Doezum is een streekdorp in de gemeente Westerkwartier in de Nederlandse provincie Groningen.
Het dorp ligt ten zuidwesten van Grootegast, ten noorden van Marum en ten noordoosten van Surhuisterveen. De dorpskern ligt aan de N980. Tot het dorpsgebied van Doezum behoren meerdere buurtschappen, namelijk De Bombay, De Eest, Peebos (gedeeltelijk) en de Bokkebuurt. In 1930 splitste Kornhorn zich af van Doezum. In 1993 werd Stroobos als dorp bij de gemeente Achtkarspelen gevoegd, eertijds een gehucht onder Doezum. Het dorp heeft inwoners ().
Geschiedenis Doezum wordt in 1475 vermeld als Uteradosum alias Dosum. Reeds in de 15e eeuw komt de huidige spelling Doezum voor. Andere vermeldingen zijn: Dosum (1477, 1579), Dooszum (1506), Doesum (1597), Doessum (1600) en Doesum (1781). De betekenis van de plaatsnaam is onzeker. Het wordt wel verklaard als woonplaats (heem) "in of bij het begroeide moeras of veen" (does). Een andere uitleg is de "woonplaats van Doewe" (Doeweshem). De vermelding van Doesum in 1475 als Uteradosum (i.e. Lager Doezum) komt samen voor met Vradosum (i.e. Boven Doezum) voor Opende.Berkel, G. van & Samplonius, K. (2018). Nederlandse plaatsnamen verklaard. Rotterdam: Mijnbestseller B.V. Eenzelfde combinatie wordt gevormd door de Friese dorpen Ureterp en Olterterp.
Doezum is ontstaan op de zuidelijkste van de twee zandruggen in de streek Langewold. Op deze zandrug liggen verder de dorpen Grootegast, Sebaldeburen, Oldekerk, Niekerk en Faan. Het gebied rond Doezum is vanuit de Lauwers ontgonnen, welke structuur nog zichtbaar is.Zomer, J. (2016). Middeleeuwse veenontginningen in het getijdenbekken van de Hunze: Een interdisciplinair landschapshistorisch onderzoek naar de paleogeografie, ontginning en waterhuishouding (ca. 800-ca. 1500). PhD. Rijksuniversiteit Groningen. Beschikbaar via: Rug.nl. [Geraadpleegd op 31 januari 2021]. Gearchiveerd op 5 februari 2021. Eenzelfde verkavelingsstructuur is zichtbaar in Opende en aan de Friese zijde van de Lauwers in Kortwoude en Surhuizum. Voor Opende en Surhuizum is vastgesteld dat de dorpen opgeschoven zijn naar hogere gronden als gevolg van bodemdaling door veenoxidatie.Mol, J.A., Noomen, P.N. & Vaart, J.H.P. van der (1990). Achtkarspelen-Zuid/Eestrum: Een historisch-geografisch onderzoek voor de landinrichting. Leeuwarden: Fryske Akademy. Deze verplaatsing is voor Doezum echter niet bewezen. Op basis van archeologische vondsten kan de ontginning richting Doezum en Lutjegast al in de 6e eeuw gestart zijn.Westerink, B. (2021). Westerkwartier. [online] Beschikbaar via: Landschapsgeschiedenis.nl. [Geraadpleegd op 31 januari 2021]. Gearchiveerd op 28 mei 2023. De ten noorden van Doezum gelegen buurtschap Dorp vormt een oudere eenheid. De bewoning van Dorp zou ook opgeschoven zijn tot het gebied tussen Doezum en Grootegast, ter hoogte van Duisterburen. Door een ongunstige lage ligging zal deze nieuwe locatie spoedig verlaten zijn en werd het grondgebied van Dorp bij Doezum gevoegd.Schroor, M. & Meijering, J. (2007). Golden Raand - Landschappen van Groningen. Assen: In Boekvorm. Dorp vormde dan ook een aparte kluft binnen het kerspel Doezum. Ter plaatse van Doezum sluiten twee middeleeuwse veendijken op elkaar aan (Kaleweg en Eesterweg). De Kaleweg vormde de oorspronkelijke verbinding tussen Surhuisterveen en Grootegast.Mei, N. van der (2016). Gebiedsontwikkeling Zuidelijk Westerkwartier. Een archeologische en cultuurhistorische inventarisatie. [pdf] Groningen: Libau. Beschikbaar via: Provinciegroningen.nl. [Geraadpleegd op 31 januari 2021]. Gearchiveerd op 5 februari 2021. In de 19e eeuw zouden de laatste lager gelegen veengebieden rond Peebos en de Zuidpolder ontgonnen worden.
