De Volksunie (VU) was een Vlaams-nationalistische politieke partij, opgericht in 1954 en opgeheven in 2001.

Geschiedenis Historische voorgangers

De Vlaamse bewustwording, die eind 19e eeuw en vooral sinds de Eerste Wereldoorlog was gegroeid, liep in de jaren 40 van de 20e eeuw tegenstand op door de collaboratie van vooraanstaande flaminganten als Staf Declercq van het Vlaamsch Nationaal Verbond met de Duitse bezetting van België in de Tweede Wereldoorlog.

Na de oorlog deed de anti-repressie-beweging, de Vlaamse Concentratie (VC), waar ook Hector De Bruyne in militeerde, een vergeefse poging het Vlaams-nationalisme nieuw en eerbaar vuur in te blazen. Bij de verkiezingen in het voorjaar van 1954 werd nogmaals een coalitielijst van nationalisten gevormd onder de naam Christelijke Vlaamse Volksunie (CVV). Amper één verkozene, Herman Wagemans in Antwerpen, was het magere resultaat.

Oprichting Op 15 december 1954 werd De Volksunie opgericht onder impuls van Frans Van der Elst, Walter Couvreur, Herman Wagemans, Rudi Van der Paal, Wim Jorissen, Ludo Sels, Frans Baert en René Proost als politieke vleugel van de radicale Vlaamse beweging. Het eerste partijcongres vond plaats op 24 april 1955 te Gent en op 17 juli van datzelfde jaar vond een eerste in een reeks van jaarlijkse meetings of landdagen plaats in zaal Majestic in Antwerpen. Anders dan eerdere vooroorlogse afscheidingsbewegingen, ging de Volksunie uit van een federale staat waarbinnen Vlaanderen zelfstandig zou kunnen zijn.

De Volksunie had het in de beginjaren niet echt makkelijk. In december 1955 werd de vzw Volksunie opgericht en de partij probeerde haar ideeën te verspreiden via het eigen dagblad De Volksunie. Dit lukte maar moeizaam en na een conflict hierover nam Walter Couvreur ontslag als eerste voorzitter en werd opgevolgd door Frans Van der Elst.

De nieuwe partij rekruteerde haar aanhang overwegend in kringen van gelovige Vlamingen, de kleine burgerij en intellectuele middenklasse, maar de amnestie-eis maakte dat de partij voor vele kiezers nog steeds een collaboratie-imago had. Regelmatig kwam de partij in aanvaring met andere Vlaams-nationalistische verenigingen, zoals de Vlaamse Militanten Orde die struikelden over haar ideologisch federalisme.

Om electoraal te kunnen overleven, evolueerde de Volksunie van een duidelijk rechtse partij naar een meer pluralistische partij, die niet alleen de nationalisten aansprak, maar ook de kiezer die zich niet kon vinden in het traditionele driepartijenstelsel. Naast een rechtervleugel, waarin heimwee naar het verleden overheerst, en een sterke centrumgroep deed ook een sociaal progressieve minderheid zich tegen het einde van de jaren 60 gelden. Het aantal verkozenen groeide stelselmatig.

Bij de verkiezingen van 1965 behaalde de Volksunie ongeveer 7 procent van de stemmen en kon 12 volksvertegenwoordigers naar Brussel sturen. Hoogdagen beleefde de partij in de ambitie van de rooms-rode regering-Lefèvre-Spaak om begin jaren 60 de taalgrenzen vast te leggen. Ze streefde toen zelfs de Vlaamse liberalen in stemmenaantal voorbij. Naarmate de partij succesvoller werd, verbreedde ze het partijprogramma naar andere maatschappelijke thema's, maar hierover groeide interne verdeeldheid. Zo startte een ontevreden Daniël Deconinck in 1965 een sociaal-flamingantische scheurpartij: de Vlaamse Democraten. Bij de verkiezingen van 1971 bereikte de partij haar historisch hoogtepunt met 18,8 procent van de stemmen,Bart Maddens, politicoloog aan de Katholieke Universiteit Leuven, interview in De Tijd van 13 juni 2009 (pagina 13) wat goed was voor 21 volksvertegenwoordigers en 19 senatoren.

De ondertitel van de partij was lang Sociaal en federaal. Zo was de Volksunie de eerste partij in België die aandacht had voor de milieuproblematiek en dit in haar programma opnam.

Regeringsdeelname Nieuwe communautaire onderhandelingen in 1975 onder leiding van premier Tindemans leverden geen resultaat op. In 1977 was de partij bereid Tindemans aan een regeringsmeerderheid te helpen door middel van het Egmontpact.

