thumb|Topografische gemeentekaart van het Bildt, september 2017 Het Bildt (; Bildts: 't Bildt; Fries: It Bilt) is een streek en voormalige gemeente in de Nederlandse provincie Friesland met als hoofdplaats Sint Annaparochie. De gemeente telde 10.502 inwoners (per 30 april 2017, bron: CBS) en ligt aan de Waddenzee met 15,4 km kust. Het Bildt maakte ooit deel uit van de Middelzee en is een van de oudste Nederlandse polders. Hertog George van Saksen liet het gebied in 1505 inpolderen door Hollanders. De bewoners van dit gebied worden Bilkerts genoemd, zijn van een Hollandse oorsprong en spreken een eigen karakteristieke taal. Er wordt zodoende in dit gebied grotendeels, niet het in Friesland gebruikelijke Fries maar, Bildts gesproken. De naam "het Bildt" komt van opgebild, wat opgeslibd betekent. Men is ook niet 'in' het Bildt maar 'op' het Bildt.

De bodem (zeeklei) is zeer vruchtbaar, het gebied leeft van landbouw; voornamelijk pootaardappelen, graan, uien, suikerbieten en in zeer geringe en afnemende mate van fruitteelt. Er is een eigen aardappelras ontwikkeld; de Bildtstar.

Op 1 januari 2018 is de gemeente het Bildt samen met de gemeenten Franekeradeel, Menameradiel en vier dorpen van de gemeente Littenseradiel opgegaan in de nieuwe gemeente Waadhoeke.

Kernen De gemeente het Bildt telde tussen 1984 en 2018 zeven officiële dorpen, waarbij het de Nederlandse namen als de officiële hanteerden. Het Friestalige Minnertsga werd in 1984 vanuit de opgeheven gemeente Barradeel bij het Bildt gevoegd. Nij Altoenae kreeg begin deze eeuw een van de twee postcodes van Oude Leije en werd daardoor een officiële kern.

Dorpen Aantal inwoners per dorp op 1 januari 2010: Nederlandse naamBildtse naamFriese naamInwonersSint AnnaparochieSint-AnneSint Anne4395MinnertsgaMinnertsgaMinnertsgea1680Sint JacobiparochieSint-JabikSint Japik1390OudebildtzijlOuwe-SylAldebiltsyl735VrouwenparochieFroubuurtFroubuorren560Nij AltoenaeNij AltoenaNij Altena295WesthoekDe WesthoekDe Westhoekca. 280 Bron: CBS, "Gemeente Op Maat"

Het dorp Oude Leije viel ook deels binnen het Bildt (verdeeld onder Oudebildtzijl en Vrouwenparochie).

Buurtschappen Naast deze officiële dorpen bevonden zich in de gemeente de volgende buurtschappen: Nieuwebildtzijl (Bildts: Nije-Syl) Oosthoek (Bildts: De Oasthoek) Stad Niks (Bildts: De Stad Niks) Vrouwbuurtstermolen (gedeeltelijk, Bildts: Froubuurtstermoln) Zwarte Haan (Bildts: (De) Swarte Haan)

Gemeentewapen Het gemeentewapen van het Bildt is omstreeks 1620 voor het eerst in de archieven gekomen, eerst op oude zegels, vervolgens op landkaarten van de gemeente. Het wapen geeft de ontstaansgeschiedenis aan van de gemeente. De blauwe achtergrond staat voor de zee, waaruit het land is gewonnen en tevens de status van kustgemeente. De drie schelpen staan voor de dorpen Sint Annaparochie, Sint Jacobiparochie en Vrouwenparochie. De vruchtbare grond wordt gesymboliseerd door de aren. Het wapen werd vaak ondertiteld en betiteld als 'Aren út Skelpen'.

