thumb|Voorbeeld van een gebreide muts, bovenaan de tricotsteek, onderaan een boordsteek thumb|Close-up van een breier Breien is van oorsprong een ambachtelijke techniek waarbij doorlopend garen met behulp van twee of meer breinaalden wordt verwerkt tot textiel, vaak als basis voor kledingstukken en accessoires. Samen met weven is breien een van de meest voorkomende methoden om textiel te vervaardigen. Gebreide stof bestaat uit aaneengeschakelde lussen, waardoor het een elastisch karakter krijgt. Wol en acryl zijn de meest gebruikte vezels voor breigaren, maar ook andere materialen zoals katoen, zijde, bamboevezels, linnen en hennepvezel worden gebruikt. Truien, sokken, sjaals en mutsen behoren tot de populairste breiwerken, maar ook andere kledingstukken en accessoires kunnen met deze techniek worden vervaardigd.

Handmatig breien, als een vorm van ambachtelijk handwerk, was tot in de 20e eeuw een gebruikelijke methode om kleding te vervaardigen, maar wordt in de 21ste eeuw voornamelijk beoefend als creatieve hobby. In de moderne textielindustrie worden diverse kledingstukken met behulp van breimachines geproduceerd, wat zorgt voor een hogere productiesnelheid en bredere toepassingsmogelijkheden. Hierdoor kunnen bijvoorbeeld heel fijn breiwerk of complexe breipatronen foutloos worden uitgevoerd.

Geschiedenis Etymologie Breien (of ook breiden) komt in het Middelnederlands voor. Het Nederlandse werkwoord is verwant aan onder andere het Oudsaksisch bregdan (vlechten, knopen), het Oudfries brîda of breida (trekken, rukken), het Oudhoogduits brettan (trekken, weven) en het Oudengels bregdan (trekken, rukken, vlechten). Al deze vormen gaan terug op de wortel *bherH- (dat 'boren' betekende) in het Proto-Indo-Europees. Hoe het werkwoord precies de betekenissen 'trekken', 'weven' en uiteindelijk 'breien' verkreeg, is onduidelijk. Nicoline van der Sijs (samensteller),"Breien (met naalden weefsels maken)", Etymologiebank, Meertens Instituut, 2010, online geraadpleegd op 06-05-2015. Gearchiveerd op 18 mei 2015.

Ontstaan thumb|Egyptische sokken, 300-500 n.Chr., gebreid volgens de oudere, tragere methode van naaldbinden De mens weeft al duizenden jaren stoffen. Breien is vermoedelijk ontstaan uit oudere, wijdverspreide methodes om van garen textiel te maken. Voor de introductie van breien en haken deed men in verschillende culturen aan naaldbinden (van het Deense nålebinding, een neologisme uit jaren 1970). Naaldbinden lijkt op haken, met het grote verschil dat er niet met een haaknaald, maar een gewone naald gewerkt wordt en met korte stukken draad. De draad wordt met de naald door een lus gehaald, waardoor een nieuwe lus ontstaat. Enkele van de oudste vondsten van naaldgebonden textiel zijn een lapje stof uit de Syrische stad Dura Europos uit de 3e eeuw n.Chr., "Archeology and knitting meet at Dura Europos", Cirsia Fortuita, 21-03-2012, online geraadpleegd op 06-05-2015. Gearchiveerd op 18 mei 2015. sandaalsokken van Egyptische Kopten uit de 4e eeuw en hoofddeksels en sjaals uit de Peruviaanse Paracas- en Nazcaculturen van tussen 300 v.Chr. en 300 n.Chr. Vermoedelijk is de techniek verschillende eeuwen of zelfs millennia ouder.

Breien zou in het Midden-Oosten ontstaan zijn als een adaptatie van naaldbinden, met twee naalden in plaats van een. De oudste voorbeelden van eigenlijk breiwerk komen uit Egypte. Men gaat ervan uit dat de gevonden kledingstukken – waaronder katoenen sokken met kleurrijke patronen – tussen de 11e en de 14e eeuw gemaakt werden. Georgette Cornu, Marielle Martiniani-Reber, Tissus d'Égypte. Témoins du monde arabe, VIIIe-XVe siècles: Collection Bouvier. Genève: Musée d'art et d'histoire de Genève, 1993. "The History of Knitting Pt 1: Mysterious Origins", Sheep & Stitch, 16-02-2014, online geraadpleegd op 06-05-2015.