Waterhuishouding Ten noorden van Doezum boog de Lauwers oorspronkelijk meer af naar het oosten en stroomde vervolgens noordelijk van Grijpskerk. De rivier werd door de plaatselijke bevolking aangesloten op de benedenloop van de Oude Ried. Doordat de Lauwers dichtslibde, werd deze afgesloten ter hoogte van de Schalkendam tussen Stroobos en Visvliet. De afwatering van het gebied werd vervolgens verbeterd door het cisterciënzer klooster Jeruzalem te Gerkesklooster. Ten westen van de Lauwers werd hiertoe de Oude Veenster Vaart in de Surhuizumer Mieden gekanaliseerd. Ten oosten van de Lauwers werd rond 1490 de Zijlroe aangelegd welke van Peebos, De Eest en Dorp naar de Schalkendam liep. Naar verluidt zou de Zijlroe gegraven zijn door zes monniken en een non.Ligterink, G.H. (1968). Tussen Hunze en Lauwers. Groningen: Niemeijer.Geersing, G. (2012). Peebos (Doezum) 'n wandelpad rijker: het Olde Syelroepad. Westerkwartier, [online] 14 mei. Beschikbaar via: Hetwesterkwartier.nl. [Geraadpleegd op 31 januari 2021]. Daar de afwatering van Doezum en Opende verliep via Munnekezijl, werden beide dorpen in 1539 bij het Munnekezijlvest gevoegd. Hierbij werd bedongen dat Doezum en Opende de eigen wateren zouden onderhouden tot aan de Schalkendam.Kooper, J. (1939). Het waterstaatsverleden van de provincie Groningen. Groningen/Batavia: J. B. Wolters' Uitgevers-maatschappij. Voor het zijlschot van beide dorpen werd rekening gehouden met de slechte kwaliteit van de landerijen. In de periode 1509-1516 werd Doezum voor de jaartax als een van de laagste dorpen ingeschat van Langewold.Alma, R. (2001). Schattingen en jaartax 1498-1516. Gruoninga. Jaarboek voor genealogie, naam- en wapenkunde, 46, pp.166-193. Dit houdt ook verband met de aanwezige onontgonnen veengronden.
Ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog werd ten noorden van Doezum het Kolonelsdiep of Caspar de Roblesdiep gegraven om de Watergeuzen op de Waddenzee te mijden. Stadhouder Caspar de Robles presenteerde in 1575 een plan om het traject Hoendiep-Gave-Lettelberterdiep-Briltil te verlengen tot de Lauwers.Draaisma, K. (2017). Een nieuwe kijk op Caspars dijk. It Beaken, 79(1/2), pp.27-105. Inwoners van het Westerkwartier keerden zich tegen dit plan daar hun afwateringsysteem doorgraven zou worden.Canon van Nederland (2020). Caspar de Roblesdiep. [online] Beschikbaar via: Canonvannederland.nl. [Geraadpleegd op 31 januari 2021]. Gearchiveerd op 28 mei 2023. Hierop werd eind 1576 toegestaan om het diep weer dicht te gooien. Men zag echter wel het nut in van een dergelijke verbinding tussen Groningen en Friesland en na de Reductie van Groningen van 1594 werd het diep weer hersteld. Met het graven van een kanaal tussen Noordhornerga en Stroobos in de periode 1654-1657 kwam het Kolonelsdiep te vervallen.Schroor, M. (1990). Trekvaarten in Friesland en Groningen. Noorderbreedte, 14(5), pp.20-23. In de jaren 60 van de 19e eeuw werden de Zijlroe en de oude Doezumertocht gekanaliseerd tot de huidige Doezumertocht op initiatief van het waterschap Doezum en Opende.Hoek, S. van der (1988). Polderliefde. Een kleine historie van het land en de mensen in het Grootegaster Westerkwartier. Groningen: Uitgeverij Kemper.
