De Slag om Nijmegen of Bevrijding van Nijmegen vond plaats van 17 tot 20 september 1944, als onderdeel van Operatie Market Garden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het belangrijkste doel van de geallieerde strijdkrachten was om de Waalbrug en Spoorbrug intact te veroveren en een snelle verbinding te verzekeren naar Arnhem, waar om drie bruggen werd gevochten. De verovering van Nijmegen duurde langer dan verwacht, eiste honderden burgerslachtoffers en richtte grote schade aan. Met de Waaloversteek op 20 september werden ten slotte beide bruggen ingenomen, maar het was te laat om de Britse 1e Luchtlandingsdivisie in Arnhem nog te ontzetten. Mede door deze grote vertraging werd Operatie Market Garden, als geheel, een mislukking.
Achtergrond thumb|left|Het Market Garden-plan. De Waal bij Nijmegen was een belangrijke natuurlijke barrière, die pas in 1879 met de Spoorbrug en in 1936 met de verkeersbrug, ook wel gewoon de Waalbrug genoemd, was overbrugd. Destijds was de Waalbrug een bijzonder staaltje techniek: het was de langste boogspanning van Europa. De verkeersbrug was tijdens Duitse aanval op Nederland op 10 mei 1940 al eens opgeblazen door de Nederlandse genie om een snelle opmars van het Duitse leger te voorkomen. Tijdens de Duitse bezetting werd de brug hersteld en in 1943 heropend.
Op 22 februari 1944 vond het geallieerde bombardement op Nijmegen plaats, met als beoogd doel het stationsgebied (de Duitsers gebruikten de trein namelijk voor wapentransport). Door de slordige uitvoering kwamen echter veruit de meeste bommen op de Bovenstad terecht, waarbij ongeveer 800 burgers omkwamen en veel gebouwen werden verwoest. De nazi's maakten naderhand veel propaganda om te proberen de sympathie van de bevolking tegen de geallieerden te winnen, maar dit is niet gelukt en mogelijk werkte het zelfs averechts. Aan de vooravond van Market Garden wachtten de meeste Nijmegenaren met smart op de geallieerde bevrijding, ondanks het gruwelijke bombardement.
Die bevrijding leek spoedig te gaan komen nadat eind augustus Heeresgruppe B in Normandië ineenstortte, in chaotische toestand terug naar Duitsland vluchtte en de geallieerden in slechts enkele dagen Noord-Frankrijk en België konden innemen. Berichten dat de Britten Brussel en Antwerpen hadden veroverd op 3 en 4 september, verspreidden zich, en naar verluidt – maar onjuist – ook Breda. Hierdoor ontstond in Nederland de volgende dag, later bekend als Dolle Dinsdag, een euforische stemming doordat het ene na het andere overdreven gerucht de valse hoop voedde dat de bevrijding nu nog slechts een kwestie van uren was. Maar de Duitse troepen herpakten zich en zouden zich niet zonder slag of stoot uit Nederland laten verdrijven. De Britse generaal Montgomery bedacht daarop het ambitieuze plan Market Garden, om de resterende bezetters te verrassen met de inzet van paratroepen. Deze zouden snel enkele cruciale bruggen innemen (Market), waarna de zware pantservoertuigen snel konden oprukken en dwars door Nederland via Eindhoven, Nijmegen en Arnhem naar het voor de Duitse oorlogsindustrie vitale Ruhrgebied zouden doorstoten (Garden). Daarmee zou de oorlog nog voor het einde van 1944 kunnen worden beëindigd.Ford, 5-10.
Voorbereiding thumb|Luchtlandingen bij Nijmegen. Het welslagen van Market Garden hing af van het tijdig en intact veroveren van een aantal bruggen in Zuid- en Oost-Nederland door Amerikaanse, Britse, Poolse en Canadese luchtlandingstroepen. Dit was nodig voor de doorgang van het zwaarbewapende Britse 30e Legerkorps, onder meer bestaande uit tientallen Sherman-tanks, vanuit België. Als deze vuurkracht op tijd over alle grote rivieren kon worden bewogen, zou Duitsland nog voor het invallen van de winter kunnen worden binnengevallen, wellicht verslagen en daarmee de oorlog worden beëindigd.
