De Belgische provincies vormen het bestuurlijke niveau tussen de gemeenten enerzijds en de regionale en federale overheid anderzijds. België heeft tien provincies die elk hun eigen volksvertegenwoordiging en bestuur hebben. Sinds de laatste staatshervormingen behoren de provincies tot de bevoegdheden van de gewesten. Het Vlaams Gewest en het Waals Gewest tellen elk vijf provincies. Het derde Belgische gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, maakt van geen enkele provincie deel uit en is zelf evenmin onderverdeeld in provincies.

Geschiedenis thumb|250px|left|Departementen in de Lage Landen De eerste voorlopers van de Belgische provincies kwamen grofweg tot stand in de Bourgondische tijd en maakten deel uit van het gebied dat bekendstaat als de Zeventien Provinciën en het Prinsbisdom Luik. Met uitzondering van het prinsbisdom maakten daar sinds de 15e eeuw op het grondgebied van het huidige België de graafschappen Vlaanderen, Namen en Henegouwen en de hertogdommen Brabant, Limburg en Luxemburg deel van uit. Bepaalde instellingen zoals de Statenvergadering bestonden al eerder, in Vlaanderen sinds de 12e eeuw.

De huidige indeling van de Belgische provincies volgt in grote lijnen de grenzen van de kreitsen of cercles uitgetekend door keizer Jozef II in 1787. Dit waren negen bestuurlijke eenheden bestuurd door een intendant die benoemd werd door de centrale regering. Elke kreits groepeerde de vorstendommen, heerlijkheden en religieuze entiteiten in negen min of meer even grote territoriale omschrijvingen, allen op dezelfde manier gestructureerd. Het centraal gezag werd uitgeoefend vanuit de hoofdstad Brussel. De oude namen van de gewesten verdwenen en werden vervangen door die van de hoofdplaatsen (Antwerpen, Bergen, Brugge, Brussel, Doornik, Gent, Luxemburg, Namen en Limburg). Onmiddellijk rees er verzet. De Brabantse Omwenteling fnuikte de hervorming definitief.

Ze werd opnieuw opgepikt door de Franse revolutionairen, die na de verovering van de Oostenrijkse Nederlanden en het Prinsbisdom Luik in 1794 op het grondgebied van het huidige België de Verenigde Departementen inrichtten. Ze werden bestuurd door een regeringscommissaris of een prefect, de benaming die vanaf 1800 werd gebruikt. Het bestuur bestond verder uit een conseil de préfecture die bestond uit een vijftal personen die voor 5 jaar werden verkozen. Daarnaast vergaderde de conseil de département eenmaal per jaar.

thumb|Situatie direct na onafhankelijkheid (1830) Bij de hereniging met Nederland in 1815 werd de indeling grotendeels overgenomen. Er werden zeventien provincies ingericht met aan het hoofd de gouverneur. De gouverneur zat de Gedeputeerde Staten voor, die instond voor het dagelijkse bestuur van de provincie, en ook de Provinciale Staten, bevoegd voor materies als belastingen, toezicht op ondergeschikte besturen, enz. De Belgische Grondwet bevestigde in 1831 de provincies en in 1836 richtte men met de Provinciewet de Provincieraden in. België claimde aanvankelijk de gehele provincies Limburg en Luxemburg, maar na het akkoord met Nederland in 1839 werden beide provincies verdeeld: Limburg in een Belgisch en een Nederlands deel, Luxemburg in een Belgisch en een onafhankelijk deel.

Met de vierde staatshervorming werd de provincie Brabant vanaf 1 januari 1995 opgesplitst in drie delen: Vlaams-Brabant, Waals-Brabant en het hoofdstedelijk gebied van 19 gemeenten, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Hierdoor werd het aantal provincies van negen naar tien gebracht. De vijfde staatshervorming droeg vrijwel de hele bevoegdheid over de organisatie en inrichting van de provincies over naar de Gewesten, behalve de afspraken die in de zogenaamde Pacificatiewet van 1988 werden vastgelegd om de taalminderheden te beschermen. In Vlaanderen volgde daarop het Provinciedecreet dat op 29 december 2005 in het Belgisch Staatsblad verscheen.

