekkanaal ingetekend, zonder dat er een overeenkomst was met Nederland, en werden de polders ten noorden van de De Bondtlijn ingekleurd als landbouwgebied én havenuitbreidingsgebied (voor gebruik in de toekomst) en werden de dokken van de Waaslandhaven (met o.a. het Doeldok en Kieldrechtdok, maar zonder Deurganckdok) voorzien. Rond Doel bleef een ruime zone gespaard van havenuitbreiding en bleef Doel behouden voor landbouw en wonen. Het bouwverbod werd datzelfde jaar opgeheven. Het bouwverbod had echter wel voor leegstand en verouderde huizen in het dorp gezorgd. In de eerste helft van de jaren 80 kwam de Waaslandhaven met net ten zuiden van Doel het nooit gebruikte Doeldok tot stand. Nadat de gemeente Doel in 1977 gefuseerd was met Beveren herwaarde de gemeente het dorp. Tegelijkertijd startte de Maatschappij Linkerscheldeoever (MLSO) met een actieve verwervingspolitiek in de Doelpolder (o.a. Ouden Doel).Uniek dijkgehucht verdwijnt voor... Tja, voor wat eigenlijk?, De Standaard, 2 april 2016. Gearchiveerd op 24 april 2023.

Plannen uit de jaren 90 en 2000: gewestplanwijziging voor Deurganckdok en Saeftinghedok thumb|Spandoek met de tekst "Doel 2020" op een huis. Op Google Streetview is te zien dat dit huis inmiddels afgebroken is. alt=Graffiti in Doel|miniatuur|Graffiti in Doel thumb|Dorpscentrum van Doel, met op de achtergrond de haven In 1995 raakten uitbreidingsplannen bekend van de Administratie Waterwegen en Zeewezen van het Vlaamse gewest om een nieuw containerdok net ten zuiden van Doel aan te leggen: het Deurganckdok. De uitvoering van het Deurganckdok deed vragen rijzen over de leefbaarheid van Doel en in de jaren daarna kwam het tot een bittere strijd om het voortbestaan van het dorp. In 1997 werd het actiecomité Doel 2020 opgericht en engageerden bekende figuren als oud-senator Ferdinand De Bondt en cineast Frank Van Passel zich in het protest. Onduidelijke politieke beslissingen en juridische blunders leidden tot grote vertragingen bij de bouw van het Deurganckdok en jarenlange onzekerheid over de toekomst van het dorp. De bewoners raakten verdeeld in een deel dat wenste te blijven en een deel dat een duidelijke en billijke onteigeningsregeling eiste. Op 1 juni 1999 besliste de Vlaamse regering-Van den Brande IV na een eerdere voorlopige gewestplanwijziging op 20 januari 1998 dat Doel als woongebied van het gewestplan moest verdwijnen voor een tweede getijdendok, het Saeftinghedok.

Na de wissel in de Vlaamse regering in 1999 werd op aandringen van Agalev een studie uitgevoerd naar de leefbaarheid van Doel na de voltooiing van het Deurganckdok. VLD en SP zagen de leefbaarheidsstudie als glijmiddel voor de gewestplanwijziging en het schrappen van Doel als woongebied, terwijl volgens coalitiepartners Agelev en VU Doel wel nog leefbaar was naast een Deurganckdok met actieve containerterminal en dat het dorp dus kon blijven.Leefbaarheidsstudie Doel tast grenzen regeerakkoord af, De Standaard, 10 maart 2000 De leefbaarheidsstudie concludeerde echter dat Doel leefbaar was en de wetenschappers aanbevalen om die leefbaarheid te versterken (in het geval het dorp zou blijven bestaan).Leefbaarheidsstudie Doel werd glijbaan, De Standaard, 23 juni 2000. Gearchiveerd op 2 april 2022. De gewestplanwijziging voor het Saefthingedok was echter gemotiveerd met de reden dat Doel toch al niet meer leefbaar is met Deurganckdok en de bijhorende containerterminal er vlak naast.