De 82e Luchtlandingsdivisie en het 504e, 505e en 508e Infanterieregiment (voor de operatie bij de 82e Divisie gevoegd) onder leiding van brigadegeneraal James Gavin kreeg de taak om alle bruggen tussen Grave en Arnhem te veroveren. Het ging daarbij om de Graafse Brug, vier bruggen over het Maas-Waalkanaal, de Spoorbrug en vooral de Waalbrug bij Nijmegen. De hoofdmacht van de 82e Divisie en het 504e zouden landen ten noorden en zuiden van Grave om de 5 eerste bruggen te veroveren, terwijl het 505e en 508e Infanterieregiment bij Groesbeek zouden springen om daar de cruciale hoogvlakte van het Groesbeekse Bos in te nemen (dit om Duitse tegenaanvallen vanuit bijvoorbeeld het Reichswald te blokkeren),Saunders, p. 132–133. op te rukken naar Nijmegen en uiteindelijk de Waalbrug bezetten.
Verloop De Graafse en Kanaalbruggen thumb|left|Dropping 82e Divisie bij Grave. De compagnieën D, E en F van het 504e Infanterieregiment (voor de operatie bij de 82 Divisie gevoegd) werden rond 12:30 gedropt bij de Graafse Brug, die na twee tot drie uur vechten succesvol werd veroverd en verdedigd tegen Duitse tegenaanvallen.Van Lunteren, p. 71-78. Het 1e Bataljon van het 504e moest onder leiding van majoor Harrison de vier kanaalbruggen 7, 8, 9 en 10 innemen.Van Lunteren, p. 87. Brug 8 werd om 16:15 door de Duitsers verwoest, brug 9 bij Hatert was om 20:15 ook opgeblazen, maar om 19:00 werd brug 7 bij Heumen door de Amerikanen ingenomen.Van Lunteren, p. 93–95, 98. 's Nachts om 2:30 op 18 september bezetten de compagnieën F, D en HQ Grave zonder tegenstand en wachtten daar op de opmars van het Britse 30e Legerkorps, dat om 8:30 naderde.Van Lunteren, p. 101–102.
Ondertussen groeven de drie regimenten parachutisten zich in in het Groesbeekse Bos. Er lijkt miscommunicatie te zijn geweest tussen generaal Gavin (die zeker wilde zijn dat de hoogvlakte goed verdedigd was) en kolonel Roy E. Lindquist, aanvoerder van het 508e regiment. Op 17 september rond 18:00 verliet 1/508 PIR haar half voltooide loopgraven en rukte op naar Nijmegen om de verkeersbrug in te nemen.Saunders, p. 134.
Opmars naar Nijmegen 17 september: slag om Keizer Karelplein Rond 22:00 gingen de compagnieën A en B van 1/508 PIR voorwaarts, terwijl C afwachtte. Compagnie A werd ongeveer 8 km lang geleid door een lid van het Nederlands verzet tot een kruispunt aan de zuidkant van Nijmegen, waar hij plots verdween en niet meer terugkeerde. Na lang wachten besloten de Amerikaanse soldaten verder te marcheren. Enkele blokken voor het Keizer Karelplein kwam een peloton onder vuur van een Duits machinegeweer, dat echter snel kon worden uitgeschakeld. Op het Plein ontstond een groot vuurgevecht: Duitse soldaten schoten vanuit het midden van het plein en de huizen eromheen op de paratroopers.Saunders, p. 134–135.
Zowel de Duitsers als Amerikanen (eerst Compagnie B 1/508, later andere compagnieën) kregen versterkingen. Toen de Duitse 406e Divisie echter op 18 september 's ochtends de landingszones bij Groesbeek aanviel, trok bijna geheel regiment 1/508 terug. Alleen Compagnie G 3/508 bleef in de stad in een poging om de verkeersbrug alsnog in te nemen. Ze gaven het Keizer Karelplein op en probeerden een oostelijker route, waarbij ze onderweg systematisch elke Duitse wachtpost wisten uit te schakelen en bijna de brug bereikten.Saunders, p. 142.