Bestuur Doezum was gelegen in Westerdeel-Langewold. In deze streek waren verder de dorpen Grootegast, Lutjegast, Opende en Sebaldeburen gelegen. Dit betekende dat het grietmanschap van Westerdeel-Langewold een keer in de vijf jaar op Doezum viel. Volgens het klauwboek Tjassens bestond Doezum in 1601 uit vijf kluften. In de Oosterkluft lagen de heerden: Jensema, Hylema, Reidt, Mellema, Heckema, Rengers en Knypstede. In de Middelkluft waren dit: Ayckema, Wyrck Sytsstede, Tiassema, Pabema, Esema, Bolheem en (Ooster) Camminga. De kluft 't Dorp kende de heerden Ooster-, Wester-, Noorder- en Suyder-Loma. In de Westerkluft lagen de heerden: Lueckema, Fockema, Wyckema, Cruysinge, Bensema, Eme en Bantkema/Bentkema-stede. De kluft Curringehorne had drie heerden: (Wester) Camminga, Landersma en Geldersstede.Vleer, W. & Kooistra, L. (1981). Rond terpen en brinken. Leek: Bronsema. Het grietmanschap rouleerde jaarlijks tussen de kluften en tussen de edele heerden, een constructie die in of reeds voor de vijftiende eeuw ingesteld werd.Alma, R. (2005). Adel in het Westerkwartier in de late Middeleeuwen. Virtus. Jaarboek voor Adelsgeschiedenis, 12, pp.35-74. Dit resulteerde erin dat het grietmanschap bijvoorbeeld een keer in de 140 (5x4x7) jaar op een heerd in de Westerkluft van Doezum viel. Door eisen die gesteld werden aan een grietman, vererving of het loskoppelen van de rechten werden deze lijsten niet altijd precies nageleefd en kwamen grietmannen ook in meerdere jaren achtereen voor.Feenstra, H. & Oudman, H.H. (2004). Een vergeten plattelandselite. Eigenerfden in het Groninger Westerkwartier van de vijftiende tot de zeventiende eeuw. Leeuwarden: Fryske Akademy. Zo zijn in de kerk van Doezum de grafzerken te vinden van Weidt Sickema en zijn vrouw Tzauck Iwema.Pathuis, A. (1977). Groninger gedenkwaardigheden. Teksten, wapens en huismerken van 1298-1814. Assen/Amsterdam: Van Gorcum. Sickema trad op als grietman van Westerdeel-Langewold in de periodes 1625-1626 en 1631-1632. Hij was zelf afkomstig uit Surhuizum, maar zal naar Doezum verhuisd zijn omwille van het bezit dat zijn vrouw daar had. De familie Iwema was onder meer verwant aan de geslachten Cruysinge en Bensema en Tzauck had dan ook rechten van de heerden Cruysinge, Bensema en Eme.Schripsema, H. (2020). Voorouders van Hans en Carin Schripsema. 14de Generatie. [online] Beschikbaar via: Schripsema.nl. [Geraadpleegd op 31 januari 2021].
Tweede Wereldoorlog In 1937 kocht collaborateur Pier Nobach een boerderij aan de Eesterweg te Doezum. Kort na Dolle Dinsdag vluchtte Nobach naar Duitsland en verkocht hij zijn bezit in Doezum met uitzondering van het woongedeelte van de boerderij.Water, P. van de (2020). Nobach, Pier. [online] Beschikbaar via: Tracesofwar.nl. [Geraadpleegd op 31 januari 2021]. Gearchiveerd op 28 mei 2023. De boerderij werd gehuurd door Anne Haan, eveneens een NSB'er. Nadat het verzet bij Haan een dreigbrief had afgeleverd om de boerderij te verlaten, meldde hij dit bij landwachter Berend Cazemier. Cazemier gaf deze informatie door aan SD'er Robert Lehnhoff met een vermoeden van wie deze brief afkomstig zou zijn geweest.Kooistra, J. (1985). De wolf ging rond. De tweede wereldoorlog en het Zuidelijk Westerkwartier achtergronden en aspecten. Leek: Bestuurscommissie Zuidelijk Westerkwartier. In de nacht van 14 september 1944 reed Lehnhoff met een commando naar Doezum. Albert Krijthe, Lubbe Renkema en Jan Pera werden neergeschoten. Het huis van Lubbes halfbroer Berend werd in brand gestoken, maar deze was niet thuis. Albert Krijthe en Lubbe Renkema overleden ter plaatse, Jan Pera overleed later aan zijn verwondingen in het ziekenhuis. Deze nacht kwam bekend te staan als de "Bloednacht van Doezum".Dam, R. ten (2014). Groningen - Liquidatieslachtoffers in het Westerkwartier. [online] Beschikbaar via: Dodenakkers.nl. [Geraadpleegd op 31 januari 2021]. Gearchiveerd op 29 mei 2023. In november 1945 werd een comité samengesteld voor de oprichting van een monument ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Het oorlogsmonument Doezum, vervaardigd door Rinus Meijer, werd in 1954 onthuld.WKRegister (2021). Oorlogsmonument Doezum. [online] Beschikbaar via: Wkregister.nl. [Geraadpleegd op 31 januari 2021]. Gearchiveerd op 29 mei 2023. Naar de slachtoffers zijn later de Krijthestraat, Renkemastraat en Perastraat genoemd. De Terpstrastraat ontleent zijn naam aan Rienold Terpstra, een boer die omwille van zijn deelname aan de April-meistakingen gefusilleerd werd.Dorpdoezum.nl (2020). Straten in Doezum. [online] Beschikbaar via: Dorpdoezum.nl. [Geraadpleegd op 31 januari 2021]. Gearchiveerd op 28 mei 2023.
Dorpsbeeld