miniatuur|Standbeeld van Socrates Socrates (Athene, ca. 470/469 v.Chr. – aldaar, 399 v.Chr.)Encyclopaedia Britannica 2008 Ultimate Reference Suite of Sokrates (Oudgrieks: ) was een klassiek Grieks Atheense filosoof. Hij wordt beschouwd als een van de stichters van de westerse filosofie, al liet hij voor zover bekend zelf geen geschriften na. Hij is bekend geworden door de verslagen van zijn studenten, met name die van Plato en Xenophon, en door de toneelstukken van zijn tijdgenoot, Aristophanes. Hij kreeg ook wel de bijnaam de horzel van Athene.
Primaire bronnen over Socrates Het socratische probleem Het 'socratische probleem' is de moeilijkheid vast te stellen wie de historische Socrates was en in hoeverre de diverse literaire representaties zijn opvattingen accuraat weergeven. Socrates liet immers zelf geen geschriften na, zodat historici die zich een beeld willen vormen van zijn leven en filosofie zijn aangewezen op verslagen van diens tijdgenoten. Dit zijn voornamelijk drie primaire bronnen: Aristophanes met venijnige kritiek op Socrates' filosofie (zwaar gekarikaturiseerd, een idee van hoe Socrates bij de gewone man in de straat overkwam), Xenophon en Plato, vooral in zijn dialogen Apologie en Symposium. In Plato's beschrijving van Socrates wordt er geen scherpe lijn getrokken tussen 'de historische Socrates' en 'de platonische Socrates', die de rol van woordvoerder van Plato's filosofie op zich neemt. Daardoor blijft de "echte" Socrates verborgen en beschikken we slechts over interpretaties van zijn opvattingen en idealiseringen van zijn leven.
Plato Plato (427–347 v.Chr.) wordt vaak beschouwd als de belangrijkste bron van informatie over Socrates' leven en filosofie.May, H.(2000). On Socrates. Wadsworth/Thomson Learning, p. 20. Tegelijk geloven veel geleerden echter dat Plato, literair kunstenaar als hij was, "Socrates" te veel vereerde en zijn imago zo overdreef dat hij dingen zou hebben gedaan of gezegd die veel verder gingen dan wat aannemelijk is voor de historische Socrates. Daarom wordt Xenophon, als historicus, vaak gezien als betrouwbaarder bron voor de historische Socrates. Bij interpretatie van passages in werken van Plato is er voortdurend discussie of Plato daar de historische Socrates beschrijft of zijn fictieve projectie. Zoals Martin Cohen het uitdrukte, biedt Plato, de idealist, "een idool, een meesterfiguur, voor de filosofie. Een heilige, een profeet van de "Zonnegod", een leraar die werd veroordeeld voor zijn ketterse leer."Martin Cohen (2008), Philosophical Tales,
Plato was ongeveer 28 jaar oud toen Socrates veroordeeld werd. Hij kwam net als andere jongelingen van zijn sociale klasse vaak in contact met Socrates en kende hem erg goed. Hij was de belangrijkste leerling van Socrates. Historici zijn het er over eens dat namen van personen, plaatsen en dateringen in zijn dialogen vaak overeenkomen met wat archeologisch en literair onderzoek opleverde. Het lijkt dus aannemelijk dat wanneer hij Socrates als hoofdfiguur laat optreden, de beschreven situaties en dialogen vrij goed aansluiten bij de realiteit, ook al zijn de dialogen zelf gedramatiseerd en literair bewerkt. Hier volgt echter niet uit, dat wat Plato schrijft over Socrates, een getrouwe weergave is van diens denkbeelden of dat het niet mogelijk is dat hij de figuur Socrates aanwendt om zijn eigen filosofische concepten vorm te geven en te verwoorden. Bij heel wat episodes uit het leven van Socrates was Plato niet aanwezig. Zo was hij niet op zijn proces, en de kennis die hij had over de jeugd van Socrates moest ook uit tweede hand zijn.