Waalbrug niet opgeblazen thumb|Britse soldaten ontmantelen Duitse explosieven op de Waalbrug. De grootste angst voor de geallieerden was dat de Duitsers de Nijmeegse verkeersbrug zouden opblazen en het succes van Market Garden daarmee (letterlijk) in het water zou vallen. Zij hadden ook al explosieven aangebracht om deze tot ontploffing te brengen wanneer dat nodig zou blijken, maar dit is nooit gebeurd gedurende de hele slag. Generalfeldmarschall Walter Model, commandant van de Duitse strijdkrachten in Nederland, rekende erop dat de geallieerden bij Arnhem verslagen zouden worden. De brug zou daarom nog nuttig zijn voor een grootschalig tegenoffensief en werd daarom op 17 september niet opgeblazen. Op 18 september zou verzetsstrijder Jan van Hoof de explosieven hebben gesaboteerd, maar dat is niet zeker. Toch werd hij al vrij snel opgehemeld als verzetsheld en "Redder der Waalbrug" toen hij de dag erna door de Duitsers werd opgepakt en geëxecuteerd. Een officieel onderzoek wees later uit dat de Duitsers in ieder geval genoeg tijd zouden hebben gehad om nieuwe explosieven aan te brengen en de brug alsnog op te blazen, maar dit uit strategische overweging opnieuw niet hebben gedaan. Volgens een andere hypothese zouden de Duitsers op 20 september tevergeefs hebben geprobeerd de brug op te blazen, omdat het ontstekingsmechanisme zou hebben geweigerd.
18 september: Duitse versterkingen Op 18 september stuurde Model vanuit Arnhem versterkingen om de Waalbrug uit handen van de Amerikaanse paratroopers te houden. De 1. Kompagnie SS-Panzer-Pionier-Abteilung aangevoerd door SS-Untersturmführer Werner Baumgärtel en het 2. Bataillon SS-Panzergrenadier-Regiment 19 onder bevel van SS-Hauptsturmführer Karl-Heinz Euling staken als de 500 man sterke 'Kampfgruppe Euling' de Rijn over bij Pannerden (de brug bij Arnhem was op dat moment namelijk nog in handen van Britse paratroepenSaunders, p. 137.), over de nog intacte Waalbrug en groeven zich in het Hunnerpark in. Deze versterkingen stelden de SS'ers in staat zich te hergroeperen onder leiding van Sturmbannführer Reinhold, die zijn hoofdkwartier opzette aan de noordoever van de Waal. Fallschirmjäger-oberst Henke bereidde de verdediging van de Spoorbrug voor. De twee verkeerspleinen en de singels werden in de 48 uur daarna versterkt. De Amerikaanse paratroepen zouden moeten wachten op de hulp van het 30e Legerkorps om de brug in te nemen, die echter volgens de planning bij aankomst van de Britten al veroverd had moeten zijn.
19 september: slag om Keizer Lodewijkplein thumb|Burgers rijden even mee op een jeep op de weg naar Nijmegen. Hier in Eindhoven, hoek Stratumsedijk-Hertogstraat 19 sept 1944, vóór het bombardement op Eindhoven van diezelfde dag. thumb|Dit Duitse anti-tankkanon werd gebruikt in de slag om het Hunnerpark. De Britse en Amerikaanse legerleiders Browning (Britse 1e Luchtlandingsdivisie), Gavin (Amerikaanse 82e Luchtlandingsdivisie), Horrocks en Adair (allebei van het Britse 30e Legerkorps) ontmoetten elkaar vroeg op 19 september in Molenhoek om de strategie verder te bepalen. De troepenmacht werd in twee groepen gesplitst, waarbij de westelijke groep de spoorbrug zou innemen en de oostelijke groep de verkeersbrug. Gavin voelde zich met de komst van de Britten sterk genoeg om enkele van zijn troepen uit het Groesbeekse Bos mee te sturen.
Om 16:00 rukten de Brits-Amerikaanse strijdgroepen de stad in, waarbij een hevig vuurgevecht ontstond op het Keizer Lodewijkplein (nu Keizer Traianusplein). De Britse tanks en pantservoertuigen wisselden vuur met de in het Valkhoffort ingegraven Duitse anti-tankkanonnen en infanterie, terwijl de Amerikaanse paratroopers zich verschansten in de er tegenover staande woonhuizen. Ondertussen schoot zware Duitse artillerie vanaf Lent over de Waal op de geallieerde aanvallers.Saunders, p. 143–6.