De Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) is een Nederlandse politieke partij met een conservatief-liberale signatuur. De huidige partijleider is Dilan Yeşilgöz. De partij maakt deel uit van het op 23 februari 2026 beëdigde kabinet-Jetten.

Geschiedenis Op zaterdagmiddag 24 januari 1948 werd in een overvol Bellevue in Amsterdam de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie opgericht. De VVD ontstond uit het samengaan van de Partij van de Vrijheid (PvdV), waarvan Dirk Stikker partijleider was, en het Comité ter voorbereiding van een Democratische Volkspartij, vernoemd naar zijn voorzitter Pieter Oud. Dit comité bestond uit ontevreden leden van de links-liberale Vrijzinnig-Democratische Bond (VDB), die in 1946 met de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP) en enkele andere politieke groeperingen was opgegaan in de Partij van de Arbeid (PvdA).

Al snel na de totstandkoming van de PvdA vond Oud, die in de VDB een vooraanstaande rol had gespeeld, dat zijn nieuwe partij te veel sociaaldemocratische trekjes kreeg. Ook kreeg hij niet de erkenning waarop hij gezien zijn politieke staat van dienst dacht te kunnen rekenen. Toen Oud zich in augustus 1947 openlijk afvroeg 'of de tijd niet langzamerhand rijp wordt voor het oprichten van een vooruitstrevende partij, waarin groepen uit de Partij van de Arbeid, de Partij van de Vrijheid en de daklozen zich zullen kunnen 'thuis voelen', vond hij meteen gehoor bij Stikker. De PvdV was in maart 1946 opgericht, maar was in feite weinig meer dan de voortzetting van de behoudende en wat stoffige Liberale Staatspartij van voor de Tweede Wereldoorlog. Stikker was lijsttrekker bij de Tweede Kamerverkiezingen op 16 mei 1946. Het resultaat (zes zetels) viel hem tegen. De PvdV verkeerde in een impasse, zo meende Stikker; achter de schermen ging hij gretig in op de verkapte uitnodiging van Oud. Deze stapte in oktober 1947 uit de PvdA en vormde het 'Comité tot voorbereiding van een Democratische, niet-socialistische Volkspartij'.

In de onderhandelingen met Stikker haalde Oud het onderste uit de kan – en dat terwijl de PvdV zo'n 20.000 leden telde en Ouds Comité hooguit een paar honderd geestverwanten had. Zowel de naam 'Volkspartij voor Vrijheid en Democratie' als de naam van het partijorgaan (Vrijheid en Democratie) kwam uit zijn koker. Op de voorlopige kandidatenlijst voor de komende Kamerverkiezingen vielen drie van de geschatte acht à negen verkiesbare plaatsen aan leden van het Comité toe, inclusief het lijsttrekkerschap voor Oud zelf.

Op 16 december 1947 kondigden Oud en Stikker op een persconferentie de komst van de VVD aan. Het Comité en de PvdV werden hiermee voor een voldongen feit gesteld, maar zouden uiteindelijk wel akkoord gaan – zij het dat de door Oud bedachte term 'volkspartij' binnen de PvdV veel weerstand opriep. Bij de totstandkoming van de VVD had Oud aan het langste eind getrokken; hij zou de partij ook domineren tot zijn terugtreden in 1963.

Eerste parlementaire jaren thumb|Pieter Oud (1956) Bij haar eerste Tweede Kamerverkiezingen in 1948 behaalde de VVD onder Pieter Oud 8 zetels (de Tweede Kamer telde destijds 100 zetels). De VVD schoof direct aan in het kabinet-Drees-Van Schaik, met onder andere de PvdA. Als partijvoorzitter en fractievoorzitter groeide Oud al snel uit tot de politiek leider van de partij. Onder zijn straffe leiding vertoonde het zeteltal van de VVD tot het einde van de jaren 50 een opwaartse koers. Het aantal zetels bedroeg in 1959 zelfs 19 (van de inmiddels 150 zetels tellende Tweede Kamer). Van 1952 tot 1959 verkeerde de VVD in de oppositie, maar daarna zaten ze, behalve van 1965 tot 1967, continu in de regering tot 1973. In 1963 trad Oud terug als lijsttrekker en gaf het stokje over aan Edzo Toxopeus. Onder zijn opvolger en later ook Molly Geertsema bleven de zetelaantallen hangen op 16 à 17 zetels.