Overzicht Provincie Provincie-hoofdstad Gewest Gewest-hoofdstad Inwoners 2024 Opp. km² inw./km²Bevolkingsdichtheid is hier berekend als aantal inwoners gedeeld door landoppervlakte Welvaarts index (2021) Gouverneur Coalitie (Bruxelles) 1.926.522 2.867 672 104,5 Cathy Berx (CD&V) N-VA, Vooruit 900.098 2.422 372 101,4 Jos Lantmeeters (N-VA) CD&V, N-VA, Anders, Vooruit 1.572.002 2.982 527 108,4 Carina Van Cauter (Anders) N-VA, CD&V, Vooruit 1.196.773 2.106 568 115,6 Jan Spooren (N-VA) N-VA, Anders, CD&V 1.226.375 3.144 390 104,8 Carl Decaluwé (CD&V) CD&V, N-VA, Vooruit (Hainaut) (Mons) (Région wallonne) (Namur) 1.360.074 3.786 357 87,0 Tommy Leclercq (PS) PS, MR, Les Engagés (Liège/Lüttich) (Liège) 1.119.038 3.862 290 92,9 Hervé Jamar (MR) MR, PS, Les Engagés (Luxembourg) (Arlon) 295.146 4.505 66 98,3 Olivier Schmitz (Les Engagés) Les Engagés, PS, MR (Namur) (Namur) 503.895 3.666 137 97,6 Denis Mathen (MR) MR, Les Engagés (Brabant Wallon) (Wavre) 414.130 1.091 380 115,6 Gilles Mahieu (PS) MR, Les Engagés

(Tussen haakjes staat de Franse naam. Bij de provincie Luik ook de Duitse naam omdat in het oostelijk deel van deze provincie deze taal wordt gesproken.)

Opdrachten De provincie is de overheid tussen het federale en regionale niveau enerzijds en de gemeenten anderzijds. De opdrachten zijn in de Grondwet slechts vaag omschreven als het regelen van de provinciale belangen en ook de provinciewet van 1836 omschreef de bevoegdheid in die termen. In het Vlaamse provinciedecreet blijft de omschrijving zeer ruim: de provincies beogen bij te dragen tot het welzijn van de burgers en de duurzame ontwikkeling van het provinciaal gebied.

Dit betekent dat de provincies ook op een zeer breed terrein taken uitvoeren. In het algemeen kunnen ze samengevat worden, zoals in het Vlaamse provinciedecreet wordt gedaan: Aangelegenheden die het lokale gemeentelijke belang overstijgen, voor zover ze streekgericht blijven en gericht op realisaties binnen de grenzen van het grondgebied van de provincie. Ondersteunende taken op verzoek van de lokale overheden. Initiatieven nemen met het oog op gebiedsgerichte samenwerking. Zogenaamde medebewindstaken: dit zijn taken die hen door de hogere overheden via een wet of decreet worden toevertrouwd.

Vanaf 2018 zullen de provincies echter niet langer persoonsgebonden bevoegdheden zoals sport, jeugd, welzijn, of cultuur mogen uitoefenen. Als gevolg hiervan wordt het aantal provincieraadsleden en gedeputeerden verminderd vanaf de provinciale verkiezingen 2018.

Organisatie Structureel De provincies bestaan uit diverse arrondissementen.

Op grond van art. 5, derde lid, van de Grondwet kunnen bij bijzondere meerderheidswet bepaalde gebieden, waarvan die wet de grenzen vaststelt, aan de indeling in provincies onttrokken worden. De bijzondere wet kan ze onder het rechtstreekse gezag plaatsen van de federale uitvoerende macht en een eigen statuut toekennen. Van deze mogelijkheid, die ingevoerd werd om eventueel een oplossing te bieden voor de Voerencarrousel, wordt tot op vandaag geen gebruik gemaakt. Al zou Brussel als voorbeeld kunnen dienen aangezien dat sinds 1995 aan de indeling in provincies is onttrokken. Ook de Duitstalige Gemeenschap oppert deze mogelijkheid vaak, aangezien deze graag los zou komen van de provincie Luik.

Zoals eerder gezegd, volgen de huidige provinciegrenzen de grenzen van de departementen van de Nederlanden uit de Franse periode, met de belangrijke uitzondering van de provincie Brabant die ten tijde van de vierde staatshervorming met ingang van 1 januari 1995 werd opgesplitst in Vlaams-Brabant, Waals-Brabant en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.

Het Vlaamse en het Waalse Gewest zijn bevoegd voor het wijzigen of corrigeren van de grenzen van de provincies en van de gemeenten, met uitzondering van de grenzen van de gemeenten genoemd in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, en van de gemeenten Komen-Waasten en Voeren (art. 6, § 1, VI, 8°, BWHI). Deze grenswijzigingen kunnen enkel binnen hetzelfde gewest plaatsvinden, en dus niet de verandering van de gewestgrens tot gevolg hebben. Sedert de overdracht van de organieke wetgeving over de lokale besturen hebben de gewesten van deze mogelijkheid nog geen gebruik gemaakt. Art. 260 van het Provinciedecreet voorziet dat de provincieraad over deze grenswijzigingen zijn advies dient te geven.

