thumb|Jef Van der Veken restaureert een Massijs van de Renders collectie miniatuur|De Renders Magdalena na de ‘hyperrestauratie’ door Jef Van der Veken Jef Van der Veken (Josephus Maria Vander Veken) (Antwerpen, 4 april 1872 - Elsene, 10 maart 1964)RKD. Gearchiveerd op 23 februari 2023. was een Belgische schilder-restaurateur die bekend is voor het schilderen van een kopie van het paneel van de Rechtvaardige Rechters van het Lam Gods nadat het originele paneel gestolen was. Van der Veken voerde voor een aantal verzamelaars, onder anderen voor Emile Renders, 'hyperrestauraties' uit, waarbij het schilderij praktisch volledig werd herschilderd in die mate dat men zonder meer van vervalsing kan spreken. De Renderscollectie werd tijdens de Tweede Wereldoorlog in zijn geheel verkocht aan rijksmaarschalk Göring. Ze bevatte zeker een twintigtal werken die door Van der Veken "hersteld" waren.Persdossier bij de publicatie van ‘Autour de la Madeleine Renders’ van het KIK
Biografie miniatuur|Jan van Eyck, Madonna met kanunnik Joris van der Paele, gerestaureerd door J. Van der Veken. Jef Van der Veken werd in 1872 geboren in Antwerpen, waar zijn ouders een handelszaak in porselein en kristal hadden. Hij was het vijfde kind in het gezin en verloor zijn vader toen hij zeven jaar oud was. Na enige jaren in een weeshuis in Sint-Niklaas te zijn geplaatst, kwam hij terug bij zijn moeder in Antwerpen en op zijn twaalfde werd hij leerjongen bij een huisschilder, Fons HuybrechtsL. Schalkens Van jongs af aan was hij geïnteresseerd in de grafische kunsten en ambieerde hij een carrière als schilder. Tijdens zijn legerdienst volgde hij avondlessen aan de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen van 1892-1895.Hélène Verougstraete, Roger Van Schote, Jean-Luc Pypaert, Biografie in: Fake or not fake, Het verhaal van de restauratie van de Vlaamse Primitieven, Ludion 2005, pp. 110-120.
Van der Veken huwde in 1897 met Contantia Hoogheid en zij kregen twee kinderen, Pierre en Emilia, de latere echtgenote van Albert Philippot, die nog met zijn schoonvader zou samenwerken aan restauraties. Hij trouwde een tweede maal met Maria Zoé Van Ruyskensvelde, een kunstschilderes, in 1954. Hij was toen al 82, Maria Zoé 48.
Hij begon met het maken van portretten op basis van foto’s en legde zich daarna toe op imitaties van oude meesters. Blijkbaar had hij geen aspiratie als kunstenaar, maar stelde hij zich tevreden met het maken van perfecte kopieën. Na zijn opleiding vestigde hij zich in 1908, met de hulp van een aantal Dendermondse zakenlui, te Brussel in de Regentstraat vlak bij het Museum voor Oude Kunst, als antiquair en maakte hij op bestelling pastiches voor de gegoede burgerij.L’affaire, p. 5 De catalogus van zijn werken opgesteld door Jean-Luc PypaertJ.-L. Pypaert, Early Netherlandish Painting XV ? Joseph Van der Veken, in: Autour de la Madeleine Renders, Scientia Artis 4, 2005. pp. 197-282. vermeldt 127 pastiches waarvan slechts van 23 bekend is waar ze zich bevinden.
Zijn werken werden weldra op de kunstmarkt verkocht als originele oude meesters uit de vijftiende en zestiende eeuw. Een mooi voorbeeld hiervan is zijn Mystiek huwelijk van de heilige Catharina dat in 1927 werd gepresenteerd als een werk van de Meester van de Baroncelliportretten in Londen, tijdens de tentoonstelling Flemish and Belgian Art, 1300-1900. Van der Veken kon de inrichters niet overtuigen dat het een werk van zijn hand was tot hij een foto bovenhaalde van de dochter van zijn tuinman die hij gebruikt had als model voor het gelaat van de heilige.Hélène Verougstraete, Roger van Schoute, in Fake or not fake, Ludion 2005, p. 27.