Financiële positie Vanaf het moment van oprichting drukte Oud zijn stempel op de partijorganisatie. Het partijapparaat bleef echter zwak, wat paste in de liberale traditie van een afkeer van een hechte partijorganisatie. In vergelijking met andere grote politieke partijen stond de VVD er financieel meestal slecht voor. Bij de oprichting was al duidelijk dat de VVD amper financieel op haar benen kon staan. De geldbehoefte liep altijd ver voorop bij de offerbereidheid van de leden. Het vermogen van de partij bleef altijd zweven rond de nulgrens. Andere partijen in het verzuilde Nederland konden rekenen op verwante maatschappelijke organisaties om de kas te spekken, de VVD had een dergelijke binding niet. Ook heeft de VVD zich in eerste instantie tegen bijna elke vorm van overheidssteun verzet, maar uiteindelijk, na invoering altijd wel er gebruik van gemaakt. Dit vooral omdat er anders ongelijkheid zou ontstaan tussen de partijen, beredeneerde men. In het boekjaar 1988 had de VVD een tekort van fl. 536.000, waardoor het negatief vermogen opliep naar fl. 644.000. Verschillende plannen moesten uitkomst bieden; zo was er een voorstel om het "Thorbeckehuis" aan de Koninginnegracht in Den Haag af te stoten. Dit voorstel werd door de ledenvergadering verworpen. De oplossing werd gevonden in een inkrimping van het personeelsbestand en een verhoging van de contributie.

Hans Wiegel en de doorbraak thumb|Hans Wiegel (1971) start=2:42|end=3:33|thumbtime=3:30|thumb|Polygoon-journaal-impressie van de verkiezingscampagnes voor de Tweede Kamerverkiezingen van 1977. Hans Wiegel op campagne. In 1958 kwam er een einde aan de Rooms-Rode samenwerking in de kabinetten-Drees, en na vervroegde verkiezingen trad de VVD toe tot het kabinet-De Quay. Met een onderbreking in de jaren 1965–1967 vanwege de omroepkwestie (REM-eiland) leverden de liberalen in de jaren 1960 ministers als Edzo Toxopeus, Molly Geertsema en Johan Witteveen. De partij bleef echter met zo'n 14 zetels een kleine partner in de christelijke coalities.

Dankzij de ontzuiling en een meer volkse en rechtse koers brak de VVD door in de jaren 1970, onder aanvoering van Hans Wiegel. Hij behaalde bij de Tweede Kamerverkiezingen in 1972 22 zetels. Mede door een harde oppositie tegen het kabinet-Den Uyl behaalde hij ook in 1977 een winst van 6 zetels. Met 28 zetels wist de partij Joop den Uyl uiteindelijk uit het Catshuis te houden, door een coalitie te vormen met het CDA: het kabinet-Van Agt I. Als vicevoorzitter en met regeringsverantwoordelijkheid verloor Wiegel in 1981 twee zetels en kwam uit op 26. De VVD belandde in de oppositiebanken. Wiegel trad terug en werd opgevolgd door Ed Nijpels. Ook gedurende deze periode steeg het ledental tot ongekende hoogte, 102.888 leden in 1982. Het tweede kabinet-Van Agt (bestaande uit CDA/PvdA/D66) hield maar 9 maanden stand en de VVD steeg naar 36 zetels bij de verkiezingen. Wederom keerde de VVD terug in het centrum van de macht, deze keer in het eerste kabinet-Lubbers. Bezuinigingen en de afslanking van de welvaartsstaat waren de inzet.

Grote electorale dip Als gevolg van interne affaires en conflicten ging in 1986 wederom een groot deel van de zetels verloren. Het restant van 27 zetels was wel genoeg om wederom regeringsverantwoordelijkheid te dragen in het tweede kabinet Lubbers. Nijpels werd in dit kabinet minister en opgevolgd als fractievoorzitter door Joris Voorhoeve. Als politiek leider van de VVD botste Voorhoeve regelmatig met Lubbers en veroorzaakte in 1989 de val van het kabinet. De VVD-fractie keerde zich tegen het regeringsvoorstel om het reiskostenforfait af te schaffen, terwijl de VVD-ministersploeg het kabinetsvoorstel bleef steunen. Na een afkeurende motie kondigde Lubbers het ontslag om van het kabinet aan. Als 'breker' moest de VVD bij de verkiezingen de prijs betalen en verloor 5 zetels en belandde met 22 zetels in de oppositie.