Door zijn weergave in Plato's dialogen is Socrates bekend geworden voor zijn bijdrage op het gebied van ethiek, en het is deze platonische Socrates die ook zijn naam leent aan de concepten van de socratische ironie en de socratische methode, of elenchus. De socratische methode blijft een veel gebruikt hulpmiddel in een brede waaier van discussies (dialectiek), en is een vorm van opvoedkunde (pedagogiek) waarin een reeks vragen niet enkel gevraagd worden om antwoorden te krijgen, maar ook om het fundamenteel inzicht in de problematiek aan te moedigen. Het is ook Plato's Socrates die een belangrijke en blijvende bijdrage leverde op het vlak van de kennistheorie en logica, en de invloeden van zijn ideeën en aanpak blijven sterk in het voorzien van een basis voor de westerse filosofie die na hem kwam.
Aristophanes De vroegst bekende beschikbare bron is de toneelschrijver Aristophanes (ca. 450 – ca. 386 v.Chr.). In zijn komedie De Wolken (Grieks: Νεφέλαι) uit 423 v.Chr. steekt hij de draak met de filosoof Socrates en stelt hem voor als iemand die een verderfelijke invloed uitoefent op de Atheense samenleving en geen respect heeft voor de goden.
Xenophon De soldaat en historicus Xenophon (ca. 430 – ca. 350 v.Chr.) schreef vier socratische dialogen over de filosoof waarmee hij als jongeman bevriend was. Hij maakt in zijn Memorabilia melding van het feit dat hij 'nog nooit iemand had ontmoet die zo'n belang stelde in wat elk van zijn metgezellen aan kennis bezat'. Het lijkt Plato's beeld van Socrates, als iemand die door middel van indringende dialoog zijn kennis wilde vergroten, te bevestigen. Xenophon schildert Socrates wel af als een praktische en hulpvaardige persoon, die hem onder meer adviseerde over de beste manier om geld te verdienen (Memorabilia 2.7) en een vermogen te beheren (Oeconomicus), wat afwijkt van de filosofische en de materieel onverschillige Socrates die Plato beschrijft. Waarschijnlijk laat Xenophon hier Socrates optreden als spreekbuis voor bespiegelingen over dingen die hem zelf interesseerden. Behalve de vier dialogen waarin Xenophon Socrates aan het woord laat (Memorabilia, Symposium, Apologie en Oeconomicus), vernoemt hij hem in zijn historische werken Hellenica en Anabasis. Wat zijn geloofwaardigheid vergroot is precies die nuchtere instelling als historicus en schrijver van Hellenica, dat de geschiedenis van Griekenland in de periode 411 – 362 v.Chr. bestrijkt. In dat opzicht valt het te verdedigen dat Xenophon als niet-filosoof in bepaalde opzichten een meer accuraat portret van Socrates heeft opgehangen dan Plato deed. Alleen is zijn Socrates wat te alledaags om het aannemelijk te maken dat hij na zijn dood de inspiratie vormde voor het schrijven van zoveel socratische dialogen.
Basis van zijn leermethode Het aforisme Ken uzelf (Γνῶθι σεαυτόν; Gnōthi seauton), leek zijn leidmotief bij de benadering van kennis over de werkelijkheid. “Hoe kan iemand iets kennen, als hij zichzelf niet kent? Wie kent er dan? En wat is de waarde van zulke ongegronde kennis?” Hij leek vooral zelf op zoek naar die ultieme kennis van het diepste zelf, waarzonder men niets echt kent. En als men dat kent, dan weet men tenminste wie er niets kent, en kan van daaruit reële kennis worden opgediept.
Dat opdiepen van kennis moest volgens Socrates (wiens moeder vroedvrouw was) gebeuren zoals een vroedvrouw een kind ter wereld helpt komen: door de gesprekspartner beurtelings aan te zetten om door te gaan, of om op te houden, en zijdelings te helpen 'duwen' en 'masseren'. Hij noemde deze gesprekstechniek de maieutiek (μαιευτικὴ τέχνη; maieutikē technē). Men moest bij de 'leerling' of de zoeker naar waarheid deze techniek toepassen om hem te helpen die waarheid, de echte kennis, in zichzelf te ontdekken. Want alleen in zichzelf heeft men echte kennis. Al het andere van horen zeggen en van zien doen is namaakkennis. Kennis moest volgens hem helemaal authentiek zijn. Zijn techniek kwam bij de ander over alsof er van de hak op de tak gesprongen werd, maar Socrates was enkel aan het pogen de stevigheid van de reeds verworven kennis te toetsen, en al wat los zat moest worden verlaten. Op velen kwam hij arrogant en pedant over met zijn eeuwige vragen, die enkel bedoeld waren om de ander uiteindelijk tot zichzelf te laten komen. Dit werd hem vaak niet in dank afgenomen, zeker niet door de grotere gevestigde ego's van de maatschappij (die zichzelf evenmin kenden).