Abstractie gemaakt van de wijzigingen aan het grondgebied van de provincies die het gevolg waren van de wijziging van de Rijksgrens van België en van de splitsing van de provincie Brabant, vonden de volgende wijzigingen van de provinciegrenzen plaats, voor een groot deel ten gevolge van de vastlegging van de taalgrens (die ook een aantal gemeenten uit de toenmalige administratieve arrondissementen Brussel en Leuven deed overgaan naar het arrondissement Nijvel en op die manier een invloed had op de latere provinciegrens tussen Vlaams-Brabant en Waals-Brabant) of van de fusieoperatie van 1977: 19 maart 1923: Burcht en Zwijndrecht, met inbegrip van de Borgerweertpolder en de Sint-Annaparochie die sedertdien als Linkeroever deel uitmaken van de gemeente Antwerpen van Oost-Vlaanderen naar Antwerpen overgedragen 1 september 1963: de Nederlandstalige gemeenten Bever, met uitzondering van de gehuchten Groenstraat en Warresaet, en Sint-Pieters-Kapelle gaan van Henegouwen naar Brabant (sinds 1994 Vlaams-Brabant), evenals het gehucht Akrenbos van de gemeente Twee-Akren, dat bij Bever wordt gevoegd 1 september 1963: de Nederlandstalige gemeenten Attenhoven, Eliksem, Laar, Landen, Neerhespen, Neerlanden, Neerwinden, Overhespen, Overwinden, Rumsdorp, Waasmont, Walsbets, Walshoutem, Wange en Wezeren (sinds 1977 tezamen onderdeel van gemeente Landen) gaan van Luik naar Brabant (sinds 1994 Vlaams-Brabant) 1 september 1963: de Nederlandstalige gemeente Everbeek gaat van Henegouwen naar Oost-Vlaanderen, evenals de gehuchten Broeken, Koekomere en La Haute van de gemeente Elzele, die bij Ronse worden gevoegd, het gehucht d'Hutte van de gemeente Vloesberg, dat bij Opbrakel wordt gevoegd, en de gehuchten Donkerstrate en Haie-de-Viane die bij Viane worden gevoegd 1 september 1963: de grotendeels Franstalige gemeenten Moeskroen, Lowingen, Dottenijs en Herzeeuw (sinds 1977 tezamen onderdeel van gemeente Moeskroen) evenals Neerwaasten, Komen, Houthem, Ploegsteert en Waasten (sinds 1977 tezamen onderdeel van gemeente Komen-Waasten) gaan van West-Vlaanderen naar Henegouwen, evenals het gehucht Clef de Hollande van de gemeente Nieuwkerke en het gehucht Risquons-Tout van de gemeente Rekkem 1 september 1963: de Franstalige gemeenten Orroir, Amougies en Rozenaken gaan van Oost-Vlaanderen naar Henegouwen 1 september 1963: de Nederlandstalige gemeenten Moelingen, 's-Gravenvoeren, Sint-Martens-Voeren, Sint-Pieters-Voeren, Remersdaal en Teuven (sinds 1977 tezamen onderdeel van gemeente Voeren) gaan van Luik naar Limburg, evenals een strook grondgebied in het noorden van de gemeente Elch, die bij het Limburgse Rutten wordt gevoegd 1 september 1963: de Franstalige gemeenten Corswarem (onofficieel Korsworm), Wouteringen, Bitsingen, Eben-Emael, Ternaaien, Rukkelingen-aan-de-Jeker en Wonck gaan van Limburg naar Luik, evenals de gehuchten La Bosquée, Al Savate en Haut-Vinâve die respectievelijk bij de Luikse gemeenten Cras-Avernas, Elch en Glaaien worden gevoegd 1 januari 1977: Muizen gaat van Brabant naar Antwerpen en wordt bij de stad Mechelen gevoegd 1 januari 1977: Noville-sur-Mehaigne gaat van Brabant naar Namen 1 januari 1977: Boignée gaat van Henegouwen naar Namen 1 januari 1977: Seilles en Landenne gaan van Luik naar Namen 1 januari 1977: My en Arbrefontaine van Luxemburg naar Luik 1 januari 1977: Ambly, Fronville, Bure en Resteigne gaan van Namen naar Luxemburg 1 januari 1977: Sugny gaat van Luxemburg naar Namen 1 januari 2025: Zwijndrecht en Burcht gaan van Antwerpen terug naar Oost-Vlaanderen als deelgemeente van Beveren-Kruibeke-Zwijndrecht