Frits Bolkestein en de formatie van Paars thumb|Frits Bolkestein (1999) Joris Voorhoeve trok zijn conclusies uit de nederlaag en werd opgevolgd door Frits Bolkestein. De tijdgeest zat de liberale partij mee, met de ondergang van het communisme in Oost-Europa. Daarnaast kon de VVD zich goed profileren in de oppositie tegen het derde kabinet-Lubbers van CDA en PvdA. De Tweede Kamerverkiezingen van 1994 brachten de VVD 31 zetels en ze werd bij de Provinciale-Statenverkiezingen in 1995 voor het eerst de grootste partij. Dit had tot gevolg dat de VVD ook de grootste fractie in de senaat kreeg. In 1994 ontstond er een mogelijkheid om zonder het CDA een kabinet te vormen en met D66 en PvdA een lang gekoesterde wens in vervulling te laten gaan. Dit zogenaamde 'paarse kabinet' was al sinds 1976 in voorbereiding, door middel van het toen nog geheime Des-Indes poverleg. Ondanks deze lange voorbereiding leek Paars er in eerste instantie niet te komen. Na een lange formatieronde brak de VVD, omdat de PvdA alleen bereid was te bezuinigen op de overheidsorganisatie en niet wilde snijden in de sociale voorzieningen. Tegen het advies van de fractieleiders in, gaf koningin Beatrix toch de formatie een tweede kans. Deze tweede formatieronde had wel succes en het eerste paarse kabinet was een feit. Frits Bolkestein bleef in de Kamer en zette een aantal maatschappelijke vraagstukken op de politieke agenda, die tot dan toe onbespreekbaar waren geweest in politiek Den Haag, zoals islam en immigratie. Deze lijn werd in 1998 beloond met 38 zetels en de VVD werd daarmee de tweede partij. Kort na de formatie van het tweede kabinet Kok werd Bolkestein eurocommissaris en trad hij daarmee af als fractievoorzitter. Hij werd opgevolgd door Hans Dijkstal.

Opkomst van het populisme In aanloop tot de verkiezingen van 2002 leek de VVD opnieuw een enorme winst te gaan boeken. De opiniepeilers peilden in 2001 nog 50 zetels voor de VVD. De strategie die de VVD daarna koos was er een van bewaring van eenheid, een laag profiel houden en het voorkomen van controverse tot aan de verkiezingen. Een strategie die hopeloos mislukte, met de opkomst van Pim Fortuyn en diens LPF in de politiek. Dijkstal maakte als lijsttrekker mede dankzij deze gekozen strategie een weinig inspirerende en matte indruk op de kiezer en verloor fors bij de gemeente- en Tweede Kamerverkiezingen. De VVD die 1 jaar eerder nog als grootste partij gepeild werd, verloor 14 zetels.

Dijkstal kon niet anders dan zijn conclusies trekken en werd opgevolgd door Gerrit Zalm. Daarnaast koos de VVD ook voor een forse vernieuwing van de partijorganisatie. Zo stapte de partij landelijk over op het systeem van one-man-one-vote en zou de lijsttrekker direct door de leden gekozen worden. Ondanks het forse verlies bij de verkiezingen was er weinig alternatief dan toetreden tot het eerste kabinet-Balkenende (CDA/LPF/VVD). Door de snelle val van dit kabinet waarbij met name de LPF zich zeer impopulair maakte bij de kiezers wist de VVD in 2003 alweer 4 zetels terug te winnen, en trad wederom toe tot de regering. Zalm werd minister en opgevolgd door Jozias van Aartsen. Ondanks de winst bij de verkiezingen was nog geen sprake van een compleet herstel. Zo leverde de partij wederom zetels in bij de provinciale verkiezingen in 2003, en de Europese verkiezingen in 2004.

Discussies en verdeeldheid thumb|Gerrit Zalm (2006) Na de toetreding van Zalm tot het kabinet, kwam een oude discussie binnen de partij weer naar boven. De VVD heeft nooit willen kiezen of de politiek leider de fractievoorzitter of de aanvoerder van de VVD-ploeg in het kabinet is. Na een aantal botsingen tussen Gerrit Zalm en Jozias van Aartsen bepaalde de ledenvergadering dat Van Aartsen als fractievoorzitter de 'politiek aanvoerder' was.