Vanuit het Midden-Oosten verspreidde de breitechniek tijdens de hoge en late middeleeuwen naar Europa. De oudste archeologische vondst van breiwerk in Europa is een zijden kussensloop uit de late 13e eeuw, aangetroffen in het graf van een Spaanse prins. Arabieren introduceerden de techniek mogelijk in Spanje tijdens de Moorse overheersing of Spanjaarden maakten kennis met breien tijdens de kruistochten. "The History of Knitting Pt 2: Madonnas, Stockings and Guilds, Oh My!", Sheep & Stitch, 18-02-2014, online geraadpleegd op 06-05-2015.

Terwijl naaldbinden prima lukt met korte stukjes draad, zijn er om te breien langere garens nodig. De uitvinding van het spinnewiel om garen te spinnen, dat vermoedelijk in de 11e eeuw in Azië en het Midden-Oosten opkwam en niet veel later in Europa zou opduiken, Arnold Pacey, Technology in World Civilization: A Thousand-Year History. Cambridge: The MIT Press, 1991. was een belangrijke stap vooruit ten opzichte van spinnen met een steen of spintol en was cruciaal in de verspreiding van breien.

thumb|left|Een breiende madonna op een schilderij uit het rechterpaneel van het Buxtehuder altaar, door Bertram van Minden, begin 15e eeuw

Middeleeuwen en vroegmoderne tijd De vroegste gebreide voorwerpen in Europa zijn gemaakt door Arabische breiers in dienst van de Spaanse christelijke koninklijke families. Hun hoge vaardigheid op het gebied van breien is terug te vinden in de verschillende voorwerpen die gevonden zijn in de graven van de abdij van Santa María la Real de Las Huelgas, vlak bij Burgos, Spanje. Een zijden kussenhoes werd gebreid met ongeveer 20 steken per inch en bevatte onder andere gebreide patronen die de familiewapenkamer weerspiegelden.

Er is ook een Votisch gebreid fragment uit de late 13e eeuw opgegraven in Estland.Lyffland, Anneke, "A study of a 13th-century Votic knit fragment". Gearchiveerd op 17 januari 2022. Dit fragment is gebreid in een gestrengeld patroon in drie kleuren en maakte waarschijnlijk deel uit van een wantmanchet.

Halverwege de 14e eeuw duiken er in Italië en Duitsland schilderijen op van Maria, waarop zij in het bijzijn van het kindje Jezus breit. Deze 'breiende madonna's' geven aan dat breien zich op dat moment al over delen van West-Europa verspreid had. In de schilderijen doet Maria aan rondbreien en breien in verschillende kleuren, wat bewijst dat de kunstenaars vertrouwd waren met die technieken. "Europe médiévale", Tricot-Fluor, 13-09-2004, online geraadpleegd op 08-05-2015. Volgens historica Joan Thirsk vormen de schilderijen een indicatie dat breien in de late middeleeuwen wijdverspreid was en misschien zelfs een populair tijdverdrijf voor vrouwen uit de hogere klassen. Brei-expert Donna Kooler bevestigt dat een breiende vrouw een vertrouwd beeld moet zijn geweest.

Niet veel later groeide breien uit tot een aanzienlijke ambacht. De groei werd gedreven door een Europese modetrend voor rijke mannen: gebreide sokken. De toegenomen vraag om kwalitatieve katoenen of zijden sokken – stoffen die geïmporteerd moesten worden en bijgevolg kostelijk waren – leidde in de 15e en 16e eeuw tot een professionalisering van breien in gilden. De breiersgilden waren alleen toegankelijk voor mannen en vereisten een intensieve vooropleiding. Voor het breien werd een breischede gebruikt, een soort kokertje dat in de broekband gestoken werd en waar een van de naalden in gestoken kon worden.

In Nederland werd het breien geïntroduceerd vanuit Spanje tijdens de Tachtigjarige Oorlog. In de periode daarvoor werd textiel gemaakt door te weven. Oude vondsten in Nederland met breiwerk zijn luxe gebreide handschoenen. Zeelieden gingen gebreide hoeden dragen, die vervilt werden om ze waterdicht te maken. Tsaar Peter de Grote laat zo een hoed voor zich maken.