miniatuur|left|Lam Gods, De rechtvaardige rechters van J. Van der Veken. In de nasleep van dit schandaal werd Van der Veken restaurateur voor het Museum van Schone Kunsten te Brussel op aanbeveling van Leo van Puyvelde en Georges Hulin de Loo.Fake - not fake, restauraties-reconstructies-falsificaties, tentoonstelling in het Groeningemuseum Brugge, 2004-2005 Hij maakte snel naam als expert en kreeg belangrijke opdrachten van het Groeningemuseum en voor de restauratie van belangrijke panelen van Hans Memling in het Sint-Janshospitaal in Brugge. Hij restaureerde onder meer de Madonna met kanunnik Joris van der Paele (1933) van Jan van Eyck. Hij nam zelf het initiatief voor het maken van een kopie van het paneel van de Rechtvaardige Rechters, nadat dit in 1934 gestolen was uit de Sint-Baafskathedraal in Gent, op basis van de kopie van het werk door Michiel Coxcie gemaakt voor Filips II van Spanje en van oude foto's van het origineel.Rudy Pieters, De barst in het Lam in: Fake or not fake, Het verhaal van de restauratie van de Vlaamse Primitieven, Ludion 2005, p. 150. Van der Veken restaureerde eveneens de Adam en Eva van het Lam Gods (1937).
Na de oorlog werd Van der Veken aangezocht om de leiding te nemen van het restauratieatelier van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium in Brussel. Van der Veken die toen al 74 jaar was, ging hier niet op in, maar stelde zijn schoonzoon Albert Philippot voor die tien jaar met hem had samengewerkt en de technieken van Van der Veken perfect kende. Op die manier werd de kennis van Van der Veken aangaande restauratietechnieken overgedragen naar de volgende generaties. Van der Veken overleed in 1964 in Elsene.
Wat zijn restauraties betreft was Van der Veken zonder meer een van de meest bekende restaurateurs van zijn generatie naast Willam Suhr in de Verenigde Staten en Helmuth Ruhemann in Duitsland.Till-Holger Borchert, Hoe authentiek zijn de Vlaamse Primitieven in Fake or not fake, Ludion 2005, p. 19-21. In wezen was Van der Veken een restaurateur “van de oude stempel” die wel respect hadden voor de ouderdomswaarde van een kunstwerk maar wel hielden aan een “homogene verschijningsvorm” van gerestaureerde werken en afkerig waren van fragmentarische herstellingen. Men kan hem zien als een late opvolger van de academisch gevormde schilders-restaurateurs van de negentiende eeuw
Samenwerking met Renders Bij het begin van de Eerste Wereldoorlog zag Van der Veken zijn handel sterk teruglopen. Hij sloot de Early Art Gallery, en ging zich toeleggen op restauraties. Hij werkte vooral voor een "rijke verzamelaar" die hij nooit bij naam noemde maar we weten nu dat hij via tussenpersonen werken kocht en verkocht. Hij fabriceerde zijn hyperrestauraties, vertrekkende van zwaar beschadigde werken of werken van onbekende oorsprong die hij liet aankopen en vervolgens verwerkte tot topwerken die van de hand van de grote meesters leken te zijn. Hij legde zich vooral toe op de Vlaamse Primitieven en in het bijzonder op werken van Rogier van der Weyden en Jan van Eyck.
Een van die tussenpersonen was Emile Renders. Zijn samenwerking met Renders zou begonnen zijn omstreeks 1920. Renders trad op als mecenas bij het aankopen van de werken die bestemd waren voor de hyperrestauraties van Van der Veken. Als vergoeding mocht hij dan een aantal van de gerestaureerde werken uitkiezen voor zijn eigen verzameling.Jacques Foucart, nota 4.
Voor Renders voerde hij zeker een twintigtal van deze hyperrestauraties uit. De collectie Renders werd in 1941 verkocht aan rijksmaarschalk Hermann Göring voor de tegenwaarde in goudstaven van de som van elf miljoen Belgische frank.Op basis van de evolutie van het BNP zou dit vandaag ongeveer 415 miljoen euro betekenen. Göring liet een deel van de werken ophangen in Karinhall, een van zijn residenties, een ander deel bleef in het bezit van Alois Miedl, een kunsthandelaar die bij de verkoop bemiddelde. Miedl had in Amsterdam de Joodse kunsthandel Goudstikker in bezit genomen.