Communicatie als methode Socrates stelde communicatie centraal. Men vond hem altijd ergens op de agora omringd door een groepje toegewijde luisteraars, met daartussen ook enkele achterdochtigen of zelfs afluisteraars. Hij toetste zijn denkbeelden voortdurend in zogeheten 'dialectische' of socratische gesprekken met allerlei mensen, en perste als het ware hun kennis uit hen, om die vervolgens op waarheids- en houdbaarheidsgehalte te onderzoeken en zo nodig te verwerpen. Men noemde deze verwerping aporia, van het Griekse aporein: zich geen uitweg meer weten. Hij vergeleek zijn werkwijze ook met die van een horzel, die een traag paard (Athene) probeerde wakker te houden, en dat leverde hem onvermijdelijk vijanden op. Niet iedereen kon deze methode van onderzoek (elenchus) immers waarderen. Onderwerpen voor deze dialogen waren meestal deugden als rechtvaardigheid, zelfbeheersing, vroomheid, dapperheid en wijsheid. Door beredeneerd onderzoek van ieders kennis van toepassingen zocht Socrates naar algemeen geldende waarheden en principes voor het menselijk doen en laten, essenties. Hij was ervan overtuigd dat het mogelijk was door inzicht en kennis de deugd te vinden en vond dat iedereen de deugd kan aanleren, zijnde een zaak van het intellect. Dit denken wordt ook wel het ethisch intellectualisme genoemd. Iemand die ware kennis had van het goede, zou volgens Socrates ook niet in staat zijn om het kwade te doen.
Socrates paste de inductieve methode van redeneren toe, waarbij hij vanuit een verzameling van details naar het geheel toewerkte, ofwel door toetsing van vele individuele inzichten tot een algemeen geldende waarheid trachtte te komen. Zijn uitgangspunt was “Ik weet dat ik niets weet”; daarmee attaqueerde hij methoden van de sofisten, de rondtrekkende leraar-deskundigen van die dagen, maar erkende tevens dat ook hij niet het definitieve antwoord had op het ethisch-kentheoretische vraagstuk. Wel boekte hij een negatief resultaat: hij bakende scherper af wat ondeugd was. Zelf leefde hij consequent naar de wel gevonden principes.
Morele onkreukbaarheid als uitgangspunt Twee voorbeelden van die morele onkreukbaarheid zijn de volgende: Op een gegeven moment (404 voor Christus) was er in Athene een periode van terreur (door de zogenoemde Dertig Tirannen). Deze kliek probeerde Socrates te compromitteren door hem te bevelen een zekere Leon te arresteren die in Salamis woonde. De dertig konden echter volgens de wet geen jurisdictie laten gelden. Leon zou vervolgens ter dood gebracht worden. Socrates weigerde. Hij behield zelf alleen maar het leven doordat niet lang daarna de dertig werden vervangen door een nieuwe democratie. Twee jaar later, onder de nieuw gevestigde democratie, was hij toevallig voorzitter van de volksvergadering (die functie rouleerde namelijk) vlak nadat Athene bij de Arginusae een zeeslag had uitgevochten. Daar gingen 25 schepen verloren, maar de vijand verloor er zo'n 75. De Atheense bevelhebbers waren echter door een opgestoken storm niet teruggegaan om eventuele overlevenden te helpen en om de lijken te bergen (die dan thuis verbrand konden worden met een obool in de mond voor Charon de veerman). Het Atheense volk was furieus en wilde de betrokkenen het liefst meteen lynchen, maar ze wilden dat de schijn van legitimiteit geven door middel van een hoofdelijke stemming in de vergadering zonder begeleidend proces. Door allerlei dreigementen kwam Socrates alleen te staan, maar hij bleef weigeren met de procedure akkoord te gaan. Hij werd overigens overstemd en de executies vonden toch plaats. Dit vonden zijn leerlingen vreemd, maar ze konden er niets aan doen.
Socrates en de sofisten