thumb|Religieuze symbolen, van links naar rechts:1e rij: baha'i, boeddhisme, Cao Dai, christendom 2e rij: druïdisme, Eckankar, hindoeïsme, islam 3e rij: jaïnisme, jodendom, raëlisme, satanisme 4e rij: shinto, sikhisme, taoïsme, Tenrikyō 5e rij: Thelema, Unitaristisch Universalisme, wicca, zoroastrisme Onder religie (van het Latijnse religio) wordt gewoonlijk een van de vele vormen van zingeving, of het zoeken naar betekenisvolle verbindingen verstaan, waarbij meestal een hogere macht, opperwezen of god centraal staat, gebaseerd op geloven in de leer van de religie. Sommige religies, zoals bepaalde stromingen binnen het boeddhisme, taoïsme en hindoeïsme, zijn non-theïstisch.
In bredere zin duidt het woord 'religie' op een algemenere vorm van spiritualiteit, gevoelens, gedachten met betrekking tot de zin van het leven. Deze religiositeit kan al dan niet beschouwd worden in relatie tot een macht, of manifestaties van een macht, of een (bewust) niet nader gedefinieerd beginsel, essentie of entiteit. Het gaat daarom dus niet per se om een identiteit, een persoon.
Vaak wordt de term 'geloof' gebruikt. In monotheïstische religies wordt ook het specifiekere begrip 'godsdienst' gebruikt; men gelooft niet alleen in de godheid maar dient hem/haar ook. Bij polytheïstische religies spreekt men over een 'godendom'. Dat wordt ook vaak gediend, bijvoorbeeld door het brengen van offers. Het brede spectrum van theïsme omvat deïsme, polytheïsme, pantheïsme of pandeïsme en panentheïsme of panendeïsme, terwijl tegelijkertijd overlappingen en verschillen met agnosticisme en atheïsme worden beschreven. Etymologie Bij Romeinse auteurs treft men de volgende etymologieën van het woord religio aan.
Cicero leidt het woord af van relegere (herlezen, overdoen, nauwgezet in acht nemen) en typeert daarmee het begrip religie als het voortdurend en ijverig in acht nemen van alles wat op de verering van de goden betrekking heeft (vergelijk De natura deorum II, 28 en De inventione II, 22 en 53).
Lactantius verklaart religie uit religare (opnieuw binden, goed binden) en verstaat onder religie de band (liga) tussen God en de mens (Divinae Institutiones IV, 28).
Aulus Gellius leidt het begrip af van relinquere (achterlaten) en geeft daarmee aan dat alles wat tot de religie behoort van het profane is afgezonderd (Noctes Atticae IV, 9).
Augustinus brengt het woord in verband met re-eligere (opnieuw verkiezen): in de religie kiest de mens God, die hij door de zonde had verloren, weer als bron van zijn zaligheid (De civitate Dei X, 4).
Antieke theorieën over woordafleiding (etymologie) zijn echter zelden betrouwbaar. De moderne taalwetenschap leidt 'religio' af van een (niet overgeleverd) werkwoord 'religere', dat zoiets als 'verplichten' moet hebben betekend. Dat is ook in overeenstemming met de oudst vastgestelde betekenis van 'religio': (het naleven van een) religieuze plicht. De foutieve etymologie van Lactantius als zou 'religie' eigenlijk verwijzen naar een 'verbinding' tussen god(en) en mensen geniet in sommige religieuze kringen nog steeds een - begrijpelijke - populariteit. Voor een dergelijk type verbinding reserveert het Latijn echter het woord coniunctio.
Algemeen Religie kan enerzijds worden gezien als een poging van de mens het universum en zijn bestaan daarin te verklaren en anderzijds als een reactie van de mens op wat hij interpreteert als openbaringen van een hogere macht, mystieke ervaringen of inzichten. In de meeste religies wordt die hogere macht beschouwd als schepper van het universum en in sommige religies als een lagere godheid, de zogeheten Demiurg. Bij het ontbreken van een god of schepper in een religie kent men vaak een onpersoonlijk, onnoembaar beginsel, bijvoorbeeld bij het emanationisme.