Na de oorlog probeerde de Belgische staat de door de Duitsers in België geroofde kunstwerken te recupereren. Bijna de helft van de werken die Renders verkocht had aan Göring kon worden teruggevonden en worden nu bewaard in musea in Antwerpen, Brugge, Brussel en Doornik. De staat verkocht daarnaast twee van de werken en de overige werden nooit teruggevonden. De schilderijen die nog vermist zijn staan nog steeds internationaal gesignaleerd en worden nog altijd door België opgeëist.
Hyperrestauraties Van der Veken was dus een van de grondleggers van en een topexpert in de restauratie van oude meesters, en in het bijzonder van de Vlaamse primitieven en werd ook als zodanig erkend. Hij werkte voor de grote musea in België en voor grote verzamelaars zoals Emile Renders, Daniël George van Beuningen uit Rotterdam en voor de Duitse verzamelaars R. Kaufmann en H. Thyssen. Het is pas door de recente ontwikkeling van de onderzoeksmethoden dat men ontdekt heeft wat de omvang van de ingrepen van Van der Veken was. Voordien werden werken die in belangrijke mate van zijn hand waren uitvoerig besproken door de belangrijke kunsthistorici en als origineel opgenomen in belangrijke verzamelingen en musea. Niettemin waren er in die dagen ook al experten, zoals onder meer Maurice Delacre, die de authenticiteit van deze werken in twijfel trokken.L’affaire p.3 met verwijzing naar M. Delacre, Sur un prétendu tableau de Memlinc figurant à l’exposition de Londres, dans Gand Artistique, Art et Esthétique, n° 5, mai 1927, p. 86.
Door de evolutie en professionalisering van de onderzoeksmethoden van de kunsthistorici wordt een aantal van zijn vervalsingen door de experten vandaag probleemloos herkend maar voor het betere werk van voor de Eerste Wereldoorlog is dikwijls microdestructief onderzoek nodig, zoals onderzoek van de pigmenten en van de onderliggende verflagen en voortekeningen door middel van infraroodreflectografie.
miniatuur|De Renders Magdalena voor de restauratie De meeste hyperrestauraties van Van der Veken werden uitgevoerd na de Eerste Wereldoorlog. Hij gebruikte hiervoor werken uit de vijftiende en zestiende eeuw maar van lage kwaliteit en zonder commerciële waarde. Van die schilderijen verwijderde hij dikwijls grotendeels de bovenste verflagen en behield alleen de originele voorbereidende grondlaag. Hierop creëerde hij dan zijn eigen "meesterwerk".L’affaire p.4 Zijn werk als restaurateur van de werken van de Vlaamse Primitieven had hem de gelegenheid gegeven de stijl en de techniek van de oude meesters en de door hen gebruikte materialen zeer diepgaand te bestuderen. Dat stelde hem in staat om zijn imitaties stelselmatig te perfectioneren.
Van der Veken was ook een meester in het nabootsen van de craquelures, de kleine barstjes die in oude verf- en vernislagen in de loop van de tijd ontstaan. Hij gebruikte diverse technieken om craquelures op nieuw geschilderde verfoppervlakken na te bootsen.
Ondanks het feit dat hij met zijn hyperrestauraties de lijn tussen restauratie en vervalsing duidelijk overschreed werd hij tijdens zijn leven nooit verontrust door gerechtelijke procedures. De vragen over het werk van Jef Van der Veken kwamen pas (terug) naar boven tegen het einde van de twintigste eeuw naar aanleiding van het wetenschappelijk onderzoek van drie van de werken uit de Renders collectie die na de oorlog waren gerecupereerd. Het moet wel worden opgemerkt dat de kunstwereld reeds veel vroeger, vanaf 1911, zijn reserves had bij de restauraties van Van der Veken. In de Mitteilungen des Museums-Verbandes, een vereniging van museumconservatoren en experten, werd herhaaldelijk het werk van Van der Veken in twijfel getrokken door bekende experten zoals R. Stettiner, W. Friedländer, W. Vogelsang en F. Winkler.Jacques Foucart, Autour de la « Madeleine Renders » zie Nota 18.
De Madonna met Kind van Jean van Caloen