Geleidelijk aan leerden ook werklieden en boeren om goedkoop te breien met de wol van hun eigen schapen. Buiten de steden, waar de gilden het monopolie hadden, breiden zowel mannen als vrouwen. Behalve voor eigen gebruik, breide men ook voor verkoop, een vorm van plattelandsnijverheid. Olivia Gordon, "Knitting: how it all began", allaboutyou.com, 12-02-2010, online geraadpleegd op 07-05-2015. Dat was vooral het geval in Groot-Brittannië waar koningin Elizabeth de landelijke bevolking aanmoedigde om bij te verdienen door te breien. Op het einde van Elizabeths bewind exporteerde Engeland wollen kousen naar Frankrijk, Duitsland, Italië, de Nederlanden en zelfs Spanje, dat de naam had het beste breiwerk te produceren. "Le marche de la bonnetterie", Tricot-Fluor, 13-09-2004, online geraadpleegd op 08-05-2015.

Oorspronkelijk werd alleen wol gebruikt. Toen aan het begin van de 18e eeuw de VOC katoen meenam uit India begon daar men ook mee te breien, in eerste instantie alleen voor de elite die deze luxe kon betalen.

Tijdens de Franse Revolutie (1789-1799) vaardigde de Algemene Raad van de Parijse Commune een decreet uit dat vrouwen tijdens bijeenkomsten van het communebestuur op de publieke tribunes mochten breien. De term tricoteuse (breister) raakte in gebruik als een neerbuigende benaming voor vrouwelijke politieke activisten uit het gewone volk. Dat vrouwen breiend toekeken als mensen werden geguilotineerd is echter waarschijnlijk een mythe.

Industriële revolutie thumb|Kleinschalige inslagbreimachine uit 1870 thumb|Breiend meisje, door William-Adolphe Bouguereau, 1869 Voor de industriële revolutie van de 18e en 19e eeuw werden er verschillende toestellen uitgevonden om het breien te vergemakkelijken, vooral in verband met de kousenfabricage. De belangrijkste vinding was die van een mechanisch breiraam ofwel stocking of knitting frame door de Engelsman William Lee in 1589. Koningin Elizabeth verleende Lee echter geen octrooi, uit vrees voor de impact op de Engelse handarbeid. Kort na 1608 verhuisde Lee met een aantal machines en werklieden naar Rouen waar de zijden kousenindustrie in zijn vinding was geïnteresseerd. De hugenoot Hendrik IV was de uitvinding beter gezind en verleende Lee een octrooi. Na het overlijden van de koning in 1610 en van William Lee in 1614, bracht diens broer James de machines terug naar Londen. Londen werd daarna langzamerhand een van de twee centra van de machinale breierij (vooral fijne goederen) in Engeland. Ook Thoroton, in de buurt van Nottingham, produceerde machinaal breiwerk. Hier was Lees leerjongen namelijk blijven werken met de machine van zijn werkgever, met enkele verbeteringen tot gevolg. Tot in de 18e eeuw vormden Nottingham en Leicester het hart van de textielnijverheid in de East Midlands. Het duurde bijna een eeuw eer mechanisch breien goed en wel ingang vond in de Engelse nijverheid. Toch heeft de breimachine van Lee een grote impact gehad. Tot 1864 domineerden verschillende soorten stocking frames de huis- en ambachtelijke industrie. Emmanuelle Dirix, "Eén laten vallen – twee ophalen – één laten vallen... Ontrafeling van de status van breiwerk in mode." In: Unravel 2011, p. 154-158. In 1864 vond William Cotton uit Leicestershire dan de automatische breimachine of full-fashioned machine uit, die volledige kledingstukken kon produceren met stoomkracht. Tegelijkertijd verschenen ook rondbreimachines op het toneel, waarmee kousen gebreid konden worden. Aan het einde van de 19e eeuw produceerden fabrieken in de geïndustrialiseerde delen van Europa en Noord-Amerika breiwerk aan veel hogere snelheden en veel lagere kosten dan daarvoor mogelijk was.

Door de mechanisatie van de breiproductie in de 19e eeuw evolueerde handbreien van een gerespecteerd vak naar een salonhobby voor victoriaanse dames. Omdat welgestelde vrouwen niet geacht werden te werken, zochten zij bezigheden zoals breien. Onder andere breiden zij mitaines, handschoenen zonder vingers, die zij droegen om te voorkomen dat huh handen bruin werden.