De Gentse stadstram wordt sinds 1991 geëxploiteerd door de Vlaamse Vervoermaatschappij "De Lijn". Voordien werd de Gentse tram geëxploiteerd door de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Gent (MIVG). De MIVG is samen met het Vlaamse deel van de NMVB en de Antwerpse MIVA gefuseerd tot de Vlaamse Vervoermaatschappij "De Lijn".
Het tramnet omvat vier lijnen (T1, T2, T3 en T4) naar de deelgemeenten en aanpalende gemeenten van de stad (Evergem en Melle). De lijnen T3 en T4 kennen verschillende korttrajectdiensten die alleen rijden wanneer ze de stelplaats in Gentbrugge moeten in- of uitrijden. De totale lengte van het net bedraagt ongeveer 30 km.
De spoorwijdte bedraagt 1000 mm, de bovenleidingspanning 600 volt gelijkstroom en het tramnet is alleen geschikt voor tweerichtingstrams. Voor de komst van de PCC-cars in de jaren zeventig namen Gentse trams hun stroom af met een lyrabeugel. Nadien werd de pantograaf ingevoerd.
Geschiedenis stadstram De eerste paardentram verscheen in 1874 in de Gentse straten, en reed tussen de Korenmarkt en de Zuidstatie. Er waren 43 rijtuigen, waarvan 14 open en 29 gesloten. Het bedrijf had ongeveer honderd paarden in dienst. De uitbater van het paardentramnet was Les Tramways de ville de Gand, die tot 1897 bleef bestaan. Naast het stadsnet kwam het eveneens metersporige regionale buurtspoornet van de buurtspoorwegen tot ontwikkeling. De eerste buurtspoorweglijn tussen het Rabot en Zomergem met stoomtractie werd op 23 november 1886 geopend.Rail Atlas Vicinal, Uitgever: Rail memories. Door Stefan Justens & Dick van der Spek (Zie het hoofdstuk Buurtspoorweg.)
Op 13 augustus 1897 werden de concessies voor het stadstramnet overgedragen aan twee maatschappijen: Société Anonyme des Railways Economiques de Liège-Seraing et Extensions, kortweg RELSE en Compagnie Générale des Railways à voie étroite. Beide maatschappijen maakten deel uit van de holding van baron Empain.The Vicinal Story: Light Railways in Belgium 1885-1991. Uitg. Light Rail Transit Association, London, 2006.
Op 4 januari 1898 richtten beide bedrijven de groep SA des Tramways Electriques de Gand (TEG) op om de paardentram te vervangen door de accutram, die weliswaar elektrisch aangedreven wordt, maar geen bovenleiding nodig heeft. De maatschappij was ook bekend onder de Nederlandse naam, Elektrische Tramwegen van Gent (ETG).
De accutrams hadden een vermogen van 25 pk en reden op zeven ex-paardentramlijnen. Ieder rijtuig had 45 plaatsen. De maximumsnelheid bedroeg 12 km/h, niet omdat er technisch geen hogere snelheid mogelijk was, maar omdat de concessievoorwaarden die niet toestonden. Voor het opladen van accu's werd een speciale elektriciteitscentrale met een vermogen van 600 kW gebouwd.
De accutrams vertoonden veel gebreken, zodat in 1903 werd besloten bovenleidingen te gaan gebruiken. Vanaf 1904 reden alle ETG-trams onder de rijdraad met een trolleystang.
Lijnennet 1906 thumb|Twee trams van lijn 5 op de Antwerpsesteenweg. thumb|Motorwagen 216 uit de begintijd van de Gentse tram in het Vlaams Tram- en Autobusmuseum. Vanaf 22 januari 1906 kreeg elke lijn een nummer op een bord in een bepaalde kleur. Op het bord stond de bestemming in beide landstalen weergegeven (ten tijde van de paardentram waren de borden vaak alleen nog in het Frans). Er bestonden toen 6 lijnen:
Lijnnummer Kleur bord Traject1 blauw Gasmeterlaan – Arsenaal2 wit Sassepoort – Stelplaats2 wit Muide – Meulestede3 geel Brugse Poort – Dampoort4 rood Sint-Jacobs – Sint-Pietersstation – Korenmarkt5 groen Sint-Amandsberg – Zuidstation
Aanpassingen lijnennet 1906-1932 Vanaf zondag 21 oktober 1906 reden na het eindigen van schouwburgvoorstellingen extra trams naar Ledeberg, het Zuidstation, het Sint-Pietersstation, de Heuvelpoort, het Rabot, de Antwerpsepoort en de Korenmarkt. Deze werden later afgeschaft. Op 9 november 1907 reed tram 3 voor het eerst van Korenmarkt langs de Cataloniëstraat en de Botermarkt naar Sint-Jacobs. Voorheen gebeurde dat via de Lange Munt en de Vrijdagmarkt. Op 14 december 1910 reed tram 3 voor de eerste keer tot aan de Rooigemlaan (verlengd vanaf de Sint-Jan Baptistkerk). Vanaf 20 februari 1913 reed de lijn Muide – Meulestede met het nummer 6 en vanaf 13 maart van hetzelfde jaar reed tram 7 het traject Stapelplaats – De Sterre. Tram 5 reed vanaf toen het traject Antwerpsesteenweg – Zuid – Zwijnaardsesteenweg (ter hoogte van de Elfjulistraat). Vanaf 10 januari 1914 reed lijn 2 van de Zonnestraat naar het Arsenaal en lijn 4 van De Sterre naar de Muide via het Sint-Pietersstation en de Korenmarkt. In een Duitse Reise-Führer stonden in 1916 de volgende lijnen vermeld:
Lijn Traject 1 Arsenaal – Sint-Lievensbrug – Gent-Zuid – Korenmarkt – Rabot 2 Arsenaal – Van Arteveldeplaats – Gent-Zuid – Kouter – Zonnestraat 3 Brugse Poort – Korenmarkt – Sint-Jacobs – Dampoort 4 Sassepoort – Korenmarkt – Sint-Pietersstation – De Sterre (het paardendepot) 5 Antwerpsesteenweg – Dampoort – Gent-Zuid – Heuvelpoort – Zwijnaardsesteenweg 6 Sassepoort – Meulestede 7 Stapelplaats – Sint-Jacobs – Gent-Zuid – Heuvelpoort – Sint-Pietersstation 10 Arsenaal – Melle – Gent-Zuid – Ledeberg – Merelbeke
In de herfst van 1919 werd op alle lijnen de trolley vervangen door de sleepbeugel, een betere manier van stroomafname. Op 28 november 1920 werd lijn 2 verlengd tot aan de Coupure. Lijn 8 ontstond in april 1922 op het traject Sint-Pietersstation – De Sterre. Op 16 juli 1922 werden de noordelijke takken van de lijnen 5 en 7 verwisseld ter hoogte van het Zuid-Station: lijn 5 reed toen van de Stapelplaats naar de Zwijnaardsesteenweg en lijn 7 van het Sint-Pietersstation naar Sint-Amandsberg. Vanaf 14 april 1923 reed tram 3 tot het Zandeken (Claeysplein) in Mariakerke. Op 9 december 1923 werd lijn 8 verlengd tot vlak voor de Coupure op het einde van de Bernard Spaelaan. Vanaf 14 september 1924 reed tram 3 tot Gentbruggebrug in Sint-Amandsberg via het Heirnisplein. Op 21 december 1925 was de nieuwe Rozemarijnbrug klaar voor de tram. Lijn 8 werd afgeschaft en tram 2 reed nu het traject Sterre – Sint-Pietersstation – Arsenaal. Vanaf 10 juli 1926 reed tram 1 tot het Van Beverenplein (verlengd vanaf de Gasmeterlaan). Op 12 augustus 1928 werd lijn 8 Sterre – Sint-Pietersstation herboren, lijn 2 werd beperkt tot het station. Vanaf 10 april 1929 reed tram 5 langs de Priesterstraat (nu Doornzelestraat) en het Heilig Kerst naar de Muide. Lijn 9 ontstond door de sluiting van het Zuidstation op 7 oktober 1928 op het traject Sint-Pietersstation – Hoveniersstraat. Vanaf 16 januari 1929 reed de tram door naar het Arsenaal. Vanaf 16 april 1930 reed tram 9 naar het Rabot via de Coupure Rechts en de Begijnhoflaan. Vanaf 26 juli 1931 reed tram 5 verder tot het Rerum Novarumplein, als eindhalte werd Zwijnaarde vermeld. Vanaf 5 september 1931 reed tram 1 tot Moscou. Vanaf 1932 reed tram 7 tot onder het spoorwegviaduct aan de Motorstraat. De eindhalte heette Darsen. Van 3 januari 1932 tot 15 november 1933 en vanaf oktober 1940 werd het traject Sint-Pietersstation – Muide aangeduid met het nummer 10.
Afschaffing tramlijnen (1962-1973) Lijn Afgeschaft Vervangen door bus ?1 ----- -----2 1972-2017 gesplitst in 21/22 Heropend bij verlenging lijn 2 tot Zwijnaarde3 30 november 1969 Ja door bus 30/31 en tussen 1989 en 2009 als trolleybus 34----- -----5mei 1965 Ja en verlengd631 december 1962 Ja en verlengd71 juli 1964 Ondertussen ook al afgeschaft819 augustus 1962 Op een ander traject tussen zondag 5 april 2009 en zaterdag 31 juli 2010 en een ander traject vanaf zondag 6 november 2016.9 13 september 1963 Ja en verlengd10Vanaf 29 september 1986 verknoopt met lijn 4 -----2031 december 1973 Gedeeltelijk heropend met de verlenging van lijn 21
Evolutie tramnet 1961-2010 thumb|Motorwagen 331 op lijn 4 in de Veldstraat; jaren zestig. thumb|PCC-car op tramlijn 10 op de keerlus bij het Sint-Pietersstation; maart 1982. Op 29 maart 1961 werd de ETG opgevolgd door de MIVG (Maatschappij voor Intercommunaal vervoer te Gent). In de jaren 1960Het Laatste Nieuws, 6 oktober 1966, geraadpleegd op 2026-09-02./1970Neerlandia nr.76, 1972, geraadpleegd op 2026-09-02. was Gent in de ban van de aanleg van een semimetro, deels in combinatie met een ondergrondse autostrade of spoortunnelNieuwsblad, 2 juni 2024, geraadpleegd op 2026-09-02. voor de zogenoemde "S-baan" van de NMBS. Sinds 1991 is de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn de exploitant van het stadsvervoer in Gent. Op 12 september 2004 werd het eeuwfeest van de Gentse elektrische tram gevierd.
