Het verbond van wilgenbroekstruwelen (Salicion cinereae) is een verbond uit de orde van wilgenbroekstruwelen (Salicetalia auritae). Het verbond omvat broekstruwelen die gedomineerd worden door breedbladige wilgen en sporkehout. Deze gemeenschappen komen voor op continu natte bodems.

Naamgeving en codering Synoniemen Alno-Salicion cinereae Doing 1962 Salicion auritae Doing 1962 Comaro-Salicion cinereae H.Passarge & Hofmann 1968 Eriophoro-Salicion cinereae H.Passarge & Hofmann 1968 Syntaxoncode voor Nederland (rVvN): r39Aa

De wetenschappelijke naam Salicion cinereae is afgeleid van de botanische naam van grauwe wilg (Salix cinerea).

Fysiognomie Wilgenbroekstruwelen worden gekenmerkt door een dichte struiklaag, met drie vrijwel steeds voorkomende soorten: het naamgevende sporkehout, en de breedbladige wilgensoorten grauwe- en geoorde wilg. Zeldzamer is de hybride van deze beide, Salix ×multinervis.

De samenstelling van de ondergroei is afhankelijk van de trofiegraad van de bodem. Op arme bodems vinden we vooral planten uit het hoogveen, zoals gewone dophei en verschillende soorten veenmossen in de moslaag. Op voedselrijkere plaatsen zijn moerasplanten zoals riet en gele lis dominant in de kruidlaag en is de moslaag eerder beperkt.

Ecologie thumb|Een aspect van de binnenkant van de associatie van grauwe wilg. Het verbond van wilgenbroekstruwelen omvat plantengemeenschappen van natte standplaatsen op venige, minerale bodems, gematigd voedselarm tot gematigd voedselrijk, de pH van neutraal tot zuur.

Wilgenbroekstruwelen worden vooral gevonden in duinvalleien, langs beekdalen, in laagveengebieden en aan de rand van hoogvenen.

Associaties in Nederland en Vlaanderen Het verbond van wilgenbroekstruwelen wordt in Nederland en Vlaanderen vertegenwoordigd door twee associaties.

associatie van geoorde wilg (Salicetum auritae) associatie van grauwe wilg (Salicetum cinereae)

Romp- en derivaatgemeenschappen Het verbond telt één rompgemeenschap, een vegetatie die enkel kensoorten en differentiërende soorten bezit van een hoger syntaxonomisch niveau dan de associatie, samen met nog begeleidende soorten.

Rompgemeenschap van wilde gagel en hennegras De rompgemeenschap van wilde gagel (RG Myrica gale-[Salicion cinereae/Caricion nigrae]) vormt een dichte, laagblijvende begroeiing op matig voedselrijke, venige bodems.

De struiklaag wordt gedomineerd door wilde gagel (Myrica gale), vergezeld door grauwe wilg en sporkehout, wilde kamperfoelie en gewone braam. In de kruidlaag vinden we vooral riet, hennegras, smalle stekelvaren en pijpenstrootje. De moslaag bestaat vooral uit gewoon veenmos, moerasbuidelmos, gewoon peermos, gewoon haarmos en gewoon sterrenmos.

De syntaxoncode voor Nederland is r39RG01, BWK-karteringseenheden voor Vlaanderen is het gagelstruweel (sm).

Diagnostische taxa voor Nederland en Vlaanderen thumb|150px|Grauwe wilg Het verbond heeft voor Nederland en Vlaanderen slechts één specifieke kensoort: de grauwe wilg.

Struiklaag Kentaxon Diff.soort Abundantie Triviale naam Botanische naam Opmerking kV 40 > 90% grauwe wilg Salix cinerea

Kruidlaag Kentaxon Diff.soort Abundantie Triviale naam Botanische naam Opmerking Afbeelding bg grote wederik Salix cinerea

Moslaag Kentaxon Diff.soort Abundantie Triviale naam Botanische naam Opmerking Afbeelding bg 22% gewoon puntmos Calliergonella cuspidata

Fotogalerij thumb|800px|Vegetatieaspect van het verbond van wilgenbroekstruwelen in De Liereman.

Zie ook Verbond van wilgenvloedbossen en -struwelen

Categorie:Struweel Wilgenbroekstruwelen