Taal In het poldergebied van het Bildt wordt geen Fries, maar Bildts gesproken. Na diverse studies wordt algemeen aangenomen dat dit Hollandse dialect één (of meerdere) Zuid-Hollandse dialect(en) als basis heeft gehad en dat het door de eeuwen heen (in niet nader vast te stellen mate) beïnvloed is door het Fries uit omliggende gebieden (zie Geschiedenis). Onlangs heeft professor Kees Kuiken aangetoond uit zijn onderzoek dat de rijke aristocrate Bildts/Zuid Hollandse boeren in de 16e eeuw zeer actief betrokken zijn geweest in de handel in de Harlinger havens en op de Leeuwarder en Franeker markten, er handelscontacten waren met voornamelijk de toenmalige bierhoofdstad Haarlem (en Amsterdam) voor de levering van graan. Het Bildt werd destijds als de graanschuur van Nederland gezien. Daarmee is aangetoond dat het Bildt geen enclave is geweest maar onder invloed heeft gestaan van diverse dialecten en talen waaronder het Fries en de Stadsfries. Gezien de vooraanstaande positie van deze aristocrate Bildtse boeren moet hun taal/dialect ook zijn invloed hebben gehad op de Friese taal en Stadsfriese dialecten. In welke mate valt echter niet meer te achterhalen.

Alleen in het dorp Minnertsga, dat niet in het poldergebied ligt en pas sinds de gemeentelijke herindeling van 1983 tot de gemeente het Bildt behoorde, wordt in hoofdzaak Fries gesproken.

Politiek Gemeenteraad De gemeenteraad van het Bildt bestond uit vijftien zetels. Laatstelijk (waarnemend) burgemeester van het Bildt was Gerrit Krol.

Hieronder staat de samenstelling van de gemeenteraad sinds 1998 tot de opheffing in 2018: GemeenteraadszetelsPartij19982002200620102014CDA55444Frije Bilkerts---24Werkgroep Het Bildt44443PvdA43532VVD23222Totaal1515151515

Lijst van burgemeesters van het Bildt (1851-2012)

Lijst van grietmannen van het Bildt (1555-1851)

College van B&W Het College van Burgemeester en Wethouders bestond tot 1 januari 2018 uit: Burgemeester: G. Krol – CDA Wethouder: N. Haarsma – CDA Wethouder: B. Tol – Werkgroep Het Bildt Wethouder: H. Blaak – PvdA

Geschiedenis Het Bildt maakte ooit deel uit van de Middelzee. Toen deze rond 1300 door een dijk tussen Beetgumermolen en Britsum werd afgesloten, slibden de noordelijke kwelders verder aan. In 1398 werden de Bildtse onbedijkte kwelders tezamen met Ameland door graaf Albrecht van Beieren geschonken aan Arend van Egmont, dit overigens uit louter strategisch belang. Honderd jaar later, in 1498, was het gebied aanzienlijk groter geworden door aanslibbing. Het bestond toen uit het Grote Bildt en het Kleine Bildt, en werd eigendom van hertog Albrecht van Saksen. Zijn zoons Hendrik V van Saksen en George van Saksen kregen Friesland onder hun gezag. Tot dit gebied behoorden ook de eilanden Terschelling, Griend, Ameland en deze buitendijkse kweldergronden, het tegenwoordige Bildt. Hertog Hendrik zetelde zich in de stad Franeker en oefende de feitelijke macht uit. Hij bracht namens zijn vader de inning van (hoge) pachten en belastingen ten uitvoer. Hendrik was een feodaal heerser en daardoor niet geliefd onder de Friese bevolking. Dit resulteerde op 12 mei 1500 in het Beleg van Franeker. Een leger van Friese boeren en edelen belegerden de stad Franeker, maar waren ongetraind en ongeorganiseerd. Ondanks enkele aanvallen had de belegering geen resultaat. Albrecht ontzette de stad op 16 juli 1500 middels een talrijk, haastig bijeengebracht, leger. Na de dood van Albrecht kort daarop in september 1500 volgden Hendrik en Georg hun vader op als heersers van Friesland. Op 26 maart 1501 schonken Hendrik en Georg de stad Franeker een aanzienlijk (200 morgen) stuk buitendijks kwelderland als beloning voor hun trouw aan Hendrik ten tijde van de belegering van Franeker. Deze landen dragen de naam Franekerlanden en zijn tot op de dag van vandaag nog steeds eigendom van de stad Franeker.

Feitelijk had George van Saksen het gouverneurschap van zijn broer Hendrik al enige tijd op zich genomen. Dit omdat Hendrik zijn buik vol had van de Friezen die in zijn ogen een stug en moeilijk volk waren. Hendrik was een feodaal heerser, Georg was daarentegen een capabel leider. Nog voor de formele machtsoverdracht op 30 mei 1505 tekende Georg van Saksen op 22 februari 1505 de overeenkomst om het Bildt te bedijken (het tegenwoordige Oud Bildt).