Sommige onderzoekers, waaronder Karen Armstrong, zien de mens principieel als een religieus wezen. In de religie zoekt de mens antwoord op vragen rond bestemming, dood, leven, zin van het lijden, doel van de geschiedenis, etc. De religie biedt in deze optiek houvast en troost in een chaotische wereld. Het geeft ook antwoorden, hoewel geen sluitende, op de waaroms van het leven. Anderen, met name Karl Marx, Friedrich Nietzsche en Sigmund Freud als meesters van het wantrouwen,Filosofie.nlverwerpen met kracht de gedachte dat de mens een religieus wezen is. Dit verschil in mening kan gemakkelijk verklaard worden door de mens te zien als een wezen dat naar zekerheid streeft, zo is religie één manier die tracht deze zekerheid te bekomen. Zie ook horror vacui. thumb|300px|Geografische verspreiding van de wereldreligies Het overgrote deel van de mensheid is religieus, al dan niet belijdend. Het aantal aanhangers van de diverse wereldreligies verschilt sterk. Globaal gelden ongeveer de volgende cijfers:
thumb|300px|Aandeel religies en levensovertuigingen naar aantallen aanhangers (2005)
Religie Aanhangers (2005)Bij de onderstaande aantallen zijn minderjarigen meegeteld als behorende tot de geloofsrichting van hun ouders.Christendom2,1 miljardIslam1,3 miljardNiet-religieus1,1 miljardHindoeïsme900 miljoenBoeddhisme415 miljoenTaoïsme225 miljoenSikhisme23 miljoenJodendom14 miljoenJehova's getuigen7 miljoenBahá'í6 miljoenJaïnisme5 miljoenShintoïsme4 miljoen
Definities van religie
Het begrip religie is moeilijk, zo niet onmogelijk, te definiëren. Vele tientallen definities zijn geopperd, maar geen enkele definitie wordt universeel geaccepteerd. Iedereen heeft echter een idee van wat met religie bedoeld wordt. Wanneer men willekeurige mensen vraagt om een definitie van religie te geven, dan krijgt men bijvoorbeeld de volgende antwoorden:
Het geloof in spirituele wezens en de behoefte van mensen om met hen in contact te treden (Edward Burnett Tylor, 1871) Het geloven in (een) god(en) (theïsme) Naar de kerk gaan en bidden (kerkgang) Een manier om met de onzekerheid van het bestaan om te gaan Geestelijken, heilige boeken, gebedshuizen et cetera Goed zijn voor anderen Een manier van leven Religie als cultuursysteem (Edward Evan Evans-Pritchard) Een illusie, een vorm van neurose (Sigmund Freud) Het is iets zoals christendom, islam enzovoorts Het is een vorm van aanbidding Een verlangen om terug te keren naar God (of: De Schepper); een verlangen om niet langer afgescheiden te zijn van het geheel Een serie antwoorden op (de) grote vragen (zoals: Waarom zijn we hier? Wat is goed/kwaad en wie bepaalt dat? etc.)
In de theologie, sociologie, filosofie en psychologie zijn vele definities bedacht. Deze definities en beschrijvingen kunnen worden onderverdeeld in verschillende groepen.
Essentialistische of substantiële definities Een essentialistische definitie probeert religie te beschrijven vanuit haar essentie. Men probeert de essentiële inhoud, de substantie van religieuze voorstellingen en religieus gedrag te omschrijven. Men probeert aldus religie te onderscheiden van andere menselijke fenomenen zoals filosofie, wetenschap en politiek. Een bekende vorm van deze definitie is het idee dat religie te maken heeft met een geloof in spirituele wezens. Dit soort definities zijn echter problematisch, omdat in sommige religies, zoals Theravada, taoïsme en confucianisme, spirituele wezens niet centraal staan of zelfs niet voorkomen. Een bekende essentialistische definitie stamt van Friedrich Schleiermacher: "Religie is de honger van de ziel naar het onmogelijke, het onbereikbare, het onvoorstelbare...". Rudolf Otto beschreef religie als het 'numineuze', het geheel andere en transcendente. Paul Tillich definieerde religie als een systeem van geloof en praktijken gericht op het 'ultieme'.