Toen de Volksunie in 1978 voornoemd Egmontpact goedkeurde en voor het eerst in de regering kwam, scheurde de radicale vleugel zich af na een grote verkiezingsnederlaag. De leden die de progressieve richting en de breder dan nationalistische bekommernissen van de partij niet zagen zitten, scheurden zich af. Lode Claes richtte de Vlaamse Volkspartij (VVP) op en Karel Dillen de Vlaams Nationale Partij (VNP). Onder de naam Vlaams Blok (VB) gingen beide partijen een lijstverbinding aan.

De Volksunie zat twee keer na elkaar in de Belgische regering, maar leed daarna een historische verkiezingsnederlaag.

In de jaren zeventig werd bij de Volksuniejongeren (VUJO) het idee gelanceerd van integraal federalisme, wat later een van de ideologische pijlers van Spirit zou worden.M.Cels-Decorte, "Naar een federale etiek. Integraal federalisme." Volksuniejongeren (VUJO), 1976 en "Integraal federalisme. Naar een federale samenleving", Volksuniejongeren (VUJO), 1980

In 1981 werd Hugo Schiltz vicepremier van de eerste, nog niet rechtstreeks verkozen proportionele, Vlaamse regering van Gaston Geens. Hoewel de federale staat vorm begon te krijgen, verloor de partij alweer flink in de verkiezingen in 1985 en Jaak Gabriëls werd voorzitter. Ondanks nog maar eens een slecht verkiezingsresultaat in 1987 stapte de partij in de nationale en Vlaamse regeringen. Hugo Schiltz werd vicepremier in de federale regering Martens.

In de jaren tachtig kwam de partij voor een derde keer in de Belgische regering, en werkte ze mee aan de derde fase van de staatshervorming, de Sint-Michielsakkoorden. De partij verliet vroegtijdig deze regering omwille van onethisch bevonden wapenleveringen en onderging een electorale nederlaag. Ook zat de partij meermaals in de Vlaamse en Brussels Hoofdstedelijke regeringen.

Richtingenstrijd en splitsing In 1989 probeerde Gabriëls de partij ideologisch te herpositioneren richting het liberalisme door de partijnaam te wijzigen in Volksunie-Vlaamse Vrije Democraten (VU-VVD). Gabriëls' geflirt met de liberalen resulteerde in 1991 tot nogmaals een breuk in de partij. Kort na de verkiezing van Bert Anciaux in juni 1992 tot voorzitter stapten Gabriëls en een heleboel getrouwen over naar de inmiddels vernieuwde liberale partij, via de tussenstap van het Centrum voor Politieke Vernieuwing (CPV) naar de verbrede Vlaamse Liberalen en Democraten (VLD). Dit waren onder meer Jaak Gabriëls, André Geens, Bart Somers, Hugo Coveliers en Jef Valkeniers. Als tegenreactie lanceerde de VU een brede campagne "Wij blijven" om de blijvende levenskracht van de partij te verdedigen.

In de jaren negentig werd Bert Anciaux partijvoorzitter met een zowel progressief als communautair-gericht imago. Om zich af te zetten tegen het al te (PVV-)"liberale" experiment van Gabriëls, verdween de ondertitel 'Vlaamse Vrije Democraten' wederom uit de partijnaam.

Uit onvrede met deze koers scheurden in 1995 opnieuwe enkele partijleden zich af en richtten SoLiDe op.

In 1995 nam de partij met Bert Anciaux deel aan de verkiezingen, met het doel terug 300.000 stemmen te krijgen en zodoende te bewijzen dat de partij nog electoraal relevant was, en het voortbestaan van de partij niet langer in vraag werd gesteld, hetgeen lukte.

Anciaux ging verder met de steevast op staatshervorming gerichte, maar vooral steeds meer uitgebouwde progressieve koers, en nam in 1998 als voorzitter tijdelijk ontslag om een verruimingsoperatie te leiden. Geestesgenoot Patrik Vankrunkelsven nam het voorzitterschap waar. Anciaux kwam tevoorschijn met de verruimings- en vernieuwingsbeweging ID21 met links-liberale wortels, die nieuwe mensen kon motiveren. Hij werd alliantievoorzitter. Met het oog op de verkiezingen in 1999 gingen VU en ID21 in 1998 een electorale alliantie aan. De verkiezingen van 1999 werden electoraal een succes.