Daarvoor sloot hertog George van Saksen op 22 februari 1505 een overeenkomst met de gebroeders Dirk, Floris en Jacob van Wijngaarden, en Thomas Beukelaar, de schoonzoon van een van hen. Met deze Zuid-Hollandse heren werd afgesproken dat zij de kwelders zouden indijken tegen vrijstelling van pacht gedurende het eerste jaar. De gebroeders van Wijngaarden stonden bekend om hun eerdere succesvolle inpolderingen in Zeeland, op het Land van Altena. Dat Georg voor dit werk specifiek Hollanders inhuurde had een reden. De vader van Georg, Albrecht, had zich tot zijn dood uitvoerig verdiept in het Friese grondrecht. Het Friese grondrecht bepaalde dat bewerkte buitendijkse kwelders en landen van (Friese) particulieren en kloosters waaronder Mariengaarde na inpoldering in het bezit van deze partijen bleven. Omdat Georg veel geld investeerde (en al niet ruim meer in zijn kasgeld zat) wilde hij zoveel mogelijk pacht ontvangen na inpoldering. Hij beriep zich daarom op het Hollandse recht dat in tegenstelling tot het Friese grondrecht bepaalde dat buitendijks gebied moest worden afgestaan. Om te voorkomen dat de Friezen aanspraak zouden maken stelde Georg daarom Hollanders aan voor de inpoldering. Ondanks deze aanstelling van Hollandse lieden werden er gedurende 16e eeuw toch aanspraken gedaan op het land en vergoedingen. Uiteindelijk zijn er (geringe) vergoedingen betaald voor deze verloren door voornamelijk kloosterordes en Leeuwarder verpachters (nadere toelichting volgt hieronder).

In 1505 werd het Bildt binnen 261 dagen door circa 1500 arbeiders uit onder meer Zuid-Holland, Zeeland, Noord-Brabant en Noord-Holland ingedijkt met een dijk van dik 14 kilometer, de tegenwoordige Oudebildtdijk. In de dijk werden twee sluizen gebouwd, één oostelijk en één westelijk, waarvan die van Oudebildtzijl nog bestaat. Het werk werd nog voor het stormseizoen van 1505 voltooid. Een enorme prestatie in die tijd, omdat het werk werd verricht met zeer beperkt gereedschap zoals schep en kruiwagen. Machines waren er in die tijd nog niet. Wel werd er gebruikgemaakt van een aantal paarden met sleepbakken. Er werd in vijftien ploegen van zogenaamde 'homannen' gewerkt. Eén Homan was een honderd man sterke arbeidersploeg die één kilometer dijk(vak) aanlegde. Dat moest ook wel want de dijk moest voor het stormseizoen voltooid zijn. Tot 1508 werden nog aanpassingen aan de dijk gedaan, zodoende wordt ook wel vermeld dat de aanleg van de dijk tussen 1505 en 1508 plaatsvond. Veel dijkwerkers zijn nadien op het Bildt blijven wonen.

In het midden van de polder werd een kaarsrechte weg aangelegd, in eerste instantie 'Regentenweg' en later 'Middelweg' genoemd. Langs deze weg werden een drietal werkkampen opgericht van waaruit de dijkwerkers iedere dag naar de Oudebildtdijk trokken om aan de dijk te werken. Deze nederzettingen werden vernoemd naar de oorspronkelijke plaatsen (Wijngaarden, Altoenae en Kijfhoek), waar het voornaamste deel van de dijkwerkers vandaan kwamen. Zo ontstonden de drie dorpen: Wijngaarden, Altoenae en Kijfhoek. Elk dorp vormde een katholieke parochie, en de namen daarvan gingen al snel over op de dorpen. Zo ontstonden Sint Jacobiparochie (voor Wijngaarden), Sint Annaparochie (voor Altoenae), en Vrouwenparochie naar Onze Lieve Vrouwe (voor Kijfhoek).

De Friezen maakten zogezegd aanspraak op de kweldergronden die zij voor de aanleg van de Oudebildtdijk bewerkten of wilden daar een redelijke vergoeding voor hebben. Het kweldergebied was een inkomstenbron voor boeren, verpachters en kloosterschappen. De Saksische hertogen hadden naast enkele kleine boeren en cassiers (investeerders/verpachters uit bijvoorbeeld Leeuwarden) in hoofdzaak te maken met het grote kloosterschap Ludingakerke uit het dorp Almenum(nu Harlingen) en Mariëngaarde nabij Hallum.