Aan het begin van de jaren zestig had de Gentse tram de lijnen 1 t/m 10 en 20. Een decennium later waren daar nog de lijnen 1, 2, 4 en 10 van over, de overige waren door busdiensten vervangen. Lijn 3 werd ook verbust en was tussen 1989 en 2009 een trolleybus en sindsdien opnieuw een buslijn. Lijn 2 werd opgesplitst in 21/22, lijn 10 werd een deel van lijn 4, zodat er nu officieel nog vier lijnen over zijn, waarvan de lijnen 21 en 22 alleen door de eindtrajecten van elkaar verschilden. Op 14 maart 1962 beschikte de MIVG over 110 trams en 21 autobussen. In 1971 kwamen nieuwe PCC-trams in gebruik, nieuwe trams waren niet meer aangekocht sinds 1913. De nieuwe voertuigen kwamen in gebruik op 1 mei 1971 op lijn 4, op 2 november 1971 op lijn 1, op 4 december 1972 op lijn 2 en ten slotte op 8 februari 1974 op lijn 10. Op 31 augustus 1982 werd tram 1 verlengd tot de Botestraat, op 30 oktober 1982 tot de Liefkensbrug, op 25 februari 1984 tot de Industrieweg in Wondelgem en op 25 maart 1989 tot Evergem Brielken. Op 2 juli 1984 werden de trajecten van lijn 1 en lijn 4 gedeeltelijk gewisseld ter hoogte van de Korenmarkt. Lijn 1 werd Wondelgem Industrieweg – Sint-Pietersstation en lijn 4 Muide – Moscou. Op 29 september 1986 werden lijn 10 (Sint-Pietersstation – Muide) en lijn 4 verknoopt tot lijn 40 (Sint-Pietersstation – Muide – Moscou). Op 1 september 1993 werd lijn 21 verlengd tot Melle Leeuw. In 1999 zijn de lijnen 21/22 verlengd van het Sint-Pietersstation naar Zwijnaardebrug. Op 14 maart 2000 verschenen de eerste nieuwe HermeLijntrams voor de reizigers, voordien was hij al enkele maanden te zien bij testritten. De HermeLijn is een vijfdubbelgelede lagevloertram, hetgeen het opstappen met kinderwagens en rolstoelen vereenvoudigt. Ze hebben ook een veel grotere capaciteit. Op 1 september 2004 werd lijn 1 verlengd van het Sint-Pietersstation tot aan het bedrijvencentrum Maaltecenter en op 15 april 2005 tot aan Flanders Expo. In 2004 werden ook de lijnnummers van de 1-as en de 4-as vereenvoudigd. In 2010 werd tramlijn 22 met twee haltes ingekort op de antenne naar Gentbrugge. De nieuwe eindhalte werd Gentbrugge Braemkasteel (Dienstencentrum). +Gents tramnet tussen 2005 en 2010LijnTrajectFlanders Expo – Sint-Pietersstation – Kouter – Korenmarkt – Rabot – Evergem BrielkenSint-Pietersstation – Rozemarijnbrug – Rabot – Muidebrug – Korenmarkt – Zuid – Gentbrugge MoscouZwijnaardebrug – Sint-Pietersstation – Rozemarijnbrug – Kouter – Zuid – Melle LeeuwZwijnaardebrug – Sint-Pietersstation – Rozemarijnbrug – Kouter – Zuid – Gentbrugge Boswachterstraat
Tussen 2011 en 2024 thumb|Lijnenschema van de Gentse tram tussen 21 mei 2017 en 5 januari 2024. thumb
Tussen 2011 en 2017 waren er verschillende werken aan de gang voor de heraanleg van straten en het verlengen van tramlijnen. Deze werken hadden tot gevolg dat er aanzienlijke omleidingen waren voor de Gentse tramlijnen. De verschillen tussen het tramnet voor de werken (september 2011) en na de werken (mei 2017) zijn als volgt: Op 13 maart 2016 werd lijn 4 verlengd tot op de terreinen van het universitair ziekenhuis. Het ging om een verlenging van 800 meter met één nieuwe halte (de nieuwe terminus van lijn 4). Op 24 oktober 2016 werd lijn 21/22 verlengd tot Zwijnaarde Bibliotheek. Op 21 mei 2017 werd lijn 22 afgeschaft en lijn 21 vernummerd in lijn 2.
Heraanleg PAG-as (2011-2014 en 2022-2024)