Het succes van dit experiment werd intern betwist en leidde tot groeiende spanningen binnen de Volksunie. Inmiddels werden twee kampen duidelijk zichtbaar in VU-ID, waarbij de meer progressieven veelal de vernieuwingsbeweging propageerden en de anderen meer geleid werden door nationalistische motieven.

Deze spanningen namen toe toen Geert Bourgeois, de voorman van de traditionalistische en centrumrechtse Vlaams-nationalistische vleugel binnen de Volksunie, door de leden op 15 januari 2000 tot nieuwe voorzitter verkozen werd boven toenmalig voorzitter Patrik Vankrunkelsven.

In november 2000 botsten de twee clans opnieuw over de toekomstige koers van de partij, wat diepe wonden sloeg. De ultieme klap volgde met het Lambermontakkoord, goedgekeurd door het partijbestuur, maar afgekeurd door haar nieuwe voorzitter Geert Bourgeois en een aantal Kamerleden. Het afspringen van de samenwerking tussen VU en ID21 (onder voorzitterschap van Sven Gatz) was slechts een van de resultaten hiervan. Een ander zichtbaar resultaat van de malaise was dat het aantal betalende leden van de partij op een jaar tijd slonk van 16.000 naar 8.000 leden.

Ondertussen kwam de Volksunie in mei 2001 inmiddels nog op een bijkomende manier in de publieke aandacht. Een bezoek aan het 50e herdenkingsfeest van het Sint-Maartensfonds, een vereniging van oostfronters en Vlaamse oud-strijders, kostte toenmalig Vlaams minister Johan Sauwens de kop. Het Vlaams-nationale collaboratie-verleden en de rol van het Vlaams-nationalisme daarin werden weer uitgespeeld. Sauwens zou eind december 2001 dan ook de overstap maken naar de vernieuwde CVP, de CD&V.

Op 13 oktober 2001 viel de partij bij een intern referendum uit elkaar in drie groepen: Vlaams-Nationaal rond Geert Bourgeois (47,18%), de Toekomstgroep rond Bert Anciaux (22,63 %) en Niet Splitsen, de middengroep rond Johan Sauwens en Nelly Maes (30,18 %).

Geen van de drie groepen behaalde de absolute meerderheid bij het interne referendum, zodat de naam "Volksunie" niet kon worden overgedragen. De groep Vlaams-Nationaal erfde als grootste groep de partijinfrastructuur. De financiële middelen werden onder de drie groepen verdeeld.

Bij de Volksuniejongeren werd met grote meerderheid beslist integraal op te gaan in de structuren van de Toekomstgroep.

Ontbinding en politieke herverkaveling Kort na het referendum hield de groep Niet Splitsen op te bestaan. De Toekomstgroep richtte een nieuwe partij op onder de naam Spirit en de groep Vlaams-Nationaal deed dat onder de naam N-VA. Wegens het uiteenvallen van de Volksunie trad er een politieke herverkaveling van mandatarissen op.

Zo gingen volgende leden van de Toekomstgroep en ID21 over naar het nieuw opgerichte, links-liberale Spirit: Bert Anciaux (later in kartel met sp.a, en vervolgens rechtstreeks naar die partij) Vic Anciaux (later in kartel met sp.a) Geert Lambert (later in kartel met sp.a, vervolgens naar de door hem zelf opgerichte partij SLP, en ten slotte naar Groen!, waarin die partij opgegaan was) Els Van Weert (later in kartel met sp.a, maar in 2008 uit de nationale politiek) Paul Van Grembergen (later in kartel met sp.a) Hugo Schiltz (later in kartel met sp.a) Herman Lauwers (later in kartel met sp.a) Dirk De Cock (later in kartel met sp.a) Jos Bex (later in kartel met sp.a) Fouad Ahidar (later in kartel met sp.a, en vervolgens rechtstreeks naar die partij) Walter Muls (later in kartel met sp.a) Frans Baert (later in kartel met sp.a) Bart Staes (later naar Agalev) Annemie Van de Casteele (later naar VLD) Patrik Vankrunkelsven (later naar VLD) Vincent Van Quickenborne (later naar VLD) Margriet Hermans (later naar VLD) Sven Gatz (later naar VLD) Fons Borginon (later naar VLD)

Ook Nelly Maes van Niet Splitsen sloot zich aan bij Spirit. Maar al vlug brak opnieuw een richtingenstrijd uit. Een gedeelte van de mandatarissen vertrok richting VLD, terwijl de overblijvende mandatarissen met Spirit een kartel aangingen met de sp.a.

Kris Van Dijck van Niet Splitsen sloot zich later aan bij de N-VA.