Essentialistische definities zijn aantrekkelijk omdat ze in een kernachtige, en vaak poëtische, beschrijving pogen aan te geven wat religie is. Het is echter niet mogelijk gebleken om een essentialistische definitie te vinden die alle geaccepteerde vormen van religie beschrijft. Een essentialistische definitie verplaatst het probleem door het woord religie te vervangen met een filosofische abstractie zoals het ultieme.
Functionele definities In de functionele definitie wordt religie omschreven met betrekking tot hoe het functioneert in de samenleving. Dit soort definities zijn geopperd om het probleem met essentiële definities te omzeilen. Sigmund Freud dacht dat religie een manier is om de werkelijkheid te beheersen door middel van het uitvinden van een perfecte wereld. In zijn visie is het idee 'God' een versie van het vaderbeeld en is religie in wezen infantiel en neurotisch. Hij ziet religie als een biologische en psychologische noodzakelijkheid om de contingentie van het bestaan aan te kunnen.
Freuds volgeling C.G. Jung had een veel meer sympathiserende opstelling tegenover religie. Als agnosticus wees hij religieuze symboliek toch een belangrijke functie toe in de psychologie van een individu. Aan het freudiaanse onderbewuste voegde hij een collectief onbewuste toe, een soort opslagplaats van door alle culturen gedeelde universele beelden (archetypen) die ook aan de basis lag van het bestaan van religie.
Een andere psychoanalyticus die zich boog over de functie van religie, is de Amerikaan Erich Fromm (1900–80), die de freudiaanse theorie modificeerde door het oedipuscomplex niet zozeer seksueel te interpreteren, maar eerder als gebaseerd op een 'veel diepere begeerte', namelijk de kinderlijke wens om zich blijvend te hechten aan beschermende figuren.Encyclopaedia Britannica 2008
Alhoewel dit soort definities een betere beschrijving kunnen geven van wat religie is, zijn functionele definities problematisch omdat ze vanuit een extern perspectief zijn geschreven. De religieuze mens herkent zichzelf vaak niet in dit soort definities. Functionele definities geven vaak een simplistisch beeld van de rol die religie speelt in het leven van de religieuze mens, net zoals essentialistische definities het begrip religie op zich proberen te vereenvoudigen.
Fenomenologische definities De fenomenologie van de religie probeert het hele definitieprobleem te omzeilen door een opsomming van de fenomenen die alle religies gemeenschappelijk hebben. Ninian Smart definieert religie als een verzameling van geïnstitutionaliseerde rituelen van een groep mensen die verbonden zijn met een traditie en die spirituele sentimenten met een buiten-menselijke focus uitbeelden of oproepen en ten minste ten dele gebaseerd op mythologie en/of doctrines.
Ten eerste laat Smart zien dat religie geen opzichzelfstaand fenomeen is, maar iets van een groep mensen. Religies ontstaan echter niet uit het niets en Smarts definitie benadrukt dan ook de rol van de traditie. Smarts definitie laat tevens een intern perspectief toe door middel van het uitbeelden van spirituele sentimenten. Dit is echter tevens een zwakte van deze definitie omdat het begrip spiritueel net zo moeilijk te bevatten is als religie. De toevoeging dat het om iets buiten-menselijks gaat verduidelijkt dit echter. Het laatste aspect van de definitie stelt dat religies worden verwoord door mythologie en doctrines, al dan niet schriftelijk vastgelegd.
Deze definitie laat de complexiteit van religie tot zijn recht komen, het nadeel is echter dat de definitie erg uitgebreid is. De fenomenologische definitie heeft als groot voordeel dat hierdoor religie in al haar aspecten kan worden ontleed en bestudeerd. Het is dan ook een definitie die vooral door sociologen wordt gehanteerd.
Wat is religie? Bovenstaand overzicht geeft aan dat een perfecte definitie van religie niet mogelijk is. Religie zal voor iedereen wat anders betekenen. De fenomenologische definitie wordt tegenwoordig door de meeste godsdienstwetenschappers als de bruikbaarste ervaren. Deze benadering heeft als minpunt dat het de fundamentele zijnsvragen ontwijkt of ontologie vervangt door fenomenologie.
Onderverdeling van religies